|
Nr 10 - December 2000
Vorige Inhoud  Volgende
E. CORRECTIEMAATREGELEN
1. De door het Verzekeringscomité vastgestelde partiële
begrotingsdoelstelling voor 2001 bedraagt 171.057,1 miljoen BEF.
Dat bedrag is onderverdeeld in rubrieken zodat een afzonderlijke evaluatie mogelijk is :
OBJECTIEF 2001
|
Omschrijving
|
Basis
|
Regering
|
TOTAAL
|
| Klinische biologie |
29.857,6 |
|
29.857,6 |
|
Medische beeldvorming |
28.255,7 |
540,0 |
28.795,7 |
| Raadplegingen - bezoeken : huisartsen - specialisten |
39.243,2 |
918,5 |
40.161,7 |
|
Speciale verstrekkingen behalve genetica en radiumtherapie |
31.282,8 |
36,0 |
31.318,8 |
|
Genetica |
1.040,4 |
|
1.040,4 |
|
Radiumtherapie |
1.568,4 |
500,0 |
2.068,4 |
|
Heelkunde - Anesthesiologie |
26.955,9 |
165,0 |
27.120,9 |
|
Gynecologie |
2.268,5 |
124,0 |
2.392,5 |
|
Toezicht |
7.187,9 |
565,0 |
7.752,9 |
|
S/TOTAAL
|
167.660,4
|
2.848,5
|
170.508,9
|
| Accreditering (20.306 BEF) |
446,7 |
|
446,7 |
|
Forfait Medisch dossier (5.000 BEF) |
101,5 |
|
101,5 |
|
TOTAAL
|
168.208,6
|
2.848,5
|
171.057,1
|
|
123456789 |
123456789 |
123456789 |
|
Dialyse |
3.714,0 |
|
3.714,0 |
2. Van zodra de partiële begrotingsdoelstelling of de doelstelling per
rubriek wordt overschreden of dreigt te worden overschreden als bedoeld in de bepalingen
van het koninklijk besluit van 5 oktober 1999 tot uitvoering van artikel 51, § 4, van de
voornoemde wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en
uitkeringen, zullen, een of meer correctiemaatregelen uit de niet- limitatieve lijst
moeten worden toegepast, rekening houdende met de analyses van de vastgestelde uitgaven en
uitsluitend op voorstel van de Nationale commissie geneesheren-ziekenfondsen:
- Evenredige selectieve transfer van per handeling betaalde honoraria naar forfaitaire
honoraria;
- De voorschrijver meer bewust maken met het oog op een doelgerichter voorschrijfgedrag;
- Aanpassing van de vergoedingsmechanismen in geval van duidelijk omschreven
verstrekkingen waarvan precies en op grond van objectieve analyses zou zijn bewezen dat ze
onrechtmatig en op een onverantwoorde manier worden gebruikt;
- Bevorderen van een verantwoorde vraag naar en een verantwoord gebruik van de
geneeskundige verstrekkingen door de voorlichting, de sturing en een evenwichtige dekking
door de verzekering van de verstrekkingen die worden uitgevoerd bij de ambulante en in een
ziekenhuis opgenomen patiënten;
- En/of evenredige selectieve vermindering van de honoraria voor bepaalde diagnostische
verstrekkingen.
De NCGZ verbindt zich ertoe de voormelde correctiemaatregelen te concretiseren tijdens het
1e semester van 2001.
Indien de partiële begrotingsdoelstelling van een rubriek op grond van de uitgaven van
het eerste semester 2001 wordt overschreden en er geen concrete correctiemaatregelen uit
de niet-limitatieve lijst worden toegepast met onmiddellijke ingang, besluit de NCGZ voor
honoraria van de verstrekkingen uit de betrokken rubriek(en) de voor 2002 voorziene
indexaanpassing niet, slechts gedeeltelijk of laattijdig toe te passen.
3. Ingeval de voormelde correctiemechanismen ontoereikend zijn of niet in
werking worden gesteld, of indien de correctiemaatregelen zoals bedoeld in artikel 51, §
3, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en
uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, niet tijdig worden genomen of indien ze
ontoereikend zijn, wordt voorzien in een automatische en onmiddellijk toepasselijke
vermindering van de honoraria of andere bedragen of van de vergoedingstarieven in geval
van beduidende overschrijding of van risico van beduidende overschrijding van de partiële
jaarlijkse begrotingsdoelstellng, volgens de regels die zijn vastgesteld in vorenbedoeld
artikel 51, § 2, vijfde tot zevende lid.
