Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Verzekeringen | De Bulletijn | Hulp 

De Geneesheer-Specialist

Orgaan van het Verbond der Belgische Beroepsvereniging van Geneesheren Specialisten

Nr 7  -  Oktober 2002

Vorige artikel VorigeInhoud van dit nummer InhoudVolgende artikel Volgende

 

DERDE “GEZONDHEIDSWET”

WET VAN 22 AUGUSTUS 2002 HOUDENDE MAATREGELEN INZAKE GEZONDHEIDSZORG (B.S.10.09.2002)



De onlangs in het Staatsblad gepubliceerde derde gezondheidswet bevestigt in lichtjes verbeterde vorm, doch nog steeds in een zo goed als getrouwe weergave, de ontwerpteksten die wij reeds eerder uitvoerig hebben toegelicht. Belangrijk is dat het ontwerp betreffende de zgn. individuele responsabilisering van de zorgverleners en de reorganisatie (lees: taakuitbreiding en verzwaring) van de geneeskundige controle, verschoven werd naar het najaar.
Het is hoogst waarschijnlijk dat ook deze “gezondheidswet” aanleiding zal geven tot een VBS- en/of BVAS-offensief bij het Arbitragehof.

In vogelvlucht overlopen we een aantal belangrijke bepalingen:

-art. 2: voortaan kunnen bijzondere meerderheden voorzien worden voor de beslissingen in de Nationale Commissie Artsen-Ziekenfondsen; voor bepaalde materies kan de helft van de stemgerechtigde huisartsen of specialisten vereist zijn. Een gelijkaardige maatregel (art. 7) wordt voorzien voor de beslissingen van de Technisch Geneeskundige Raad.

-art. 4: juridische basis voor beschikbaarheidshonoraria voor huisartsen in wachtdiensten

-art. 5: juridische basis voor een financiële tussenkomst van de overheid in telematica voor artsen (oorspronkelijk alleen huisartsen).

-art. 11: invoering van de maatregelen inzake de zgn. “referentiebedragen”. De jaarlijkse referentiebedragen per opneming worden voor de eerste maal vastgesteld voor 2003 en worden berekend op basis van de gegevens m.b.t. de opnames die na 1 oktober 2002 en vóór 31.12.2003 worden beëindigd. Wanneer de werkelijke uitgaven de berekende referentieuitgaven met minstens 10% overschrijden, wordt, voor wat de chirurgische activiteiten betreft, het verschil teruggevorderd. Overschrijding van het normbedrag voor internistische verstrekkingen, geeft aanleiding tot het publiek maken van de namen van de betrokken ziekenhuizen.

Een detailweergave van de bepalingen, de verstrekkingen en de APR-DRG’s die bij de berekening worden betrokken, vindt u op de website www.vbs-gbs.org.  (gedrukte versie op eenvoudige aanvraag bij ons secretariaat) (cfr. ook toespraak Dr. M. MOENS, pagina 11).

Art. 11 zegt uitdrukkelijk dat de ziekenhuisbeheerder en de ziekenhuisgeneesheren een gedeelde verantwoordelijkheid hebben overeenkomstig het inningsreglement (art 135 en 136 van de ziekenhuiswet). Art 47 van de gezondheidswet (luik ziekenhuizen) zegt echter dat zolang hiervoor geen regeling in voormeld reglement is opgenomen, de toewijzing aan de geneesheren geschiedt in functie van hun relatief aandeel in de honorariamassa, waarbij het te verrekenen bedrag van de betrokken groep van ziekenhuisartsen wordt vastgesteld op basis van het relatief aandeel in de vastgestelde overschrijding. De tekst mist merkelijk duidelijkheid. Bij de berekening wordt rekening gehouden met de kostenafhouding, “voor zover de dekking van de kosten wordt uitgedrukt op basis van bewezen en reële kosten in akkoord met de medische raad”; zoniet geschiedt de verrekening ten belope van 75% ten laste van de ziekenhuisgeneesheer en van 25% ten laste van de beheerder. De beheerder mag blijkbaar een behoorlijke winst op de overconsumptie behouden. We zullen deze bepalingen uiteraard aanvechten langs juridische weg.

-art. 13: legt een administratieve boete op de voor de verbonden arts die de conventietarieven niet naleeft (3 maal de overschrijding, met een minimum van 125 EUR per overtreding).

-art. 17: voorziet dat bij KB zal bepaald worden op welke wijze de terugbetaling van ten onrechte uitbetaalde prestaties die betrekking hebben op het ziekenhuisbudget wordt geregeld.

-art. 32 voorziet een persoonlijke tussenkomst van de patiënt die zich aanmeldt op de spoedgevallendienst. Art. 44 zegt verder dat deze enkel kan gevorderd worden door het ziekenhuis. Bij KB wordt het bedrag bepaald.

-art. 41: voorziet in de oprichting van een Commissie voor controle van de registratie van MKG-registratie. Onjuiste gegevensregistratie wordt ambtshalve gecorrigeerd (art 43). Voor het toezicht van de MKG-registratie kunnen de ambtenaren zich laten bijstaan door adviserend geneesheren van de ziekenfondsen, aangewezen bij KB op voorstel van het Intermutualistisch College.

