|
Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Verzekeringen | De Bulletijn | Hulp |
![]() |
|
Orgaan van het Verbond der Belgische Beroepsvereniging van Geneesheren Specialisten |
|
|
|
|
Nr 1 - Januari 2002 |
||||
|
|
||||
We stuurden onze bedenkingen naar het Ministerie in volgende brief dd. 4 januari jl.: "Betreft: ontwerp van KB betreffende de planning van het medisch aanbod.
1. Wij kunnen ons vanzelfsprekend niet eens verklaren met de vooropgestelde verhoging van de aantallen kandidaten die toegang krijgen tot de opleiding voor een titel van huisarts of van specialist, voor de jaren 2005 en 2006, gezien er geen fundamentele argumenten bestaan voor de zgn. “afronding”, welke vanzelfsprekend naar “boven” gebeurt. Wij waren overigens onthutst te vernemen dat de Franstalige universiteiten systematisch de overschrijding van de hen opgelegde quota “organiseren”, m.a.w. de wettelijke bepalingen gewoonweg niet naleven. 2.Daarbij aansluitend kunnen wij ons evenmin eens verklaren met de verdeling van de quota over geneesheren-specialisten en huisartsen. Immers de zgn. "afronding" met +12% wordt haast integraal verrekend in het quotum dat zou worden vastgesteld voor de specialisatie-opleidingen. Men stelt zelfs vast dat het vooropgestelde cijfer van 470 (voor 2004 t.e.m. 2008) maximum op te leiden specialisten beduidend overeenstemt met de gemiddelde jaarlijkse aangroei van het aantal specialisten in de loop van het voorbije decennium, zodat in werkelijkheid niet eens van een "numerus clausus" kan gesproken worden. Men heeft in feite gewoon de quota vastgesteld in functie van de behoeften aan kandidaat-specialisten (goedkope werkkrachten) van de opleidingsstructuren, en geenszins rekening gehouden met de reële activiteitsbehoeften van de gezondheidszorg. 3. Onder artikel 4,§1 wordt een onjuiste formulering opgenomen van de bepalingen van het KB van 16 maart 1999. Artikel 3 van dit laatste voorziet immers de bepaling:"…een attest dat aantoont dat de kandidaat door een faculteit geneeskunde aanvaard is voor de discipline waarin hij wil opgeleid worden". Art. 4 van het datzelfde KB zegt dat hij een tweede attest nodig heeft "dat aantoont dat de kandidaat met vrucht een specifieke universitaire opleiding heeft gevolgd…". Het betreft hier trouwens specifieke opleidingscriteria. De vooropgestelde bepaling stemt niet overeen met de bepalingen van het KB van 16 maart 1999. De voorgestelde formulering zou tot gevolg hebben dat de specifieke universitaire opleiding uitsluitend toegankelijk zou zijn voor arbitrair geselecteerde kandidaten. De bepalingen van het KB nr 78 regelen de toegang tot de beroepstitels, doch niet tot de studies en de opleiding als dusdanig. Deze bepaling tast dus een grondwettelijk recht aan.
Onder §2 wordt blijkbaar een diploma van "kandidaat-huisarts" en van "kandidaat-specialist" ingevoerd. Op welke wettelijke basis? Onder §2, 4° gaat men nog stap verder, die al evenmin zinvol is, nl. door de voordien als maxima vastgestelde quota plots in te bereiken minima om te zetten. In feite gaat men er dus van uit dat de "wens" van een kandidaat om in een bepaalde discipline opgeleid te worden, kan omgezet worden in een "must" opgelegd door de faculteit. Zoiets kan toch niet (is trouwens al evenzeer ongrondwettelijk)! Men kan hoogstens selectiecriteria bepalen en dan de kandidaten aanvaarden die aan die criteria voldoen, zolang het maximumquotum niet bereikt is. Doch men kan noch de vrije wil van de kandidaten omzetten in een gedwongen vakkeuze, noch het vereiste kwaliteitsniveau van de selectie afstemmen op het maximumquotum. In deze tekst wordt de werkelijke vertaling gegeven van het feitelijke opzet, nl. dat de quota uiteindelijk bepaald worden in functie van de budgettaire- en werkingsnoden binnen de universitaire- en netwerkziekenhuizen. De formulering van §2,5° is niet erg duidelijk. Men zou er goed aan te doen de juiste inhoud van de bepaling te preciseren. §2,6°: Het feit dat “overleg” tussen de faculteiten of “loting” noodzakelijk zullen zijn, levert het beste bewijs dat de enige rationele oplossing van de selectie bestaat in een centrale evaluatie, resulterend in een classificatie die dan een eenvoudige keuze van de best geplaatsten toelaat."
Hopende dat U met deze bemerkingen zult willen rekening houden, groet ik U beleefd,
|
||||
|
Copyright © VBS, 1997-2004 |
|
Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Verzekeringen | De Bulletijn | Hulp |