Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Verzekeringen | De Bulletijn | Hulp 

De Geneesheer-Specialist

Orgaan van het Verbond der Belgische Beroepsvereniging van Geneesheren Specialisten

Nr 8 - November 2003 Vorige nummer Vorige Archieven van de Geneesheer Specialist Inhoud Volgende nummer Volgende
 

Behoud en verbetering van een kwaliteitsvolle gezondheidszorg
 De Belgische gezondheidszorg herbekeken
 Dr. Marc MOENS, VBS-Secretaris-Generaal


 

In het kader van het symposium d.d. 27 september 2003 te Brussel van de Dr. Paul TUYTENS leerstoel met als titel "Health care : a right - affordable and how ?", naar aanleiding van het emeritaat van Dr. Luc BAERT, Professor Urologie aan de KULeuven, hield VBS-secretaris-generaal Dr. M. MOENS, een uiteenzetting over "Maintenance and improvement of quality health care. The Belgian health system  revisited."

 De originele Engelse versie staat met de bijhorende Powerpoint presentatie sinds 30.09.2003 te lezen op onze website www.vbs-gbs.org . Dit is de Nederlandse vertaling.

 
1.                 INLEIDING

 

Ik dank Prof. Luc BAERT voor de uitnodiging om op dit symposium een aantal bedenkingen te mogen formuleren vanuit een beroepsvereniging van praktiserende artsen over “the maintenance and improvement of quality health care in Belgium”.

 

Zoals overal in de geïndustrialiseerde wereld, staat ook het Belgisch gezondheidssysteem onder druk. Zijn de cornerstones die Prof. DILLEMANS zonet beschreef aan vervanging toe of zal de toevoeging van eigentijdse toetsen volstaan ?

 

Belgische artsen zijn steeds wantrouwend geweest tegenover inmenging van de Overheid in hun praktijk. Bijna 40 jaar, om precies te zijn sinds 25.06.1964 bestaat er een systeem van akkoorden tussen de artsen en de verzekeringsinstellingen over het opnemen van bepaalde verstrekkingen in het zorgenpakket dat door de Overheid wordt gefinancierd en over de honoraria voor de verstrekte zorgen.

 

Tot 1993 konden artsen in overleg met de verzekeringsinstellingen quasi autonoom tewerk gaan. Onder het ministerschap van Philippe MOUREAUX (Parti Socialiste) wijzigde de wet van 15.02.1993 het systeem. De macht van beide belangengroepen werd aanzienlijk beperkt. Elk akkoord afgesloten tussen artsen en verzekeringsinstellingen moet de goedkeuring krijgen van de bevoegde minister, nadat is vastgesteld dat het in overeenstemming is met de door de regering goedgekeurde begroting.

 

Overleg tussen Overheid en de aloude partners van het systeem, mutualiteiten en zorgverstrekkers (in casu de artsen) staat hoog aangeschreven. In de regeerperiode 1999-2003, met Frank VANDENBROUCKE als minister van sociale zaken, nu minister van arbeid en pensioenen, bleek het overleg zelden uit te monden in resultaten die door de betrokken beroepsgroepen of instellingen werden gedragen.

 

Ondanks belangrijke investeringen in het gezondheidszorgsysteem, voelden bijna alle beroepsgroepen zich door de Overheid gepasseerd : de kinesitherapeuten, apothekers, artsen, ziekenhuisbeheerders, farmaceutische industrie…

Kortom, elkeen die in zijn privé praktijk of in zijn instelling enig ondernemerschap wou tot uitdrukking brengen, liep in de vorige regering vast op een doodlopend spoor. De misnoegdheid is groot bij de meerderheid van de zorgverleners. Wat loopt er mis ? Hoe kan er geremedieerd worden ?

 

2.                 Mensen en middelen

 

In België werken ongeveer 285.000 mensen in de sector van de gezondheidszorg. Enerzijds zijn er +/- 227.000 werknemers in ziekenhuizen en andere gezondheidszorginstellingen, in praktijken van zorgverstrekkers, de farmaindustrie en –handel en ziekenfondsen.

Anderzijds zijn er ongeveer 58.000 zelfstandigen werkzaam als arts, tandarts, verpleegkundige, kinesist, … (cfr. tabel 1).

