Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Verzekeringen | De Bulletijn | Hulp 

De Geneesheer-Specialist

Orgaan van het Verbond der Belgische Beroepsvereniging van Geneesheren Specialisten

Nr 4  -  Mei 2002

Vorige artikel VorigeInhoud van dit nummer InhoudVolgende artikel Volgende

 


 Frank beloont ziekenhuis(beheerder) voor overconsumptie...
 

Nauwelijks heeft de regering ja geknikt of het nieuwe ontwerp van gezondheidswet van de minister van sociale zaken staat al te pronken op zijn persoonlijke website. Een daad vol democratische symboliek en welbegrepen zin voor "transparantie". Blijkbaar kan er vandaag geanticipeerd worden op het Belgisch Staatsblad. Als er suggesties van artsen komen die anders denken dan de minister, is succes gegarandeerd niet verzekerd. 

Wie nuchter de inhoud van de tekst bekijkt, kan alleen besluiten dat de zelfstandige uitoefening van het medisch beroep in dit land morgen een hoogst hachelijke zaak wordt. Je moet bijna ziekelijk optimist zijn om in de wettelijk vastgelegde scenario's te durven meespelen ... Misschien ook omdat hij/zij die een functie van ziekenhuisarts vervult, sedert de wet van 14 januari 2002 niet langer dezelfde contractuele rechten heeft als alle andere burgers. Voor de ziekenhuisarts is een individuele overeenkomst met het ziekenhuis alleen nog maar een vodje papier. En als de beheerder er de financiële voorwaarden van wil wijzigen, dan hoeft hij daarvan niet eens de reden, noch de financieel-economische of boekhoudkundige staving mede te delen aan zijn mede-contractant. Alleen zijn vertegenwoordigers van de Medisch raad –of diens "financiële commissie"- mogen, liefst zonder eigen deskundige bijstand, heel even een tipje van de sluier oplichten. Transparantie voor de blinden.

Op 14 mei 2002 werd in de media de nieuwe regeringsbeslissing zoals gebruikelijk uitermate vereenvoudigd aangekondigd als een reeks simpele, reddende maatregelen om de overconsumptie te bestraffen. Een goeie maatregel dus, met budgettaire weerslag in klinkende euro: elke uitgegeven eurocent zal evidence based verantwoord zijn. Sanering dus. Applaus op alle banken. In werkelijkheid gaat het om het instellen van een huichelachtig repressief systeem, een soort pervers schrikbewind, dat de artsen definitief zal "genezen" van elk persoonlijk initiatief tot medische zorgverlening. 


Referentiebedragen, en …. de vele gezichten van de overheid

Voor een reeks standaardingrepen (zie lijst in bijlage), worden “de ziekenhuizen” verplicht het bedrag dat de mediaanwaarde + 10% aan RIZIV-uitgaven overschrijdt terug te betalen. 
De ziekenhuizen? Neen, het ziekenhuis zelf is niet meteen geviseerd, ondanks het wettelijk beginsel van de uiteindelijke verantwoordelijkheid van de ziekenhuisbeheerder (art 11 van de ziekenhuiswet). Het gaat hem in essentie niet om de dringende "besparing" van 700 miljoen BEF in 2002 (een "kleinigheidje" in vergelijking met wat de artsen sinds het aantreden van Vandenbroucke al te verduren kregen), maar voornamelijk om 
     1. de manier waarop de recuperatie moet gebeuren 
     2. het sneeuwbaleffect van de maatregel, en vooral
     3.de “intercollegiale vreugde” die deze maatregelen de medische raden zullen bezorgen. 


1. De "manier waarop":

Art. 46 van het ontwerp zegt dat de verdeling van de terugvordering moet bepaald worden in het reglement van de centrale inningsdienst, zoniet wordt de terugbetaling verrekend volgens het aandeel van de artsen in de honorariamassa. Het ziekenhuis zou van het RIZIV een gedetailleerde staat met individuele verrekening per arts ontvangen.
In de oorspronkelijke versie werd het totale bedrag op de honoraria verhaald bij de artsen, wat ook hun afhouding door het ziekenhuis was geweest. Wij merkten daarbij op dat zulks een financiële aansporing was aan de beheerder om de “productiedruk” op de geneesheren te handhaven. Deze laatste kon immers de enorme afhoudingen (bvb.70 à 80% op klinische biologie en medische beeldvorming) op de overconsumptie behouden als beloning voor zijn "gezond" beheer.

Die principiële blunder werd dan wel "gecorrigeerd". De "manier waarop" is andermaal tekenend: bij de verrekening lastens de artsen (per "groep", vermoedelijk discipline) wordt er rekening gehouden met de afhoudingen in het kader van art 140, §1,3° en §3 (kosten veroorzaakt door de geneeskundige verstrekkingen en die niet vergoed worden door het ziekenhuisbudget). De inningskosten en de bijdragen (art 140,§1, 4° de verwezenlijking van maatregelen om de medische activiteit in het ziekenhuis in stand te houden of te bevorderen) tellen niet mee en blijven sowieso een zuivere beloning van de beheerder.

