|
Nr 10 - December 2000
Vorige Inhoud 
Volgende
L. VOORWAARDEN WAARONDER HET AKKOORD WORDT TOEGEPAST.
§ 1. De bedingen van dit akkoord gelden voor alle verstrekkingen die in
de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen zijn opgenomen.
§ 2. De geneesheer die de bedingen van dit akkoord aanvaardt, moet aan
de rechthebbenden van de verzekering voor geneeskundige verzorging de bescheiden uitreiken
die voor de vergoeding door de verzekering nodig zijn.
§ 3. Algemeen geneeskundigen.
Behalve ingeval de rechthebbende bijzondere eisen stelt, worden voor de algemeen
geneeskundigen de honorariumbedragen en de reisvergoedingen, vastgesteld overeenkomstig de
bedingen van dit akkoord, toegepast op alle bezoeken bij de zieke thuis, op de
raadplegingen in de spreekkamer die zó zijn georganiseerd dat ze hetzij ten minste tien
uren per week, verdeeld over ten minste drie dagen, hetzij een aantal uren
vertegenwoordigen, dat overeenstemt met drie vierde van de activiteit in de spreekkamer,
op uren die normaal passen voor de rechthebbenden van de verzekering voor geneeskundige
verzorging, alsmede op de tijdens die bezoeken of raadplegingen verrichte technische
verstrekkingen.
Voor de toepassing van dit akkoord wordt onder bijzondere eisen verstaan:
1. de niet dringende bezoeken, afgelegd op verzoek van de zieke buiten de uren of het
tijdschema van de normale ronde van de geneesheer ;
2. de oproepen van zieken die voor de geneesheer een ongewoon belangrijke verplaatsing
meebrengen ;
3. de oproepen 's nachts, tijdens een weekeind of op een feestdag wanneer de geneesheer
geen wachtdienst heeft en wanneer is uitgemaakt dat de ter plaatse georganiseerde
wachtdienst toereikend is ;
4. de raadplegingen op afspraak, buiten de in het vorige lid bedoelde raadplegingen of die
de normale gang ervan verstoren.
Afgesproken is evenwel dat de zieke in behandeling, die verzocht wordt zich opnieuw in de
spreekkamer van de geneesheer aan te melden, voor elke raadpleging recht heeft op de
toepassing van de honorariumregeling die gold voor de eerste raadpleging.
§ 4. Geneesheren-specialisten.
Behalve ingeval de rechthebbende bijzondere eisen stelt, worden voor de
geneesheren-specialisten de honorariumbedragen en de reisvergoedingen, vastgesteld
overeenkomstig de bedingen van dit akkoord, toegepast op de raadplegingen en op de
technische verstrekkingen die onder de volgende voorwaarden worden verricht:
a) wanneer de geneesheer-specialist zijn specialisme geheel of gedeeltelijk in een
verplegingsinrichting uitoefent, indien zijn activiteit volgens de voorwaarden van het
akkoord, hetzij een duur van ten minste vijfentwintig uren per week welke zijn activiteit
in de verplegingsinrichting en/of zijn open raadplegingen omvat, hetzij drie vierde van
zijn totale activiteit vertegenwoordigt;
b) wanneer de geneesheer-specialist uitsluitend praktizeert buiten een
verplegingsinrichting, indien zijn activiteit in de spreekkamer volgens de voorwaarden van
het akkoord zo is georganiseerd dat ze hetzij ten minste twintig uren raadpleging per
week, verdeeld over ten minste vier dagen, hetzij drie vierde van zijn totale activiteit
vertegenwoordigt, op uren die normaal passen voor de rechthebbenden van de verzekering
voor geneeskundige verzorging.
Voor de toepassing van dit akkoord wordt onder bijzondere eisen verstaan:
1. het verzoek om opneming in een afzonderlijke kamer om persoonlijke redenen;
2. de oproepen thuis, behalve wanneer het gaat om consulten, aangevraagd door de
behandelend geneesheer;
3. de op afspraak gevraagde verstrekkingen buiten de in het vorige lid bedoelde consulten.
