VERBOND DER BELGISCHE BEROEPSVERENIGINGEN VAN ARTSEN-SPECIALISTEN

Zone privee
29.05.2015 15:02 Leeftijd: 2 yrs
Categorie: E-SPECIALIST

e-specialist nr. 512: aanvraag erkenning oncologie pediatrie, pneumo, gastro-entero uiterlijk 30.06.2015

verstuurd naar de leden van de beroepsverenigingen Gastro-Enterologie, Pediatrie en Pneumologie op 29.05.2015


Geachte Dokter,
 
Vandaag, 29 mei 2015, zijn drie ministeriële besluiten in het Belgisch Staatsblad verschenen die wijzigingen aanbrengen in de criteria voor de erkenning van de bijzondere beroepsbekwaamheid in de pediatrische hematologie en oncologie, van de beroepsbekwaamheid in de oncologie voor geneesheren-specialisten in de gastro-enterologie, en van de beroepsbekwaamheid in de oncologie voor geneesheren-specialisten in de pneumologie.

Ingevolge deze wijzigingen moeten de artsen die wensen erkend te worden als houder van een van de genoemde beroepsbekwaamheden ten laatste op 30 juni 2015 hun aanvraag daartoe indienen.
 


Deze drie besluiten heeft de minister uitgevaardigd overeenkomstig het advies van de Hoge Raad voor geneesheren-specialisten en huisartsen van 9 oktober 2014 over de bijzondere beroepsbekwaamheid oncologie voor pediaters, pneumologen en gastro-enterologen.
 
De juristen van de FOD Volksgezondheid (DG Volksgezondheid) hebben, ten behoeve van de VBS-leden, een nota opgesteld waarin ze toelichting geven bij de problematiek van de verstreken overgangsregeling en de juridisch-technische moeilijkheden die ze hebben ondervonden bij het uitwerken van een oplossing. Deze nota kunt u hier lezen:
 
"De zopas gepubliceerde besluiten willen een oplossing aanreiken voor het probleem van de overgangsregeling die in de originele besluiten werd uitgewerkt.
Die regeling was bedoeld om ervoor te zorgen dat ten behoeve van pediaters, gastro-enterologen en pneumologen die een bijkomende titel in de oncologie wensen te verwerven eerder gevolgde opleidingen en anciënniteit opgebouwd vóór de inwerkingtreding van de betrokken ministeriële besluiten in aanmerking worden genomen bij het beoordelen van de erkenningsaanvragen. De aanvragen moesten binnen een bepaalde termijn worden ingediend bij de erkenningscommissie. Aangezien de erkenningscommissies echter vorig jaar pas werden opgericht, kon er geen enkele aanvraag tot erkenning als pediater/pneumoloog/gastro-enteroloog met bekwaamheid in de oncologie kon worden toegekend in de periode 2007 (inwerkingtreding besluiten erkenningscriteria) -2014 (oprichting erkenningscommissies).
 
Intussen is de uiterste datum voor het indienen van een erkenningsaanvraag op grond van een verworven recht gepasseerd en heeft de overgangsregeling nooit enige uitwerking gehad. Vandaar dat er een nieuwe overgangsregeling werd uitgewerkt, zodat de artsen die momenteel uit de boot dreigen te vallen alsnog een aanvraag tot erkenning kunnen indienen, hetzij als geneesheer-specialist met bijzondere bekwaamheid in de oncologie, hetzij als stagemeester.
 
Voor de pediaters kon dit relatief eenvoudig door een wijziging van artikel 6 van het ministerieel besluit van 14 mei 2007.
 
Voor de pneumologen en gastro-enterologen is de situatie op juridisch-technisch vlak iets complexer.
De basisregels voor erkenning van de bijzondere beroepsbekwaamheid oncologie voor beide disciplines zijn vervat in het ministerieel besluit van 26 september 2007 tot vaststelling van de bijzondere criteria voor de erkenning van geneesheren-specialisten, houders van de bijzondere beroepstitel in de medische oncologie en van de bijzondere beroepsbekwaamheid in de oncologie evenals van stagemeesters en stagediensten voor deze discipline en deze bijzondere beroepsbekwaamheid.
Dit besluit is een generiek besluit dat van toepassing is op alle disciplines die in aanmerking komen om een bijzondere bekwaamheid in de oncologie te verwerven.
Het gaat om (cf. artikel 8, §1): chirurgie, neurochirurgie, plastische, reconstructieve en esthetische heelkunde, dermato-venerologie, gynaecologie-verloskunde, orthopedische heelkunde, oto-rhino-laryngologie, stomatologie, urologie, oftalmologie, pneumologie, gastro-enterologie en neurologie.
De overgangsregeling is voorzien in artikel 14 van dit besluit en dus van toepassing op alle vermelde disciplines.
 
Momenteel zijn er slechts 2 disciplines die een bijzondere bekwaamheid in de oncologie kunnen verwerven, met name de pneumologie en de gastro-enterologie.
Het generiek besluit voorziet immers dat er per specialisme bijkomende specifieke voorwaarden en criteria moeten worden vastgesteld. Twee ministeriële besluiten van 29 januari 2010 stellen zulke bijkomende criteria vast voor de gastro-enterologen en de pneumologen. Geen van beide voorziet in een specifieke overgangsregeling.
 
Aanvankelijk werd geopteerd om de nieuwe overgangsbepalingen op te nemen in de twee specifieke ministeriële besluiten van 29 januari 2010 en de algemene regeling voorzien in art. 14 van het MB van 26 september 2007 te vervangen door een bepaling die de minister van Volksgezondheid machtigt om specifieke overgangsbepalingen per specialisme te voorzien.
Op die manier wordt duidelijk dat de overgangsregeling enkel van toepassing is op de twee vermelde disciplines en vermijdt men dat er in de toekomst problemen rijzen wanneer ook andere specialismen in aanmerking zouden komen voor een bekwaamheid oncologie.
 
Als gevolg van de aanbevelingen van de Raad van State werden de besluiten nog aangepast. De Raad oordeelde dat het ontwerp tot wijziging van het generieke besluit overbodig was, aangezien er geen machtiging van de minister nodig is om overgangsbepalingen vast te stellen.
Dat impliceert dat de generieke overgangsbepaling voorzien in artikel 14 overeind blijft en dat het uitstel wordt geregeld in de specifieke besluiten voor pneumologie en gastro-enterologie.
Juridisch is er geen probleem: in geval van conflict tussen twee rechtsnormen van dezelfde orde primeert de meest recente regelgeving (i.c. de besluiten van 2010) op de oudere (het besluit van 2007) en primeert de specifieke regelgeving (besluiten gastro-enterologie en pneumologie) bovendien op de algemene (generiek besluit).
Alleen was het met het oog op de rechtszekerheid duidelijker geweest als artikel 14 zou worden gewijzigd. De oude, reeds verstreken overgangsregeling blijft immers voortbestaan in de rechtsorde en wekt de indruk nog van toepassing te zijn." (einde citaat)
 
Met vriendelijke groet,
 
VBS-GBS