Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Verzekeringen | De Bulletijn | Hulp 

De Geneesheer-Specialist

Orgaan van het Verbond der Belgische Beroepsvereniging van Geneesheren Specialisten

Nr 2 - Februari 2000 : Jaarverslag 1999 V.B.S. - Dr. Marc MOENS, Secretaris-generaal

Vorige nummer Vorige Archieven van de Geneesheer Specialist Inhoud Volgende nummer Volgende

II.4.    Vermassen en Lenssens blijven de onderhandelingen vergallen

II.4.1.    Onder de regering DEHAENE : creatie van een probleem

Ghislain VERMASSEN werd niet als SP-volksvertegenwoordiger herkozen en Jan LENSSENS ging als senator met pensioen. In april 1999 kwam Jan LENSSENS' naam nog even in een zeer slecht daglicht te staan naar aanleiding van de publicatie van een dossier over de als zelfmoord geklasseerde dood door een revolverschot van Piet MERTENS, zijn boezemvriend en Dendermonds CM-secretaris, op de parking van het toenmalig CM-gebouw in de Wetstraat te Brussel op 17 december 1981. Net die dag kreeg Jan LENSSENS een portefeuille aangeboden als Vlaams minister van Leefmilieu, Volksgezondheid, Welzijn en Gezin34. « Dood van een non ? » Kathelijne DE BRAUWER. Uitgeverij EPO vzw. 1999.. Sinds 1995 is Jan LENSSENS voorzitter van de Algemene Vergadering van de CM.
Ondanks de moeilijk bedongen wetswijziging aan het origineel35. 22 februari 1998 : Wet houdende sociale bepalingen. Belgisch Staatsblad 03/03/1998. Artikels 98, 99, 100 en 101. waren de problemen nog lang niet van de baan.

De mutualiteiten speelden het spel volstrekt oneerlijk. Onder voorzitterschap van Dr Jacques DE TOEUF was de werkgroep " Informeren van de rechthebbende - Doorzichtigheid - Gedeeltelijke verbintenis "36. Punt K van het Nationaal Akkoord Artsen-Ziekenfondsen dd. 15/12/1998 (Belgisch Staatsblad 08/01/1999)op 8 maart 1999 tot een compromis gekomen in verband met transparante afspraken over eventuele ereloonsupplementen. Voor de mutualiteiten onderhandelden blijkbaar slechts de " knechtjes " in de werkgroep. Bij de intrede van " de mannen van 1000 miljard "37. Cover Knack 6 oktober 1999 Guy PEETERS, algemeen secretaris van het Nationaal Verbond van Socialistische Mutualiteiten, en Marc JUSTAERT, voorzitter van de Landsbond der Christelijke Mutualiteiten, twee uur later, verbraken beide heren de afspraken die de artsen hadden gemaakt met hun afgevaardigden.

Voorzitter PERL kon bij de volgende vergadering van 29 maart 1999 slechts constateren dat het quorum niet was bereikt. De BVAS bleef immers afwezig omdat zij weigerde het in artikel 50bis van de ZIV-wet voorziene advies over de toepassing van de wet " Vermassen-Lenssens " te geven.

Bij de volgende vergadering op 12 april 1999 was de BVAS wel present maar weigerde opnieuw een advies te geven.
Desalniettemin trof Magda DE GALAN het betrokken besluit zogezegd na advies van de Medico-Mut van 12 april. Merkwaardig, want het Verzekeringscomité had al op 22 maart het ontwerp K.B. prematuur goedgekeurd, nog vóór het voor de eerste keer aan de Medico-Mut was voorgelegd.

Alle regels van behoorlijk bestuur werden met de voeten getreden en ondanks haar tweemaal herhaalde plechtige eden dat ze nooit de Raad van State om een dringend advies zou vragen (zodat het ontwerp op de lange baan en dus naar de nieuwe regering of de Griekse kalender zou worden doorgeschoven) kraaide DEHAENE bij de derde keer. Magda DE GALAN moest verraad plegen en het K.B. werd gepubliceerd38. 5 mei 1999. K.B. tot toepassing van artikel 50bis §2, tweede lid, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 (B.S. 01/06/1999). Dit K.B. was slechts geldig tot 31/12/99.

