Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Verzekeringen | De Bulletijn | Hulp 

De Geneesheer-Specialist

Orgaan van het Verbond der Belgische Beroepsvereniging van Geneesheren Specialisten

Nr 1  -  Januari 2002

Vorige artikel VorigeInhoud van dit nummer InhoudVolgende artikel Volgende

 

BOEKBESPREKING
"Hersengestoorde kinderen – Deel II : Multifactoriële evaluatie en revalidatie"
J.A. Claeys, Revalidatiearts neuromotorische stoornissen


In "Hersengestoorde Kinderen : Deel I : Vroegdiagnose en Behandeling" (Garant 1993) behandelde Dr J.A. Claeys de vroegste ontwikkeling van foetus naar kleuter met de gekende risico's i.v.m. een beschadiging van het centraal zenuwstelsel, de technieken voor een vroege diagnose en de basis voor de eerste begeleiding. Een onmisbaar handboek en naslagwerk voor alle begeleiders van kinderen met een handicap van welke discipline ook.

Het nieuwe boek : "Evaluatie en Revalidatie van Hersengestoorde kinderen" (Garant Uitgevers Leuven – Apeldoorn) is de noodzakelijke aanvulling van het eerste boek. Het begint met de geschiedenis en uitgroei van de revalidatie als een rijpingsproces in het denken en handelen van wetenschappers en practici uit alle disciplines – zowel medische als psychologische – op zoek naar de beoordeling van een totaal mensbeeld. Hieruit groeit het begrip handicap en een classificeren van de verschillende soorten handicaps met als gevolg de noodzaak te individualiseren. We kunnen enkel spreken over mensen met een welbepaalde handicap en niet over gehandicapten. Bij kinderen steunt de revalidatie op de grondige kennis van de groei van het centraal zenuwstelsel en van de neurofysiologie, van houding en beweging, behandeld in Deel I.

Na deze inleiding volgt een systematische beschrijving van het onderzoek van een "centraal motorisch gestoord kind" (C.M.G.) en het opsporen van de verschillende samenstellende factoren van de handicap : de multifactoriële benadering.
Door Observatie kunnen bepaalde organisatiestoornissen herkend of vermoed worden. De evaluatie van de Passieve Beweging verduidelijkt de kenmerken van spanningen, spierzwakte en spierverkortingen o.m. door te beschrijving hoe men verstijvingen meet. Het hoofdstuk Actieve Beweging legt het verband tussen dwanghoudingen, verstijvingen, spierzwakten en afwijkende bewegingspatronen. Het onderzoek van de Houdings-spanning steunt zowel op neurofysiolische basisinformatie als op praktisch onderzoek.

Al de reeds gevonden factoren spelen een zeer belangrijke rol in het analyseren van de afwijkende houding in stand. De orthopedische inzichten moeten bekeken worden door een neurofysiologische bril. Hieruit volgt de beoordeling van de gang. Belichtte het eerste boek ademhaling, communicatie en waarneming bij het C.M.G. kind, dan gaat in dit deel de auteur bijzonder in op de handvaardigheid van de spatialisatie : basis voor de ergotherapeuten en leerkrachten. Tenslotte volgt een bespreking van de "Totale Revalidatie" van het kind met een handicap tot zijn optimale integratie via het gewoon of het bijzonder onderwijs, eventueel gesteund door geïntegreerde begeleiding. Schoolkeuze is voor het kind met een handicap niet de uitsluitende bevoegdheid van C.L.B.'s, psychologen en scholen ; ook de revalidatiearts heeft hier een belangrijke inbreng.

Het boek sluit met een overzicht van dossiers. De auteur wil hierdoor de zeer uiteenlopende evolutie, de steeds wisselende revalidatiediagnosen tijdens het groeiproces verduidelijken. Het zet ons aan om eerlijk te bekennen dat het voorspiegelen van successen, mits volgen van een bepaalde methode, de ouders een verkeerd beeld geeft over de handicap. De mogelijkheden van revalidatie blijven beperkt en gebonden aan de aanwezige factoren. Men bewijst ouders en kinderen een slechte dienst door de gevolgen van de handicap te willen verdoezelen. Iedereen moet leren leven met de mogelijkheden die hij meegekregen heeft en moet die optimaal leren gebruiken.

Dit boek hoort thuis in elk revalidatiecentrum, in elk C.L.B., in elk dagcentrum of tehuis voor kinderen met een handicap. Bibliotheken van revalidatieartsen, van scholen en van opleidingscentra voor leerkrachten, paramedici of medische beroepen en C.L.B.'s kunnen best dit werk aan hun lezers aanbevelen. Een dergelijk wetenschappelijk werk heeft – gezien ons klein taalgebied – alleen maar kansen mits de steun en de aanbevelingen vanuit ministeries, administraties en alle verenigingen, die iets te maken hebben met kinderen met een handicap.

Dr T.R. Put, Neurochirurg, Revalidatiearts

 

Vorige artikel VorigeInhoud van dit nummer InhoudVolgende artikel Volgende

Questions & Comments

Copyright © VBS, 1997-2004

  Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Verzekeringen | De Bulletijn | Hulp