|
Traditiegetrouw geven we ter gelegenheid van het VBS-jaarverslag een
stand van zaken in verband met de accreditering. In tabel 15 worden de
specialismen geklasseerd van hoogste percentage geaccrediteerden naar
laagste percentage.
Vergelijking aantal geaccrediteerde artsen 01.02.2006 - 01.02.2005
2
0
0
6 |
|
Aantal actieven |
Aantal geaccrediteerden |
% geaccrediteerden |
2
0
0
5 |
| 01.02.06 |
01.02.05 |
01.02.06 |
01.02.05 |
01.02.06 |
01.02.05 |
| |
Artsen 001-002
Huisartsen 003-004
Huisartsen 005-006
Huisartsen 007-009 |
2.340
14.162
671
976 |
2.000
14.040
717
1.575 |
0
9.816
0
0 |
0
9.948
0
0 |
0,00
69,31
0,00
0,00 |
0,00
70,85
0,00
0,00 |
|
| |
TOTAAL |
18.149 |
18.332 |
9.816 |
9.948 |
54,09 |
54,27 |
|
| |
Geneesheer-specialist in opleiding (GSO) |
3.635 |
3.505 |
0 |
0 |
0,00 |
0,00 |
|
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26 |
Dermato-venerologie
Ofthalmologie
Gastro-enterologie
Pneumologie
Neurologie
Radiologie
Pathologische anatomie
Fysische geneeskunde en fysiotherapie
O.R.L.
Radiotherapie
Cardiologie
Urologie
Reumatologie
Psychiatrie
Nucleaire geneeskunde
Gynaecologie-verloskunde
Orthopedie
Anesthesie
Inwendige geneeskunde
Pediatrie
Klinische biologie
Chirurgie
Neurochirurgie
Neuropsychiatrie
Stomatologie
Plastische chirurgie |
676
1.021
482
392
256
1.523
296
472
612
170
901
368
255
1.569
319
1.350
952
1.848
2.078
1.443
711
1.513
170
477
302
215 |
660
1.012
442
367
227
1.498
287
452
604
164
864
360
250
1.448
319
1.344
922
1.758
2.061
1.400
709
1.490
163
562
307
202 |
539
793
359
289
186
1.104
214
335
432
115
606
247
169
1.035
208
868
589
1.142
1.276
866
417
697
78
211
121
86 |
536
802
331
275
165
1.133
214
334
439
109
597
248
170
1.010
224
885
583
1.145
1.310
871
431
734
77
270
134
95 |
79,73
77,67
74,48
73,72
72,66
72,49
72,30
70,97
70,59
67,65
67,26
67,12
66,27
65,97
65,20
64,30
61,87
61,80
61,41
60,01
58,65
46,07
45,88
44,23
40,07
40,00 |
81,21
79,25
74,89
74,93
72,69
75,63
74,56
73,89
72,68
66,46
69,10
68,89
68,00
69,75
70,22
65,85
63,23
65,13
63,56
62,21
60,79
49,26
47,24
48,04
43,65
47,03 |
1
2
5
4
8
3
6
7
9
15
12
13
14
11
10
16
19
17
18
20
21
22
24
23
26
25 |
| |
TOTAAL SPECIALISTEN
TOTAAL SPECIALISTEN + GSO |
20.371
24.006 |
19.872
23.377 |
12.982
12.982 |
13.122
13.122 |
63,73
54,08 |
66,03
56,13 |
|
| |
ALGEMEEN TOTAAL |
42.155 |
41.713 |
22.798 |
23.070 |
54,08 |
55,31 |
|
Bron : Accrediteringsstuurgroep, RIZIV, 01.02.2006 |
Tabel 15 |
Uit de momentopname per 1 februari 2006 blijkt enerzijds dat het
totaal aantal artsen blijft toenemen van 41.713 in 2005 naar 42.155 in
2006 (+ 1,06 %) en anderzijds dat de interesse voor de accreditering is
afgenomen : lichtjes bij de huisartsen (van 70,85 % geaccrediteerden in
2004 naar 69,31 % in 2005) en duidelijker bij de specialisten (van 66,03
% in 2004 naar 63,73 % in 2005).
Het aantal “huisartsen” (groep 001 tot 009) krimpt stilletjes van
18.332 naar 18.149 (- 1,00 %) en het aantal erkende specialisten stijgt
van 19.872 naar 20.371 (+ 2,51 %).
Het aantal geneesheer-specialisten in opleiding stijgt van 3.505 naar
3.635 (+ 2,51 %) terwijl het aantal huisartsen in beroepsopleiding (HIBO’s
005-006) daalt van 717 naar 671
(- 6,42 %).
Tabel 16 toont dat de abrupte daling van het aantal neuropsychiaters
van 2004 naar 2005 nog verder is uitgedeind in 2005 als gevolg van de
beslissing om de psychotherapie te reserveren voor de erkende
psychiaters en niet meer toegankelijk te stellen voor de
neuropsychiaters vanaf 01.01.2005.
Onder de groep van neuropsychiaters, psychiaters en neurologen was op
01.02.2005 nog één op vier neuropsychiater; op 01.02.2006 nog één op
vijf.
Evolutie neurologie, psychiatrie en neuropsychiatrie
| Jaar |
Neuropsychiaters |
Psychiaters |
Neurologen |
Totaal |
| Aantal |
% totaal |
1998
1999
2000
2001
2002
2003
2004
2005
2006 |
1.431
1.419
1.436
1.368
1.378
1.358
1.335
562
477 |
77,9
74,3
72,3
69,0
66,5
63,6
60,7
25,1
20,7 |
303
370
409
463
527
595
656
1.448
1.569 |
102
122
140
151
168
183
208
227
256 |
1.836
1.911
1.985
1.982
2.073
2.136
2.199
2.237
2.302 |
Bron : RIZIV; accrediteringsstuurgroep; momentopnames op 1 februari |
Tabel 16 |
In 2005 dienden zowat 19.000 accrediteringsdossiers voor een nieuwe
periode van 3 jaar verlengd te worden. Een zware klus die tot spijt van
de Dienst geneeskundige verzorging van het RIZIV en van zeer veel
collegae die hun dossier moesten indienen, nog niet geïnformatiseerd kan
verlopen.
Ook het aanbieden van “learning on distance” of van “E-learning”-pakketten
raakt niet van de grond. Het RIZIV biedt geen infrastructuur aan de
leden van de paritaire comités en van de werkgroep ethiek en economie
aan om deze programma’s collegiaal binnen de lokalen van het RIZIV te
kunnen evalueren. Aanloggen met eigen PC’s op het RIZIV-netwerk is om
veiligheidsredenen uitgesloten. En dus blijft de stuurgroep ter plekke
trappelen.
Positief nieuws is dat er in 2005 een regeling werd uitgewerkt voor
artsen die willen uitbollen op het einde van hun loopbaan en niet meer
de minimum activiteitsdrempel halen. Als ze aan de andere criteria
voldoen (bijwonen van LOK’s en deelname aan permanente navorming,
inclusief ethiek en economie), kunnen ze hun kwaliteitslabel behouden –
en artsen blijken daar erg aan gehecht te zijn – en blijven ze tevens
recht hebben op het accrediteringssupplement per prestatie.
Het forfaitair accrediteringshonorarium verwerven ze evenwel pas na het
verloop van de accrediteringsperiode. Deze regeling kan per jaar of per
periode van 3 jaar worden aangevraagd.
PDF-versie 
|