Op 5 juli 1999 kwam het tot een frontale botsing tussen beide artsensyndicaten en de tandem JUSTAERT-PEETERS. Beide heren weigerden nu zelfs voor de geconventioneerde artsen de termen van het in voege zijnde akkoord te erkennen. Via punt L van het akkoord van 15/12/9839. Belgisch Staatsblad 08.01.1999 vormen de " bijzondere " eisen zoals beschreven in het punt H van het akkoord van 20/06/198840. Belgisch Staatsblad 30.07.1988 integraal deel uit van het lopende akkoord 1999-2000.
Paragraaf 5 voorziet een aantal uitzonderingen, zoals een inkomen boven een bepaald niveau. In die omstandigheden dienen de overeenkomstentarieven niet te worden toegepast.

De discussie draait om enkele woorden : de honoraria " van het akkoord " versus de honoraria " die voortvloeien uit het akkoord ", d.w.z. inclusief de eventuele uitzonderingssituaties.

Om hun gram te uiten t.o.v. de mutualiteiten en de ontslagnemende regering, belegden BVAS en KARTEL samen op 6 juli een persconferentie. Een absolute primeur in het 35-jarige bestaan van de Nationale Commissie Artsen-Ziekenfondsen ! Het zou de regering in formatie worst - of was het kippenvoer - wezen. Niemand bewoog en de Medico-Mut ging, bij gebrek aan deelnemers, in reces tot 18/10/1999.

II.4.2.    Onder de regering VERHOFSTADT : zoeken en hopelijk vinden van een oplossing.

Al snel bij het aantreden van de nieuwe regering werd met VLD en PRL overlegd om via een nieuwe wetswijziging de toestand te deblokkeren. Helemaal afschaffen van het artikel 50bis (Vermassen-Lenssens) leek niet haalbaar, maar momenteel ligt een PRL-wetsontwerp klaar41. PRL, 23 december 1999. Daniel Ducarme : « Le respect du consensus médico-mutualiste est essentiel pour un libre accès de tous à une médecine de qualité ». Projet de loi.dat, naast de problematiek van de honorariasupplementen ook de fundamentele bezwaren weg zou kunnen werken, namelijk dat zij die de conventie geweigerd hebben toch onderworpen zijn aan de termen van de conventie42. « L’héritage Vermassen. Tirage dans « la majorité » » Journal du Médecin 11/01/2000. De VLD steunt actief dit ontwerp.

Voorzitter PERL riep op 18/10/99 de medico-mut samen met als enige punt op de agenda een brief dd. 07.10.99 van minister Frank VANDENBROUCKE met de dringende eis enerzijds de sub II.3. voornoemde besparingen te realiseren en anderzijds advies te geven over de uitvoering van de wet Vermassen-Lenssens vanaf 1 januari 2000.

De vraag wordt eens te meer bediscussieerd, maar tot conclusies komt de vergadering niet. Tijdens haar vergadering van 01 december weigert de Commissie een fax van minister VANDENBROUCKE dd. 01.12.99 met een hernieuwde vraag om advies over artikel 50bis toe te voegen aan de agenda.
Van uitstel komt geen afstel. Op 13 december legt ondertekende, als BVAS-voorzitter, een verklaring af met een juridische analyse van de situatie. Hierbij wordt nogmaals gewezen op het feit dat het K.B. niet de bedoeling heeft de privé-verzekeraars en de mutualiteiten die hun intrede hebben gedaan op de markt van de hospitalisatieverzekeringen te beschermen en dat de tariefzekerheid gegarandeerd is, gezien 83 % der specialisten geconventioneerd is.
Bij monde van Marc JUSTAERT betreuren de mutualiteiten dat de Medico-Mut niet tot een advies kan komen. Begrijpelijk. Vanaf 1 januari 2000 wordt het geesteskind van Jean HERMESSE, directeur studiedienst van de L.C.M., de hospitalisatieverzekering in zowat de helft van de Waalse ziekenhuizen ingevoerd.

