|
Schets van het onderwerp
De continue medische navorming (CMV) en de continue professionele ontwikkeling (CPO) vormen een belangrijk
luik van de hedendaagse opleiding. De opleiding van arts (specialist) vangt aan met een “ondergraduaats-” en
graduaatsopleiding aan de universiteit gevolgd door een postgraduaatsopleiding (idealiter) in samenwerking
met het beroep en de universiteit.
Vroeger eindigde het proces hier. Inmiddels is het overduidelijk dat een practicus die zijn kennis en
bekwaamheden op punt wil houden, voortdurend zou moeten bijscholen.
Hierbij spelen de CMV en de CPO een belangrijke rol.
Eerst was er de continue medische navorming die hoofdzakelijk bestond uit theoretische cursussen en
congressen.
De CMN wordt nu aangevuld met de verbetering van de communicatie, informatietechniek, sociale en
managementvaardigheden, waarbij de nadruk wordt gelegd op de praktijk van elke individuele practicus en zijn/haar
noden.
De organisatie van de vraag naar CMN/CPO in de verschillende lidstaten van de EU is in handen van de
Nationale Accrediteringsautoriteit (NAA); dit kan op nationale of regionale basis (of een combinatie van
beide).
De NAA bepaalt het aantal en type “kredieten” dat elk jaar of gedurende een welbepaalde periode verworven
moet worden.
Het volgen van een enkel type CMN/CPO volstaat niet om alle kredieten te vergaren. Zo is het bv. niet
mogelijk om alle kredieten te verzamelen dmv long distance leerprogramma’s.
Andere opties zoals : deelname aan congressen, duurzaam materiaal (CD-Rom of artikels) spelen evengoed een
rol in de CMN/CPO van een arts.
Dit behoort nog steeds tot de verantwoordelijkheid van de verschillende NAA’s .
De UEMS heeft de EACCME gelanceerd om Europese geneesheren-specialisten de mogelijkheid te bieden kredieten
te verzamelen voor buitenlandse vergaderingen, die door de NAA werden goedgekeurd, zonder dat de procedure
in eigen land overgedaan moet worden.
Als ik als patholoog bv. deelneem aan een vergadering, georganiseerd door de Britse afdeling van de
International Academy of Pathology, en geaccrediteerd door het Royal College of Pathologists van het VK, is
het zinloos dat de Belgische Accrediteringsautoriteit deze goedkeuringsprocedure zou overdoen.
Na de opstarting van de EACCME, hebben we gepleit voor de oprichting van een clearing house voor de
centralisatie van alle Europese accrediteringsaanvragen.
Het was de bedoeling om zowel de goedkeuring van de verantwoordelijke NAA als van de betrokken UEMS-sectie
te bekomen.
De verantwoordelijke NAA is deze van het land (of de regio) waar de vergadering doorgaat.
De betrokken sectie is deze van de specialiteit waarop de vergadering zich toespitst, bv. met het grootste
doelpubliek.
Aangezien elke sectie, per EU-lidstaat, twee afgevaardigden van het specialisme telt, kunnen we aannemen dat
haar advies over de beoordelingen bijzonder representatief is voor het domein.
UEMS – korte historiek
Oprichting
De Europese Vereniging van Geneesheren-Specialisten (UEMS) werd op 20 juli 1958 in Brussel opgericht – een
jaar na de ondertekening van het Verdrag van Rome - door de gemandateerde vertegenwoordigers van de
beroepsorganisaties van geneesheren specialisten van de 6 lidstaten die destijds de prille Europese
Economische Gemeenschap (EEG) vormden.
Dankzij de vooruitziendheid van de stichters, kon de UEMS snel contacten aanknopen met de betrokken
instanties van de EEG en basisprincipes opstellen voor de opleiding van Europese geneesheren-specialisten.
Beleid van de UEMS
De UEMS legde zich meteen toe op het probleem van de kwaliteit en trachtte de Europese Commissie en de
lidstaten een relatief hoog opleidingsniveau op te leggen voor toekomstige geneesheren-specialisten in de
zes EEG-lidstaten. Deze toekomstvisie leidde tot de uitwerking van gemeenschappelijke algemene criteria voor
alle specialisten die binnen de EEG circuleren.
