|
Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Verzekeringen | De Bulletijn | Hulp |
![]() |
|
Orgaan van het Verbond der Belgische Beroepsvereniging van Geneesheren Specialisten |
|
|
|
|
Nr 8 - November 2002 |
||||||||
|
|
||||||||
Het lijkt misschien voor sommigen ongepast om in een periode van ruime budgetoverschrijding in de gezondheidszorg en terwijl diverse actoren prioriteitslijsten of/en achterstallige kostennota’s opstellen, als beroepsvereniging van de gynaecoloog-verloskundige, opnieuw de aandacht te willen vestigen op vergoedingen binnen de nomenclatuur verloskunde.
De wetenschap dat de vraag naar deze herwaardering reeds bij de twee voorgaande onderhandelingen ter tafel lag, zou zelfs van een ongehoorde eis kunnen doen spreken. Ware er niet de feitelijke verwerping van de vraag naar verdubbeling van deze honoraria, daar toen amper enkele procenten, met in begrip van de indexaanpassingen, aan dit deel van de RIZIV-nomenclatuur werd toebedeeld.
De oude eis van onze beroepsgroep naar een billijke opwaardering voor de verloskundige prestaties met de invoering van een nacht- en weekendtarief (de verloskundige prestaties blijven hier de absoluut enige uitzondering), blijft echter op basis van degelijk onderbouwde argumentatie jammergenoeg brandend actueel.
De verloskunde is immers in een adembenemende vaart dermate geëvolueerd dat het dé medische discipline bij uitstek is geworden, die het meest lijdt onder de medicolegale druk. Navenant weegt het prijskaartje van de verzekeringspremie loodzwaar. Concreet betalen op dit ogenblik tientallen gynaecologen een premie met het officiële ereloon van 40 bevallingen. De verloskunde bevindt zich qua risicofactor op het hoogste (en eenzame) niveau 6, dit is hoger dan cardio- en neurochirurgie!
Het plethoraprobleem bereikt ondertussen een schrijnend hoogterecord. De voorziene contingentering vanaf 2004 komt ook voor ons geen jaar te vroeg, temeer daar de echte effecten pas tegen 2009 op het terrein merkbaar zullen zijn. Dit heeft tot gevolg dat steeds meer gynaecologen steeds minder bevallingen verrichten. En dat heeft niet alleen nadelige gevolgen op het vlak van inkomsten, doch leidt onvermijdelijk tot tekort aan -letterlijk- levensnoodzakelijke klinische ervaring.
De maatschappij moet verder een bevoorrechte plaats geven aan zwangerschap en geboorte, als ze voor de toekomst overlevingsgaranties wenst. Wil men de huidige evolutie van denataliteit keren, wil men echt eerbied opbrengen voor de toekomst van de gemeenschap, dan dient daarin ook te worden geïnvesteerd. Een kwaliteitsvolle “moeder en kind” -zorg blijven garanderen is hiertoe vanzelfsprekend.
De verloskundige patiënte van vandaag eist een sterk persoonsgebonden begeleiding, een paraatheid dag en nacht en tenslotte de perfecte zwangerschapsoutcome met een nog perfectere ‘gouden’ baby.
Deze vraag komt niet van een harde kern binnen onze beroepsgroep, maar wordt gedragen door alle gynaecologen, universitair of niet universitair, man of vrouw, jong of oud, privé gevestigd of werkend in een instelling. De Beroepsvereniging vertegenwoordigt op dit ogenblik nagenoeg 70 % van de actieve gynaecologen.
Vriendelijke en collegiale groeten, mede namens de verantwoordelijke van de Cellule de défense professionnelle van de G.G.O.L.F.-B., Dr. Victor Fonzé.
|
||||||||
|
Copyright © VBS, 1997-2004 |
|
Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Verzekeringen | De Bulletijn | Hulp |