4. Indien de uitgaven van het eerste semester 2001 wijzen op een boni van
meer dan 5 % ten opzichte van de partiële begrotingsdoelstelling of van de doelstelling
per rubriek, zullen de zo vrijgemaakte financiële middelen aan de geneeskundige sector
worden toegewezen op voorstel van de Nationale commissie geneesheren-ziekenfondsen aan de
Algemene Raad.
Die clausule wordt toegepast met inachtneming van de bepalingen van artikel 51, § 6, van
de voornoemde wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en
uitkeringen.
F. BEHEERSING VAN DE EVOLUTIE VAN DE UITGAVEN
I. Beheersing van de begroting van de medische beeldvorming
1. De NCGZ zal aan de Stuurgroep accreditering geneesheren vragen de
mogelijkheid te onderzoeken van een peer review in de Lokale kwaliteitsgroepen van de
radiologen onder meer op basis van gegevens betreffende de diensten medische beeldvorming.
2. Een werkgroep ad hoc wordt belast met het onderzoek naar de
mogelijkheden om te komen tot een meer uniforme en op wetenschappelijke criteria
gebaseerde financiering van de contrastmedia. Hierbij zal worden onderzocht in hoeverre de
totale vergoede bedragen voor contrastmedia in het globaal budget voor medische
beeldvorming kunnen worden geïncorporeerd.
3. De NCGZ stelt voor het bedrag van de globale begroting van de
financiële middelen voor de medische beeldvorming voor 2001 als volgt vast te stellen:
|
1) basisbedrag: |
28.255,7 miljoen BEF |
|
2) bijkomende middelen NMR: |
300,0 miljoen BEF |
|
3) nationaal georganiseerde borstkankerscreening: |
240,0 miljoen BEF |
|
TOTAAL |
28.795,7 miljoen BEF |
|
Correctie 1999 (art. 59 ZIV-wet) |
+ 13,7 miljoen BEF |
|
EINDTOTAAL 2001
|
28.809,4 miljoen BEF
|
De attestering van de verstrekkingen die worden verricht in het kader van de
nationaal georganiseerde borstkankerscreening zal gebeuren via afzonderlijke
nomenclatuurkodes en de eventuele meeruitgaven in 2001 boven de vastgestelde middelen van
240,0 miljoen BEF zullen zonder verdere correctiemaatregelen aanvaard worden als exogene
uitgaven.
Het bedrag van 240,0 miljoen BEF (5.949 duizend EURO) zal in 2002 verdubbelen tot 480,0
miljoen BEF (11.899 duizend EURO).
De NCGZ zal derhalve aan de Algemene Raad en aan het Verzekeringscomité van de Dienst
voor geneeskundige verzorging van het RIZIV voorstellen de globale begroting van de
financiële middelen voor het hele Rijk voor de verstrekkingen inzake medische
beeldvorming voor 2001 vast te leggen op een totaal bedrag van 28.809,4 miljoen BEF
waarvan:
* 17.302,2 miljoen BEF voor de verstrekkingen verleend aan niet in een ziekenhuis
opgenomen rechthebbenden,
* 10.967,2 miljoen BEF voor de verstrekkingen verleend aan in een ziekenhuis opgenomen
rechthebbenden,
* 300,0 miljoen BEF als bijkomende middelen NMR voor zowel niet als wel in een ziekenhuis
opgenomen rechthebbenden,
* 240,0 miljoen BEF voor de nationaal georganiseerde borstkankerscreening.
Bij de opvolging van de uitgaven voor medische beeldvorming zal de NCGZ een onderscheid
maken tussen de uitgaven voor de verstrekkingen uitgevoerd door de
geneesheren-specialisten voor röntgendiagnose enerzijds en diegene uitgevoerd door de
andere geneesheren-specialisten anderzijds.
