|
14 FEBRUARI 2005. - Ministerieel besluit tot vaststelling van de bijzondere
criteria voor de erkenning van geneesheren-specialisten houders van de
bijzondere beroepstitel in de urgentiegeneeskunde, van geneesheren-specialisten
in de urgentiegeneeskunde en van geneesheren-specialisten in de acute
geneeskunde, alsook van de stagemeesters en stagediensten in deze disciplines
(B.S. d.d. 4.3.2005)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit moet worden verstaan onder :
1° spoedgevallendienst : een erkende functie gespecialiseerde spoedgevallenzorg,
zoals bedoeld in het koninklijk besluit van 27 april 1998 tot vaststelling van
de normen waaraan een functie « gespecialiseerde spoedgevallenzorg » moet
beantwoorden om erkend te worden;
2° dienst voor intensieve behandeling : de functie voor intensieve zorg zoals
bedoeld in het koninklijk besluit van 27 april 1998 tot vaststelling van de
normen waaraan een functie voor intensieve zorg moet voldoen om erkend te
worden;
3° mobiele urgentiegroep : de functie « mobiele urgentiegroep » zoals bedoeld in
het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 houdende vaststelling van de normen
waaraan een functie « mobiele urgentiegroep » moet voldoen om te worden erkend.
HOOFDSTUK II. - Criteria voor de erkenning
als geneesheer-specialist in de urgentiegeneeskunde
en als geneesheer-specialist in de acute geneeskunde
Art. 2. Hij die wenst erkend te worden voor :
1° de bijzondere beroepstitel van geneesheerspecialist in de
urgentiegeneeskunde, bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 25
november 1991 houdende de lijst van bijzondere beroepstitels voorbehouden aan de
beoefenaars van de geneeskunde, met inbegrip van de tandheelkunde, moet een
erkende geneesheer-specialist zijn in een van de volgende disciplines : a)
anesthesie-reanimatie; b) inwendige geneeskunde; c) cardiologie; d)
gastro-enterologie; e) pneumologie; f) reumatologie; g) heelkunde; h)
neurochirurgie; i) urologie; j) orthopedische heelkunde; k) plastische
heelkunde; l) pediatrie; m) neurologie.
De opleiding omvat in dit geval ten minste twee jaar voltijdse stage in één of
meer daartoe erkende stagediensten voor urgentie, en waarvan zes maanden in een
dienst voor intensieve behandeling en ten minste één jaar na de erkenning als
geneesheer-specialist in de hoofdspecialiteit;
2° de bijzondere beroepstitel van geneesheerspecialist in de
urgentiegeneeskunde, bedoeld in artikel 1 van het genoemde koninklijk besluit
van 25 november 1991, moet een arts zijn die een opleiding in de
urgentiegeneeskunde gedurende zes jaar voltijds heeft vervolledigd, in een of
meerdere daartoe erkende stagediensten in de urgentiegeneeskunde, waaronder
twaalf maanden in een dienst voor intensieve zorg.
Met instemming van zijn stagemeester mag hij zijn stage ten belope van ten
hoogste twee jaar vervullen in stagediensten erkend voor de opleiding in een van
de disciplines bedoeld in artikel 2, 1°.
De opleiding van de kandidaat, verworven in het kader van de opleiding beoogd in
3°, kan in aanmerking komen voor drie jaar;
3° de bijzondere beroepstitel van geneesheer-specialist in de acute geneeskunde,
bedoeld in artikel 1 van het genoemde koninklijk besluit van 25 november 1991,
moet een arts zijn die gedurende drie jaar een voltijdse opleiding gevolgd heeft
in meerdere erkende stagediensten en waarvan ten minste 18 maanden in
urgentiediensten erkend als stagediensten et 18 maanden in de volgende
disciplines : anesthesie-reanimatie, intensieve zorg, inwendige geneeskunde,
heelkunde en kindergeneeskunde.
De beroepservaring van de kandidaat, verworven tijdens en na de opleiding beoogd
in artikel 6, § 3, 2°, kan voor maximaal twaalf maanden in aanmerking komen.
