|
Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Verzekeringen | De Bulletijn | Hulp |
![]() |
|
Orgaan van het Verbond der Belgische Beroepsvereniging van Geneesheren Specialisten |
|
|
|
GECOORDINEERDE TEKSTEN AANGAANDE DE LEIDING EN DE PERMANENTIES IN DE GESPECIALISEERDE SPOEDGEVALLENZORG EN MUG |
|
(met inbegrip van het KB 25/11/2002 - BS 21/12/2002)
Diensthoofd
Art. 8. Een erkend geneesheer - specialist, houder van de bijzondere beroepstitel in de urgentiegeneeskunde en voltijds aan het ziekenhuis verbonden, is geneesheer - diensthoofd van de functie. Hij besteedt meer dan de helft van zijn werktijd aan de activiteit in de functie en aan de permanente vorming van het personeel van zijn functie.
De geneesheer-diensthoofd, bedoeld in dit artikel kan tergelijkertijd de geneesheer zijn die de leiding heeft van de functie "mobiele urgentiegroep" (MUG), zoals bedoeld in artikel 5 van het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie "mobiele urgentiegroep" (MUG) moet voldoen om te worden erkend.
Art. 9.
§ 1. De medische permanentie wordt waargenomen door minstens één, minstens halftijds aan het ziekenhuis verbonden, geneesheer met één van de volgende kwalificaties:
1° een geneesheer-specialist houder van de bijzondere beroepstitel in de
urgentiegeneeskunde;
§ 2. Het aantal geneesheren dat deelneemt aan de medische permanentie moet worden aangepast aan de intensiteit van de activiteit van de functie « gespecialiseerde spoedgevallenzorg». Voor die
aangepaste permanentie komen in aanmerking de in § 1 bedoelde
geneesheren-artsen alsook de geneesheren-specialisten en de
kandidaat-geneesheer-specialisten met minstens twee jaar opleiding, in een van de disciplines bedoeld in
artikel 2, § 1, van het rninisterieel besluit van 12 november 1993 tot vaststelling van de bijzondere criteria voor de erkenning van geneesheren-specialisten houders van de bijzondere beroepstitel in de urgentiegeneeskunde, alsook van de stagemeesters en stagediensten in de urgentiegeneeskunde.
(ttz. de geneesheren specialisten en de kandidaat geneesheren – specialisten van de 13
basisspecialismen)
§ 3. De in § 1 en § 2 bedoelde geneesheren verzekeren de medische permanentie uitsluitend in de functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg “en mogen, met uitzondering van de toepassing van het tweede lid, tegelijkertijd geen andere medische permanentie uitvoeren, zoals bedoeld in artikel 14 van het koninklijk besluit van 27 april 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie voor intensieve zorg moet voldoen om erkend te worden en in artikel 6 van het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie "mobiele urgentiegroep" moeten voldoen om te worden erkend”.
Indien er op de bedoelde vestigingsplaats een functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg", een functie "mobiele urgentiegroep" (MUG) en een functie voor intensieve zorg worden uitgebaat, mogen de geneesheren die de permanentie waarnemen in de functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" tegelijkertijd de medische permanentie waarnemen in de functie "mobiele urgentiegroep" (MUG), als bedoeld in artikel 6 van het voornoemde koninklijk besluit van 10 augustus 1998, voorzover een bijkomende geneesheer, die beantwoordt aan de vereisten bedoeld in § 1, in de functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" aanwezig is binnen vijftien minuten nadat de eerstgenoemde geneesheer de bedoelde functie heeft verlaten ingevolge een oproep van de functie "mobiele urgentiegroep" (MUG). Zolang die geneesheer niet ter plaatse is, dient een geneesheer die, met toepassing van de artikelen 14 en 15 van het voornoemde koninklijk besluit van 27 april 1998, de permanentie waarneemt in de functie voor intensieve zorg, eveneens de permanentie waar te nemen in de functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg.
De in § 1, bedoelde geneesheren mogen tegelijkertijd de permanente aanwezigheid vervullen, zoals bedoeld in artikel 2, § 1, 4°, van het koninklijk besluit van 30 januari 1989 houdende vaststelling van aanvullende normen voor de erkenning van ziekenhuizen en ziekenhuisdiensten alsmede tot nadere omschrijving van ziekenhuisgroeperingen en bijzondere normen waaraan deze moeten voldoen.
§ 4. De medische permanentie in de gespecialiseerde functie voor spoedgevallen moet 24 uur op 24 waargenomen worden.
