|
WIL DEMOTTE DAT ALLE SNIJDENDE DISCIPLINES DE INSTRUMENTEN NEERLEGGEN?
De minister van Sociale zaken en Volksgezondheid heeft zopas een KB (11 juli 2005) gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad (25 juli 2005) waarin een
reeks aanpassingen worden aangebracht aan het basisbesluit van 25.04.2002 over het ziekenhuisbudget.
Art. 1 van voormeld KB wijzigt artikel 13 van het basisbesluit, dat de samenstellende elementen van de Onderdeel B2 (de personeelslasten) van het budget
van financiële middelen van het ziekenhuis bepaalt. Punt 1° van dit artikel wordt nu: (het budget van onderdeel B2 dekt:) "1° de kosten van het
verplegend en verzorgend personeel, behalve de instrumentisten van de operatieafdeling;".
Over gezond verstand en onzin van overheidsmaatregelen: wat is de betekenis van de uitsluiting van deze "instrumentisten" uit het ziekenhuisbudget?
-
Er is bij ons weten geen enkel gezondheidszorgberoep dat de beroepstitel of bijzondere beroepsbekwaamheid van "instrumentist" draagt. Volgens het
Belgisch Staatsblad kent de ganse Belgische wetgeving alleen "instrumentisten" in het kader van het (militair) orkest van de Muziekkapel der Gidsen,
of van de hiërarchische indeling van de graden van het administratief, cultureel en technisch personeel van de RTBF en van de VRT, evenals blijkbaar
van de beroepenclassificatie van het Paritair Subcomité van de cementfabrieken.
Juridisch gezien wordt er dus helemaal geen beroepsgroep uitgesloten die in het budget van financiële middelen van het ziekenhuis zou kunnen
thuishoren.
-
Wel is er een Koninklijk Besluit van 18 juni 1990 dat de lijst bepaalt van de "technische verpleegkundige prestaties en handelingen". Deze lijst
bestaat uit enerzijds (Bijlage I) de lijst van de technische verpleegkundige prestaties (vastgesteld met toepassing van art. 21 quinquies, §3 van het
KB nr 78 van 10.11.1967 over de gezondheidszorgberoepen), welke dus autonome verpleegkundige verstrekkingen zijn, die op hun beurt opgedeeld worden in
prestaties "B1" waarvoor geen voorschrift van een arts nodig is, en de prestaties "B2" waarvoor wel een voorschrift van een arts nodig is. Anderzijds
is er in Bijlage II van voormeld besluit een lijst van handelingen die door een geneesheer aan beoefenaars van de verpleegkunde kunnen toevertrouwd
worden, nl. de lijst C; hier gaat het uitdrukkelijk om toevertrouwde geneeskundige handelingen.
De Bijlage I van voormeld KB van 18 juni 1990 vermeldt onder categorie B1 "Beheer van de chirurgische en anesthesiologische uitrusting", en onder B2
"voorbereiding, assistentie en instrumenten (Fr. tekst: "instrumentation") bij medische en chirurgische ingrepen”.
Deze taken behoren dus tot de autonome verpleegkundige verstrekkingen, d.w.z. tot de normale taakbeschrijving van de verpleegkundigen.
-
Als het Demotte's bedoeling is om verpleegkundig personeel dat boven de personeelsnorm wordt ingezet met het akkoord van de medische raad en op
vraag van de chirurgen niet te dekken via het ziekenhuisbudget, dan is deze maatregel zinloos en overbodig. De huidige bepalingen van artikel 140, §§4
en 5 van de ziekenhuiswet bieden immers voldoende mogelijkheden om dit probleem op te lossen.
-
Als het evenwel de bedoeling is de voormelde technische verpleegkundige verstrekkingen, d.w.z. de "core bussiness" van het OK-personeel, niet meer
te dekken via het budget van financiële middelen van het ziekenhuis, dan is deze maatregel op zijn zachts gezegd ondoordacht. Terwijl Demotte sedert
zijn Gezondheidsdialogen loopt te kakelen over herfinanciering van de ziekenhuizen, peuzelt hij stiekem zijn windeieren weer op. De lippendienst die
hij hier meent te bewijzen aan CD&V- Voorzitter Vandeurzen die al een decennium rondloopt met een "instrumentisten"-obsessie, dreigt dan helaas een
totale desorganisatie van het normale dagdagelijkse fundamentele verpleegkundige werking in de harde kern van het ziekenhuis te veroorzaken.
Beiden hadden beter even nagedacht over de mogelijke gevolgen daarvan, niet alleen voor het ziekenhuisbudget, maar vooral voor de patiënten. Want als
voortaan de "voorbereiding, assistentie en instrumentatie bij medische en chirurgische ingrepen" niet meer gedekt zouden worden door het
ziekenhuisbudget, dan hadden ze ook moeten rekening houden met het feit dat de technische verpleegkundige verstrekkingen niet opgenomen zijn in de
nomenclatuur zodra de patiënt in een ziekenhuis wordt opgenomen.
Demotte en Vandeurzen hebben dus hand in hand de ideale voedingsbodem geschapen voor extramurale chirurgie.
Als dat de ratio legis is van "behalve de instrumentisten van de operatieafdeling", dan zullen alle snijdende specialismen inderdaad, weze het om
veiligheidsredenen, de instrumenten in het ziekenhuis moeten neerleggen.
Passende acties en manifestaties worden gepland in september, in overleg met alle betrokken beroepsverenigingen en samen met de artsensyndicaten.
We rekenen uiteraard op muzikale begeleiding van alle instrumentisten.
|