In zijn brief van 10 januari 2000 aan voorzitter PERL kondigt VANDENBROUCKE het volgende aan : " Ik zie mij genoodzaakt om gebruik te maken van de procedure die voorzien is in het artikel 21, eerste lid van de wet van 25 april 1963 betreffende het beheer van de instellingen van sociale zekerheid. In uitvoering van artikel 213, § 2, tweede lid van de GVU-wet werd vernoemde bepaling van toepassing verklaard op de Nationale Commissie Geneesheren-Ziekenfondsen door het artikel 2, § 1, f) van het Koninklijk besluit van 9 september 1993. " In verstaanbare taal betekent dit dat hij de vertragingsmanoeuvres van de artsen beu is, en dat de wet hem toelaat om ook zonder het advies van de Medico-Mut zijn Koninklijk Besluit te nemen.

De Medico-Mut van 24 januari 2000 acteert de brief van de minister. Alles is immers al gezegd. De BVAS roept die week alle hens aan dek : perscommuniqués, brieven aan politici, hernieuwde contacten met V.L.D.-, P.R.L.- en P.S.-politici.
De situatie 2000 zou het spiegelbeeld van 1999 kunnen zijn. De minister van Sociale Zaken, Magda DE GALAN, wou toen geen K.B. nemen tot uitvoering van de wet Vermassen-Lenssens, maar premier DEHAENE dwong haar er toe. In 2000 wil haar opvolger, Frank VANDENBROUCKE, wél een K.B. nemen (alhoewel de wet slechts zegt dat voor 2000 de Koning een besluit KAN nemen; in 1999 NAM de Koning hoe dan ook een besluit). Waarom zou premier VERHOFSTADT nu niet de minister kunnen overtuigen om zijn K.B. NIET te nemen ? Als VLD en PRL en ook P.S., die steeds een ander standpunt innam over Vermassen-Lenssens dan haar Vlaamse tegenhanger de S.P., de premier steunen, moet het mogelijk zijn dat het K.B. nooit gepubliceerd wordt. Geraken we eindelijk uit de impasse ?

II.5.    Lineaire indexering en akkoord klinische biologie 01/12/1999

Alhoewel de mutualiteiten graag de volledige indexmassa hadden opgebruikt om het medisch dossier voor de huisarts verder te financieren, werd het bedrag toch lineair verdeeld over alle prestaties, dankzij de alertheid van Jacques DE TOEUF en de vastberadenheid van de BVAS-bank tijdens de vergadering van 01 december 1999.
Vermits punt B, I, 3 van het akkoord van 15.12.98 stelt dat de N.C.G.Z. vóór 1 december 1999 onderhandelt over de toewijzing van de opbrengst van de indexering, was JUSTAERT luttele uren te laat om opnieuw fratsen uit te halen met de geneesherenhonoraria.

Het ambulant budget klinische biologie 1998 werd met ongeveer 1,2 miljard BEF overschreden. Als alternatief voor de zeer onrechtvaardige ristornoregeling en om snel geld in het laatje te hebben, dwong minister VANDENBROUCKE een besparing met hetzelfde bedrag af op het budget 2000 voor de ambulante biologie. Eveneens op 01/12/99 werd hierover een akkoord bereikt onder voorwaarde dat het een éénmalige besparing betrof, dat het ristornosysteem in de toekomst werd afgeschaft, dat het volledig budget klinische biologie voor de verblijvende patiënten zou worden aangewend en dat er een vereenvoudiging werd aangebracht in de berekeningswijze van de forfaitaire honoraria in de ziekenhuisbiologie.