Er wordt evenwel maar rekening gehouden met de aanwending van art 140,§1,3° en §3 "voorzover de dekking van de kosten wordt uitgedrukt op basis van bewezen en reële kosten in akkoord met de medische raad", waarbij dan niet alleen de boekhoudkundige bewijslast (van de gegevens van de ziekenhuisboekhouding!) bij de arts (sic!) wordt gelegd, maar deze laatste bovendien nog het akkoord van de Medische Raad moet verkrijgen. Volgens de recentste VVI- interpretatie mag de Medische Raad bovendien geen enkel van de medegedeelde gegevens kenbaar maken aan de medische staf. Praktisch gezien komt het erop neer dat beheerder en Medische Raad zullen bepalen wat precies onder §3 en §4van art 140 valt.

Maar er is meer. Is er geen akkoord of staving van de kosten, dan wordt het aandeel van de ziekenhuisarts door het wetsontwerp forfaitair bepaald op 75%, en het aandeel van de beheerder op 25%. De minister van sociale zaken geeft dus een royale bonus van 75% aan de beheerder van het overconsumerend ziekenhuis m.b.t. de in de wet opgesomde verstrekkingen (nomenclatuur klinische biologie behalve forfaits, medische beeldvorming behalve forfaits en angiografieën, gewone geneeskundige hulp art.3 kinesitherapie, algemene speciale verstrekkingen art 11, inwendige geneeskunde art.20 en fysiotherapie art 22).
We stellen bijgevolg vast dat de minister van sociale zaken het gemiddeld kostendeel van de geneeskundige verstrekkingen in het ziekenhuis forfaitair en wettelijk bepaalt op 25% van de honorariamassa. Een gegeven waarmee de Medische raden ongetwijfeld zullen moeten rekening houden bij de uitoefening van hun mandaat.

Doch dat is nog niet alles. In artikel 11 van het ontwerp werd een §5 voorzien waarin zonder meer de oorspronkelijke visie van de minister werd behouden, nl. "…wordt het verschil door de dienst voor de centrale inning van de honoraria, bedoeld in artikel 135 en artikel 136 van de wet op de ziekenhuizen…in mindering gebracht van de aan de verzekering aangerekende honoraria". Hoe dat moet gebeuren wordt iets verder nader omschreven: "De Koning (dus zijn minister, in casu Frank Vandenbroucke, n.v.d.r.) bepaalt, …de wijze waarop (de betreffende bedragen) door de dienst voor centrale inning van de honoraria in mindering worden gebracht en de boeking ervan door de ziekenfondsen."

"Gelukkig" geniet de aldus rijkelijk beloonde beheerder van een superconsumerend zieken-huis (overstijging van de referentiewaarde voor meer dan de helft van bedoelde APR-DRG-groepen) toch de "gunst" als uitblinker vermeld te worden op de website van het RIZIV. Dit was oorspronkelijk de enige sanctie die voor de beheerder was bedoeld. 


2. Het sneeuwbaleffect van de maatregel:

Artikel 11, §4 voorziet de jaarlijkse herberekening van de referentiebedragen door de gemeenschappelijke Technische Cel van het ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu en van het RIZIV, en later door het zgn. "Kenniscentrum" dat door de wet zal worden opgericht, een soort Big Brother, een nog nebuleuze gigantische databank die o.m. de medische zorgverlening op identificeerbare wijze betrekt in een volautomatisch gluurspel. Bij KB kan het percentage afwijking dat gedoogd wordt boven de mediaanwaarde gewijzigd worden. Bovendien kunnen bij KB het betrokken aantal APR-DRG groepen en de soorten van verstrekkingen uitgebreid worden.

Met mathematische zekerheid kan dus gesteld worden dat, naarmate het consumptiepatroon zal dalen, het slagveld tussen beheerder en ziekenhuisartsen alsmaar ruimer dreigt te worden, met groeiende interne spanningen. Het ligt bovendien voor de hand dat ook andere repressieve maatregelen, zoals deze inzake "individuele responsabilisering van de zorgverlener" (lees: artsen), zullen meespelen. RIZIV- inspecteurs van de Dienst geneeskundige controle verwerven een "evaluerende" bevoegdheid en zullen "vaststellen" wat "goede medische praktijkvoering" is, en wat niet. Het kan niet moeilijk zijn een angstklimaat te creëren dat niet alleen onderconsumptie zal doen ontstaan en de leefbaarheid van diensten en ziekenhuizen zal ondermijnen, maar bovendien het hellend pad effent voor kwaliteitsafbouw en rantsoenering. 

