|
De debatten over de groeiende uitgaven voor geneesmiddelen hebben het
ganse jaar 2005 de media beheerst. De groei is door allerlei
overheidsingrepen drastisch verminderd zoals blijkt uit tabel 3.
| Jaar |
RIZIV-uitgaven geneesmiddelen miljoen €
(1) |
Aantal inwoners
(2) |
RIZIV-uitgaven
geneesmiddelen/
inwoners/jaar
(in €) |
1999 = 100,0 |
2005
2004
2003
2002
2001
2000
1999 |
3.317,505*
3.248,070
2.954,905
2.724,349
2.601,556
2.439,726
2.261,561 |
10.432.955**
10.396.421
10.355.844
10.309.725
10.263.414
10.239.085
10.213.752 |
317,98
312,42
285,34
264,25
253,48
238,28
221,42 |
143,6
141,1***
128,9
119,3
114,5
107,6
100,0 |
(1) |
RIZIV Nota ARGV nr. 2005/84 dd. 03.10.2005 |
Tabel 3 |
| (2) |
Ecodota (http://www.statbel.fgov.be/figures/d21_nl.asp) |
|
| * |
Technische raming gebaseerd op de eerste 5 maanden 2005 |
|
| ** |
Gemiddelde aangroei 1999 tot 2004 : 36.534/inwonders/jaar;
hypothese 2005 bij gelijkblijvende groei |
|
| *** |
Gemiddelde jaarlijkse uitgavengroei van 1999 tot 2004 : +
7,1 %.
Groei 2004-2005 : + 1,8 %. |
|
De doorsnee Belg die dacht dat “kiwi” een fruitsoort was (de Chinese
kruisbes) weet nu dat het in feite een vogeltje is dat niet kan vliegen
en dat symbool staat voor de staat Nieuw-Zeeland.
Het “kiwi”-model staat voor de aankoop en de distributie door de
Nieuw-Zeelandse Staat van geneesmiddelen via openbare aanbesteding.
Alleen het geneesmiddel dat de Staat op die manier ter beschikking stelt,
wordt terugbetaald.
Vijf Belgische senatoren gingen ter plekke bij onze tegenvoeters kijken
ter voorbereiding van het parlementair geneesmiddelendebat : apotheker
Annemie VANDECASTEELE (VLD), huisarts Jacques GERMAUX (VLD), socioloog
Wouter BEKE (CD&V), beheerder Jean CORNIL (PS) en vertaler Luc PAQUE
(MR). Er was geen SP-A vertegenwoordiger meegereisd, omdat de SP-A
verkoos deel te nemen aan de vrouwendag in New York.
De SP-A heeft nochtans grote interesse voor het kiwi-systeem want op
29.04.2005 organiseerde ze een congres met als thema : “Is het
Nieuw-Zeelands model haalbaar in
België ?”. Gastspreker Ian Mc PHERSON, directeur bij de grootste
Nieuw-Zeelandse ziekteverzekeraars, deed een aantal uitspraken die
belangrijk zijn in het debat. Ik citeer : “De keuze voor het
(kiwi-)model is een ethische keuze. Er zijn beperkte ongemakken voor
artsen en patiënten, maar die worden er bij genomen omdat men beseft dat
de kosten voor de Overheid onhoudbaar worden”….
“Je kunt de kosten voor de gezondheidszorg niet drukken zonder de keuze
van de gesubsidieerde geneesmiddelen te beperken”.
Mogelijke problemen van individuele patiënten wuift hij gemakshalve weg
: “Pharmac (door de Nieuw-Zeelandse overheid opgericht aan- en
verkooporgaan van geneesmiddelen) schakelde recent over naar een
generisch astmageneesmiddel. Het medicijn is hetzelfde, maar de
inhalator zou minder goed werken. Dat soort zaken gebeurt, maar het gaat
om kleine ongemakken.”
Hij is ook van oordeel dat het Kiwi-model geen therapeutische
beperking inhoudt : “Artsen kunnen alle geneesmiddelen voorschrijven. De
patiënt moet alleen meer betalen als het geen gesubsidieerd geneesmiddel
is. … Pharmac heeft artsen altijd betrokken bij zijn beslissingen en hen
echte inspraak gegeven. Dat maakt dat de medische wereld vandaag op een
goede manier samenwerkt met Pharmac”.
