|
Nr 10 - December 2000
Vorige Inhoud  Volgende
G. SOCIAAL STATUUT
Met het oog op het vergroten van de aantrekkingskracht van de toetreding tot het
akkoord adviseert de NCGZ dat:
1° het bedrag van het sociaal statuut voor het jaar 2001 wordt vastgesteld op 150 % van
het bedrag dat bekomen wordt door het bedrag dat werd vastgesteld voor 1996 te indexeren
overeenkomstig de evolutie van de gezondheidsindex tussen 31 oktober 1996 en 31 oktober
2000 voor de geneesheren die van rechtswege geacht worden tot onderhavig akkoord te zijn
toegetreden voor hun volledige beroepsactiviteit;
2° het bedrag van het sociaal statuut voor het jaar 2001 wordt vastgesteld op 100 % van
het bedrag dat bekomen wordt door het bedrag dat werd vastgesteld voor 1996 te indexeren
overeenkomstig de evolutie van de gezondheidsindex tussen 31 oktober 1996 en 31 oktober
2000 voor de geneesheren die binnen de dertig dagen na de bekendmaking van dit akkoord in
het Belgisch Staatsblad aan de NCGZ de voorwaarden inzake tijd en plaats hebben meegedeeld
waaronder zij overeenkomstig de bedingen van dit akkoord de daarin vastgestelde
honorariumbedragen respectievelijk wel en niet zullen toepassen, en waarbij de
beroepsactiviteit uitgeoefend overeenkomstig de bedingen van het akkoord aan de volgende
minima beantwoordt:
- voor de huisartsen:
* ofwel raadplegingen in de spreekkamer die tenminste tien uren per week omvatten,
verdeeld over tenminste drie dagen;
* ofwel raadplegingen in de spreekkamer die tenminste drie vierde van de wekelijkse
beroepsactiviteit omvatten;
- voor de geneesheren-specialisten die hun beroepsactiviteit geheel of gedeeltelijk
uitoefenen in een verplegingsinrichting:
* ofwel tenminste vijfentwintig uren per week;
* ofwel tenminste drie vierde van de beroepsactiviteit;
- voor de geneesheren-specialisten die hun beroepsactiviteit uitsluitend buiten een
verplegingsinrichting uitoefenen:
* ofwel raadplegingen in de spreekkamer die tenminste twintig uren per week omvatten;
* ofwel raadplegingen in de spreekkamer die tenminste drie vierde van de beroepsactiviteit
omvatten.
De NCGZ zal een evaluatie doorvoeren van de aantallen geneesheren die voor het jaar 2001
respectievelijk aanspraak maken op het bedrag bedoeld in 1° of 2° en zal op basis van
deze evaluatie haar advies formuleren over de aanpassingen van de bedragen voor het
sociaal statuut voor het jaar 2002.
H. GLOBAAL MEDISCH DOSSIER
De NCGZ wenst de bijzondere rol van de huisarts in de gezondheidszorg te bevestigen.
In dit kader wenst zij het functioneel gebruik van het globaal medisch dossier, dat de
relevante medische en socio-administratieve gegevens van een verzekerde bevat op
preventief en op curatief vlak, te bevorderen met het oog op een kwalitatieve
zorgverlening en een doeltreffende organisatie van de geneeskundige verzorging zoals
bedoeld in artikel 36 van de gecoördineerde wet.
De NCGZ geeft uitdrukking aan haar akkoord omtrent het principe van het invoeren van het
globaal medisch dossier voor het geheel van de bevolking.
De invoering van het systeem zal worden aangemoedigd door stimuli voor de patiënten die
er hun belangstelling voor uitdrukken en voor de huisartsen, die volgende elementen zullen
bevatten:
- een jaarlijkse basisvergoeding voor de geaccrediteerde huisartsen;
- een honorarium voor de geaccrediteerde of erkende huisarts voor het beheer van het
globaal medisch dossier;
- een vermindering van het persoonlijk aandeel ten voordele van de patiënt.
I. Met het oog op een progressieve uitbreiding van het systeem naar de gehele
bevolking toe wordt:
1.
-met ingang vanaf 1 mei 2001 het systeem van het globaal medisch dossier opengesteld voor
alle verzekerden van 50 jaar en ouder, en voor de chronisch zieken zoals omschreven in de
nomenclatuur die in voege is vanaf 1 juni 2000;
- en met ingang vanaf 1 mei 2002 verder opengesteld voor de gehele bevolking.