 

Werk in de gezondheidszorg (jaar 1999)

 

Werknemers in

  • ziekenhuizen en zorginstellingen
  • farmaceutische sector
  • praktijken van zorgverstrekkers
  • ziekenfondsen
  • apotheken

 

                     146.275

                       30.716

                       25.499

                       13.458

                       11.044

Subtotaal

                     226.992

Zelfstandige

  • artsen
  • verpleegkundigen, kinesisten, vroedvrouwen, paramedici
  • tandartsen
  • apothekers

 

                       23.846

                       22.628

                         6.817

                         4.514

Subtotaal

                       57.805

Totale werkgelegenheid gezondheidszorg

  • absoluut aantal
  • in % van de actieve bevolking

 

                     284.797

                             6,5

Tabel 1

Bron : BIGE  compendium gezondheidsstatistiek 2001.

 

Van die +/- 285.000 actieven in de gezondheidssector zijn er, voor het jaar 2002, ruim 169.000 verstrekkers die ingeschreven zijn bij het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV) (cfr. tabel 2), waarvan, voor het jaar 2002, 40.763 artsen.

 

Zorgverstrekkers ingeschreven bij het RIZIV

 

 

1994

1998

2002

Verpleegkundigen en vroedvrouwen

Artsen

Kinesitherapeuten

Paramedici

Apothekers

Tandartsen

Opticiens

         50.965

         35.081

         22.438

         14.865

           9.824

           7.727

           2.992

         56.708

         38.109

         25.009

         15.282

         10.656

           8.240

           3.200

       63.040

       40.763

       27.475

       14.385

       11.775

         8.553

         3.333     

Totaal

       143.892

       157.204

     169.324

Tabel 2

Bron : RIZIV jaarverslag 1998 en 2002

  

België heeft een zeer hoge artsendensiteit : voor 10,3 miljoen inwoners zijn er 46.268 artsen of één arts per 223 inwoners. Sinds 1980 groeide het aantal artsen met gemiddeld meer dan 1000 per jaar (cfr. tabel 3).

 

Evolutie van het aantal Belgische artsen

 

 

Huisartsen

Specialisten

Artsen specialisten  in opleiding

Alle artsen

1950

1960

1970

1980

1984

1988

1992

1996

2000

2001

2002

                      

 

 

          10.968

          12.985

          14.371

          14.897

          15.378

          19.443

          19.444

          18.367

 

 

 

             9.617

          11.034

          12.969

          14.691

          16.364

          19.166

          20.045

          23.978

 

 

 

             2.084

             3.077

             2.972

             3.579

             3.460

             3.427

             3.489

             3.923

          8.685

        11.730

        14.887

        22.669

        27.096

        30.312

        33.167

        35.202

        42.036

        42.978

        46.268

Tabel 3

Bron : Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu

 

Vooral het aantal specialisten blijft sterk toenemen terwijl sinds 2000 het aantal huisartsen stagneert en in 2002 achteruitloopt (cfr. tabel 4).

 

Evolutie van het aantal artsen in België sinds 1980 (1980 = 100)

 

 

Huisartsen

Specialisten

Artsen specialisten  in opleiding

Alle artsen

1980

1984

1988

1992

1996

2000

2001

2002

100

118

131

136

140

177

177

167

100

115

135

153

170

199

208

249

100

148

143

172

166

164

167

188

100

120

134

146

155

185

190

204

Tabel 4

Bron : Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu.

 

Niet alle artsen hebben een praktijk. Toch is het aantal praktiserende Belgische artsen hoog in vergelijking met andere Europese landen : 40.299 of één beroepsactieve arts per 256 inwoners, waarvan 14.541 huisartsen (1 per 709 inwoners) en 25.758 specialisten (1 per 400 inwoners) (cfr. tabel 5 en 6).