Afgesproken is evenwel dat de zieke in behandeling die door de geneesheer wordt verzocht
zich opnieuw in de spreekkamer aan te melden, voor elke verstrekking recht heeft op de
toepassing van de honorariumregeling die gold voor de eerste verstrekking.
§ 5. De bij dit akkoord vastgestelde hoegrootheden inzake honoraria en
reisvergoedingen worden toegepast voor alle rechthebbenden van de verzekering voor
geneeskundige verzorging, inclusief de rechthebbenden met recht op de voorkeurregeling
zoals bedoeld in de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige
verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, met uitzondering van de
rechthebbenden, leden van een gezin waarvan de jaarlijkse belastbare inkomsten hoger
liggen dan:
-hetzij 2.100.000 BEF (52.058 EURO) per gezin, verhoogd met 70.000 BEF (1.735 EURO) per
persoon ten laste, wanneer er maar één gerechtigde is ;
-hetzij 1.400.000 BEF (34.705 EURO) per gerechtigde, verhoogd met 70.000 BEF (1.735 EURO)
per persoon ten laste, wanneer er verscheidene gerechtigden zijn.
§ 6. Ingeval de bij dit akkoord vastgestelde honoraria of
reisvergoedingen worden overschreden, mag de rechthebbende van de geneesheer een vaste
vergoeding vorderen, die gelijk is aan driemaal het bedrag van de overschrijding, met een
minimum van 500 F.
M. AANBEVELINGEN AAN DE VOOGDIJOVERHEID
De Nationale commissie geneesheren-ziekenfondsen formuleert ten aanzien van de Minister
van Sociale Zaken en Pensioenen opnieuw de volgende aanbevelingen:
1. In overleg met alle bevoegde overheden moet gewerkt worden aan een
structurele oplossing van de problemen rond de burgerlijke aansprakelijkheid van de
geneesheren, met name wat betreft de belangrijke verhoging van de verzekeringspremies.
2. De nodige initiatieven moeten worden genomen opdat de Nationale
commissie geneesheren-ziekenfondsen op een passende wijze betrokken zou worden bij het
totstandkomen en het opvolgen van elke regelgeving die gevolgen heeft voor de medische
sector en die financiering vanwege de ziekteverzekering teweegbrengt. In het bijzonder
moeten nieuwe initiatieven worden genomen om de rechtstreekse en onrechtstreekse gevolgen
van de ziekenhuis - CAO's voor de betrokken artsenhonoraria op te vangen.
3. De vergoedingen van de stagemeesters in de huisartsgeneeskunde moeten
worden aangepast.
4.De financiële middelen voor de forfaitaire tegemoetkomingen inzake
dialyse moeten worden ondergebracht bij de honoraria voor de geneesheren.
De Nationale commissie geneesheren-ziekenfondsen wenst de aandacht van de overheid te
vestigen op het groot belang dat zij hecht aan de beheersing van het medisch aanbod.
N. OPDRACHTEN
1. De NCGZ geeft aan de TGR de opdracht om bij voorrang en ten laatste op
30 juni 2001 voorstellen te formuleren aangaande:
- de berekening en de vergoedingswijze van de honoraria (forfaitair en per prestatie)
inzake klinische biologie voor opgenomen en ambulant verzorgde patiënten;
- een herziening en vereenvoudiging van de toepassing van artikel 26 van de nomenclatuur
(urgentie);
- een herziening van de nomenclatuur van de prestaties voor geneesheren-specialisten in de
psychiatrie, met inbegrip van de ambulante psychiatrie, de liaison psychiatrie en de
toezichtshonoraria, waarbij voor laatstgenoemde honoraria in het kader van een globale
herziening aandacht wordt besteed aan de vereiste minimumaanwezigheid en aan het globaal
functioneren van de desbetreffende diensten, en waarbij de nomenclatuur wordt opgesplitst
in psychiatrische en neurologische prestaties;
- een coördinatiehonorarium voor de geneesheer-specialist bij het toepassen van de
nierfunctievervangende behandelingen onder verantwoordelijkheid van een centrum voor
collectieve autodialyse, ambulante peritoneale dialyse en thuisdialyse.