In België boden zowel de artsen als de farmaceutische industrie fel
weerstand tegen het invoeren van het Kiwimodel via het ontwerp van
gezondheidswet. Ze wezen er ondermeer op dat Nieuw-Zeeland nauwelijks
mensen tewerkstelt in de farmaceutische industrie, en dan nog louter
voor de diergeneeskunde, en dat Nieuw-Zeeland meer aandacht schenkt aan
de inkomsten die het eiland verwerft via de schapenteelt dan aan de
uitgaven die nodig zijn om alle patiënten een individueel aangepaste
medicatie te kunnen voorschrijven.
Alleen huisarts Jacques GERMEAUX (VLD) bleef fors verdediger van het
integrale Kiwi-model : “In Nieuw-Zeeland heeft men er voor gekozen de
huisartsen een wortel voor de neus te houden. Ze hebben immers een deel
van het geld gekregen dat werd bespaard met de invoering van het
kiwimodel. Nu staat er 10 miljoen euro op de rekening van de
artsenorganisatie. Daarmee kunnen ze zelf een deel van hun sector
organiseren”. Als dat geen mooie Evidence Based Medicine gedachte is !
Uiteindelijk werd er een soort “genetisch gemanipuleerde” kiwi
opgenomen in de wet, een oplossing à la Belge.
Eind december 2005 kondigde minister DEMOTTE aan dat hij het
gebelgiceerd kiwimodel wil invoeren voor maagzuurremmers en
cholesterolverlagers vanaf juli 2006. Het idee werd gesteund door de VLD.
Ondertussen worden de artsen overdonderd met nieuwe reglementen. De
terugbetaling van de maagzuurremmers werd uiteengezet in 58 bladzijden
Belgisch Staatsblad en een ander K.B. legt het minimumpercentage vast
dat elk specialisme moet voorschrijven opdat zijn praktijk niet onder
monitoring zou worden geplaatst door de Dienst geneeskundige evaluatie
en controle. Indien na zes maand “monitoring” de arts zijn
voorschrijfgedrag niet heeft aangepast – dus meer “goedkope” middelen
heeft voorgeschreven – wordt hij gestraft met zware administratieve
boetes.
De eerste monitoringsperiode start vanaf 01.04.2006. Onder de
specialisten moeten de gynaecologen het laagste percentage “goedkope”
middelen voorschrijven (9 %), de gastro-enterologen, radiotherapeuten en
stomatologen het hoogste percentage (30 %) (cfr. Tabel 4).
| |
% voorgeschreven goedkope geneesmiddel
2de semester 2004 |
Verplicht minimum % goedkope geneesmiddelen
vanaf 01.04.2006 |
Verschil
% |
Tandartsen
Radiotherpaie
Stomatologie
Gynaecologie
Klinische biologie
Dermato-venerologie
Anatomo-pathologie
Oto-rhino-laryngologie
Orthopedie
Andere
Oftalmologie
Neurochirurgie
Anesthesiologie
Radiologie
Plastische heelkunde
Reumatologie
Fysiotherapie
Kindergeneeskunde
Pneumologie
Urologie
Heelkunde
Gastro-enterologie
Neurologie
Neuropsychiatrie
Algemene geneeskunde
Inwendige Geneeskunde
Nucleaire geneeskunde
Cardiologie
Psychiatrie |
40,2
37,0
29,2
7,4
16,1
18,8
15,8
12,4
11,4
15,2
12,2
12,0
14,6
14,4
15,4
10,4
13,2
10,1
8,1
14,8
17,3
24,7
9,6
10,6
20,5
17,2
10,1
21,0
10,3 |
30
30
30
9
18
21
18
15
14
18
15
15
18
18
19
14
17
14
12
19
22
30
15
17
27
24
18
29
21 |
+ 10,2
+ 7,0
- 0,8
- 1,6
- 1,9
- 2,2
- 2,2
- 2,6
- 2,6
- 2,8
- 2,8
- 3,0
- 3,4
- 3,6
- 3,6
- 3,6
- 3,8
- 3,9
- 3,9
- 4,4
- 4,7
- 5,3
- 5,4
- 6,4
- 6,5
- 6,8
- 7,9
- 8,0
- 10,7 |
Bron : RIZIV en BVAS-website |
Tabel 4 |
De eerste week van januari 2006 kregen alle artsen die in 2004 meer
dan 100 voorschriften per jaar maakten een geïndividualiseerde brief om
zich te situeren t.o.v. het K.B. van 17.09.2005 (dat een uitvoering is
van de volmachten van de gezondheidswet van 27.04.2005).