Historische en politieke context
De continue medische navorming (CMN) en de continue professionele ontwikkeling (CPO) hebben altijd tot de
voornaamste bezigheden van de UEMS behoord aangezien ze in grote mate bijdragen tot de kwaliteit van de
zorgverlening en het hoog opleidingsniveau van de geneesheren-specialisten. Dit leidde in 1993 tot de
aanvaarding van het “Charter van de UEMS over de CMN”. Sedertdien werd het werk op het domein van de CMN en
de CPO verdergezet en werden andere verklaringen en standpunten aangenomen ondermeer de « Verklaring van
Bazel over de CMN » (2001) en de « Verklaring over de bevordering van de adequate zorgverlening » van de
UEMS (2004).
Verschillende Europese landen sloegen tegelijkertijd de weg in van de verplichte CMN, gecombineerd met een
vernieuwing van het certificaat of de wettelijke en professionele vergunning, financiële stimuli of
contracten met verzekeringsinstellingen en ziekenhuizen. Niettegenstaande de UEMS voorstander is van een CMN
op vrijwillige basis, bleek het opportuun om de Europese geneesheren een handje te helpen en werd in oktober
1999 de Europese Accrediteringsraad voor Continue Medische Navorming (EACCME) opgericht om:
- de toegankelijkheid tot een kwalitatief hoogstaande CMN voor de Europese geneesheren te verzekeren;
- bij te dragen tot de kwaliteit van de CMN in Europa en
- de uitwisseling van de navormingskredieten in Europa te vergemakkelijken.
De kwaliteitscontrole van de navormingsactiviteiten speelt een sleutelrol in het proces. Vandaar dat werd
besloten om gedecentraliseerd te werk te gaan en een beroep te doen op de expertise van de bestaande
nationale en Europese accrediteringsorganismen.
De link tussen de Europese en nationale niveaus wordt verzekerd door de EACCME dat instaat voor de
dagelijkse leiding van de Europese accreditering. Het moet zich schikken naar de politieke autoriteit van de
nationale professionele regulariseringsinstanties die instaan voor de registratie van de CMN en de CPO van
de geneesheren en de toekenning om het beroep te mogen beoefenen.
Structuur van de EACCME®
De EACCME® werd in 1999 opgericht als aparte afdeling van de UEMS alhoewel deze geleid werd door de Council.
Bij de herziening van de statuten, stelde het Uitvoerend comité voor om de EACCME® op te waarderen tot één
van de vijf echte organen van de UEMS teneinde het belang ervan te benadrukken.
Het bestuur van de EACCME® blijft evenwel ongewijzigd :
- De UEMS council blijft het leidend orgaan, samengesteld uit vertegenwoordigers van de nationale
verenigingen van alle lidstaten van de UEMS.
- Een raadgevende raad (advisory council) geeft aanbevelingen over het beleid van de Europese accreditering.
Dit orgaan omvat vertegenwoordigers van
- de nationale beroepsinstanties inzake CMN, met inbegrip van de nationale accrediteringsorganismen;
- de UEMS via de Secties en Boards;
- de gespecialiseerde beroepsorganisaties en -verenigingen.
Deze raad maakt kennis- en expertiseuitwisseling evenals samenwerking tussen de verschillende betrokken
accrediteringspartijen op Europees vlak mogelijk. Eenmaal per jaar roept de UEMS een vergadering van deze
raad bijeen met het oog op de verdere ontwikkeling van de EACCME® procedures, in samenwerking met de leden
van deze raad.
- Het dagelijks beleid van de EACCME® is in handen van het Uitvoerend comité van de UEMS ten zetel van het
secretariaat in Brussel.
