|
Tijdens de vergadering van de Algemene raad van het RIZIV van
10.10.2005 had Dr. Ri DE RIDDER - toen nog regeringscommissaris; een
week later trad hij in functie als directeur-generaal van de Dienst
geneeskundige verzorging - meegedeeld dat de Regering haar goedkeuring
had gehecht aan een “Actieprogramma 2006-2007 voor de ontwikkeling van
de huisartsgeneeskunde in België” en aan het “Actieprogramma voor het
herstel van het evenwicht in de nomenclatuur van de specialistische
prestaties”.
Voor de huisarts zal een “fonds tot aansporing van de
huisartsgeneeskunde” worden opgericht. De regering wil hiervoor in de
begroting 2006 een budget van € 5 miljoen reserveren. Het fonds voorziet
een vestigingspremie voor startende huisartsen en een tussenkomst voor
werkingskosten bij duo- en groepspraktijken van huisartsen. Het ASGB
vindt dat schitterend. De doorsnee zelfstandig en solowerkende huisarts
krijgt niets, en zeker niet de specialist, alhoewel de extramuraal
werkende specialist in een perfect vergelijkbare situatie verkeert.
Jammer genoeg blijven zowel de federale als de gewestelijke overheden
de extramurale specialisten miskennen. De overheid ziet specialisten
alleen nog in het ziekenhuis en ze denkt dat “praktijkassistenten” daar
gratis ter beschikking staan. De doorsnee burger en de collegae
huisartsen worden geïndoctrineerd met het feit dat ziekenhuizen worden
gesubsidieerd, maar ze vergeten er bij te vertellen dat die subsidies
niet bestemd zijn voor consultaties en aanverwante poliklinische
activiteiten. Die kosten worden integraal door de specialisten gedragen,
zowel intra- als extramuraal.
Voor de specialisten wordt uitgepakt met 40 extra eenheden NMR vanaf
01.07.2007. De Regering voorziet wel € 14,819 miljoen voor het budget
van financiële middelen van de ziekenhuizen, maar “vergeet” dat dit ook
bijkomende uitgaven voor de honoraria van de radiologen zal meebrengen.
De ministers gaan er blijkbaar van uit dat alle verstrekkingen die op de
40 extra NMR’s zullen worden uitgevoerd, CT en andere onderzoeken voor
100 % zullen substitueren. Wat medisch natuurlijk onmogelijk is, zeker
gezien de sterk groeiende, evidence based, indicaties voor NMR.
De regering belooft € 33 miljoen bijkomende middelen (of 0,6 % van
het budget 2006) in 2007 en evenveel (of even weinig) in 2008 wanneer er
een akkoord over 2 jaar wordt afgesloten en wanneer een herijking van de
honoraria wordt doorgevoerd. De huidige regering kan zich geenszins
engageren over 2008 vermits er ten laatste in mei 2007 nieuwe federale
verkiezingen zijn.
Minister DEMOTTE laat verstaan dat hij geen akkoord zal aanvaarden
indien er geen herijking in vervat zit, waarmee hij een niet-lineaire
indexering bedoelt. Op aansporing van Marc JUSTAERT, voorzitter van de
Christelijke Mutualiteiten, had de regering al de helft van de index
klinische biologie geconfisqueerd voor een bedrag van € 10,57 miljoen.
Er werd een informeel pre-akkoord bekomen dat de niet-lineaire
verdeling maximum op 10 % van de index zou mogen betrekking hebben. Het
totaal bedrag aan index 2006 (2,26 %) bedroeg € 121,731 miljoen. Na
vermindering met de helft van de index klinische biologie
(€ 10,575 miljoen) bleef € 111,16 miljoen over. Het maximum aan
herverdeling van index
(= niet-lineaire indexering) was dus € 11,116 miljoen.
Voortgaande op een aantal oefeningen van het RIZIV-actuariaat werd
tenslotte beslist dat de groepen van verstrekkingen die tussen 2000 en
2004 een jaarlijkse gemiddelde groei van RIZIV-uitgaven kenden met meer
dan 7,75 % geen index zouden krijgen. Een eerder voorstel waar de
jaarlijkse gemiddelde groei op 7,5 % werd gelegd, werd niet weerhouden.
In dat voorstel zou de inhouding van de index oplopen tot € 14,929
miljoen, wat duidelijk meer was dan de afspraak.
De anesthesie ontsprong hierdoor de besparingsdans : hun gemiddelde
jaarlijkse groei bedroeg 7,63 %, vooral ten gevolge van de sterke
stijging in de pijntherapie, en hun index 2006 werd geraamd op € 5,627
miljoen.
De niet-indexering werd derhalve beperkt tot volgende “sterke
stijgers” : de radiotherapie, de plastische chirurgie, de percutane
interventionele verstrekkingen, de ofthalmologie, de genetische
onderzoeken, de neurochirurgie en de fysiotherapie (cfr. tabel 14).
Impact indexinlevering door “sterke stijgers” in de RIZIV-uitgaven (bedragen
in miljoen €).
| Omschrijving |
2000
RIZIV-uitgaven |
2004
RIZIV-uitgaven |
Gemiddelde groei in % |
Geraamde RIZIV uitgaven 2006 zonder index |
Ingeleverde index 2006 |
Radiotherapie
Plastische chirurgie
Percutane interventionele verstrekkingen
Ofthalmologie
Genetische onderzoeken
Neurochirurgie
Fysiotherapie |
35,838
6,293
28,022
72,944
24,090
15,639
88,348 |
69,415
10,601
39,948
98,052
32,068
20,723
115,932 |
23,42
17,11
10,64
8,61
8,28
8,13
7,81 |
74,393
11,791
45,504
101,792
35,118
24,282
118,741 |
1,681
0,266
1,028
2,301
0,794
0,549
2,684 |
| Totaal |
271,174 |
386,739 |
9,29 |
411,621 |
9,303 |
| (Anesthesiologie) |
(175,684) |
(229,308) |
(7,63) |
(248,971) |
(5,627) |
Bron : RIZIV-actuariaat |
Tabel 14 |
Een restant van de index 2005 voor een bedrag van € 24 miljoen werd
door de regering “ter beschikking” gesteld voor nieuwe initiatieven.
PDF-versie 
|