Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Verzekeringen | De Bulletijn | Hulp 

De Geneesheer-Specialist

Orgaan van het Verbond der Belgische Beroepsvereniging van Geneesheren Specialisten

Jaarverslag 2002 - 08 Februari 2003 Vorige artikel Vorige Inhoud van dit nummer Inhoud Volgende artikel Volgende
 


 

II.4. Wet van 28 mei 2002 betreffende de euthanasie (B.S. 22.06.2002) : liever een slechte wet dan een palliatieve filter

In mijn vorig jaarrapport riep ik ondermeer de parlementariërs op het juridisch gedrocht van het op 25.10.2001 door de Senaat goedgekeurde ontwerp van euthanasiewet te begraven (27) en meer aandacht te schenken aan pijnbestrijding bij stervenden en het vermijden van therapeutische hardnekkigheid.

In januari 2002 werd er nog gediscuteerd in de Kamercommissie Volksgezondheid over enerzijds het beperken van euthanasie tot terminale patiënten en anderzijds tot het verruimen ervan tot minderjarigen. Geen van beide stellingen haalden het.

De Kamercommissie Justitie heeft het ontwerp nog verder gejuridiseerd. De media bleven veel aandacht schenken aan het debat. Het verhaal van de twee Britse dames die de ene euthanasie, de andere hulp bij zelfdoding vroeg, werd in de Belgische media voorjaar 2002 breed uitgesmeerd. “Miss B”, een 43-jarige alleenstaande sociaal assistente, die volledig verlamd was t.g.v. een gebarsten hersenbloedvat en via kunstmatige beademing in leven werd gehouden, kreeg op 22.03.2002 van het “High Court” de toestemming dat de beademingsmachine zou worden afgekoppeld zodat ze zou overlijden (28). Vermits het ziekenhuis waar ze reeds meer dan een jaar werd verzorgd, weigerde op haar vraag in te gaan (29), werd ze naar een ander ziekenhuis getransfereerd.
Diane PRETTY, 43 jaar en lijdende aan een ongeneeslijke neuro-degeneratieve ziekte, kreeg op 29.04.2002 na een klacht tegen de Britse staat die hulp bij zelfdoding strafbaar stelt, in Straatsburg geen toestemming van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens, om hulp van haar echtgenoot te krijgen bij het zichzelf benemen van het leven. De zeven rechters van het Hof stelden : “Zonder de woorden geweld aan te doen kan uit artikel twee van het Verdrag (30), dat het recht op het leven beschermt, geen diametraal recht worden afgeleid, namelijk het recht om te kiezen voor de dood, in plaats van voor het leven”.
Diane PRETTY stierf een natuurlijke dood op 11.05.2002.

Op 19.02.2002 zonden een aantal artsen, waaronder onze voorzitter, Prof. GRUWEZ, en ondergetekende, en CD&V oppositieleden nog een protestbrief aan Mary ROBINSON, Hoge Commissaris voor de mensenrechten bij de Verenigde Naties in Genève, tegen het ontwerp van Belgische euthanasiewet met de vraag om tussen te komen. Het ontwerp is immers veel lakser dan de Nederlandse wet : terminaal ziek zijn hoeft niet, er zijn geen specifieke sancties en de controle op de naleving van de zorgvuldigheidsvoorwaarden is post-factum en louter pro forma.

In maart 2002 uit de Belgische Beroepsvereniging van Geneesheren-Specialisten in de Intensieve Zorgen publiek zijn bezwaren tegen de op stapel staande wetgeving (31). Zij vreest ondermeer dat de vertrouwensrelatie tussen de intensivist en de naaste familieleden die de patiënt vertegenwoordigen, zal verstoord worden. Zij klaagt ook de sfeer aan die gecreëerd wordt door gerechtelijk onderzoek naar vermeende verdachte overlijdens op intensieve zorgen afdelingen.

Ook het Permanent Comité van Europese artsen stemt in maart 2002 een resolutie tegen zowel de therapeutische hardnekkigheid als tegen euthanasie.

