|
Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Verzekeringen | De Bulletijn | Hulp |
![]() |
|
Orgaan van het Verbond der Belgische Beroepsvereniging van Geneesheren Specialisten |
|
|
|
|
Nr 7 - Oktober 2002 |
||||
|
|
||||
Aanwijzingen en standaarden
betreffende de verstrekkingen van artikel 7 van de nomenclatuur van de
geneeskundige verstrekkingen : Aanwijzingen en standaarden Art. 7, § 14, laatste lid g)
Psychomotorische ontwikkelingsstoornissen. 1. bij kinderen onder de 16
jaar, na specialistisch (neuro)pediatrisch advies en behandelingsvoorstel,
en met een significant zwakkere score op een genormeerde
gestandaardiseerde test. a) het voorschrift Het voorschrift mag opgesteld
worden door de behandelende arts, al dan niet een (neuro)pediater, na
specialistisch (neuro)pediatrisch advies en behandelingsvoorstel. Dit
specialistisch advies moet gegeven worden door hetzij een pediater hetzij
een neuropediater. b) de tests De tests mogen uitgevoerd
worden door de (neuro)pediater of door de kinesitherapeut. Indien de (neuro)pediater zelf
de test uitvoert, dient hij in zijn gemotiveerd advies te schrijven dat de
score op de test significant pathologisch is. Hij doet ook een
behandelingsvoorstel. Indien de kinesitherapeut de
test zelf uitvoert moet hij de testresultaten aan de (neuro)pediater
doorgeven. Deze laatste moet erop toezien deze resultaten in perspectief
te plaatsen, rekening houdende met de algemene klinische situatie van de
patiënt, die hij persoonlijk heeft onderzocht. Indien de (neuro)pediater
in zijn gemotiveerd advies schrijft dat de score significant pathologisch
is en een behandelingsvoorstel doet, kan de kinesitherapeut de behandeling
aanvatten (een voorschrift blijft natuurlijk nodig). (Wat een significant zwakkere
score, d.w.z. significant pathologisch is, is test-specifiek overeen te
komen in functie van de wijze waarop de score uitgedrukt wordt. In het
kader waarin de testen hier zullen gebruikt worden kan men voor de
percentiel- of standaardscore aannemen dat « £ 15e percentile » of «
£ 1 standaardafwijking onder het gemiddelde » als significant zwakkere
score beschouwd wordt. Dit stemt overeen met staninescore 1, 2 of 3 en met
een ontwikkelingsquotiënt van £ 85.) De afname van de test kan
worden aangerekend als "Consultatief kinesitherapeutisch onderzoek
van de patiënt". Een voorschrift is nodig voor dit onderzoek. De beslissing of de patiënt
aan de criteria voldoet ligt dus bij de (neuro)pediater. Wat moet de kinesitherapeut
bijhouden in het dossier ? - het scoreblad van de
uitgevoerde test, - een kopie van het
voorschrift, - het medisch verslag
(gemotiveerd advies van de (neuro)pediater met betrekking tot de
beoordeling van het (cijfermatige) test-resultaat, de opportuniteit van de
kinesitherapiebehandeling en het behandelingsvoorstel). 2. bij kinderen tot en met 18
maanden met klinisch duidelijke ontwikkelingsstoornissen vastgelegd door
middel van evaluatie in een gespecialiseerde multidisciplinaire equipe. Een pediater of een
neuropediater moet deel uitmaken van de gespecialiseerde
multi-disciplinaire equipe. Het voorschrift mag opgesteld worden door de
behandelende arts. Wat moet de kinesitherapeut
bijhouden in het dossier ? - een kopie van het voorschrift
(met doelstelling van de behandeling); - een medisch verslag van de
(neuro)pediater die deel uitmaakt van de multidisciplinaire equipe. De voornoemde aanwijzingen en
standaarden zijn van toepassing vanaf 1 juli 2002.
|
||||
|
Copyright © VBS, 1997-2004 |
|
Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Verzekeringen | De Bulletijn | Hulp |