II.6.    Accreditering

II.6.1.    Intentie tot wegwerking van de dubbele regelgeving

Als gevolg van vier jaar koude oorlog tussen de ministers DE GALAN en COLLA ontstond over " het medisch dossier en de kwaliteitsevaluatie als instrument voor een meer doelmatige gezondheidszorg " een dubbele regelgeving. In een nota dd. 19 november aan de Nationale Commissie Artsen-Ziekenfonden43. RIZIV. Doc. NCGZ 99/53schetsen de nieuwe ministers VANDENBROUCKE en AELVOET wat zij als verworvenheden beschouwen in beide domeinen.
Indien aan een aantal voorwaarden wordt voldaan, zijn beide ministers bereid een aantal parallelle bepalingen op te heffen zoals vb. de Hoge Raad voor
Gezondheidsberoepen4. K.B. 03 mei 1999 (B.S. 24.06.99) betreffende de Hoge Raad voor Gezondheidsberoepen en de afdeling vroedvrouwen van de H.R.G.. Een bijzonder degelijke analyse van het door beide voorgaande excellenties gecreëerde kluwen44. RIZIV. Doc. NCGZ 2000/1. Accreditering, evaluatie van de medische praktijkvoering en medisch dossier : opdrachten, bevoegdheden en structuren.ligt ter studie van de N.C.G.Z. die er op 28 februari e.k. verder zal over debatteren.

II.6.2.    Evaluatie vijf jaar na het opstarten45. « Evaluatie van de accreditering anno 1999 en een bilan 5 jaar na het opstarten ». Doc. A..S. 99/17. Bijlage 3 bij het verslag A.S. dd. 15.12.99

Conform het punt A1 van het akkoord Artsen-Ziekenfondsen van 15.12.1998 heeft de Accrediteringsstuurgroep eind 1999 een voorstel van evaluatie van de werking van het accrediteringssysteem overgemaakt aan de Nationale Commissie Artsen-Ziekenfondsen. Dit lijvige document kwam na geanimeerde discussies tot stand in de Technische Accrediteringsraad (TAR). De voorzitter, Dr Jan HEYRMAN, Prof. huisartsengeneeskunde aan de K.U.L. en de ondervoorzitter, Dr Roland LEMYE, Franstalig secretaris-generaal van de BVAS, waren de gangmakers van de debatten.
Het consensusrapport situeert het systeem en legt vast wat reeds werd gerealiseerd. Er wordt tevens een sterkte-zwakte analyse van het systeem gemaakt. Het is duidelijk dat om de dynamiek te onderhouden vanuit de beroepsgroepen zelf, op vrijwillige basis moet worden gezorgd voor begeleiding van de verschillende lokale kwaliteitsevaluatiegroepen (LOK's). Hiervoor is er bovendien een financiering nodig. Artikel 19 van de Programmawet van 24 december 199932. 24 december 1999. Wet houdende sociale en diverse bepalingen. Belgisch Staatsblad 31/12/99 creëert effectief de mogelijkheid om de organen van het accrediteringssysteem en de LOK's te financieren. Kabinetsmedewerker van minister VANDENBROUCKE, Dokter Ri DE RIDDER, tevens bestuurslid van het A.S.G.B., heeft zich al laten ontvallen dat hij de LOK-financiering wil conditioneren. Alleen de LOK-groepen die bepaalde door " de minister " opgelegde onderwerpen behandelen zouden dan in aanmerking komen. Het voorstel klinkt de Vlaamse universitaire huisartsenbank in de Accrediteringsstuurgroep als muziek in de oren. De BVAS is van oordeel dat dergelijke " opgelegde stukken " de vrijwilligheid van het systeem en dus het impact en het succes zware schade zullen toebrengen.

De ideologische brainwashing die sommigen het vrije artsenberoep willen opleggen, zou wel eens contraproductief kunnen werken.
Ook het Nationaal Peer Review Comité legde in 1999, onder voorzitterschap van Dr Wim VANHECKE, kerngeneeskunde, een eerste maal zijn syntheserapport voor. Het betreft de LOK-activiteiten 1997. Naast een oproep om te remediëren aan de dreigende demotivering die ook in de sterkte-zwakte analyse van het consensusrapport bleek, dringt het N.P.R.C. aan op een vlottere communicatie tussen de verschillende LOK-groepen onderling. Dit moet realiseerbaar zijn via de snel groeiende informatisering. Eens te meer wordt opgemerkt dat hiervoor financiële middelen nodig zijn.