Op 1 april 2002 gaat in Nederland officieel de euthanasiewet in, één jaar na de goedkeuring in de Eerste Kamer. Nederland wordt het eerste land ter wereld waar een arts hulp mag verlenen bij zelfdoding en het leven op verzoek mag beëindigen, wanneer het gaat om een patiënt die ondraaglijk en uitzichtloos lijdt. En dit ondanks de openlijke kritiek van de Verenigde Naties, die zich baseert op de Universele Mensenrechten (32)

Op 17 april 2002 stemt de Kamercommissie Justitie het wetsontwerp. Zoals De Standaard-journalist Antoon WOUTERS schrijft : “Negenveertig minuten had de Kamercommissie gisteren nodig om de wetsontwerpen over euthanasie en palliatieve verzorging af te werken. De paars-groene meerderheid zei geen woord. In strak tempo en kille sfeer werden een 160 amendementen van de Christen-Democraten, Spirit en het Vlaams Blok verworpen. Aan de teksten van de Senaat mocht geen letter meer worden veranderd”. (33). Het editoriaal van de hoofdredacteuren van Artsenkrant/Le Journal du Médecin titelt veelbetekenend : “Met het verstand op nul”/”Une fin dans l’indignité”. (34).

Tegen heug en meug werd de wet door de Commissie gejaagd. Kritiek en vragen werden genegeerd omdat anders de tekst opnieuw naar de Senaat moest, en omdat de zekerheid over het voortbestaan van paars-groen niet onwankelbaar groot was, zodat de goedkeuring misschien niet meer door de in het zadel zittende regering zou mogelijk zijn. In één van de drie debatten die Artsenkrant publiceerde over euthanasie stelt Kamerlid (SP.a) Jan PEETERS “Er zijn zotter wetten gemaakt dan deze wet over leven en dood”. (35).

In een ander Artsenkrant-debat (36) stelde AGALEV-kamerlid Anne-Mie DESCHEEMAEKER dat verbeteringen mogelijk waren maar “verbeteringen mogen niet gebruikt worden om het geheel op de lange baan te schuiven”.

Het debat tussen de artsen Yolande AVONTROODT (VLD, voorzitter Commissie Volksgezondheid) en Marc COSYNS (staflid huisartsgeneeskunde RUG en mede-initiatiefnemer van de spraakmakende HALP-studie, handelswijzen van artsen rond
het levenseinde van patiënten (37), is bijzonder leerrijk. 

Marc COSYNS stelde terecht dat er een wereld van verschil bestaat tussen zorgvuldig handelen zoals de wet voorschrijft en zorgvuldig handelen zoals de artsenopleiding en –navorming dat ziet. “De wet is een kaakslag omdat we veel meer doen. Het zou jammer zijn, indien we ons beperkten tot de zorgvuldigheidscriteria bij de begeleiding van stervenden”.

In november 1999 verwierp de BVAS en in januari 2000 het VBS, de plannen van de paars-groenen om euthanasie uit de strafwet te halen. De vrees voor bureaucratisering en banalisering die we toen uitten (38) worden door Marc COSYNS onderschreven. Over het dossier dat de euthanasiërende arts naar de federale Controle- en Evaluatiecommissie (39) moet sturen, zegt hij : “Als ik dat bewuste dossier niet invul, heb ik dan plots een moord begaan ? Ik voorspel in België een gelijkaardige reactie als in Nederland vroeger : daar trokken 60 % van de artsen zich van die wet niets aan en ze handelden gewoon zorgvuldig verder zoals voorheen. En ik kan nu al zeggen dat we onze studenten in opleiding huisartsgeneeskunde hetzelfde zullen aanraden. Niemand heeft zin in een hoop rompslomp en paperassen om te bewijzen dat men geen moord gepleegd heeft”. (40).

In de laatste rechte lijn naar de stemming van het wetsontwerp in de Kamer op 16.05.2002 ziet zelfs een grote voorstander van de wet als Prof. Wim DISTELMANS plots de grote hiaten in het wetsontwerp. (41). De “palliatieve filter” ontbreekt volgens collegae die met de palliatieve zorg begaan zijn. Ondanks de multipele oproepen kwam de filter er jammer genoeg niet. Professor Ben CRUL, specialist pijnbestrijding van het academisch ziekenhuis Nijmegen, is overtuigd dat palliatieve zorg met ondermeer efficiënte pijnbestrijding veel vragen naar euthanasie wegneemt. “De euthanasieaanvraag daalt naarmate de pijnbestrijding en de liefdevolle verzorging toenemen” stelt CRUL (42).