Heel wat bemerkingen werden ons vanuit verschillende
beroepsverenigingen en
(deel-)specialismen overgemaakt, ondermeer door gastro-enterologen,
endocrinologen, pediaters, pneumologen…
In de berekeningen van het RIZIV werd het voorschrift op stofnaam
(VOS) nog niet opgenomen vermits het pas in voege ging in oktober 2005
en in 2005 verschenen er ook heel wat nieuwe generieken op de markt.
Het is dan ook niet te verwonderen dat uit een Pharma.be memo,
blijkt dat de geneesmiddelen die op 01.01.2006 aan de definitie
“goedkopere” geneesmiddelen beantwoordden, in 2005 al 31,72 % van de
voorschriften in DDD uitmaken of bijna één voorschrift op drie. Het
betreft zowel de originele merkgeneesmiddelen waarvan het octrooi
vervallen is en waarvan de prijs werd verlaagd tot de basis van de
referentieterugbetaling, de kopiegeneesmiddelen en generica, als de
geneesmiddelen voorgeschreven op basis van de stofnaam (VOS).
Het valt op dat de groei van voorschriften van “goedkopere”
geneesmiddelen het sterkst uitgesproken is bij de originele
geneesmiddelen opgenomen in de referentieterugbetaling en waarvan de
prijs werd verlaagd tot de referentiebasis. Het aandeel van deze
geneesmiddelen stijgt van 5,96 % in 2004 naar 13,66 % in 2005 wat een
toename betekent met 129,2 %.
De generieken of kopieën stegen van 12,23 % in 2004 naar 18,06 % in 2005
of een toename met 47,7 %. Het voorschrift op stofnaam tenslotte steeg
van 18,2 % in 2004 naar 31,72 % in 2005 of een toename met 74,3 %.
Het valt op dat de voorschrijvende artsen het meeste vertrouwen
hebben in de hen bekende geneesmiddelen die in prijs werden verlaagd.
Eén van de verklaringen hiervoor kan zijn dat het gebruik van deze
geneesmiddelen de therapietrouw van de patiënt bevordert, in
tegenstelling tot het voorschrijven op stofnaam of het voorschrijven van
generieken. Bij VOS weet de arts nooit welk geneesmiddel wordt
afgeleverd, tenzij in het geval er slechts één merknaam van die stof op
de markt is, en de veelheid van de generieken voor eenzelfde actieve
stof kan tot verwarring leiden, met alle gevaren vandien voor de patiënt,
zoals vb. overdosering.
Deze evolutie in het voorschrijfgedrag van artsen, lang voordat het
strafmaatregelensysteem dat in het Koninklijk besluit van 17.09.2005
(B.S. 27.09.2005) in voege kan treden, bewijst dat de artsen, en niet in
het minst de huisartsen die toch +/- 80 % van alle geneesmiddelen
voorschrijven, wel degelijk kostenbewust voorschrijven.
En dat ondanks de onophoudelijke kritieken in de media. Het waanidee dat
artsen – zowel buiten als binnen het ziekenhuis – geld verdienen aan het
voorschrijven van – liefst dure – geneesmiddelen, wordt met gretigheid
in de media onderhouden. Daar helpt geen lievemoederen aan.
Naar jaarlijkse traditie stuurde ook Testaankoop weer een legertje
goed geïndoctrineerde toneelspe(e)l(st)ers op pad om te bewijzen dat er
veel te veel medicijnen worden voorgeschreven. “Eén arts op drie schreef
volgens onze onderzoekers onnodig antibiotica voor. En na enig
aandringen deed zelfs één op twee dat”.
Als sinterklaascadeau kondigde Prof. Herman GOOSSENS (microbiologie
UZA) als ondervoorzitter van de Belgische Commissie voor de Coördinatie
van het antibioticabeleid (BAPCOC) op 06.12.2005 in de pers aan dat er
zich tussen 2000 en 2004 een spectaculaire vermindering met 30 % heeft
voorgedaan in het antibioticumvoorschrift.