2. De NCGZ geeft de opdracht aan de TGR om voorstellen te formuleren in
de loop van het jaar 2001 aangaande:
- een fundamentele herijking van de nomenclatuur met het oog op een correct evenwicht
tussen de honoraria voor intellectuele en deze voor technische verstrekkingen;
- een herziening en vereenvoudiging van de toepassing van de nomenclatuur, in het
bijzonder aangaande de artikelen 12 (anesthesie) , 13 (reanimatie), en 25
(toezichtshonoraria), in het bijzonder wat betreft de toezichtshonoraria in de K-diensten;
- de onderlinge afstemming van de prestaties inzake pluridisciplinaire revalidatie in de
fysiotherapie, de prestaties opgenomen in de overeenkomsten inzake de locomotorische
revalidatie, en de kinesitherapie;
- een adequate honorering van de activiteiten van de geriaters, in het bijzonder wat
betreft de toezichtshonoraria en het geriatrisch consult voorafgaand aan een opname in een
R.V.T.;
- een gelijkschakeling van de honoraria voor de artsen in beroepsopleiding met die voor de
erkende artsen;
- een herziening van de nomenclatuur inzake beenmergtransplantaties.
3. De NCGZ belast een werkgroep, waarin onder meer leden van Technische
geneeskundige raad zitting hebben, voorstellen te doen betreffende de wachtdiensten voor
huisartsen en hun functionele relatie met de spoedgevallendiensten van de ziekenhuizen. De
voorstellen, waarvoor voor 2001 een budget van 60 miljoen BEF en voor 2002 een budget van
100 miljoen BEF beschikbaar is, hebben inzonderheid betrekking op:
- de organisatie en de toegankelijkheid van de wachtdiensten;
- de nomenclatuur en de honoraria;
- het bedrag van de persoonlijke aandelen van de patiënten;
- de al dan niet verplichte inning van de persoonlijke aandelen;
- de toepassing van de derdebetalersregeling, inclusief voor de technische prestaties
verricht in het kader van de wachtdienst.
4. Tevens belast de NCGZ afzonderlijke werkgroepen ad hoc met de opdracht
tijdens de periode van dit akkoord:
- een analyse uit te voeren van het voorschrijfgedrag;
- het probleem van de gedeeltelijke toetreding tot het akkoord te bestuderen.
- de mogelijkheden en de modaliteiten te bestuderen van een financiering van de werking
van de representatieve beroepsorganisaties van geneesheren in het kader van de
ziekteverzekering.
Laatstgenoemde werkgroep brengt zijn verslag uit aan de NCGZ voor einde 2001.
De andere werkgroepen brengen verslag uit aan de NCGZ en doen terzake voor einde 2002
concrete voorstellen en aanbevelingen.
O. SLOTBEPALINGEN
1. De Nationale commissie geneesheren-ziekenfondsen neemt met genoegen
akte van de beslissing van de representatieve organisaties van de geneesheren om de
betrokken geneesheren aan te bevelen de in het akkoord bedongen honoraria vanaf 1 januari
2001 in acht te nemen, nog vóór het akkoord in werking is getreden.
2. De Nationale commissie geneesheren-ziekenfondsen beveelt de
geneesheren die niet toetreden tot het akkoord aan de honoraria die voortvloeien uit het
akkoord in acht te nemen ten aanzien van de rechthebbenden die de voorkeurregeling
genieten, de patiënten die recht hebben op de sociale franchise en de chronisch zieken.
3. De NCGZ beveelt de geneesheren die toetreden tot het akkoord aan de
bepalingen van dit akkoord die de erelonen regelen eveneens toe te passen op de prestaties
opgenoemd in artikel 34 van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994 en die niet zijn
vermeld in artikel 1 van het koninklijk besluit van 29 december 1997 op de
ziekteverzekering voor zelfstandigen, voor de zelfstandigen, helpers en niet bezoldigde
leden van de kloostergemeenschappen die toegetreden zijn tot een dienst geneeskundige
verzorging georganiseerd krachtens het artikel 27bis van de wet van 6 augustus 1990 op de
ziekenfondsen.
Vorige Inhoud 
Volgende
|