Het lijkt me gepast om de honderden collega's te danken die deze ganse keten van Accrediteringsstuurgroep, Technische Accrediteringsraad, Paritaire Accrediteringscommissies, Nationaal Peer Review Comité, Beroepscommissie en alle lokale Kwaliteitsevaluatiegroepen belangeloos draaiende houden, samen met de bijzonder toegewijde equipe van de Dienst voor geneeskundige verzorging en, niet te vergeten, Mevrouw Paule DE WINTER, die het onmisbare VBS-deel op zich neemt. Als de toeziende overheid het niet doet, dan mag de beroepsgroep zelf het wel eens doen.

De uitdaging om dit continu voort te zetten blijft en er zal dus nooit op enige lauweren kunnen worden gerust. We kunnen dit eerste lustrum best afsluiten met de laatste alinea van het besluit van het rapport : " ...De inmiddels gerealiseerde mentaliteitswijziging inzake medische navorming, inzake aanbod en inhoudelijke kwaliteit van de navorming, inzake transparantie- en discussiebereidheid over praktijkrichtlijnen, over nuttig en onnuttig gebruik van diagnostische en therapeutische middelen, over doelmatigheid van de medische zorg, enz mag toch alleszins beschouwd worden als vruchten die de accreditering nu al heeft afgeworpen. En het proces gaat nog door ".

II.6.3.    Beroepscommissie Accreditering

In het voorjaar 1999 kwamen voor het eerst een aantal geaccrediteerde artsen toe aan een hernieuwing van hun accrediteringsperiode van 3 jaar. De " kleine accrediteringsstuurgroep " onderzocht ettelijke honderden probleemdossiers. Hiervan werden er 377 door de Stuurgroep tussen 01 maart 1999 en 31 december 1999 als niet conform weerhouden. De betrokken collega's kunnen tegen deze vaststelling en de daaraan gekoppelde maatregelen beroep aantekenen bij de Beroepscommissie Accreditering.

Deze werd opgericht, conform het intern reglement van de Accrediteringsstuurgroep op 17 februari 1999. Sinds zijn oprichting vergaderde hij al zesmaal. De maatregelen die worden genomen indien wordt vastgesteld dat niet werd voldaan aan de accrediteringsvereisten zijn enerzijds de schorsing naar de toekomst toe, gaande van een periode van één tot drie jaar, en anderzijds, in uitzonderlijke gevallen van manifeste gebreken gedurende de voorbije periode, de terugvordering van één tot driemaal het onterecht uitbetaald accrediteringsforfait van 20.000 BEF. Het systematisch afwezig blijven op of het niet ingeschreven zijn bij een LOK werd steeds als een belangrijke tekortkoming geëvalueerd.

De accrediteringsstuurgroep heeft altijd ruim rekening gehouden met individuele problemen. Van de 377 collega's wiens dossiers desalniettemin niet conform werden beoordeeld, wendden er zich 133 tot de Beroepscommissie of 35,2 %. In 88 gevallen van de 133 ingediende beroepen achtte de commissie het beroep gegrond (66,2 %).
Deze collegae kregen automatisch hun accreditering terug, om praktische redenen, de eerste dag van de maand volgend op de uitspraak in Beroep. In 32 dossiers werd het oordeel van de Accrediteringsstuurgroep overgenomen (24,1%) en in 17 dossiers werd de maatregel gemilderd, omdat het beroep gedeeltelijk gerechtvaardigd was (12,8 %). Van de 23 gevallen waar bovendien door de Stuurgroep tot een terugvordering van het accrediteringsforfait was overgegaan, werden er slechts 5 weerhouden door de Beroepscommissie (21,7 %) (cfr. tabel46. Bron : RIZIV. Dienst Geneeskundige Verzorging. Beroepscommissie accreditering.).

Onze VBS-ondervoorzitter, Prof. Dr Jacques GRUWEZ, neemt namens de BVAS, de delicate taak van het voorzitterschap van deze beroepscommissie waar.

