Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Partners | Publicaties | Hulp  
De Geneesheer-Specialist
Orgaan van het Verbond der Belgische Beroepsvereniging van Geneesheren Specialisten
Nummer 7 - December 2008 Vorige Inhoud Volgende
 


Maar, plots zijn de oude praktijken weer daar ...

 

Theoretisch is het vandaag nog steeds de kandidaat zelf die zijn stageplan samenstelt, maar van zijn reëel initiatiefrecht bleef enige tijd na 1999 voor velen nog maar weinig over door feitelijke "toestanden" of ook inbreuken op de wettelijke regeling vanwege sommige stagemeesters. Op dit ogenblik zijn de autonomie en het initiatiefrecht van de kandidaat, zoals ze door de federale wettelijke bepalingen worden gewaarborgd, fel afgezwakt en, wat de Franstalige gemeenschap betreft, totaal onbestaand. De rechtspositie van de GSO wordt dikwijls herleid tot die van een studentje dat gedwongen wordt om adolescent te blijven tot na zijn dertigste in een relatie van "slaafje-patroon".

Als het vandaag nog steeds bijzonder moeilijk is om op een correcte manier de verplichtingen na te leven inzake de werktijden, rustperiodes en studiemomenten, evenals over de billijke vergoedingen, onder meer van de gepresteerde wachtbeurten, zoals ze geregeld worden in het M.B. van 30-04-1999, dan heeft dat in feite alles te maken met de flagrante onrechtvaardigheid van de progressieve uitholling van de rechtspositie van de GSO.

Het KB van 16-03-1999 voegde nochtans slechts twee kleine, ogenschijnlijk onschuldige bepalingen toe aan het K.B. van 21-04-1983, zonder enige wijziging van de rechtspositie van de kandidaat-specialisten. Wat is dan wel de oorzaak van de bovenvermelde uitholling van hun rechtspositie?

Het tweede lid van art. 10 van het KB van 21-04-1983, ingelast bij KB van 16-03-1999 (B.S. van 24-06-1999) voorziet dat het stageplan moet vergezeld zijn van "een attest dat aantoont dat de kandidaat door een faculteit geneeskunde aanvaard is voor de discipline waarin hij opgeleid wil worden". Theoretisch kon om het even welke, eventueel buitenlandse, universiteit dergelijk attest kunnen afleveren. Zodra dat in het bezit is van de kandidaat, behoudt deze zijn recht in alle vrijheid en autonoom zijn stageplan samen te stellen. Het is slechts met het KB van 12 juni 2008 (B.S. van 18-06-2008) betreffende de planning van het medisch aanbod, dat het “universitair attest” een precieze betekenis krijgt, nl. “het nominatief attest uitgereikt door de persoon die belast is met het bestuur van een faculteit geneeskunde van een Belgische universiteit, of een persoon daartoe door deze aangewezen…”. Met het Decreet van de Franstalige Gemeenschap van 27 februari 2003 werd het “academisch attest” wel veel vroeger ingevoerd voor Franstalig België. De aflevering ervan gebeurt sedertdien door een interuniversitaire commissie van de Franstalige faculteiten, voor elk specialisme. In elk geval is het bij dit Decreet dat de huidige ontsporingen hun oorsprong vonden.

In werkelijkheid hebben de Belgische universiteiten deze bepaling van art. 10 omgevormd tot een drukkingsmiddel om zich het exclusieve beheer toe te eigenen van niet alleen de selectie der kandidaten (en zelfs de keuze van het specialisme) maar ook de invulling van het stageplan. De GSO wordt gedwongen om de ganse beslissingsbevoegdheid over zijn professionele toekomst af te staan. Hij stelt geen stageplan meer op: het wordt hem opgelegd, te nemen of te laten. (1ste inbreuk en rechtsmisbruik).

De werkelijkheid is nog harder: het stageplan dat volgens de wettelijke bepalingen (art 12,§2,2°) moet betrekking hebben op de volledige opleiding, met het oog op de erkenning door de Commissie - de formele waarborg die Dr. Y. Rombouts destijds zo belangrijk vond - wordt dikwijls alleen ingevuld voor het eerste jaar en vervolgens jaar na jaar geďmplementeerd (2de inbreuk en recidief van rechtsmisbruik), ondanks de bepaling van art. 16 die zegt dat "noch de kandidaat, noch de stagemeester eenzijdig veranderingen mogen aanbrengen" (3de inbreuk en nogmaals recidief van rechtsmisbruik). Het toppunt is dat de Administratie van de FOD deze handelwijze niet alleen oogluikend toelaat, maar er zich bovendien op toelegt om ze te "institutionaliseren" (medeplichtigheid bij inbreuken en rechtsmisbruik).

Zonder volledig goedgekeurd en contractueel uitvoerbaar stageplan is de beginnende GSO een paria zonder wilsbeschikking. Hij kan alleen maar slikken wat men hem voorlegt. Bovendien dreigt het economisch belang van de stagedienst de belangen van de kandidaat-specialist te verdringen.


In extenso PDF (202 Kb)
 

Questions & Comments
Copyright © VBS, 1997-2007
  Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Partners | Publicaties | Hulp