Van bij aanvang was het duidelijk dat de nationale professionele reguleringsorganen zouden instemmen met een
structuur zoals de EACCME®, die de uitwisseling van CMN-kredieten (ECMEC’s) in Europa mogelijk maakt, op
voorwaarde dat deze organen verantwoordelijk zouden blijven voor de evenementen in eigen land en een
belangrijke inbreng zouden hebben in het EACCME® proces. Een politieke realiteit. Daarenboven moeten we er
rekening mee houden dat binnen enkele jaren in verschillende landen een herziening van certificatie zal
doorgevoerd moeten worden. De NE kunnen daarbij als uitgangsbasis dienen.
Praktische werking
De EACCME® werd gemandateerd door de nationale reguleringsorganismen onder welbepaalde voorwaarden.
a) De nationale instanties blijven bestaan. De EACCME® is geen supranationaal orgaan maar een link en
clearing house tussen de nationale reguleringsorganismen.
b) De eindbeslissing over de accreditering van de activiteiten ligt bij het nationaal reguleringsorganisme
van het land dat de activiteit organiseert.
c) De administratie in Brussel moet tot een minimum worden beperkt.
d) De kwaliteitsgarantie en de vaststelling van het aantal navormingskredieten van de verschillende
navormingsactiviteiten moeten gecentraliseerd worden, om herhaling van de procedures voor
kwaliteitsverzekering te voorkomen. Hierbij rekent de EACCME® op de expertise van de beroepsorganisaties van
elk specialisme (zoals de secties en/of boards van de UEMS en de Europese Colleges van de diverse
specialismen).
e) Commerciële activiteiten en internet activiteiten worden niet geaccrediteerd en momenteel moet elke
activiteit afzonderlijk beoordeeld worden. De organisatoren zijn dus niet geaccrediteerd voor
activiteitenreeksen die over verschillende jaren gespreid zijn.
f) De administratieve onkosten van de EACCME® worden gedragen door de organisatoren die Europese
accreditering voor hun activiteiten aanvragen. De onkosten moeten beperkt worden. Zo moet vermeden worden
dat het werk dat reeds door andere accrediteringsorganismen werd gedaan in Brussel nogmaals overgedaan wordt.
De erkenning van EACCME® kredieten (European Continuing Medical Education Credits – Europese kredieten van
continue medische navorming) gebeurt door de nationale instanties op deze voorwaarden. De EACCME® handelt
binnen dit kader en overeenkomstig deze regels.
Het accrediteringsproces in Europa omvat twee partijen, enerzijds de nationale accrediteringsinstanties en
anderzijds de gespecialiseerde Secties en/of Boards van de UEMS. De verantwoordelijke nationale instanties
worden bepaald in functie van de plaats waar de vergadering doorgaat; de betrokken gespecialiseerde secties
in functie van het specialisme of doelpubliek waarop de vergadering betrekking heeft.
Hoe gaat het eraan toe in de praktijk?
De organisator van een activiteit stuurt het aanvraagformulier, vergezeld van alle nodige documenten naar
het bureau van de EACCME® ten zetel van de UEMS, Kroonlaan 20, 1050 Brussel of vervolledigt het
aanvraagformulier op de website.
Dit formulier zal aan beide partijen worden overgemaakt.
De betrokken Sectie en/of de Board van de UEMS gaat over tot een wetenschappelijke evaluatie van de
navormingsactiviteit. Deze evaluatie gebeurt overeenkomstig de kwaliteitscriteria van de UEMS, omschreven in
het document D-9908.
Beide partijen worden verzocht om binnen een welbepaalde termijn, hun goedkeuring of weigering van
accreditering mede te delen, waarna de EACCME® van de UEMS het aantal navormingskredieten bepaalt.
Aangezien de verschillende nationale accrediteringsinstanties verschillende kredietsystemen hanteren, werden
ECMEC (European CME Credits) geïntroduceerd teneinde het aantal navormingskredieten te harmoniseren op
volgende basis:
1 ECMEC per uur;
3 ECMEC maximaal voor een halve dag en
6 ECMEC maximaal voor een activiteit die een volledige dag beslaat
De nationale instanties kunnen vervolgens deze kredieten omzetten in nationale eenheden overeenkomstig de
nationale regelgeving.
