|
Memorandum van het Verbond van Belgische Specialisten
aan de volgende Regering
|
In België is het VBS de grootste artsenvereniging. Het verbond telt 7.313 leden
verdeeld over 24 bij wet erkende beroepsverenigingen en 4 geassocieerde
beroepsverenigingen. Alle leden zijn erkende geneesheren-specialisten of
geneesheren-specialisten in opleiding.
1. Het VBS eist een bijkomende financiering om de intellectuele activiteiten
beter te honoreren, zowel voor de huisarts als voor de specialist.
2. Het VBS is van mening dat de keuzevrijheid van de patiënt niet mag
gehinderd worden door financiële of administratieve maatregelen zoals vb. een
differentiële terugbetaling afhankelijk van het al dan niet voorafgaandelijk
bezoek aan de huisarts. Die bewegingsvrijheid van de patiënt in het medisch
landschap moet onderbouwd worden door een optimale samenwerking tussen huisarts
en specialist, zowel extra- als intramuraal. De vrije keuze van de patiënt is
de eerste fundamentele kwaliteitswaarborg, niet alleen op individueel niveau
(de zorg waar hijzelf recht op heeft), maar ook collectief (maatschappelijke
controle).
3. Het VBS wenst een fatsoenlijk budgettair beleid dat noodzakelijke
zorgactiviteiten niet in gedrang brengt en dat kwaliteitszorg garandeert die
toegankelijk is voor iedereen. Indien de Overheid hiervoor niet de nodige
middelen kan of wil vinden, met name een jaarlijkse toename met 5% buiten index,
dan moet een financiële verruiming via een tweede verzekeringscircuit worden
gecreëerd.
4. In verband met de responsabilisering van de individuele zorgverlener stelt
het VBS vast dat overdaad schaadt. De Overheid heeft een ongebreidelde macht
toegekend aan het politiesysteem binnen het RIZIV. Sinds de recente
wetswijzigingen worden de rechten van de verdediging onvoldoende
geëerbiedigd.
5. Het VBS wil een halt toeroepen aan de overnormering en betutteling
allerhande ondermeer via zorgprogramma's. Het VBS wil:
- het initiatief laten aan de beroepsgroep en directe inmenging van
de Overheid in de praktijkvoering vermijden. Het is de taak van de
Overheid om problemen aan te brengen en rekenschap en bijsturing te
vragen bij de door de betrokken beroepsgroepen uitgewerkte
maatregelen;
- elke vorm van monopolisering of toekennen van privileges
vermijden.
De rol van de Overheid op dit vlak is een algemeen kader te scheppen. De
voorbije regeringen hebben de normen ten spits gedreven zonder ooit het
prijskaartje te berekenen. Het gevolg is dat de kosten nutteloos verhoogden.
6. Noch het VBS noch de Belgische burger wil een staatsgeneeskunde in de
zin van het Engelse NHS of de mechanismen van de Nederlandse
gezondheidszorgorganisatie. De Overheid blijkt onze gezondheidszorg te willen
stoelen op premissen van dergelijke voorbijgestreefde en zwaar in gebreke
blijvende systemen.
7. Het huidige ostracisme t.o.v. de (louter) extramurale specialisten,
die op dogmatische wijze in alle promotiecampagnes van de overheid geweerd
worden uit de eerstelijnszorg, kan niet langer getolereerd worden. Het betreft
ongeveer 7.000 hooggekwalificeerde specialisten die een zuinige en zeer
toegankelijke specialistische geneeskunde aanbieden aan de Belgische bevolking.
8. De geprivilegieerde bevordering van de collectivistische zorgorganisatie
("zorgkolchozen") en alle vormen van bevoorrechte financiering (via
onrechtstreekse vergoedingen – forfaitaire vergoedingen – verkapte subsidies -
…) is onaanvaardbaar in ons op vrijheid gestoeld zorgsysteem.
9. Het VBS wil dat de Overheid ophoudt de "eerste lijn" te beschouwen als een "chasse
gardée" van een bepaalde professionele deelgroep.
In aanmerking genomen
- de dalende aantrekkelijkheid van de huisartsgeneeskunde, het door
sommigen gevreesde tekort aan huisartsen (feminisatie – vroegtijdig
uitstappen uit het beroep, …),
- het feit dat de bevolking beschikt over +/- 7.000 louter
extramurale specialisten,
- het uitermate voordelige prijs/kwaliteit aspect van onze
geneeskunde,
stellen wij een realistische houding voor waarbij ONS systeem wordt
behouden en verbeterd, in plaats van obsolete systemen uit het buitenland
in te voeren en op te dringen aan onze bevolking.
