|
Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Verzekeringen | De Bulletijn | Hulp |
![]() |
|
Orgaan van het Verbond der Belgische Beroepsvereniging van Geneesheren Specialisten |
|
|
|
|
Nr 2 - Februari 2002 |
||
|
|
||
Zeer geachte collega's, Een jaar gaat (voor mij in ieder geval) als maar sneller en sneller voorbij en weer zijn wij hier bijeen voor onze algemene statutaire vergadering. Ik wens U allen welkom en bied U mijn late wensen aan voor het nieuwe jaar. Zoals gewoonte gaat onze onverdroten actieve secretaris-generaal, waarvan wij niet genoeg de ongelooflijke inzet voor de beroepsverdediging kunnen inschatten, en waarvoor we hem hier nogmaals uitdrukkelijk bedanken, uitvoerig de evolutie van de medische politiek schetsen. De Voorzitter kan zich beperken tot dankbetuigingen en enkele min of meer persoonlijke bedenkingen omtrent onze vereniging, haar plaatst op het medisch-politiek schaakbord, de UEMS, de toestand van de specialisten en de accreditering. Onze dank gaat naar de leden van het Bestuurscomité die zich inzetten om hun beroepsvereniging te vertegenwoordigen en om het Bureau bij te staan in zijn zware taak van permanente evaluatie van de professionele toestand en zijn reactie op de onophoudelijke aanvallen op het beroep. Onze dankbetuigingen gaan eveneens naar de leden van het bureau die iedere week aanwezig zijn of reageren per e-mail om ons te helpen om snedig te reageren op nieuwe situaties. Het zijn de twee Bernards, Vanden Heule, Penningmeester en Maillet, adjunct-secretaris, de erevoorzitter Jacques Mercken, Luc Nijs, Ondervoorzitter alsook dezen die van op afstand medewerken aan onze wekelijkse bijeenkomsten : de ondervoorzitters Dirk Van Renterghem en Eddy Maes en de Raadgevers Arthur Vermeersch en Guy Wanet en de adjunct-secretaris Jean Luc Demeere. Het is inderdaad geen sinecure om iedere maandag, kennis te nemen van het wel en wee, van het reilen en zeilen van het beroep, op de woelige zee van de medische politieke toestand en ten gepaste tijd het VBS-schip, aan de hand van de getoetste omstandigheden, in de goede richting te sturen. Opnieuw wens ik te onderlijnen hoezeer wij het werk appreciëren van de administratieve staf. Directeur Jos Van den Nieuwenhof en Juriste, Fanny Vandamme, de secretariaats equipe, Brigitte Sand, Ann Vandermeulen, Josiane Bultreys, de informaticaploeg, Pierre Nevraumont en Koen Schrije evenals Vincent Mercken en last but not least, onze free lance medewerkster voor de accreditering, Mevrouw De Winter. Hun inzet is de conditio sine qua non om paraat te blijven ten einde de steeds talrijker wordenden uitdagingen te kunnen beantwoorden. Om een nog grotere efficiëntie na te streven zal binnenkort een interne audit van ons administratief apparaat plaatsvinden, om, indien mogelijk, op een nog concretere basis de taken van eenieder te omschrijven binnen het raderwerk van ons Verbond. Een overdadige activiteit Inderdaad, het werk stapelt zich op voor de leden van het Bestuurscomité en voor de administratieve equipe. Ik denk zelfs niet aan de onmeetelijke taken van onze Secretaris-generaal en onze Directeur, maar ik ondervind zelf hoeveel kilometers fax, hoeveel uren telefoongesprekken, hoeveel geschreven bladzijden, hoeveel vergaderingen, hoeveel denkwerk ik besteed aan het Verbond. Vergaderingen zoals van de Hoge Raad, het bureau van de Hoge Raad, de Planningscommissie, de Commissie van Beroep van de Accreditering, zonder onze wekelijkse vergaderingen te vergeten, de vergaderingen van het bestuurscomité, de punctuele vergaderingen omtrent een of ander dossier, de ontmoetingen op het kabinet van de ministers Vandenbroucke en Aelvoet enzovoort. Het is klaar en duidelijk dat de overheid ons overstelpt met nieuwe initiatieven. Wij slagen er slechts heel moeilijk in om stap voor stap deze nieuwe maatregelen te wijzigen in de goede richting. Voor ieder probleem moet men onverdroten steeds de multipele aspecten van deze maatregelen beschouwen, en er steeds opnieuw op terugkomen om uiteindelijk de eindbeslissing te kunnen beïnvloeden. Ik citeer door elkaar de bijzondere bekwaamheden van internist-oncoloog, de hematologie, de psychiatrie, de stomatologie, de geneeskundige dataverwerking, de zorgenprogramma's voor oncologie, de planificatie en de quota's, de spoedgevallenproblematiek en zo meer. KB maart 1999 Laat mij toe even uw aandacht opnieuw te trekken op het KB van maart 1999 van ex- Minister Colla met betrekking tot de selectie