§ 5. De geneesheren die aan de medische permanentie deelnemen mogen niet langer dan 24 uur na elkaar een medische permanentie in een ziekenhuis vervullen. »
Art. 10. § 1. De geneesheer die de permanentie waarneemt moet d.m.v. vooraf opgestelde modaliteiten te allen tijde minstens beroep kunnen doen op :
1° een geneesheer - specialist in de inwendige geneeskunde; 2° een geneesheer - specialist in de heelkunde; 3° een geneesheer - specialist in de anesthesiologie en reanimatie; 4° een geneesheer - specialist in de röntgendiagnose; 5° een geneesheer - specialist in de pediatrie; 6° een geneesheer - specialist in de orthopedische heelkunde; 7° een geneesheer - specialist in de gynaecologie - verloskunde; 8° een geneesheer - specialist in de otorhinolaryngologie; 9° een geneesheer - specialist in de oftalmologie; 10° een geneesheer - specialist in de psychiatrie of de neuropsychiatrie; 11° een geneesheer - specialist in de neurologie of de neuropsychiatrie.
§ 2. De in § I bedoelde geneesheren moeten binnen de kortst mogelijke tijd na de oproep ter plaatse kunnen zijn.
Art. 13. §1. Tot 31 december 2005 kan het in artikel 8 bedoelde diensthoofd ook een geneesheer-specialist zijn, in een van de disciplines bedoeld in artikel 2, § 1, van voornoemd ministerieel besluit van 12 november 1993.
Diensthoofd
Art. 5. De geneesheer die de leiding van de functie heeft moet een geneesheer - specialist, houder van de
bijzondere beroepstitel in de urgentiegeneeskunde en voltijds aan het ziekenhuis of aan één der ziekenhuizen van de associatie verbonden zijn.
De geneesheer die de leiding van de functie heeft zoals bedoeld in dit artikel, kan tegelijkertijd het geneesheer-diensthoofd van de functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" zijn, zoals bedoeld in artikel 8 van het koninklijk besluit van 27 april 1998 tot vaststelling van de normen waaraan een functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" moet voldoen om erkend te worden.
Art. 6. § 1. Onverminderd de bepalingen inzake de beschikbaarheid van het medisch personeel van de functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg", moet de MUG - functie instaan voor een eigen medische permanentie 24 uur op 24.
§ 2. De medische permanentie wordt waargenomen door minstens één, minstens halftijds aan het ziekenhuis verbonden, geneesheer met één van de volgende kwalificaties :
1° een geneesheer - specialist, houder van de bijzondere beroepstitel in de
urgentiegeneeskunde
2° een geneesheer - specialist in opleiding om de bijzondere beroepstitel in de
urgentiegeneeskunde te behalen;
3 ° een geneesheer die de opleiding, bedoeld in artikel 5, § 2, 2°, b
), van het ministerieel besluit van 12 november 1993 tot vaststelling van de bijzondere criteria voor de erkenning van geneesheren - specialisten houders van de bijzondere beroepstitel in de urgentiegeneeskunde, alsook van de stagemeesters en stagediensten in de urgentiegeneeskunde gevolgd heeft,
(ttz de zgn brevetist)
De in deze paragraaf bedoelde geneesheren mogen evenwel tegelijkertijd de permanente aanwezigheid vervullen, zoals bedoeld in artikel 2, § 1, 4°, van het koninklijk besluit van 30 januari 1989 houdende vaststelling van de aanvullende normen voor de erkenning van ziekenhuizen en ziekenhuisdiensten alsmede tot nadere omschrijving van ziekenhuisgroeperingen en de bijzondere normen waaraan deze moeten voldoen.
De geneesheren die aan de medische permanentie deelnemen mogen niet langer dan 24 uur na elkaar een medische permanentie in een ziekenhuis vervullen.
De in deze paragraaf bedoelde geneesheren verzekeren de medische permanentie in de functie "mobiele urgentiegroep" (MUG). Zij kunnen niet tegelijkertijd de medische permanentie waarnemen als bedoeld in artikel 14 van het koninklijk besluit van 27 april 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie voor intensieve zorg moet voldoen om te worden erkend. Zij kunnen evenmin tegelijkertijd de medische permanentie waarnemen, als bedoeld in artikel 9, § 3, van het koninklijk besluit van 27 april 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" moet voldoen om erkend te worden, tenzij zulks gebeurt met inachtneming van de voorwaarden bepaald in het tweede lid van die bepaling.
In het geval de permanentie wordt waargenomen door een geneesheer welke niet een geneesheer-specialist is zoals bedoeld in artikel 2, § 1, van voornoemd ministerieel besluit van 12 november 1993 en er op de vestigingsplaats waar de vertrekplaats zich bevindt, zich eveneens een erkende functie voor intensieve zorg bevindt, zoals bedoeld in het koninklijk besluit van 27 april 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie voor intensieve zorg moet voldoen om erkend te worden, dient een geneesheer-specialist, bedoeld in artikel 2, § 1, van voornoemd ministerieel besluit, aanwezig te zijn op bedoelde vestigingsplaats.
Art. 18. § 1. Tot 31 december 2005 kan het in artikel 5 bedoelde
diensthoofd ook een geneesheer-specialist zijn in een van de disciplines bedoeld
in artikel 2, § 1, van het voornoemde ministerieel besluit van 12 november
1993.
|
|
Copyright © VBS, 1997-2004 |
|
Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Verzekeringen | De Bulletijn | Hulp |