Na een marathondebat wordt op donderdag 16.05.2002 om 20u22 een slechte euthanasiewet goedgekeurd met 88 stemmen voor, 51 tegen en 10 onthoudingen. De oppositie noemt de wet een paars-groen pamflet.

Meteen verklaart VLD-voorzitter Karel DE GUCHT de oorlog aan de VVI-ziekenhuizen. Het ergert DE GUCHT dat “de christelijke ziekenhuizen een wet weigeren toe te passen die door een democratische meerderheid in het parlement is goedgekeurd”. Nochtans bepaalt de wet uitdrukkelijk dat niemand gedwongen kan worden euthanasie te plegen of er aan mee te werken. Gemakshalve vergeet DE GUCHT dat enkele liberale tenoren zich onthielden bij de stemming (VLD : Jef VALKENIERS, Yolande AVONTROODT en Arnold VAN APEREN; M.R. : Philippe COLLARD, François BELLOT en Jacqueline BERZET), dat er zelfs tegenstemmen waren in de liberale familie (Robert DENIS en Pierette CAHAY, beiden MR) en dat de Kamercommissie voor Volksgezondheid, onder voorzitterschap van VLD-volksvertegenwoordiger Yolande AVONTROODT, had aangedrongen om een palliatief expert te raadplegen vooraleer over te gaan tot euthanasie.

DE GUCHT had de zeer genuanceerde VVI-tekst (43) allicht niet eens gelezen. De tekst bevat immers noch verbodsbepalingen, noch richtlijnen. Prof. em. Fernand VAN NESTE commentariëert de reacties in een Opinie artikel (44): “Het VVI-document behandelt allereerst het euthanasieverzoek. De tekst is duidelijk : “Elk euthanasieverzoek moet bespreekbaar zijn, ook al is medisch gezien het sterven nog ver weg. Het is essentieel dat de arts zich luisterbereid toont ten aanzien van de patiënt/bewoner die om euthanasie verzoekt, en overeenkomstig de in de wet bepaalde zorgvuldigheidsvereisten nagaat of de euthanasievraag gebaseerd is op een autonome en vrije en dus geïnformeerde keuze”. Van een oekaze of een verbod is geen spoor te bekennen”.
Hij vervolgt : “Over de uitvoering van de euthanasie zelf zegt het advies : “Indien uit de hierboven beschreven palliatieve filterprocedure blijkt dat het euthanasieverzoek een uitdrukkelijke, vrije, weloverwogen, ondubbelzinnige keuze is, en het verzoek tot levensbeëindiging aanhoudt, dan kan, wanneer het sterven nabij is, de behandelende arts overwegen daadwerkelijk tot euthanasie over te gaan. Daarbij zal de behandelende arts de bepalingen van het art. 3 § 1 en § 2, 3° van de wet nauwgezet naleven”. Is dit een verbod of een oekaze ?”.

DE GUCHT leest evenmin “Streven”. VUB-oncoloog en vrijzinnige, Prof. Dr. Jan BERNHEIM stelt, na analyse van de reeds hoger vermelde HALP-gegevens (45), in het juni-nummer (46) vast “dat – verrassenderwijze voor velen – christelijke artsen statistisch gesproken, niet minder vaak euthanasie uitvoeren maar dat zij, wat de zelfbeschikking van de patiënten betreft, althans bij het levenseinde, hogere eisen lijken te stellen dan vrijdenkers”.

Op 22.06.2002 verschijnt de “Wet van 28 mei 2002 betreffende de euthanasie” in het Belgisch Staatsblad.

In Vlaanderen stuurt CD&V op 09.07.2002 aan alle artsen een brief waarin de partij aankondigt “tijdens de komende maanden” naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens te trekken. In vroeg-verkiezingspamflet-stijl heet het “Kiezen tussen zorg of dood ? CD&V ziet het anders”. De brief lokt veel protest uit, zelfs bij euthanasie-tegenstanders.