Art. 3. § 1. Ten minste één keer tijdens zijn opleiding in de
urgentiegeneeskunde, moet de kandidaat voor een van de in artikel 2, 1°, 2° of
3° bedoelde beroepstitels, een mededeling doen aan een gezaghebbende
wetenschappelijke vergadering of een artikel publiceren over een onderwerp
inzake urgentiegeneeskunde in een gezaghebbend wetenschappelijk tijdschrift.
§ 2. Een geneesheer-specialist houder van de bijzondere beroepstitel in de
intensieve zorg, kan erkend worden voor het dragen van de bijzondere
beroepstitel van geneesheerspecialist in de urgentiegeneeskunde, bedoeld in
artikel 2 van het genoemde koninklijk besluit van 25 november 1991, na het
vervullen van een stage in de urgentiegeneeskunde van ten minste één jaar.
HOOFDSTUK III. - Criteria voor het behouden van de erkenning
Art. 4. Om erkend te blijven voor het dragen van de bijzondere beroepstitel van
geneesheer-specialist in de urgentiegeneeskunde of in de acute geneeskunde,
bedoeld in artikel 1 van het genoemde koninklijk besluit van 25 november 1991,
moet de houder van de erkenning :
1° een medische functie als hoofdactiviteit uitoefenen die in nauw verband staat
tot de urgentiegeneeskunde;
2° het bewijs leveren dat hij zijn kennis, bevoegdheden en medische prestaties
inschat, onderhoudt en ontwikkelt om zodoende de geneeskundige zorg, conform de
actuele gegevens van de wetenschap, te kunnen verstrekken.
Om erkend te blijven voor het dragen van de bijzondere beroepstitel van
geneesheerspecialist in de urgentiegeneeskunde, bedoeld in artikel 2 van het
genoemde koninklijk besluit van 25 november 1991, moet de houder van de
erkenning erkend blijven in één van de disciplines bedoeld in artikel 2, 1°, en
voldoen aan de voorwaarden bepaald in het eerste lid.
HOOFDSTUK IV. - Criteria voor de erkenning van stagemeesters
in de urgentiegeneeskunde en acute geneeskunde
Art. 5. § 1. De stagemeester moet aan de algemene erkenning criteria voor
stagemeesters beantwoorden.
§ 2. De stagemeester moet voltijds als hoofd van de spoedgevallendienst werkzaam
zijn en het grootste deel van zijn tijd besteden aan klinische en technische
activiteiten met betrekking tot zijn bekwaamheid in de urgentiegeneeskunde.
§ 3. De stagemeester kan instaan voor de opleiding van kandidaat-specialisten
naar rata van maximum twee kandidaten per voltijds aan de spoedgevallendienst
verbonden arts, houder van een van de in artikel 2, 1°, 2° of 3° bedoelde
beroepstitel.
§ 4. De stagemeester, die zelf ten minste sedert acht jaar als houder van de
bijzondere beroepstitel in de urgentiegeneeskunde erkend moet zijn, dient ten
minste over één voltijdse, aan de spoedgevallendienst verbonden, medewerker te
beschikken.
§ 5. De stagemeester moet, bekleed met reële verantwoordelijkheid, deelnemen aan
het opzetten en de werking van het alarmplan voor de ziekenhuisdiensten van de
verzorgingsinstelling waaraan de spoedgevallendienst verbonden is.
§ 6. De stagemeester zorgt ervoor dat de kandidaat een opleiding volgt in alle
aspecten van de spoedgevallen, ook tijdens stages buiten de urgentiedienst.
