Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Partners | Publicaties | Hulp  
De Geneesheer-Specialist
Orgaan van het Verbond der Belgische Beroepsvereniging van Geneesheren Specialisten
Nummer 7 - December 2008 Vorige Inhoud Volgende
 


De academisering ... en "GSO-jaren"

 

Art. 21, 2e al., 4° van het KB van 16-03-1999 (BS van 24-06-1999) voorziet dat de erkenningsaanvraag van de kandidaat vergezeld moet zijn van "een attest dat aantoont dat de kandidaat met vrucht een specifieke universitaire opleiding heeft gevolgd; voor de kandidaat-specialisten moet deze opleiding gelijktijdig hebben plaatsgevonden met de eerste twee jaar van hun opleiding".

Deze "academisering", die oorspronkelijk duidelijk een academisch wetenschappelijk onderwijs beoogt dat als aanvulling naast de beroepsopleiding bestaat - wat op zich een nobel streven is - heeft voor een toenemend aantal kandidaat-specialisten bijzonder nare gevolgen, vooral in Franstalige universitaire opleidingsziekenhuizen.

Sommige Franstalige universitaire diensten hebben de evaluatie van de "specifieke universitaire opleiding" eenvoudigweg opgenomen als een onderdeel van hun stage-evaluaties en er zelfs ondergeschikt aan gemaakt. Er zijn kandidaat-specialisten die uitstekende resultaten hebben behaald (een vb.: 80%) voor het "DES"-examen (dat overigens op interuniversitair niveau wordt georganiseerd), maar waarbij vervolgens een "DES-comité" van de stagedienst beslist... het wettelijke universitair attest in te houden (ondanks de vermelding "met vrucht"!) (7de inbreuk) en de kandidaat een extra laatste jaar op te leggen in de academische dienst, uiteraard zonder de garantie dat het zijn laatste zou worden (8ste inbreuk en (dubbel) rechtsmisbruik)*.

Waarom dergelijk extreem machtsvertoon? Omdat er af en toe kandidaat-specialisten zijn die het misbruik van recht niet meer kunnen slikken? Naarmate de academisering vordert en zolang het wettelijk statuut van de kandidaat-specialist niet correct wordt nageleefd, is alles denkbaar.

Hoe is het mogelijk dat men soms kandidaat-specialisten aan het einde van hun zesde opleidingsjaar (of wegens opgelopen “verlengingen” zelfs later) onbekwaam verklaart, terwijl zij zelfs tijdens hun laatste jaren helemaal alleen de nacht- en weekendopvang en zorgcontinuïteit hebben verzekerd in acute diensten met levensbedreigende situaties? De algemene opleidingscriteria (art. 5.15) schrijven nochtans duidelijk voor: "de stagemeester vertrouwt aan de kandidaat-specialist slechts die verantwoordelijkheid toe welke met de graad van zijn opleiding overeenstemt, ook voor wat betreft spoedgevallen en wachtbeurten". (9de inbreuk, op het MB van 30-04-1999 tot vaststelling van de algemene criteria voor de erkenning van geneesheren-specialisten, stagemeesters en stagediensten). Het zou dus logisch zijn dat, wanneer een kandidaat-specialist als onbekwaam wordt beoordeeld in zijn laatste jaar, een onderzoekscommissie een ernstig onderzoek zou voeren naar de naleving van deze wettelijke beschikking. Vandaar ook het belang voor de kandidaat-specialist om over de bewijzen te beschikken van de prestaties (m.n. de nomenclatuurcodes) die hij heeft uitgevoerd en die bij de Z.I.V. in rekening werden gebracht op naam van de stagemeester. Slechts in een beperkt aantal ziekenhuizen is deze informatie vandaag ter beschikking.


In extenso PDF (202 Kb)
 

Questions & Comments
Copyright © VBS, 1997-2007
  Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Partners | Publicaties | Hulp