|
Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Verzekeringen | De Bulletijn | Hulp |
![]() |
|
Orgaan van het Verbond der Belgische Beroepsvereniging van Geneesheren Specialisten |
|
|
|
|
Nr 7 - Oktober 2002 |
||
|
|
||
In vogelvlucht overlopen we een aantal belangrijke
bepalingen: -art. 2: voortaan kunnen bijzondere meerderheden
voorzien worden voor de beslissingen in de Nationale Commissie
Artsen-Ziekenfondsen; voor bepaalde materies kan de helft van de
stemgerechtigde huisartsen of specialisten vereist zijn. Een gelijkaardige
maatregel (art. 7) wordt voorzien voor de beslissingen van de Technisch
Geneeskundige Raad. -art. 4: juridische basis voor
beschikbaarheidshonoraria voor huisartsen in wachtdiensten -art. 5: juridische basis voor een financiële
tussenkomst van de overheid in telematica voor artsen (oorspronkelijk
alleen huisartsen). -art. 11: invoering van de maatregelen inzake de
zgn. “referentiebedragen”. De jaarlijkse referentiebedragen per
opneming worden voor de eerste maal vastgesteld voor 2003 en worden
berekend op basis van de gegevens m.b.t. de opnames die na 1 oktober
2002 en vóór 31.12.2003 worden beëindigd. Wanneer de werkelijke
uitgaven de berekende referentieuitgaven met minstens 10% overschrijden,
wordt, voor wat de chirurgische activiteiten betreft, het verschil
teruggevorderd. Overschrijding van het normbedrag voor internistische
verstrekkingen, geeft aanleiding tot het publiek maken van de namen van de
betrokken ziekenhuizen. Een detailweergave van de bepalingen, de verstrekkingen
en de APR-DRG’s die bij de berekening worden betrokken, vindt u op de
website www.vbs-gbs.org.
(gedrukte versie op eenvoudige aanvraag bij ons secretariaat) (cfr. ook
toespraak Dr. M. MOENS, pagina 11). Art. 11 zegt uitdrukkelijk dat de ziekenhuisbeheerder
en de ziekenhuisgeneesheren een gedeelde verantwoordelijkheid
hebben overeenkomstig het inningsreglement (art 135 en 136 van de
ziekenhuiswet). Art 47 van de gezondheidswet (luik ziekenhuizen) zegt
echter dat zolang hiervoor geen regeling in voormeld reglement is
opgenomen, de toewijzing aan de geneesheren geschiedt in functie van hun
relatief aandeel in de honorariamassa, waarbij het te verrekenen bedrag
van de betrokken groep van ziekenhuisartsen wordt vastgesteld op basis van
het relatief aandeel in de vastgestelde overschrijding. De tekst mist
merkelijk duidelijkheid. Bij de berekening wordt rekening gehouden met de
kostenafhouding, “voor zover de dekking van de kosten wordt uitgedrukt
op basis van bewezen en reële kosten in akkoord met de medische raad”;
zoniet geschiedt de verrekening ten belope van 75% ten laste van de
ziekenhuisgeneesheer en van 25% ten laste van de beheerder. De beheerder
mag blijkbaar een behoorlijke winst op de overconsumptie behouden. We
zullen deze bepalingen uiteraard aanvechten langs juridische weg. -art. 13: legt een administratieve boete op de voor de
verbonden arts die de conventietarieven niet naleeft (3 maal de
overschrijding, met een minimum van 125 EUR per overtreding). -art. 17: voorziet dat bij KB zal bepaald worden op
welke wijze de terugbetaling van ten onrechte uitbetaalde prestaties die
betrekking hebben op het ziekenhuisbudget wordt geregeld. -art. 32 voorziet een persoonlijke tussenkomst van de
patiënt die zich aanmeldt op de spoedgevallendienst. Art. 44 zegt verder
dat deze enkel kan gevorderd worden door het ziekenhuis. Bij KB wordt het
bedrag bepaald. -art. 41: voorziet in de oprichting van een Commissie
voor controle van de registratie van MKG-registratie. Onjuiste
gegevensregistratie wordt ambtshalve gecorrigeerd (art 43). Voor het
toezicht van de MKG-registratie kunnen de ambtenaren zich laten bijstaan
door adviserend geneesheren van de ziekenfondsen, aangewezen bij KB op
voorstel van het Intermutualistisch College. -art. 46 : voert een Financiële Commissie in de
ziekenhuizen in, samengesteld uit vertegenwoordigers van het beheer en van
de Medische Raad, tenzij er reeds een Permanent Overlegcomité (P.O.C.) in
het ziekenhuis bestaat. Een belangrijke aanwinst (na ijverig aandringen)
is dat de ziekenhuisartsen aangewezen door de Medische Raad zich kunnen
laten bijstaan door een financieel deskundige. De leden van de Financiële
Commissie beschikken over alle gegevens bepaald in art 128bis van de
ziekenhuiswet. De Financiële Commissie bespreekt tenminste de jaarlijkse
begrotingsramingen, de jaarrekening, het verslag van de bedrijfsrevisor
(art. 82 en 84 ziekenhuiswet), en de aard van de aangerekende kosten. -art. 50 t.e.m. 59: De ministers van Volksgezondheid en
Sociale Zaken kunnen het advies inwinnen van de “Multipartite-structuur
betreffende het ziekenhuisbeleid” (MPS), voordien
“Overlegstructuur” genaamd en voortaan bestaande uit telkens 6 (i.p.v.
