Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Verzekeringen | De Bulletijn | Hulp 

De Geneesheer-Specialist

Orgaan van het Verbond der Belgische Beroepsvereniging van Geneesheren Specialisten

V.B.S. JAARVERSLAG 2001

Vorige artikel VorigeInhoud van dit nummer InhoudVolgende artikel Volgende

 
V. NUMERUS CLAUSUS EN PLANNINGSCOMMISSIE
 


In vergelijking met het in voege zijnde K.B. van 07.11.2000 (B.S. 08.12.2000) (cfr. tabel 12) zijn er meer kandidaten in opleiding dan er binnen het RIZIV-systeem toelaatbaar zijn. 
Aan Vlaamse zijde wordt het overschot geraamd op 120 kandidaten de jaren 2004, 2005 en 2006 of 40 per jaar. De oorzaak ligt in het feit dat de eerste selectieproeven niet het vooropgestelde doel bereikten.
Aan Franstalige zijde legt men doelbewust het overschot jaarlijks vast op 15 % of 42 kandidaten.

Bij de Vlamingen zal dit overschot verdwijnen. De Franstaligen daarentegen wensen deze overproductie aan te houden. 

De Planningscommissie is van oordeel dat deze artsen kunnen ingeschakeld worden in enerzijds niet-curatieve functies als arbeidsgeneeskunde, data manager, gerechtelijke geneeskunde (drie nieuw erkende specialistische beroepstitels), verzekeringsgeneeskunde … en anderzijds in curatieve functies die niet door het RIZIV worden terugbetaald (ik citeer het verslag van de Planningscommissie dd. 06.12.2001) zoals "alternatieve geneeswijzen, eventuele ziekenhuisfuncties, niet gespecialiseerde ziekenhuisarts, enz …".

De beslissing van de Planningscommissie, met de uitsplitsing huisartsen-specialisten tot en met het jaar 2011, vindt U in tabel 13.

Het voorstel om geriatrie en kinder- en jeugdpsychiatrie uit de quota te halen, vond geen meerderheid in de Planningscommissie. De geriatrie blijft dus opgenomen in het quotum interne geneeskunde, de kinder- en jeugdpsychiatrie in het quotum psychiatrie. Het ministerieel idee om tussen 2004 en 2010 240 kinderpsychiaters bij op te leiden werd als niet-realistisch verworpen. Het eerder geplande aantal (volwassen-)psychiaters van 22 per jaar (15 Nederlands- en 7 Franstaligen) werd opgetrokken tot 39 per jaar (27 Nederlands- en 12 Franstaligen) (cfr. tabel 14).

Volgens de administratie van Volksgezondheid werd aan de beide kamers van de 25 erkenningscommissies voor geneesheren-specialisten in de gecontingenteerde basisdisciplines gevraagd hoeveel specialisten er in hun discipline moeten worden opgeleid. Hun voorstellen werden herberekend volgens het model van de contingentering. Van het quotum dat daarvan werd afgeleid werd 80 % genomen en zo werd het minimumaantal per discipline vastgelegd (in praktijk 330 van de 400 te begeven specialisaties). De overige 20 % (in praktijk 70 specialisatieplaatsen) zal naar gelang van de specifieke behoeften binnen elke Gemeenschap over de verschillende disciplines kunnen worden verdeeld. De administratie wil op die manier enige soepelheid creëren binnen het beperkingsmechanisme.

Het verhogen van het aantal artsen in 2005 van 650 naar 700 en in 2006 van 600 naar 700 haalde het met een bescheiden meerderheid in de Planningscommissie. Deze beslissing vereist een wijziging van het K.B. van 07.11.2000. Voor de jaren 2007 tot 2011 wou Prof. D. DELIEGE (UCL) het cijfer optrekken tot 850 artsen per jaar. Wij nemen een deel van haar argumentatie over :
"* de algemene bevolkingsgroei (??!!) en het behoud van de toegankelijkheid;
 * de toename van de behoeften, reeds zichtbaar in het toegenomen gebruik van de geneeskunde;
 * de vastgestelde tekorten (anesthesie);
 * de vergrijzing van de artsenpopulatie en de bevolking in het algemeen (= jaarlijks + 0,7 %);
 * vastgestelde tendensen in de consumptie;
 * groeihypothesen van het planbureau;
 * de technologische vooruitgang

Ze kon de Planningscommissie niet overtuigen. Meerderheid tegen minderheid adviseert de Commissie minister AELVOET om het totaal aantal artsen op 700 te bewaren, met 300 huisartsen t.o.v. 400 specialisten en een taalverhouding 60 % Nederlandstaligen tegenover 40 % Franstaligen (tabel 13).

De Planningscommissie is uiteraard slechts een adviesorgaan. Bovenvermelde cijfers zijn adviezen van de vergaderingen van de Planningscommissie van 06 en 21.12.2001. Momenteel is alleen het K.B. van 07.11.2000 in voege. Het nieuwe K.B. moet nog worden opgesteld. 

In de rand van dit verhaal dient ook nog vermeld dat het VBS fel heeft geprotesteerd bij Mevrouw AELVOET, minister van Volksgezondheid en bij premier VERHOFSTADT tegen de – meerderheid tegen minderheid – beslissing van de Hoge Raad van geneesheren-specialisten en huisartsen van 29.11.2001 die de specialisten discrimineert. De drie jaar durende beroepsopleiding tot huisarts, die overeenstemt met de Europese richtlijn terzake, vangt aan na het zesde jaar geneeskunde-opleiding. De opleiding tot geneesheer-specialist vangt slechts na het zevende studiejaar geneeskunde aan.

Het V.B.S heeft alvast aangekondigd dat, indien dergelijk Besluit zou verschijnen, het dit juridisch zou aanvechten ondermeer omdat de federale Hoge Raad niet bevoegd is om zich uit te spreken over de gemeenschapsmaterie die het onderwijs in de geneeskunde is. 

 

Vorige artikel VorigeInhoud van dit nummer InhoudVolgende artikel Volgende

Questions & Comments

Copyright © VBS, 1997-2004

  Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Verzekeringen | De Bulletijn | Hulp