Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Partners | Publicaties | Hulp  
De Geneesheer-Specialist
Orgaan van het Verbond der Belgische Beroepsvereniging van Geneesheren Specialisten
Nummer 7 - December 2008 Vorige Inhoud Volgende
 


"Coördinerend" stagemeester of "volmachthouder"?

 

Artikel 12 §1,4° van het KB van 21-04-1983, ingelast bij KB van 16-03-1999, voorziet dat, wanneer het stageplan meerdere stagemeesters voorziet (en alleen in dat geval), de kandidaat-specialist een van hen moet aanduiden als "stagemeester -coördinator". In werkelijkheid dringt de "stagemeester-coördinator" zichzelf op in uitvoering van een denkbeeldige opdracht of volmacht die zou voortvloeien uit het voornoemd attest afgeleverd door de faculteit (4de inbreuk en rechtsmisbruik).

Voortaan stelt de GSO niet langer zijn vertrouwenspersoon, zijn “persoonlijke coach" aan. In de meeste gevallen stelt de academische stagemeester zichzelf aan als "coördinator" en beslist hij autoritair over het stageparcours van de kandidaat. Als deze laatste een deel van zijn opleiding in een erkende stagedienst van een perifeer ziekenhuis wil volbrengen om bepaalde speciale of routinevaardigheden te verwerven, dan zal de beslissing daaromtrent afhangen van de goede wil van zijn "coördinator" die gewoonweg kan beslissen in functie van zijn eigen noden of van die van zijn dienst. Sommige GSO’s stellen die vraag, eerst schuchter, daarna steeds nadrukkelijker. Sommigen dringen zo lang aan tot ze op hun plaats worden gezet (door wat kleine dreigementen of represailles, vb. de vermelding van karakterproblemen in een stageverslag), en schikken zich vervolgens in hun lot.

Het is natuurlijk ontegensprekelijk zo - en gelukkig maar - dat de meeste bazen uitstekende menselijke relaties hebben met hun kandidaat-specialisten. Maar het valt te betreuren dat de wettelijke regels, waarvan de GSO’s niets afweten, niet altijd - en steeds minder - worden gerespecteerd door de “patroon”, die nochtans als opleider geacht wordt deze regels te kennen en er zijn stagiair-geneesheer over in te lichten, in plaats van ze zo te interpreteren en “toe te passen” dat hij zichzelf de uitsluitende beslissingsmacht toe-eigent over het stageparcours van elke GSO.

De invloed die deze interpretaties hebben op de verhoudingen tussen academische patroons (de zogeheten "coördinators") en de perifere stagemeesters is even pervers. De categorie van de perifere stagemeesters zou, om Joost mag weten welke juridische beschikking, ondergeschikt zijn aan de eerste (5de inbreuk en rechtsmisbruik). Nochtans is het de GSO die de wettelijke contractant is voor elk samenstellend element van zijn stageplan. Volgens art. 12 van het KB van 21-04-1983 is het wel degelijk de kandidaat-specialist die een stageovereenkomst afsluit met een of meer stagemeester(s), perifere of andere. In werkelijkheid komt het meer en meer voor dat de academische stagemeester zich de volledige zeggenschap over de stages van de kandidaat toeeigent (cf. de bovenvermelde inbreuken) en dat hij zichzelf bedenkt met de rol van diens enige en absolute "volmachthouder" door zich in zijn plaats te stellen om verbintenissen aan te gaan of niet aan te gaan met andere stagemeesters. En de (onwetende) GSO stemt stilzwijgend in, want hij durft niets te zeggen en wordt graag in de waan gelaten dat hij niets te zeggen heeft...

De perverse effecten van deze inbreuken op de onderlinge verhoudingen tussen stagemeesters laten uiteraard hun sporen na op het parcours van de kandidaat. Een voorbeeld: een academische stagemeester was van oordeel dat de eerste twee opleidingsjaren van een kandidaat erbarmelijk slecht waren. De volgende twee jaren brengt de stagiair door in een perifeer ziekenhuis, bij een stagemeester die in de wolken is over de kwaliteit van diens werk en een lovend evaluatieverslag stuurt naar de erkenningscommissie. Wanneer de "coördinerende" stagemeester dat enkele maanden later verneemt, wil hij de quoteringen van de kandidaat (die hij al twee jaar niet meer heeft gevolgd) "corrigeren" en faxt hij de punten die hij wil doordrukken naar de perifere stagemeester met het verzoek ze per kerende ondertekend terug te sturen. In het erkenningsdossier van de kandidaat zaten er voor één enkel stagejaar drie evaluatiedocumenten van dezelfde perifere stagemeester: de beoordeling "zeer goed" die hij spontaan aan de erkenningscommissie had overgemaakt; een tweede positief document, meer gedetailleerd, maar nog altijd te lovend bevonden door de patroon; en een derde beoordeling, namelijk de fax die hij ondertekend heeft teruggestuurd met daarop de door de patroon gedicteerde slechte cijfers.

Kortom, sommige perifere stagemeesters doen alles wat de academische stagemeester hen opdraagt, onder de nauwelijks verholen bedreiging dat anders hun rol wel eens zou kunnen herleid worden tot deze van "stagemeester zonder assistenten". We hebben hier te maken met een 6de type van inbreuk en rechtsmisbruik aangezien enkel de minister op advies van de Hoge Raad de stagtemeesters erkent.

De organisatie van "filières" of "netwerken" door de universiteiten heeft eveneens een beperkende invloed op de wettelijke vrijheid van de kandidaat-specialist om zelf zijn stagemeesters te kiezen. Het is een organisatorisch misverstand dat het bestaan van deze netwerken het academisch milieu het recht zou toekennen om de wettelijke keuzevrijheid van de GSO aan banden te leggen of om een erkend perifeer stagemeester te verhinderen stagecontracten af te sluiten in antwoord op de vrije keuze van een GSO.


In extenso PDF (202 Kb)
 

Questions & Comments
Copyright © VBS, 1997-2007
  Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Partners | Publicaties | Hulp