HOOFDSTUK V. - Criteria voor de erkenning van de stagediensten
Art. 6. § 1. Om als stagedienst te worden erkend moet de dienst :
1° aan de algemene criteria voor de erkenning van stagediensten beantwoorden;
2° de urgentiegeneeskunde in al haar aspecten uitoefenen zonder voorafgaande
selectie van de gevallen;
3° te allen tijde, op basis van een vooraf opgestelde wachtdienst, eend beroep
kunnen doen op een geneesheer-spécialist in elk van de volgende disciplines :
inwendige geneeskunde, heelkunde, orthopedie, anesthesiologie, pediatrie,
urgentiegeneeskunde en radiologie;
4° zijn patiënten kunnen opnemen in een eenheid voor intensieve zorg waar een
medische permanentie ter plaatse is georganiseerd, onafhankelijk van die in de
spoedgevallendienst;
5° over een voldoend aantal gekwalificeerde beoefenaars van de verpleegkunde
beschikken die voltijds aan de spoedgevallendienst verbonden zijn en een
aangepaste opleiding hebben gehad in een spoedgevallendienst waarbij ze
vertrouwd werden gemaakt met alle aspecten van de dringende verzorging. Het team
is zo samengesteld dat twee leden van het verpleegkundig personeel, waarvan ten
minste één gegradueerde, permanent aanwezig zijn in de spoedgevallendienst;
6° een afzonderlijke en aangepaste architectonische eenheid vormen met een
aparte, voor ziekenwagens toegankelijke ingang, alsmede administratieve,
onderzoeksen behandelingslokalen;
7° voor de permanente opleiding instaan en ten minste maandelijkse vergaderingen
beleggen voor het hem toegewezen medische en verpleegkundige personeel;
8° de activiteit van de dienst evalueren, eventueel volgens de modaliteiten die
hem door de Minister tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid behoort, worden
medegedeeld;
9° over administratief personeel beschikken, eigen aan de spoedgevallendienst en
in voldoend aantal.
§ 2. Om als stagedienst bevoegd voor een volledige opleiding te worden erkend
moet de dienst daarenboven :
1° beschikken over ten minste twee geneesheren-specialisten in de
urgentiegeneeskunde die voltijds aan de spoedgevallendienst verbonden zijn, van
wie de stagemeester die ten minste acht jaar en de medewerker die ten minste
vijf jaar drager moeten zijn van die titel;
2° ter plaatse instaan voor de medische permanentie in de spoedgevallendienst en
de Mobiele Urgentiegroep en dit met een team van ten minste twee geneesheren van
wie een erkend is volgens artikel 2, 1° of 2°, en de andere de opleiding beoogd
in artikel 2, 1° of 2° volgt;
3° beschikken over ten minste acht functionele bedden voor voorlopige opname
waarvan ten minste twee uitgerust met toezicht- en behandelingsapparatuur voor
een patiënt in een kritieke toestand;
4° belast zijn met of deelnemen aan de organisatie en werking van een Mobiele
Urgentie- en Reanimatiegroep;
5° verbonden zijn aan een ziekenhuis waar de diensten inwendige geneeskunde,
heelkunde, orthopedie en de anesthesiologie als stagedienst erkend zijn of
voldoen aan de overeenstemmende erkenningscriteria;
6° daarenboven, volgens een vooraf opgestelde beurtrol, een beroep kunnen doen
op een geneesheer-specialist in elk van de volgende disciplines : orthopedische
heelkunde, neurochirurgie, gynaecologieobstetrie, oftalmologie en psychiatrie.
§ 3. Een spoedgevallendienst die niet voldoet aan het geheel van de criteria om
voor een volledige opleiding te worden erkend, kan evenwel voor maximaal zes
maanden opleiding in de vorm van een rotatiedienst instaan, onder voorbehoud dat
hij is erkend voor deze opleiding. Om erkend te worden, moet de dienst aan
volgende voorwaarden voldoen :
1° beschikken over ten minste één geneesheer-specialist houder van de bijzondere
titel in de urgentiegeneeskunde en voltijds verbonden aan de
spoedgevallendienst;
2° ter plaatse instaan voor de permanentie in de spoedgevallendienst en de
Mobiele Urgentiegroep en dit met ten minste twee artsen die erkend zijn voor de
bijzondere beroepstitel in de urgentiegeneeskunde of die kandidaat in opleiding
zijn voor die titel of die houder zijn van het brevet in de acute geneeskunde en
beantwoorden aan onderstaande voorwaarden :
a) titularis zijn van het diploma van « Docteur en médecine » of « arts »;
b) een door een universitair ziekenhuis georganiseerde, theoretische en
praktische opleiding ten belope van 120 uren gevolgd hebben;
c) 240 uren stage hebben gelopen in een erkende dienst, gespreid over 24
maanden, met inbegrip van ten minste 10 pre-ziekenhuisinterventies met een
vitaal karakter.