Van zodra beide partijen akkoord gaan, ontvangt de organisator een schrijven dat de Europese accreditering
bevestigt.
Deze brief bestaat uit drie zinnen. In de eerste zin wordt de goedkeuring bevestigd en worden de betrokken
partners vermeld.
Vervolgens wordt het aantal toegekende ECMEC medegedeeld (en het aantal nationale kredieten overeenkomstig
de regelgeving van de nationale accrediteringsinstanties van het land waar de activiteit plaatsgrijpt).
De derde zin informeert over de wederzijdse erkenning tussen de EACCME® van de UEMS en de AMA PRA Class 1
credits. (In de Verenigde Staten gebruikt de American Medical Association credits, de Physicians Recognition
Awards, die uit verschillende klassen bestaan. Alleen de eerste soort, de Class 1, heeft een echte waarde.)
Evaluatie van de activiteiten
Het is bijzonder moeilijk (zelfs onmogelijk) om een activiteit, voor deze heeft plaatsgevonden, terdege te
evalueren enkel en alleen op basis van de documenten die de organisator verstrekt. Daarom zullen de
organisatoren binnenkort een beoordeling door de deelnemers moeten voorleggen. Dit kan erg beknopt, want een
te gedetailleerde beoordeling is moeilijk te analyseren. De voornaamste vragen zouden luiden :
- was de vergadering goed georganiseerd?
- heb ik tijdens deze vergadering iets bijgeleerd?
- zal deze kennis mijn medische praktijk beïnvloeden?
- heb ik enige bias gevoeld?
De beoordeling kan bv. in vijf gradaties gaande van « volledig akkoord » tot « helemaal niet akkoord ».
Het is geenszins de bedoeling om naderhand reeds toegekende kredieten weer in te trekken. Maar een
dergelijke beoordeling kan de evaluatie van een volgende vergadering van hetzelfde type door dezelfde
personen, vergemakkelijken.
De EACCME is vooral belangrijk voor de evaluatie van grote internationale evenementen die geregeld
wederkeren, aangezien het accrediteringsproces derwijze aanzienlijk vereenvoudigd kan worden.
Meerwaarde : Quid?
Zoals aangetoond schuilt de meerwaarde van de EACCME® in de band die het schept tussen de
beroepsverenigingen, de organisatoren van navormingsactiviteiten en de nationale reguleringsinstanties. Elke
procedurewijziging vereist de instemming van de nationale reguleringsorganismen. Elke inbreuk hierop brengt
de doelstelling van de EACCME in gevaar en betekent een opschorting van het akkoord met de American Medical
Association inzake de wederzijdse erkenning van EACCME kredieten en AMA.
Voor de organisatoren schuilt de meerwaarde in de internationale dimensie die aan de activiteit wordt
toegekend. Het aantal buitenlandse deelnemers, zelfs uit de VS, die de vergaderingen bijwonen, zal
ongetwijfeld toenemen.
De overeenkomst met de American Medical Association werd met ingang vanaf 1 juli 2006, met 4 jaar verlengd,.
Het voordeel op lange termijn schuilt in de link met de nationale reguleringsorganismen. Deze organismen
willen ten alle koste hun nationale bevoegdheid inzake de toekenning van kredieten aan geneesheren in hun
respectievelijke landen behouden. De EACCME® biedt hen de mogelijkheid om actief deel te nemen en deze
bevoegdheid te bewaren. Derwijze worden de uitwisselingen van navormingskredieten in Europa vereenvoudigd
naar het voorbeeld van de postgraduaatsdiploma’s die wederzijdse erkenning genieten overeenkomstig de
Europese wetgeving.
Tenslotte, zijn het de nationale accrediteringsorganismen en overheden die de toestemming verlenen om het
beroep uit te oefenen. Het einddoel is een systeem uitwerken dat het leven van onze collegae vergemakkelijkt
door hen een erkende kwalitatief hoogstaande navorming aan te bieden met de waarborg dat hun
navormingskredieten beantwoorden aan de nationale vereisten.
Dr Bernard Maillet,
Secretaris-generaal
PDF-versie 
|