 


 

Aantal artsen, per categorie, met en zonder klinische praktijk (31.12.2002)

 

Categorie

Met praktijk

Zonder praktijk

Totaal

Huisartsen

Huisartsen in opleiding

          13.718

                823

             3.825

                    1

          17.543

                824

Subtotaal

          14.541

             3.826

          18.367

Specialisten

Specialisten in opleiding

          21.897

             3.861

             2.081

                  62

          23.978

             3.923

Subtotaal

          25.758

             2.143

          27.901

TOTAAL

          40.299

             5.969

          46.268

Tabel 5

Bron : Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu

 

Densiteit van artsen met praktijk in België per 31.12.2002
(uitgedrukt als één per aantal inwoners)

 

Huisarts

Specialist

Alle artsen

709

400

256

Tabel 6

Bron : Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu

 

Qua budgettaire middelen gaf België in 2000 meer uit dan het gemiddelde van de OESO en de Europese Unie : 8,7% van het bruto binnenlands product (BBP) tegenover 8% voor het OESO- en EU-gemiddelde. In 1990 vielen de Belgische uitgaven nog net samen met het Europees gemiddelde, namelijk op 7,4% van het BBP (cfr. tabel 7). Het voorbije decennium heeft België dus een zeer belangrijke groei van zijn gezondheidsuitgaven gekend

 

Groei van de gezondheidsuitgaven (1990-2000)

 

 

Gezondheidsuitgaven %

BBP

 

1990

2000

België

Duitsland

Polen

Ierland

Finland

Verenigd Koninkrijk

Nederland

OECD

EU

7,4

8,7

5,3

6,6

7,9

6,0

8,0

7,2

7,4

8,7

10,6

6,2

6,7

6,6

7,3

8,1

8,0

8,0

Tabel 7

Bron : J. DE COCK; RIZIV; INSEAD-symposium, Brussel, 23.05.2003

 

Onder de RIZIV-uitgaven voor gezondheidszorg nemen de artsenhonoraria een belangrijke plaats in. In 2002 30,3 %. Er is een dalende procentuele trend : 32,6 % in 1997 en 42 % in 1970 (cfr. tabel 8). Nieuwe gezondheidszorgberoepen en nieuwe sectoren eisen hun plaats en hun deel van het budget op.

 


 

Procentueel aandeel in de RIZIV-uitgaven volgens verschillende categorieën van prestaties en/of zorgverstrekkers

 

 

1997

2002

Artsen *

Ziekenhuisverblijf

Geneesmiddelen

Andere zorgverstrekkers **

Overige

                  32,6

                  25,7

                  18,3

                  11,6

                  11,8

            30,3

            24,2

            19,3

            11,4

            14,8

Totaal

                100,0

          100,0

Tabel 8

*           In 1970 bedroeg het artsenaandeel 42%

**         Aandeel van per verstrekking betaalde honoraria aan tandartsen, verpleegkundigen, kinesitherapeuten en paramedici

 

Bron : RIZIV-jaarverslagen 2000 en 2002

 

Ondanks het snel groeiend aantal artsen stijgen hun honoraria het minst snel van alle sectoren binnen de gezondheidszorg. Terwijl in de periode 1992-2002 de gemiddelde jaarlijkse groei voor de ganse sector 4,8 % bedroeg, was dit voor de artsenhonoraria slechts 2,5 %. De gemiddelde jaarlijkse inflatie over deze periode bedroeg 1,85 % (cfr. tabel 9). In de periode 1992-1997 was er een negatieve groei van de artsenhonoraria, vermits de gemiddelde indexstijging 2,0 % bedroeg tegenover een gemiddelde budgettoename van slechts 0,8 %.

 

Gemiddelde jaarlijkse groei  (%) van de uitgaven voor de Belgische ziekteverzekering *

 

 

1992-1997

1997-2002

1992-2002

Artsen

Geneesmiddelen

Ziekenhuizen

Andere

Totaal

0,8

5,7

4,5

6,7

3,8

4,3

7,0

4,6

8,4

5,9

2,5

6,4

4,5

7,6

4,8

Tabel 9

Bron : J. DE COCK; RIZIV; INSEAD-symposium 23.05.2003

 

* Zonder rekening te houden met de inflatie.

Op basis 1988 was de index 12.1992 : 113,46,  12.1997 : 125,21, 12.2002 : 136,30.