8) vertegenwoordigers van de artsen, van de ziekenfondsen en van de
ziekenhuizen, naast een voorzitter en een ondervoorzitter, vijf experten,
één vertegenwoordiger van de Federale Overheidsdiensten en één van het
RIZIV. Alle leden worden bij KB benoemd. De bevoegdheid van dit orgaan is zeer uitgebreid: 1° elke reglementering inzake het gebruik en het
verspreiden van de gegevens m.b.t. de ziekenhuisactiviteit; 2° de registratie, de verzameling, de verwerking en
het gebruik van statistische gegevens i.v.m. de medische activiteiten; 3° de maatregelen om de betrouwbaarheid en
vertrouwelijkheid van de gegevens te waarborgen; 4° het aanbod, de erkenningsnormen en de financiering
m.b.t. de ziekenhuisactiviteiten; 5° het instellen van financiële reglementeringen en
stimuli tot bevordering van de doelmatigheid van de activiteiten van het
ziekenhuis en van de ziekenhuisartsen. Als voor de punten 4° en 5° het advies wordt
goedgekeurd door elk van de vertegenwoordigde groepen (cfr supra), dan kan
afgeweken worden van alle andere adviesverplichtingen uit de
ziekenhuiswet. De MPS heeft een opdracht tot evaluatie van en
informatie over de medische praktijk in de ziekenhuizen, voor zover deze
verband houdt met het genereren van de uitgaven. Ze evalueert de regeling
inzake referentiebedragen en kan overgaan tot een informatie- en
sensibiliseringsactie. Daarbij kan zij opdrachten toevertrouwen aan de
“Colleges van Geneesheren” (KB van 15.02. 1999 in uitvoering van art
15, §2 van de ziekenhuiswet). - art.53 bepaalt meer in detail een reeks additionele
adviesbevoegdheden: 1°het instellen of wijzigen van reglementeringen die
gelijktijdig aanleiding geven tot een financiering via het
ziekenhuisbudget en via de nomenclatuur; 2°het bepalen van regelen m.b.t. het vaststellen van
referentiebedragen bij standaardingrepen; 3°de vergoeding van geneesmiddelenverbruik m.b.t. de
gehospitaliseerde patiënt; 4°de algemene regelen m.b.t. de financiering van
endoscopisch en viscerosynthesemateriaal; 5° de methodologie voor de evaluatie van het
opnamebeleid. Wat de samenstelling van de artsenvertegenwoordiging
(geneesheren-specialisten) betreft, schakelt de minister elk democratisch
effect van de artsenverkiezingen gewoon uit, door te stellen dat de
tweederden ook lid moeten zijn van de Nationale Raad voor
ziekenhuisvoorzieningen (die hij zelf benoemt) of van de medicomut (die
wel verkozen zijn). De RIZIV –adviesorganen zelf blijven anderzijds
onaangeroerd in hun bevoegdheden. Wel ontstaat nu de mogelijkheid van
rivaliserende adviezen. Daar tegenover staat dan weer dat de
manoeuvreerruimte van de minister geringer wordt bij eensluidende adviezen
van de MPS en de RIZIV-organen. In de marge van deze gepubliceerde gezondheidswet is
het belangrijk te vermelden dat in het ONTWERP van wet dat nu op stapel
staat over de individuele responsabilisering van de zorgverleners, de
profielencommissies definitief zullen worden afgeschaft. |
||
|
Copyright © VBS, 1997-2004 |
|
Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Verzekeringen | De Bulletijn | Hulp |