ACCREDITERING GENEESHEREN - Periode 01.03.1999-31.12.1999 - Beroepscommissie
    A.S.G Beroepscommissie
zitting gevallen schorsing accreditering stopzetting accreditering terugbetaling gerechtvaar- digde gevallen niet-gerecht- vaardigde gevallen deels gerechtvaardigd terugbetaling
11.06.1999
25.06.1999
03.09.1999
05.11.1999
07.01.2000
    16
    33
    25
    18
    41 
    16
    31
    24
    16
    36
    0
    1
    1
    2
    5
    0
    4
    9
    5
    5
    11
    19
    14
    12
    25
    3
    7
    7
    5
    10
    2
    5
    3
    1
    6 
    0
    2
    1
    1
    1
TOTAAL 133 123 9 23 81 32 17 5

Men mag alles samen beschouwd stellen dat enerzijds de Accrediteringsstuurgroep de verlenging van de ongeveer 17.500 dossiers samen met de administratie correct heeft beoordeeld, gezien van de 377 weerhouden dossiers er slechts +/- één derde beroep heeft aangetekend (35,2 %). Van deze groep werd er naderhand door de Beroepscommissie nog eens +/- twee derden opgevist (66,2 %). Meestal ging het immers om louter administratieve nalatigheid.

II.6.4.    Aantal geaccrediteerde artsen per 01 februari 200047. RIZIV. Dienst Geneeskundige verzorging. Accrediteringsstuurgroep.

We hebben de specialismen gerangschikt van de groep met het hoogste percentage geaccrediteerden, naar de groep met het laagste percentage. Kop en staart blijven identiek met voorgaande jaren. Tussen beiden wordt er al eens haasje over gesprongen.

Alhoewel het aantal actieve geneesheren-specialisten van 01.02.1999 naar 01.02.2000 steeg van 17.273 naar 17.638 (+ 2,11%), daalde het aantal geaccrediteerde specialisten van 12.491 naar 11.843 (- 5,18 %) in dezelfde periode. Bij de huisartsen doet zich iets gelijkaardigs doch in mindere mate voor : een toename van het aantal actieven 003-004 van 13.025 naar 13.252 (+ 1,7%) terwijl het aantal geaccrediteerden daalt van 9.769 naar 9.516 (- 2,59 %)48. Jaarverslag 1998 Secretaris-generaal VBS. “De Geneesheer-specialist, n° 1., pag. 16. Februari 1999..

  Totaal actieven Totaal geaccrediteerd % geaccrediteerd
Huisartsen 001-002
Huisartsen 003-004
Huisartsen 005-006
Huisartsen 007-008
    3.690
    13.252
    747
    3
   0
    9.515
    0
    1
   0,00
    71,80
    0,00
    33,33
TOTAAL HUISARTSEN 17.692 9.516 53,79
Geneesheer-assistenten 3.404 0,03
dermato-venerologie
radiodiagnose
Oftalmologie
gastro-enterologie
anatomo-pathologie
kerngeneeskunde
N.K.O.
Fysische geneesk.
Radiotherapie
Neurologie
Cardiologie
Urologie
Pneumologie
Orthopedie
Gynecologie-verlosk.
Reumatologie
Anesthesiologie
Inwendige geneesk.
Psychiatrie
Kindergeneeskunde
Klinische biologie
Plastische heelkunde
Neurochirurgie
Heelkunde
Stomatologie

TOT Specialisten
TOT. Specialisten + Stag.

ALGEMEEN TOTAAL
    598
    1386
    932
    345
    242
    291
    548
    410
    136
    140
    725
    318
    268
    808
    1198
    229
    1436
    1923
    409
    1247
    691
    165
    124
    1376
    294

    17638
    21042

    38734 

    484
    1075
    720
    265
    185
    218
    409
    298
    97
    99
    508
    222
    187
    543
    804
    151
    955
    1250
    262
    773
    420
    99
    69
    753
    133

    11843
    11844

    21360 

       80,94
    77,56
    77,25
    76,81
    76,45
    74,91
    74,64
    72,68
    71,32
    70,71
    70,07
    69,81
    69,78
    67,20
    67,11
    65,94
    66,50
    65,00
    64,06
    61,99
    60,78
    60,00
    55,65
    54,72
    45,24

    67,14
    56,29

    55,15

Vorige nummer Vorige Archieven van de Geneesheer Specialist Inhoud Volgende nummer Volgende

Questions & Comments

Copyright © VBS, 1997-2004

  Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Verzekeringen | De Bulletijn | Hulp