Deze artsen moeten naar het Directoraat-generaal Basisgezondheidszorg van de
Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en
Leefmilieu, een kopie opsturen van de bewijsstukken met betrekking tot de
bovenvermelde theoretische opleiding en praktische stage.
Vanaf 1 januari 2008 wordt het brevet in de acute geneeskunde niet meer
toegekend :
- tenzij aan de erkende huisartsen;
- en aan de artsen die niet erkend zijn als huisarts, op voorwaarde dat ze de
opleiding aangevangen hebben voor die datum.
3° beschikken over ten minste 4 bedden voor voorlopige opname waarvan ten minste
1 uitgerust is met toezicht- en behandelingsapparatuur voor een patiënt in een
kritieke toestand;
4° instaan voor een Mobiele Urgentiegroep en deelnemen aan de organisatie en de
werking ervan;
5° verbonden zijn aan een ziekenhuis waar de diensten inwendige geneeskunde en
heelkunde als stagedienst erkend zijn of voldoen aan de overeenstemmende
erkenningscriteria.
HOOFDSTUK VI. - Overgangsbepalingen
Art. 7. § 1. Een periode van voltijdse uitoefening van de urgentiegeneeskunde of
van de acute geneeskunde als kandidaatspecialist of als specialist die een
aanvang heeft genomen voor de inwerkingtreding van dit besluit zal voor ten
hoogste één jaar opleiding in de zin van artikel 2, 1° of 2°, van dit besluit in
aanmerking kunnen genomen worden voor zover de aanvraag wordt ingediend binnen
een termijn van zes maanden te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van
dit besluit.
§ 2. Gedurende een periode van drie jaar, te rekenen vanaf de datum van
inwerkingtreding van dit besluit, kan de arts die aan de hand van documenten
betreffende zijn bezoldiging kan bewijzen dat hij na het verkrijgen van het
brevet bedoeld in artikel 2, § 3 ten minste 10 000 uren beroepservaring
gedurende de zeven jaar vóór de aanvraag heeft in een of meerdere
urgentiediensten, erkend worden als geneesheer-specialist in de acute
geneeskunde; hij verliest dan zijn erkenning als huisarts.
§ 3. De artsen die op het ogenblik van de inwerkingtreding van dit besluit de
opleiding in de urgentiegeneeskunde aan het volgen zijn overeenkomstig het
ministerieel besluit van 12 november 1993 tot vaststelling van de bijzondere
criteria voor de erkenning van geneesheren-specialisten houders van de
bijzondere beroepstitel in de urgentiegeneeskunde, alsook van de stagemeesters
en stagediensten in de urgentiegeneeskunde, kunnen die opleiding voltooien en
erkend worden, overeenkomstig de bepalingen van dit laatste besluit.
§ 4. De artsen die op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit erkend
zijn in de urgentiegeneeskunde, mogen hetzij hun bijzondere beroepstitel
behouden, hetzij de bijzondere beroepstitel in de urgentiegeneeskunde geviseerd
in artikel 1 van bovenvermeld koninklijk besluit van 25 november 1991 aanvragen.
Zij dienen hun aanvraag in binnen de twee jaar die volgen op de inwerkingtreding
van dit besluit.
§ 5. De artsen die op 1 januari 2008 houder zijn van het brevet in de acute
geneeskunde, behouden dit brevet.
§ 6. De erkenningen die op basis van dit ministerieel besluit van 12 november
1993 aan de stagemeesters en aan de stagediensten werden toegekend blijven
geldig totdat hun oorspronkelijk vastgestelde termijn is verlopen.
Art. 8. Het ministerieel besluit van 12 november 1993 tot vaststelling van de
bijzondere criteria voor de erkenning van geneesheren-specialisten houders van
de bijzondere beroepstitel in de urgentiegeneeskunde, alsook van de
stagemeesters en stagediensten in de urgentiegeneeskunde wordt opgeheven
|