-art. 46 : voert een Financiële Commissie in de ziekenhuizen in, samengesteld uit vertegenwoordigers van het beheer en van de Medische Raad, tenzij er reeds een Permanent Overlegcomité (P.O.C.) in het ziekenhuis bestaat. Een belangrijke aanwinst (na ijverig aandringen) is dat de ziekenhuisartsen aangewezen door de Medische Raad zich kunnen laten bijstaan door een financieel deskundige. De leden van de Financiële Commissie beschikken over alle gegevens bepaald in art 128bis van de ziekenhuiswet. De Financiële Commissie bespreekt tenminste de jaarlijkse begrotingsramingen, de jaarrekening, het verslag van de bedrijfsrevisor (art. 82 en 84 ziekenhuiswet), en de aard van de aangerekende kosten.
De wijze van werking is dezelfde als deze voorzien voor het P.O.C.; alleen de Medische Raad beslist. Alle gegevens kunnen (uiteraard) ook medegedeeld worden aan de Medische Raad.

-art. 50 t.e.m. 59: De ministers van Volksgezondheid en Sociale Zaken kunnen het advies inwinnen van de “Multipartite-structuur betreffende het ziekenhuisbeleid” (MPS), voordien “Overlegstructuur” genaamd en voortaan bestaande uit telkens 6 (i.p.v. 8) vertegenwoordigers van de artsen, van de ziekenfondsen en van de ziekenhuizen, naast een voorzitter en een ondervoorzitter, vijf experten, één vertegenwoordiger van de Federale Overheidsdiensten en één van het RIZIV. Alle leden worden bij KB benoemd.

De bevoegdheid van dit orgaan is zeer uitgebreid:

1° elke reglementering inzake het gebruik en het verspreiden van de gegevens m.b.t. de ziekenhuisactiviteit;

2° de registratie, de verzameling, de verwerking en het gebruik van statistische gegevens i.v.m. de medische activiteiten;

3° de maatregelen om de betrouwbaarheid en vertrouwelijkheid van de gegevens te waarborgen;

4° het aanbod, de erkenningsnormen en de financiering m.b.t. de ziekenhuisactiviteiten;

5° het instellen van financiële reglementeringen en stimuli tot bevordering van de doelmatigheid van de activiteiten van het ziekenhuis en van de ziekenhuisartsen.

Als voor de punten 4° en 5° het advies wordt goedgekeurd door elk van de vertegenwoordigde groepen (cfr supra), dan kan afgeweken worden van alle andere adviesverplichtingen uit de ziekenhuiswet.

De MPS heeft een opdracht tot evaluatie van en informatie over de medische praktijk in de ziekenhuizen, voor zover deze verband houdt met het genereren van de uitgaven. Ze evalueert de regeling inzake referentiebedragen en kan overgaan tot een informatie- en sensibiliseringsactie. Daarbij kan zij opdrachten toevertrouwen aan de “Colleges van Geneesheren” (KB van 15.02. 1999 in uitvoering van art 15, §2 van de ziekenhuiswet).

- art.53 bepaalt meer in detail een reeks additionele adviesbevoegdheden:

1°het instellen of wijzigen van reglementeringen die gelijktijdig aanleiding geven tot een financiering via het ziekenhuisbudget en via de nomenclatuur;

2°het bepalen van regelen m.b.t. het vaststellen van referentiebedragen bij standaardingrepen;

3°de vergoeding van geneesmiddelenverbruik m.b.t. de gehospitaliseerde patiënt;

4°de algemene regelen m.b.t. de financiering van endoscopisch en viscerosynthesemateriaal;

5° de methodologie voor de evaluatie van het opnamebeleid.

Wat de samenstelling van de artsenvertegenwoordiging (geneesheren-specialisten) betreft, schakelt de minister elk democratisch effect van de artsenverkiezingen gewoon uit, door te stellen dat de tweederden ook lid moeten zijn van de Nationale Raad voor ziekenhuisvoorzieningen (die hij zelf benoemt) of van de medicomut (die wel verkozen zijn). De RIZIV –adviesorganen zelf blijven anderzijds onaangeroerd in hun bevoegdheden. Wel ontstaat nu de mogelijkheid van rivaliserende adviezen. Daar tegenover staat dan weer dat de manoeuvreerruimte van de minister geringer wordt bij eensluidende adviezen van de MPS en de RIZIV-organen.

In de marge van deze gepubliceerde gezondheidswet is het belangrijk te vermelden dat in het ONTWERP van wet dat nu op stapel staat over de individuele responsabilisering van de zorgverleners, de profielencommissies definitief zullen worden afgeschaft.


 

Vorige artikel VorigeInhoud van dit nummer InhoudVolgende artikel Volgende

Questions & Comments

Copyright © VBS, 1997-2004

  Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Verzekeringen | De Bulletijn | Hulp