De ziekenhuizen worden klaargestoomd en groggy gemaakt voor een kettingreactie van "Sabena-scenarios". De rol van de Zwitsers werd door artikel 46 van het wetsontwerp ook al in klinkende munt uitgedeeld. In het herschreven artikel 73 van de GVU-wet staat, ondanks ons aandringen om ook de verantwoordelijke beheerder persoonlijk te sanctionneren, immers duidelijk vermeld: "De andere zorgverleners (lees in casu "de ziekenhuizen" n.v.d.r.) …dienen zich eveneens te onthouden van het uitvoeren van onnodig dure of overbodige verstrekkingen…wanneer zij gemachtigd zijn zelf het initiatief tot die verstrekkingen te nemen." "Fasten seat belts" en "safety first" dus, maar dan alleen voor de wettelijk erkende "gezagvoerders".

Alhoewel de wet allicht pas in of direct na het zomerreces zal in voege treden, kunnen wij de Medische Raden alleen maar volgende dubbele raad geven:
-hou voorlopig alle nieuwe bijdragen tot het instandhouden of bevorderen (art 140,§4) in beraad;
-tref geen financiële beslissingen in akkoord met de beheerder zonder formele raadpleging van de medische staf (art 123 van de ziekenhuiswet), want de verantwoor-delijkheid van de leden van de Medische Raden dreigt in het gedrang te komen.

Minister Vandenbroucke zegt in het Parlement geen oorlog te willen met de artsen. Maar ondertussen heeft hij de lijnen van een superslagveld uitgetekend in zijn ontwerp van wet, waar hij met graagte en met bloedige ernst, met de stoottroepen van de ziekenhuisbeheerders, de ziekenhuisartsen in mootjes zal hakken.


Bijlage


1° 
APR-DRG 73 - Ingrepen op de lens met of zonder vitrectomie, 
APR-DRG 97 - Adenoidectomie en amygdalectomie, 
APR-DRG 179 - Onderbinden en strippen van venen, 
APR-DRG 225 - Appendectomie, 
APR-DRG 228 - Ingrepen voor hernia inguinalis en cruris, 
APR-DRG 263 - Laparoscopische cholecystectomie, 
APR-DRG 302 - Majeure ingrepen op gewrichten en heraanhechtingen onderste ledematen behalve bij trauma indien nomenclatuurcode 289085 - Arthroplastiek van de heup met totale prothese (acetabulum en femurkop) werd aangerekend, 
APR-DRG 302 - Majeure ingrepen op gewrichten en heraanhechtingen onderste ledematen behalve bij trauma indien nomenclatuurcode 290286 - Femorotibitiale arthroplastiek met gelede prothese werd aangerekend, 
APR-DRG 313 - Ingrepen onderste extremiteiten knie en onderbeen, behalve voet, indien nomenclatuurcode 300344 - Therapeutische arthroscopieën (partiële of totale meniscectomie) werd aangerekend, 
APR-DRG 318 - Verwijderen van inwendige fixatoren, 
APR-DRG 482 - Transurethrale prostatectomie, 
APR-DRG 513 - Ingrepen op uterus/adnexen voor carcinoom in situ en benigne aandoeningen, indien nomenclatuurcode 431281 - Totale hysterectomie, langs abdominale weg werd aangerekend, 
APR-DRG 513 - Ingrepen op uterus/adnexen voor carcinoom in situ en benigne aandoeningen, indien nomenclatuurcode 431325 - Totale hysterectomie, langs vaginale weg werd aangerekend, 
APR-DRG 516 - Laparascopie en onderbreken tubae, 
APR-DRG 540 - Keizersnede 
en APR-DRG 560 - Vaginale bevalling. 


APR-DRG 45 - CVA met herseninfarct, 
APR-DRG 46 - Niet gespecifieerd CVA en precerebrale occlusie zonder herseninfarct, 
APR-DRG 47 - Transient ischemia, 
APR-DRG 134 - Longembolie, 
APR-DRG 136 - Nieuwvormingen van het ademhalingsstelsel, 
APR-DRG 139 - Gewone pneumonie, 
APR-DRG 190 - Circulatoire aandoeningen met ami, 
APR-DRG 202 - Angina pectoris, 
APR-DRG 204 - Syncope en collaps, 
APR-DRG 244 - Diverticulitis en diverticulosis, 
APR-DRG 464 - Urinaire stenen en esw lithotripsie 
en APR-DRG 465 - Urinaire stenen zonder lithotripsie.


 

Vorige artikel VorigeInhoud van dit nummer InhoudVolgende artikel Volgende

Questions & Comments

Copyright © VBS, 1997-2004

  Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Verzekeringen | De Bulletijn | Hulp