Op 22.09.2002, bij het begin van de herfst – het kan moeilijk symbolischer – gaat de wet in voege. Premier VERHOFSTADT vond het op 20.09.2002 nog nodig om persoonlijk aan de pers aan te kondigen dat de ontbrekende formulieren waarmee de artsen een levensbeëindiging moeten melden, tijdig klaar zouden zijn. 

Er diende nog gewacht tot 04.10.2002 vooraleer het registratiedocument beschikbaar was (47). Het Staatsblad meldde dat het bewuste document op 2 oktober 2002 per e-mail naar de verzorgingsinstellingen was verstuurd.

Onder grote mediabelangstelling liet een militant lid van de vereniging “Recht op Waardig Sterven”, multiple sclerose patiënt en ex-kabinetsmedewerker van ondermeer SP.a-vice-premier Johan VANDE LANOTTE en de Gentse SP.a burgemeester Frank BEKE, Mario VERSTRAETE, zich euthanasiëren op 30.09.2002. Nog net onwettelijk vermits het bewuste registratiedocument nog niet bestond en de “herhaalde” vraag om euthanasie alleen vóór de invoegetreding van de wet werd gesteld.

Op 08.01.2003 diende CDH-volksvertegenwoordiger Joseph ARENS een wetsvoorstel in tot wijziging van de euthanasiewet (48). Hij beoogt een stringentere omschrijving van de bepalingen inzake euthanasie. Hij voorziet in preciseringen met betrekking tot de vereiste voorwaarden opdat de verrichte euthanasie niet zou gelden als een misdrijf. Voorts wil hij de werkingssfeer van de wet inperken, door de mogelijkheid tot toepassing van euthanasie op te heffen wanneer alleen psychisch lijden er de beweegreden toe vormt; ook heft hij de mogelijkheid tot toepassing van euthanasie op voor niet-terminale patiënten. Tenslotte doet hij hetzelfde wat ontvoogde minderjarigen betreft.
In zijn toelichting citeert hij Dr. Marianne DESMEDT, radiotherapeute-oncologe, tijdens de debatten in de Kamercommissie voor Justitie (49) : “Wij leven in een wereld die er, door ernaar te streven de grenzen van het mogelijke voortdurend te verleggen, in geslaagd is de dood uit te stellen en het menselijke droombeeld van de onsterfelijkheid te versterken. Door het materialisme en het productivisme te promoten heeft hij bovendien een waardesysteem ontwikkeld waarin het fysieke welzijn en het economisch nut van het individu op de eerste plaats komen. De dood en de stervende zijn uit onze leefwereld verjaagd”.

Tot slot breng ik een beschouwing uit 1988 in herinnering van toenmalig “De Standaard”-redacteur Hugo DERIDDER (50). “Het stemt tot nadenken dat het probleem van euthanasie in ons land ter sprake komt in het kader van een Rondetafelconferentie over de sanering van de ziekteverzekering … Het roept griezelige gedachten op : euthanasie als middel om de uitgaven in de ziekteverzekering te beperken. Wij hopen dat de opdrachtgever van de Uniop-enquête, minister Philippe BUSQUIN, nu verontwaardigd zal zeggen dat het helemaal niet in zijn bedoeling lag enig verband te leggen tussen euthanasie en de financiële sanering van ons gezondheidsstelsel. Maar wat was dan wel zijn 
bedoeling ?”.

Bijna 15 jaar later stellen sommigen – o.m. VLD-voorzitter Karel DE GUCHT (51), maar ook Dr. Marc COSYNS – dat euthanasie een patiëntenrecht is of moet worden. (52). De journalist die Prof. Marc BOGAERT, voorzitter van het Ethisch Comité van het U.Z. Gent, interviewt over de nieuwe wet op de euthanasie, maakt dezelfde denkfout in zijn ondertitel : “Euthanasie is het recht van de patiënt, maar is het ook de plicht van de dokter ?” (53). Alle drie miskennen ze daarbij de uitspraak dd. 29.04.2002 van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in de zaak PRETTY. Het Parlement hield er wel rekening mee want in de wet op de patiëntenrechten (54) is het “recht op euthanasie” (vooralsnog ?) niet opgenomen. 

Vermeldenswaard is nog dat op de valreep, met name op 23.12.2002, de v.z.w. Jurivie en de v.z.w. Provita een beroep bij het Arbitragehof indienden tot schorsing en vernietiging van de integrale Wet van 28.05.2002 betreffende de euthanasie.

