Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Verzekeringen | De Bulletijn | Hulp 

De Geneesheer-Specialist

Orgaan van het Verbond der Belgische Beroepsvereniging van Geneesheren Specialisten

Nr 1  -  Januari 2002

Vorige artikel VorigeInhoud van dit nummer InhoudVolgende artikel Volgende

 

VERPLICHTE MEDEDELING DOOR DE ZIEKENHUISBEHEERDER
AAN DE MEDISCHE RAAD VAN FINANCIËLE EN STATISTISCHE GEGEVENS


In het Staatsblad van 28 december 2001 jl. werd een uitvoeringsbesluuit gepubliceerd (KB van 18.12.2001) van artikel 128bis van de ziekenhuiswet. Daarin wordt een duidelijke lijst bepaald van de verschillende gegevens die de beheerder moet mededelen aan de medische raad. Het besluit stelt definitief een einde aan de wantoestanden in sommige instellingen waar de beheerder slechts een weinig transparant beeld van de interne boekhouding ter beschikking stelt van de medische raad. De volledige lijst van de gegevens nemen we hierna over.

Het VVI blijkt nu al –en ten onrechte- uitsluitend deze verplichtingen te willen nakomen wanneer alle honoraria, inclusief deze van de raadplegingen, centraal worden geďnd. De beheerdersorganisatie gaat hierbij uit van een verkeerde interpretatie van de eerste woorden van het KB, nl. « Voor de ziekenhuizen, waar de inning van de medische honoraria centraal gebeurt… ». Zo gelezen…"lijkt dit KB" van toepassing te zijn op de ziekenhuizen waar "alle honoraria" centraal geďnd worden, zeggen de Drs C.BOONEN en D.DEVOS van de VVI-leiding. Wishfull thinking.

Niets is immers minder waar. Om die interpretatie mogelijk te maken zou het KB wel degelijk "alle" geschreven moeten hebben. Wat echter niet kon, want het KB werd specifiek genomen in het kader van artikel 128bis dat geen onderscheid naar categorieën van ziekenhuizen toelaat, en zeker niet volgens een criterium dat buiten het wettelijk kader van de centrale inning ligt. Op dit ogenblik is de centrale innig van de honoraria uitsluitend voorzien voor de vestrekkingen m.b.t. opgenomen patiënten. Als de wet het heeft over « de centrale inning van de medische honoraria », dan betreft het uitsluitend deze van de gehospitaliseerden. De uitbreiding van de centrale inning tot de ambulante prestaties van de medische-technische diensten is slechts mogelijk mits een specifiek uitvoeringsKB van artikel 134 van de wet (wat nu geenszins het geval is), en vergt bovendien specifieke KB-bepalingen waarin de modaliteiten van die uitgebreide centrale inning worden gedefinieerd.

Wel is bijzonder belangrijk dat het nieuwe KB ook de mededeling van gegevens voorziet betreffende de honoraria die niet onder de verplichte centrale inning vallen, nl. deze m.b.t. de ambulante activiteiten van de medisch-technische diensten en van de raadplegingen, zonder daarvoor de centrale inning op te leggen, met name het globaal percentage van deze honoraria "dat aan het ziekenhuis toekomt". Als men de VVI redenering zou volgen moet dit percentage dus ook niet medegedeeld worden, noch aan de beheerder, noch aan de medische raad.

Verder willen wij bijzonder de nadruk leggen op de belangrijke betekenis van het voorlaatste gedachtenstreepje van art 1,4° van het KB, volgens hetwelk onder de mede te delen gegevens ook het aandeel « dat de ziekenhuizen toekomt » op het geheel van de « ziekenhuisdiensten » en…de « hulpziekenhuisdiensten (totaal van de kostenplaatsen 100 tot 199) » betrokken wordt. Men bedoelt hier het deel van de honoraria waarop de beheerder zou kunnen aanspraak maken (op basis van overeenkomsten in het kader van art 140, §1,4° en §4 van de ziekenhuiswet), voor die diensten die specifiek als verpleegdag-gebonden worden beschouwd, zoals het mortuarium, het operatiekwartier, de anesthesie, de centrale sterilisatie of het medisch archief. De zogenaamde « hulpkostenplaatsen » zijn te verdelen kostenplaatsen die uitsluitend over de verpleegafdelingen worden verdeeld. Immers de kosten van deze kostenplaatsen worden gedefinieerd als zijnde gedekt door de verpleegdagprijs (art. 7 van het M.B. 6.08.1986).

Luidens §1, 4° en §4 van artikel 140 van de ziekenhuiswet, zijn tussenkomsten vanwege de medische honoraria m.b.t. deze kostenplaatsen uitsluitend voorzien m.b.t. maatregelen met het oog op het instandhouden of bevorderen van de medische activiteit in het ziekenhuis. Wegens de formulering « het percentage… dat aan de ziekenhuizen toekomt » willen wij er bij de medische raden op aandringen om bij dit soort financiële afspraken formeel en schriftelijk de specifieke bestemming en de tijdslimiet te bepalen tijdens dewelke deze bijdragen worden toegestaan.

Verder voorziet artikel 4 van het KB dat de medische raad de vertrouwelijkheid van de gegevens die hem worden overgemaakt dient te respecteren, en dat hij ze in geen geval buiten de medische raad mag "verspreiden" (Franse tekst: "diffuser"). Het VVI blijkt dit begrip meteen te willen omzetten in een absoluut verbod tot mededeling. Uiteraard zijn deze gegevens confidentieel, en wel voor iedereen die er, hetzij in het kader van de normale interne werking van de medische raad, hetzij als deskundige, door de medische raad van in kennis wordt gesteld. Dit betekent dat best op zeer formele wijze een vertrouwelijkheids-engagement wordt aangegaan vanwege de betrokken persoon, zowel ten aanzien van het ziekenhuis als ten aanzien van de medische raad.

Tenslotte voorziet het KB de toepassing van deze nieuwe bepalingen op de gegevens van het dienstjaar 2000, alhoewel het retroactief in werking treedt op 1 januari 2001. Het is dan ook een raadsel hoe het dan moet met een eventueel saneringsplan van het jaar 2000 in een openbaar ziekenhuis, dat had moeten medegedeeld worden vóór de goedkeuring door de beheersorganen. Misschien wordt die goedkeuring niet langer rechtsgeldig geacht…?

 

Vorige artikel VorigeInhoud van dit nummer InhoudVolgende artikel Volgende

Questions & Comments

Copyright © VBS, 1997-2004

  Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Verzekeringen | De Bulletijn | Hulp