10. Er is grote nood aan het correct functioneren en het in acht nemen van de
professionele adviesorganen die de wetgever zelf heeft ingesteld zoals bvb. de
Hoge Raad voor Geneesheren-Specialisten en Huisartsen, de Nationale Raad voor
Ziekenhuisvoorzieningen en andere ... Actueel worden deze instanties nog
slechts pro forma samengeroepen wanneer het de minister belieft. De deskundige
adviezen worden bijna systematisch genegeerd.
11. Niettegenstaande de bekommernissen van F. VANDENBROUCKE omtrent de
zelfstandige beroepsbeoefenaars, wijzen een aantal door hem genomen
maatregelen op dogmatisch favoritisme ten gunste van de loontrekkende artsen en
andere zorgverleners. We verwijzen ondermeer naar de discriminaties in het K.B.
over het onderdeel B6 en het K.B. over de financiering van het ziekenhuis
onderdeel B7.
12. De maatregelen voor de contingentering en de numerus clausus moeten
correct en ongewijzigd worden aangehouden en uitgevoerd.
13. Een oplossing van het contentieux ziekenhuisartsen - ziekenhuisbeheerders
i.v.m. de honoraria (art. 139bis en art 140) dringt zich op. Wij blijven
onvoorwaardelijk voorstander van een medisch honorarium dat alle elementen van
de medische verstrekkingen omvat. We verzetten ons tegen honoraria die gesplitst
zouden worden in een zogenaamd zuiver honorarium en een kostenvergoeding. De
oplossingen voor het contentieux moeten gevonden worden via een correcte
financiering van het ziekenhuis en NIET via een verdergaande inbeslagname de
honoraria door de ziekenhuisbeheerder. De medici moeten hun beslissingsrechten
op medische uitrusting en personeelsomkadering m.b.t. hun activiteiten behouden.
14. De Medische Raad moet initiatiefrecht verkrijgen in verband met de
punten die een verzwaarde overlegprocedure vereisen en de materies van artikel
125 waarop dit toepasselijk is moeten worden uitgebreid. Specialistische
geneeskunde is immers de "core bussiness" van het ziekenhuis. In de context van
artikel 125 moet er eindelijk klaarheid worden geschapen over de begrippen
afzetting, ontslag en “andere sancties”.
15. De problematiek van de medische aansprakelijkheid vergt een redelijke
en leefbare oplossing die geen nieuwe financiële lasten meebrengt voor de
artsen.
16. In een consequent ziekenhuisbeleid kan er geen plaats zijn voor
arbitraire verschillen tussen universitaire en andere ziekenhuizen op het
gebied van
- de opleiding
- de betoelaging en budget
- de evaluatie van nieuwe technologieën
- onderzoek
- patiëntenzorg.
Gelijke prestaties moeten overal op dezelfde wijze gehonoreerd worden.
17. De basisfinanciering met name de honorering per prestatie, moet de
hoeksteen blijven van de financiering van ons gezondheidssysteem. Forfaitaire
vergoedingssystemen van de medische activiteit zullen, net zoals in Nederland,
leiden tot weigeren van zorg en het aanleggen van wachtlijsten.
18. Er is dringende noodzaak aan stabiliteit in de gezondheidszorg. Na de
opeenstapeling van maatregelen die de zorgverleners te verduren kregen en de
steeds opnieuw structureel ingebouwde besparingsmaatregelen, heeft de sector
behoefte aan een periode van stabiliteit. De eindeloze bemoeienissen van de
Overheid met de dagelijkse praktijk van de zorgverleners moet ophouden.
19. De Overheid moet ophouden met het “uitvinden” van nieuwe bijzondere
beroepstitels en bijkomende specialisaties. Deze worden voornamelijk
gecreëerd om bepaalde domeinen van de geneeskunde te reserveren voor bepaalde
verstrekkers en/of instellingen en dit ten koste van de toegankelijkheid van de
patiënten tot deze zorgverlening.
20. Het VBS verzet zich met klem tegen de manier waarop de Overheid de
zogenaamde schijnzelfstandigen wil aanpakken omdat in het bestaande
ontwerp ook de sector van de ziekenhuizen en de er werkzame artsen worden
opgenomen. Ofwel moet de Ziekenhuiswet zeer drastisch worden herschreven zodat
de ziekenhuisartsen volledige autonomie bekomen en als medisch ondernemer kunnen
optreden binnen de muren van het ziekenhuis, ofwel moet de Overheid de artsen
als beroepsgroep uitsluiten uit het voorliggend ontwerp. Het in voege brengen
van het actuele ontwerp zou bovendien een financiële katastrofe betekenen voor
de reeds noodlijdende ziekenhuissector.
[PDF]
|