 
 

 
Vorige artikel Vorige Inhoud van dit nummer Inhoud Volgende artikel Volgende
[27] "Het Timisoara van het euthanasiedebat".I.2. ; V.B.S.-Jaarverslag 2001. Dr. M. Moens. 02.02.2002. [28] "Euthanasie : jugement historique à Londres". Le Soir. 23.03.2002. [29] "We can't pull the plug on a conscious woman we have known for a year". The Daily Telegraph. March 7, 2002. [30] Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele vrijheden. Rome. 04.11.1950. [31] "Intensivisten : opgepast voor euthanasiewet". Artsenkrant nr. 1418. 26.03.2002. [32] Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. New York. 10.12.1948. [33] "Kamer werkt euthanasie af op een drafje". De Standaard. 18.04.2002. [34] Peter Backx/Maurice Einhorn. Artsenkrant/Le Journal du Médecin n° 1425. 23.04.2002. [35] "Eerst palliatieve zorg uitbouwen, dan een euthanasiewet". Jean-Pierre Baeyens versus Jan Peeters. Artsenkrant nr. 1429. 07.05.2002. [36] "Euthanasiedebat : Marc Moens versus Anne-Mie Descheemaeker. Primum non nocere". Artsenkrant nr. 1415. 15.03.2002. [37] "Euthanasiedebat : Marc Cosyns versus Yolande Avontroodt. Maak een positieve wet". Artsenkrant nr. 1407. 15.02.2002. [38] "Dit is de banalisering van de dood. Grootste artsensyndicaat verwerpt paarse euthanasieplannen". De Standaard. 24.12.1999. [39] K.B. van 02.08.2002 houdende benoeming van de leden van de Federale Controle-en Evaluatiecommissie ingesteld inzake toepassing van de wet van 28 mei 2002 betreffende de euthanasie. Belgisch Staatsblad 10.09.2002. [40] "Op weg naar het einde. Onderzoek naar euthanasie bij Vlaamse patiënten". Gent Universiteit. Januari 2002. [41] "Palliatieve zorg moet in de euthanasiewet". W. Distelmans, voorzitter, A. Mullie, voorzitter werkgroep ethiek en B. Broeckaert, adviseur werkgroep ethiek van de Federatie Palliatieve Zorg. De Standaard. Opiniepagina. 13.05.2002. [42] "Bij euthanasieaanvraag gaat het meer om gebrek aan liefde dan om pijn. Professor Ben Crul, pijnspecialist uit Nijmegen". Tertio. 15.05.2002. [43] "Zorg voor een menswaardig sterven". VVI-perstekst en brief aan alle aangesloten instellingen. 17.05.2002. [44] "Caritas en het vermeende euthanasieverbod". De Standaard. 09.06.2002. [45] "End of life decisions in medical practice in Flanders, Belgium : a nationwide survey". The Lancet, 356, 1806-1811. 25.11.2000. [46] "Over katholieken en vrijdenkers, vuurtorens en navigatiesystemen. Overwegingen bij het euthanasiedebat". Jan Bernheim. Streven. Juni 2002. Pag. 523. [47] "Registratiedocument bedoeld in artikel 5 en 7 van de wet van 28 mei 2002 betreffende de euthanasie. - Mededeling". Belgisch Staatsblad 04.10.2002, pag. 45183. [48] Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers. Doc. 50 2214/001. [49] Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers. Doc. 50 1488/009. [50] "Echo's. Euthanasie". De Standaard. 24.11.1988. [51] "Euthanasie moet in wet patiëntenrechten. VLD-voorzitter wil euthanasiecritici wettelijk de mond snoeren". De Morgen. 15.07.2002. [52] "Euthanasie moet een patiëntenrecht worden". Marc Cosyns. Opiniepagina. De Standaard. 11.10.2002. [53] "Dode hoek van de wet". UZ letters, nr. 76/november 2002-januari 2003. [54] "Wet van 22.08.2002 betreffende de rechten van de patiënt". Belgisch Staatsblad 26.09.2002 (Ed.2).

Questions & Comments

Copyright © VBS, 1997-2004

  Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Verzekeringen | De Bulletijn | Hulp