van kandidaat-specialisten door de faculteiten geneeskunde en de verplichting een theoretisch onderricht te volgen "gelijktijdig" met de 2 eerste jaren van de opleiding. Het VBS tekende hiertegen beroep aan bij de Raad van State, beroep dat door de Auditeur gegrond werd bevonden. Het is de hoogste tijd dat we de verwarring elimineren die heerst in de geesten van vele collega's omtrent deze "Academisering" (term uitgevonden door de VLIR) en een uitvergroting ervan door de universiteiten tegengaan. Het K.B. zegt alleen dat een toelating tot specialisering door "een faculteit" moet afgeleverd worden en dat een theoretisch onderricht "gelijktijdig" met de eerste twee jaren moet gevolgd worden. Punt. Niet dat de Universiteit of de Faculteit de verantwoordelijkheid hebben voor deze eerste twee jaren ! Op de planificatiecommissie is ondertussen het failliet van dit systeem van selectie door verscheidene faculteiten aan het licht gekomen ! Op welke gronden gaat men verder diegenen selecteren uit de kandidaten voor één specialisme welke door de verscheidene faculteiten toegelaten werden om dit specialisme aan te vatten ? Het is overduidelijk dat dergelijke moeilijkheden door een centrale selectie, met een classificatie, zouden vermeden worden. De positie van de specialist Ik heb mijn toespraak van verleden jaar herlezen. Daarin kwam een opsomming voor van de diensten door het VBS aanbiedt. Vele van deze activiteiten komen niet op het openbare forum, maar zijn enorm belangrijk voor talrijke individuele collega's. Overigens is dit alleen een fractie van hetgene het VBS bewerkstelligt om de positie van de specialist te verdedigen. U weet en ervaart dagelijks dat deze niet de bekommernis is van de Overheid, de politici, de media en ook niet van onze collega's algemene practici. Niettemin is het mijn innige overtuiging dat wij ons meer dan ooit moeten inspannen, niet om de overmacht te verwerven, maar gewoon om onze rechtmatige belangen te verdedigen. Continu worden wij in een negatief daglicht gesteld als diegenen die de maatschappelijke zekerheid voor eigen profijt afschuimen, die medische fouten begaan voor dewelke we door een vermeende solidariteit van de collega's beschermd worden, diegenen welke zodra patiënten in de hospitalen terecht komen, in tegenstelling tot de huisarts – en ik citeer de Minister letterlijk - : "een hele batterij machines aan het draaien zetten !" Wij zoeken vruchteloos naar enige waardering voor onze activiteiten en onze inspanningen die het nochtans mogelijk maken om aan de bevolking een uitstekende specialistische geneeskunde aan te bieden die iedere internationale vergelijking kan doorstaan. Het is hoogtijd om te stoppen met deze lastercampagne en zeker, de syndicale verkiezingen indachtig, om ons op een realistische basis de positioneren voor de toekomstige confrontaties. Het andere systeem. Naar mijn oordeel – en in dezelfde lijn – is het dringend tijd om een alternatief te promoten voor het concept van de eerste lijn, concept ontleend aan landen zoals het Verenigd Koninkrijk en Nederland dat door onze patiënten zeker niet moet benijd worden ! In plaats van de mogelijkheid voor onze bevolking – medisch voldoende intelligent en rijp - om in een groot aantal gevallen rechtstreeks een specialist te raadplegen kunstmatig te willen beperken, in plaats van het geld van de sociale zekerheid te verkwisten om deze natuurlijke evolutie te verhinderen, eerder dan nieuwe eerste lijnscentra te willen creëren - de fameuze kolchozen - en in plaats van onnodige en dure tussenstations in te bouwen zou men de toegang tot de gespecialiseerde geneeskunde moeten bevorderen, ondermeer tot de extramurale specialistische geneeskunde en terzelfder tijd een responsabilisering van onze verscheiden disciplines aanvaarden wat betreft de kostprijs van de gezondheidszorgen. Dat de Ministers Vandenbroucke en Aelvoet eindelijk wat realistischer worden en dat ze hun utopieën en waanzinnige pogingen om ons vreemde systemen op te dringen laten varen. De accreditering. Ik schakel over naar de zorgwekkende toestand van de accreditering. Het systeem, dat naar buiten toe, ook internationaal, voorkomt als een mooi gestructureerd geheel ter institutionalisering van de continue medische navorming, en de Peer Review, werkt met horten en stoten en ontbeert duidelijk de interne adminstratieve en financiële ondersteuning om zichzelf in stand te houden. Men zou het avontuur van de accreditering bijna kunnen