|
Talloze niet-geconventioneerde geneesheren ontvingen eind september - begin oktober jl. een aangetekend schrijven van het Nationaal Intermutualistisch College waarbij hen op straffe van uitsluiting uit de derde betalersregeling gevraagd werd een verklaring te ondertekenen volgens dewelke ze er zich onvoorwaardelijk toe zouden verbinden de RIZIV-tarieven na te leven in het kader van de derdebetalersregeling. In het kader van een gezamenlijke actie hebben VBS en BVAS hierop onze collegae uitdrukkelijk de raad gegeven het voorgestelde formulier niet te ondertekenen. Inmiddels verstuurden we tevens hierna volgende (open) brief aan het N.I.C. . Dit laatste antwoordde kort nadien dat het probleem zou voorgelegd worden aan haar “Politiek college” dat ons zijn standpunt zou mededelen. Wij zullen niet nalaten u hiervan, zodra mogelijk, op de hoogte brengen, samen met de gepaste richtlijnen wat betreft de houding die de individuele artsen in dit verband zouden moeten aannemen (gelieve eventueel op te volgen via de website
www.vbs-gbs.org ).
Vanuit sommige specialismen werd nu reeds geopteerd voor de algemene stopzetting van de derde betalersregeling in het kader van de ambulante zorg, behoudens voor sociale categorieën van patiënten. Het ligt immers voor de hand dat, gelet op het huidige budgettair beleid en de automatische recuperatie bewegingen en tariefverminderingen in geval van risico van budgetoverschrijding, het systeem van contante betaling een ruimere zekerheid biedt.
Aan het Nationaal Intermutualistisch College
Commissie “Derde betalende”
Mevrouw N. BADIE, Secretaris
Stwg op Charleroi 145
1060 BRUSSEL |
OPEN BRIEF |
|
Brussel 03.10.2002 |
Geachte Mevrouw,
Betreft: uw aangetekende brieven aan tal van collegae betreffende de Derdebetalersregeling.
Wij bevestigen u hiermede dat wij alle niet-verbonden collegae uitdrukkelijk de opdracht geven de door u voorgestelde verbintenis niet te ondertekenen. De redenen daartoe zijn de volgende:
-
de verbintenis die u wenst op te leggen houdt in dat de betrokken artsen zich ertoe moeten verbinden de
RIZIV- tarieven na te leven. Aangezien echter de conventie verstrijkt op 31.12. 2002 kan er geen sprake van zijn zich te verbinden t.o.v. tarieven waarvan het bedrag vanaf 1.01.2003 ongekend is en die hoe dan ook in ruime mate zullen afhangen van eenzijdige beslissingen van de Overheid.
-
U vervangt de verbintenis door de “RIZIV”tarieven. Dit houdt een onaanvaardbare inbreuk in op het akkoord artsen - ziekenfondsen.,
Door deze formulering miskent U ondermeer het punt L §5 van het akkoord van 18.12.2000 dat stipuleert dat de in het akkoord vastgestelde hoegrootheden van honoraria en reisvergoedingen niet moeten worden toegepast voor rechthebbenden met een hoog belastbaar inkomen U miskent ook het bestaan van de bijzondere eisen die door patiënten kunnen worden gesteld (punt L §§ 3en 4 van het akkoord van 18.12.2000). Deze eisen geven eveneens aanleiding tot een mogelijks verhoogd tarief. U weigert met deze essentiële bestanddelen van een bilaterale overeenkomst rekening te houden.
-
De juridische situatie waarnaar u verwijst in uw aangetekend schrijven, met name art 4bis §4 – 1° van het KB van 10.10.1986 is in casu geenszins een geldige rechtsgrond waarop u zich kunt beroepen om voormeld engagement af te dwingen onder het dreigement van uitsluiting uit de derdebetalersregeling. U past trouwens voormelde bepalingen zelf niet toe, aangezien onder geen enkele vorm een
gemotiveerde beslissing van de verzekeringsinstellingen medegedeeld werd aan de betrokken artsen. Bovendien is het u sedert maanden bekend welke artsen uit de conventie zijn getreden, zodat u sedert maanden voor de betrokken artsen de derdebetaler hebt toegepast, wat onbetwistbaar gebeurde op een andere juridische basis dan deze waarop u zich nu beroept.
Gelet op het voorgaande zult u begrijpen dat wij op collectieve wijze de gerechtelijke ondersteuning zullen organiseren voor mogelijke schade die individuele artsen zouden kunnen ondervinden ten gevolge van uw plots voornemen tot schorsing van de derdebetalersregeling.
Wij willen u erop wijzen dat verscheidene sectoren te kampen hebben met budgettaire moeilijkheden en dat het financieel evenwicht van een hoogstaande kwaliteitszorg onmogelijk is aan de huidige conventietarieven.
U begrijpt dan ook dat het ten zeerste ongepast is om op dit ogenblik van de betrokken artsen engagementen af te dwingen m.b.t. toekomstige tarieven waarvan men vandaag reeds met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kan voorspellen dat ze op korte termijn tot onhoudbare toestanden zullen leiden.
De keuze is dus duidelijk: zo u de verzonden ingebrekestellingen handhaaft, dan zullen wij alle artsen oproepen om onmiddellijk een einde te stellen aan het gebruik van de derdebetalersregeling in alle situaties waar dit mogelijk is en sociaal aanvaardbaar.
Het wordt hoog tijd om een gepaste sociaal haalbare en redelijke regeling voor de nabije toekomst uit te werken.
Met de meeste hoogachting,
Dr. M. Moens
Ondervoorzitter BVAS
Secretaris-generaal VBS
|
Prof. Dr. J.
Gruwez.
Voorzitter VBS
|
Dr. J. de Toeuf
Voorzitter BVAS
|
|