Gemiddelde jaarlijkse inflatie      :           1992-1997 : 2,0 %

                                                           1997-2002 : 1,7 %

                                                           1992-2002 : 1,85 %

                                  

Ook over een langere periode  - 1986 tot 2002 – blijkt de toename van de artsenhonoraria bescheiden, met name gemiddeld jaarlijks + 3,63 % (cfr. tabel 10). De gemiddelde jaarlijkse toename van de administratiekosten van de ziekenfondsen ligt, ter vergelijking, nog iets lager nl. 3,12 %. De gemiddelde jaarlijkse inflatie in dezelfde periode bedroeg 2,67 %. Opmerkelijk is dat de administratiekosten van de ziekenfondsen steeds een matig positieve groei kenden, terwijl de uitgaven voor de artsenhonoraria ups en downs vertoonden als gevolg van de recidiverende besparingsrondes.

 


 

Toename administratiekosten ziekenfondsen versus uitgaven artsenhonoraria *
(bedragen in miljoen euro)

 

 

Administratiekosten

ziekenfondsen

Artsenhonoraria

 

Bedrag

(1)

Jaarlijkse

stijging (%)

Bedrag

(2)

Jaarlijkse

stijging (%)

1986

1987

1988

1989

1990

1991

1992

1993

1994

1995

1996

1997

1998

1999

2000

2001

2002

445,628

460,958

460,958

475,956

494,002

511,900

528,782

554,513

571,023

585,574

602,480

624,593

639,664

647,572

670,279

696,878

744,672

 

+ 1,17

+ 0,00

+ 3,25

+3,79

+ 3,62

+ 3,30

+ 4,86

+ 2,98

+ 2,55

+ 2,89

+ 3,67

+ 2,42

+ 1,24

+ 3,51

+ 3,97

+ 6,86

2.426,7

2.644,4

2.626,0

2.800,2

2.944,6

3.194,1

3.379,0

3.298,3

3.235,5

3.362,2

3.685,1

3.500,8

3.722,0

3.923,4

4.128,8

4.344,0

4.291,5

 

+ 8,97

- 0,69

+ 6,63

+ 5,15

+ 8,48

+ 5,79

- 2,39

- 1,90

+ 3,92

+ 9,60

- 5,00

+ 6,32

+ 5,41

+ 5,24

+ 5,21

- 1,21

gemiddelde jaarlijkse groei

1986-2002

 

 

+ 3,12

 

 

+ 3,63

2003

779,675

+ 4,70

4.747,0 **

+ 10,6 **

Tabel 10

*           Zonder rekening te houden met de inflatie

**         Begrotingsdoelstelling 2003

 

Met indexbasis 1981 bedroeg het indexcijfer 12.1986 : 131,88 en 12.2002 : 184,39. De gemiddelde jaarlijkse inflatie 1986-2002 bedraagt 2,67 %.

 

Bron :   (1) Belgisch Staatsblad

            (2) RIZIV

 

Tabel 11 toont in absolute cijfers de verschillende groeiritmes van de sectoren. Alleen de kosten voor artsenhonoraria en voor ziekenhuisverblijven stijgen in de periode 1997-2002 met een gemiddelde dat in de buurt ligt van het groeipercentage van 4,5 %, buiten inflatie, dat de regering voor de regeerperiode 2003-2007 vooropstelt. De andere zorgverstrekkers en de uitgaven voor geneesmiddelen groeien beduidend sneller.

De groep “overige” stijgt meer dan dubbel zo snel (10,8 %) als de toegelaten groeinorm.

 


 

Vergelijking uitgaven 1997 – 2002 volgens verschillende categorieën van prestaties en/of zorgverstrekkers

 

 

1997

2002

Gemiddelde jaarlijkse stijging %

 

in miljoen €

in miljoen €

1997

= 100

Artsen

Ziekenhuisverblijf

Geneesmiddelen

Andere zorgverstrekkers*

Overige

   3.477,473

   2.743,153

   1.945,473

 

   1.233,808

   1.255,786

     4.291,476

     3.429,255

     2.724,349

 

     1.616,824

     2.095,057

123,4

125,0

140,0

 

131,0

166,8

4,3

4,6

7,0

 

5,6

10,8

 

Totaal

10.655,693

   14.156,961