2. Als stimuli voor de geneesheer worden ingesteld:
a. een jaarlijkse basisvergoeding voor de geaccrediteerde huisartsen als tussenkomst in de
administratieve uitgaven verbonden aan het beheer van een globaal medisch dossier. Deze
vergoeding bedraagt in 2001 5.000 BEF.
b. een honorarium ten behoeve van de geaccrediteerde of erkende huisarts voor het beheer
van een globaal medisch dossier op uitdrukkelijk en vrijwillig verzoek van de verzekerde.
Dit verzoek bevindt zich in het globaal medisch dossier op basis van de modaliteiten
goedgekeurd door de NCGZ. Dit honorarium is eenmaal per jaar aanrekenbaar ter gelegenheid:
- van een raadpleging of een huisbezoek voor de verzekerden van 75 jaar en ouder en de
chronisch zieken;
- van een raadpleging voor alle andere verzekerden (tot 1 mei 2002 beperkt tot de
verzekerden van ouder dan 50 jaar).
Dit honorarium bedraagt in 2001 513 BEF.
3.
aan de Minister van Sociale zaken en Pensioenen wordt voorgesteld om een vermindering van
het persoonlijk aandeel door te voeren ten belope van 30 % van het huidig persoonlijk
aandeel voor :
- de raadplegingen van de huisarts en de huisbezoeken voor de verzekerden van 75 jaar en
ouder en de chronisch zieken die een globaal medisch dossier aan hun huisarts hebben
toevertrouwd.
- de raadplegingen van de huisarts voor alle andere verzekerden die een globaal medisch
dossier aan hun huisarts hebben toevertrouwd.
II. De verzekeringsinstellingen kunnen hun leden uitnodigen een
dossierhoudend huisarts te kiezen, volgens de modaliteiten bepaald door de NCGZ.
III. Een permanente werkgroep, waarin huisartsen en
geneesheren-specialisten vertegenwoordigd zijn, zal tegen 31 december 2001 aan de NCGZ een
verslag voorleggen met:
1. een evaluatie van het bestaande systeem, wat betreft de administratief-organisatorische
aspecten ervan;
2. een evaluatie van het functioneel gebruik van het globaal medisch dossier; meer bepaald
zal onderzocht worden hoeverre het GMD de communicatie tussen huisartsen en specialisten
bevordert. Desgevallend zal de werkgroep voorstellen doen om de geneesheren-specialisten
te stimuleren de resultaten van door hen uitgevoerde onderzoeken evenals alle nuttige
gegevens van (al dan niet verwezen) patiënten aan hun dossierhoudend huisarts over te
maken en omgekeerd.
3. een voorstel van procedure van "dossieroverdracht" voor het geval een
patiënt zijn GMD aan een andere huisarts wenst toe te vertrouwen.
I. DUUR VAN HET AKKOORD
I. Dit akkoord wordt gesloten voor een periode van twee jaar en
verstrijkt op 31 december 2002, het mag evenwel met een ter post aangetekende gemotiveerde
brief die is gericht aan de Voorzitter van de Nationale commissie
geneesheren-ziekenfondsen, worden opgezegd:
1. door één van de partijen :
binnen dertig dagen na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad, van
correctiemaatregelen bedoeld in artikel 50, § 8, van de wet betreffende de verplichte
verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecordineerd op 14 juli 1994.
- Die opzegging kan algemeen zijn of beperkt zijn tot bepaalde verstrekkingen of groepen
van verstrekkingen en/of tot bepaalde verzorgingsverstrekkers op wie de
correctiemaatregelen betrekking hebben.
- In geval van gedeeltelijke opzegging moeten in de aangetekende brief ook de beoogde
verstrekkingen of groepen van verstrekkingen en/of verzorgingsverstrekkers nauwkeurig
worden vermeld.
- Die opzegging heeft uitwerking met ingang van de datum waarop de bedoelde
correctiemaatregelen in werking treden;
Een partij is deugdelijk vertegenwoordigd als ze op zijn minst 7 van de leden die haar
vertegenwoordigen, verenigt.
De opzegging kan evenwel slechts uitwerking hebben als de opzeggende partij die opzegging
bevestigt voor een dringend bijeengeroepen NCGZ, overeenkomstig de quorumregels bedoeld in
artikel 50, § 2, alinea 4, van de voornoemde wet.