Toch weigerden de mutualiteiten in mei 2005 in het
RIZIV-verzekeringscomité te erkennen dat er een trendbreuk was in het
voorschrijfgedrag van geneesmiddelen. In het voorschrijven van
antibiotica stond de gedragswijziging onomstotelijk vast. In het
gebruik van goedkopere antihypertensiva zag men een begin van dalende
trend.
Het vaststellen van die trendbreuk was noodzakelijk om de helft van
de index 2005 te bekomen. De andere helft was in feite al “gebruikt” om
de opwaardering van de consultaties (specialisten en huisartsen) en de
huisbezoeken door huisartsen te kunnen financieren.
Maar zelfs indien alle artsen de perfectie zouden bereiken in het
adequaat voorschrijven, dan nog is het probleem van de explosieve
uitgavengroei niet opgelost. Binnenkort komen de medicaties op de markt
die zullen ingrijpen op moleculair biologisch niveau.
Cytostaticia en antitumorale middelen zullen zeer gericht bepaalde
maligne of andere (vb. angiogenese) cellen kunnen aanvallen, afremmen in
hun groei of vernietigen.
België heeft toponderzoekers in dit domein in huis zoals Prof. Peter
CARMELIET, KULeuven, die in dit domein revolutionair onderzoek verricht
dat internationaal wordt erkend.
De mogelijkheden lijken onbegrensd, maar de farmaceutische industrie
wil enige garantie dat die peperdure research zich ooit zal terugbetalen.
Terwijl premier VERHOFSTADT in Korea de Belgische industrie aan het
promoten was en een opslagbedrijf voor de producten van “Kruidvat” en
“Ici Paris” meebracht om onder te brengen in de vroegere Renault
fabrieken te Vilvoorde, besliste de top van het Pfizerconcern in New
York dat de geplande investering in het Belgische Puurs (185 miljoen €,
100 extra banen) niet doorging.
De plooien tussen premier VERHOFSTADT, minister DEMOTTE en de top van
Pharma.be en de grootste Belgische pharmaceuticabedrijven lijken nog
steeds niet helemaal gladgestreken, ondanks de poging dd. 15.11.2005 in
de Wetstraat 16 om een “Pax Pharmaceutica” te bewerkstelligen.
Maandag 23.01.2006 werd ter zitting het dossier HERCEPTINE® in het
RIZIV-Verzekeringscomité uitgedeeld met de vraag vanwege minister
DEMOTTE om het ogenblikkelijk te behandelen.
Er is medische evidentie dat HERCEPTINE® als adjuvans behandeling bij
de “klassieke” behandeling van borstkanker het aantal recidieven met
2/3den vermindert. Het wordt dus bijna onethisch om sommige vrouwen wel
en andere niet die kans te bieden. De kostprijs per patiënt en per jaar
bedraagt echter +/- 30.000 €, alhoewel producent Roche een deel hiervan
ten laste wil nemen.
De minister stelt voor de terugbetaling via “artikel 56” te laten
lopen. Dit betekent dat de uitgaven betaald worden vanuit de begroting
administratiekosten van het RIZIV en dus niet opgenomen worden in de
gezondheidszorguitgaven.
Dergelijke alternatieve betalingsingrepen via artikel 56 worden in de
Algemene Raad van het RIZIV steeds fel gecontesteerd door de vakbonden,
in het bijzonder door het ABVV, en door de werkgevers, omdat zij van
oordeel zijn dat de uitgaven voor de gezondheidszorg hierdoor vervalst
worden en ook niet meer internationaal vergelijkbaar zijn vb. door de
OESO.
Een ander probleem is dat deze werkwijze de Herceptine behandeling
zou kunnen doen concentreren in enkele “gespecialiseerde centra” (art.
56, § 2, 2°), wat zou passen in het idee dat er nog slechts enkele
(universitaire ?) borstcentra zouden mogen blijven functioneren in
België.
Wij zijn van oordeel dat alle erkende oncologische zorgprogramma’s
deze behandeling moeten kunnen instellen. Ze moeten dan wel de wettelijk
vereiste wetenschappelijke rapportering en evaluatie opmaken.
PDF-versie 
|