vergelijken met de aanval van Napoleon die na een spetterend begin slop raakte in de Russische vlakten. Heden ten dage functioneren verschillende paritaire comités niet meer. De administratie heeft een achterstand van meer dan 3 maanden om de voorstellen voor te leggen aan de Accrediteringsstuurgroep wat binnenkort de heraccreditering van een groot aantal collega's in gevaar brengt. Blijkbaar weigeren vele paritaire comités de activiteitsrapporten van de LOK's op te stellen. In één woord, de mechanismen geraken vast. Wij hebben een schrijven gericht tot de Voorzitter, Dr. J.P. Joset om hem voor te stellen de accreditering te privatiseren door ze toe te vertrouwen aan de Beroepsverengingen, een voorstel dat ongetwijfeld zal genegeerd worden, maar toch zijn wij bereid om geëigende initiatieven te ondersteunen om de trein weer op de sporen te krijgen. De UEMS Een woord over de UEMS. Deze organisatie heeft zich duidelijk ontwikkeld en bevestigd. Men kan stellen dat de UEMS zonder enige twijfel en progressief geëvolueerd is naar een onmisbare organisatie van specialisten op Europees en professioneel vlak. Haar activiteit is resoluut georiënteerd naar de opleiding van de specialisten, de harmonisering op de Europees vlak en de permanente vorming. Misschien is ze evenwel onvoldoende gericht op de verdediging van de beroepsbelangen van de specialisten. Parallel met deze ontwikkeling beginnen zich organisatorische problemen te stellen wat betreft het management van de organisatie. Anderzijds vertoont de Belgische verankering van de UEMS een zorgwekkende verzwakking. Zeker, de zetel van de vereniging is nog steeds gevestigd in onze lokalen in de Kroonlaan. Maar daar waar de sleutelpositie van Secretaris-generaal altijd bezet werd door een Belg, Guy Des Marez en Robert. Peiffer om maar de laatste twee te vernoemen, neemt thans Dr. Leibbrandt, Nederlander, deze functie waar. Onze positie is nog verzwakt sinds José Ramet, die terug moest aanknopen met de traditionele Belgische bezetting van het secretariaat-generaal, zich hiervoor heeft teruggetrokken. Wij zoeken naar één of twee collega's die – indien ze het vereiste profiel hebben – door ons als kandidaat of als ploeg zouden kunnen voorgesteld worden. Overigens stelt zich ook bij de UEMS meer en meer de vraag omtrent de verhouding tot de Wetenschappelijke Verenigingen, de Europese dan. Een ding wil ik U nog in herinnering brengen : alle Belgische leden van de Secties, Subsecties en Boards moeten, hetzij rechtstreeks door onze beroepsverenigingen aangeduid worden, hetzij, indien door een andere organisatie voorgesteld, door onze beroepsverenigingen goedgekeurd zijn. Eendracht. Om efficiënt te ageren naar buiten toe is de grootst mogelijke cohesie binnen in onze rangen noodzakelijk. Nog veel meer moet ons Verbond het forum zijn waar de specialisten de eigen relationele problemen onder elkaar kunnen oplossen. Afspraken moeten intern gemaakt worden tussen de verscheidene disciplines, zodat we niet in verdeelde slagorde tegenover onze tegenstrevers staan. Wij hebben de spijtige houding van het bestuur van de Beroepsvereniging voor Dermatologie ervaren, gegrond op zuiver persoons- gerelateerde motieven, maar de BeCEP, Beroepsvereniging van Urgentie Geneeskunde heeft onze rangen vervoegd en wellicht zullen nog andere disciplines (ik denk dan eventueel aan de Specialisten in de geneeskundige dataverwerking) zich bij ons aansluiten. Wij zijn ervan bewust dat iedere specialiteit zoekt naar een harmonieuze samenwerking met zijn tegenhanger op het wetenschappelijk vlak. Sommigen streven zelfs naar een vergedreven integratie. We mogen ons nochtans niet laten afleiden van ons hoofddoel zijnde de beroepsverdediging die – zoals we reeds hoger hebben gezegd – een perfecte cohesie tussen de verschillende gespecialiseerde disciplines vereist. Tot slot citeer ik de laatste paragraaf uit mijn toespraak van 2001. "Mijn persoonlijke ambities zijn beperkt …. Ik nodig U allen uit om binnenin uw rangen op zoek te gaan naar de zeldzame vogels die in de toekomst de aflossing kunnen verzekeren!"
Alhoewel ik zeer heldhaftig ben, zou ik niet graag, zoals één van mijn voorgangers Dr. Delune, aan het front sneuvelen ! Ik zou het dus zeer op prijs stellen indien men mij binnenkort vriendelijk zou verzoeken de fakkel door te geven ! Prof. J.A. GRUWEZ |
||
|
Copyright © VBS, 1997-2004 |
|
Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Verzekeringen | De Bulletijn | Hulp |