2. door een geneesheer:
a) in het onder punt II beoogde geval. Van de opzegging moet kennis worden
gegeven binnen dertig dagen nadat de bedoelde bepalingen in het Belgisch Staatsblad zijn
bekendgemaakt;
b) binnen dertig dagen na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van
correctiemaatregelen zoals bedoeld onder punt 1. hiervoren indien deze betrekking hebben
op de door hem uitgeoefende praktijk.
Die opzegging kan algemeen zijn of beperkt zijn tot bepaalde verstrekkingen of groepen van
verstrekkingen.
In geval van gedeeltelijke opzegging moeten in de aangetekende brief ook de beoogde
verstrekkingen of groepen van verstrekkingen nauwkeurig worden vermeld.
Die opzegging heeft uitwerking met ingang van de datum waarop de bedoelde
correctiemaatregelen in werking treden.
c) vóór 15 december 2001 voor het volgende jaar.
In geval van beperkte opzegging van het akkoord in de loop van het jaar 2001 wordt de
opzegging geacht betrekking te hebben op het hele akkoord vanaf 1 januari 2002.
d) indien een wetgevende of reglementaire akte van een overheid een wijziging aanbrengt in
het economisch evenwicht of dat van de rechten en plichten voortvloeiend uit de
conventionering in functie waarvan de geneesheer is toegetreden.
II. Partijen dringen erop aan dat bij de uitwerking van de nomenclatuur
de voorziene wettelijke procedures worden gevolgd en dat ingeval van tussenkomst van de
voogdijoverheid het nodige voorafgaandelijk overleg wordt gevoerd, o.m. via informatie aan
de TGR en aan de NCGZ.
Ingeval van bekendmaking van een koninklijk besluit tot wijziging van de nomenclatuur van
de geneeskundige verstrekkingen op voorstel van de Minister van Sociale zaken zonder de
instemming van de Technische geneeskundige raad en van de Nationale Commissie
Geneesheren-ziekenfondsen wordt volgende procedure gevolgd:
- één van de partijen kan vragen dat de voornoemde Commissie onmiddellijk kennis neemt
van haar bezwaren welke deugdelijk, uitvoerig en schriftelijk worden gemotiveerd;
- de conclusies van de vergadering van voornoemde Commissie worden desgevallend aan de
voogdijoverheid overgemaakt;
- de voogdijoverheid roept binnen de 8 dagen de commissie bijeen ten einde onder haar
voorzitterschap een verzoening te bereiken.
Indien na afloop van die procedure geen vergelijk wordt gevonden kunnen de partijen
beslissen het akkoord op te zeggen met ingang van de eerste dag van de volgende
kalendermaand, tenzij het betrokken besluit het voorwerp heeft uitgemaakt van een advies
uitgebracht door de afdeling van de Wetenschappelijke Raad belast met de permanente
doorlichting van de nomenclatuur bedoeld in artikel 19 van de GVU-wet, welke paritair zal
samengesteld worden uit experten enerrzijds en vertegenwoordigers voorgesteld door de NCGZ
anderzijds.
Voornoemd advies dient een meerderheid te hebben bekomen zowel wat de experts betreft als
wat de vertegenwoordigers van de NCGZ betreft, met dien verstande dat de meerderheid van
deze vertegenwoordigers paritair moet samengesteld zijn uit artsen behorend tot de
representatieve beroepsorganisaties van geneesheren en artsen behorend tot de
verzekeringsinstellingen.
Een partij is deugdelijk vertegenwoordigd als ze op zijn minst 7 van de leden die haar
vertegenwoordigen, verenigt.
III. De partijen komen overeen dat ze de opzeggingsregelingen vermeld in
punt I. 1. en II. niet zullen toepassen:
- in geval van de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van het koninklijk besluit tot
wijziging van de nomenclatuur waaruit een besparing van 650 miljoen BEF op jaarbasis
voortvloeit en waarover de TGR op 23 mei 2000 een unaniem negatief advies heeft
geformuleerd;
- ter gelegenheid van de wijzigingen in de nomenclatuur inzake enerzijds de
permanentiehonoraria (kostprijs 300 miljoen BEF) en anderzijds de radiotherapie, waarbij
ze verwijzen naar punt C.5. van onderhavig akkoord.
Vorige Inhoud  Volgende
|