II. Beheersing van de begroting inzake klinische biologie
1. Ambulante sector.
De NCGZ dringt erop aan dat de bevoegde Profielencommissies de zorgvuldige jaarlijkse
evaluatie van de profielen, zowel van de voorschrijvers als van de verstrekkers van
klinische biologie, voortzetten en dat de informatie die uit die evaluatie wordt
verkregen, regelmatig aan de geneesheren wordt meegedeeld.
2. De NCGZ zal aan de TGR vragen om voor 30 juni 2001 een definitief
voorstel van verordening te formuleren waardoor, op basis van artikel 53, eerste lid, van
de gecoördineerde wet, de uitgevoerde verstrekkingen inzake klinische biologie vanaf 1
oktober 2001 op de getuigschriften voor verstrekte hulp kunnen worden vermeld onder de
klassenummers waaronder ze in de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen zijn
gegroepeerd.
3. Globale begroting.
De NCGZ stelt voor het bedrag van de globale begroting van de financiële middelen voor
klinische biologie voor 2001 als volgt vast te stellen:
|
1) basisbedrag: |
29.857,6 miljoen BEF |
|
2) correctie 1999 (art. 59 ZIV-wet): |
303,4 miljoen BEF |
|
EINDTOTAAL 2001
|
30.161,0 miljoen BEF
|
De NCGZ stelt aan de Algemene Raad en aan het Verzekeringscomité van de Dienst
voor geneeskundige verzorging van het RIZIV voor de globale begroting van de financiële
middelen voor het hele Rijk voor de verstrekkingen inzake klinische biologie voor 2001
vast te leggen op 30.161,0 miljoen BEF, waarvan 14.506,1 miljoen BEF voor de
verstrekkingen inzake klinische biologie, verleend aan in een ziekenhuis opgenomen
rechthebbenden en 15.654,9 miljoen BEF voor de verstrekkingen inzake klinische biologie,
verleend aan niet in een ziekenhuis opgenomen rechthebbenden.
III. Evaluatie en follow-up van de informatie
1. Evaluatie van het medisch handelen
Een permanente en paritair samengestelde werkgroep van de NCGZ evalueert het medisch
handelen op basis van statistisch verwerkte gegevens over de ambulante en intramurale
medische zorgverlening opgemaakt door de verzekeringsinstellingen, door het RIZIV en door
het Ministerie van Volksgezondheid. In het bijzonder zal de praktijkvariabiliteit voor
identieke indicaties worden nagegaan. Deze informatie zal via de Accrediteringsstuurgroep
worden overgemaakt aan de lokale kwaliteitsgroepen met het oog op het ontwikkelen van
gemeenschappelijke medische attitudes en aanbevelingen over het medisch handelen. Tevens
houdt de NCGZ rekening met de bevindingen bij de geregelde aanpassingen van de
nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen en bij de eventueel uit te voeren
correctiemaatregelen wanneer de begrotingsdoelstelling wordt overschreden.
De juiste relatie met de Technische Geneeskundige Raad, met de bestaande Commissies van de
Medische Profielen van huisartsen, geneesheren-specialisten en ziekenhuizen en met de
Nationale raad voor kwaliteitspromotie, dewelke een eigen opdracht hebben, dient hierbij
te worden gerespecteerd. Jaarlijks en ten laatste op 31 oktober, bezorgt de permanente
werkgroep van de evaluatie van het medisch handelen aan de NCGZ een verslag van haar
werkzaamheden met precieze aanbevelingen inzake prioritaire correctie en/of ondersteuning
van de verschillende vormen van medische zorgverlening.
2. Geneesmiddelensector.
a) Een door de Accrediteringsstuurgroep opgerichte werkgroep wordt ermee belast
onafhankelijke informatie over de geneesmiddelen te verzamelen ten behoeve van de Lokale
kwaliteitsgroepen.
b) De NCGZ zal in 2001 onderzoeken welk gevolg vanaf 1 januari 2002 kan gegeven worden aan
het verslag van de werkgroep die ermee werd belast de haalbaarheid te onderzoeken van een
nationaal formularium dat als niet verplichte leidraad kan dienen bij het voorschrijven
van geneesmiddelen in de rustoorden voor bejaarden en in de rust- en verzorgingstehuizen
en waarin, per pathologie, de doeltreffendste produkten zijn vastgesteld.
c) Bevorderen van het doelmatig voorschrijven van geneesmiddelen
Een werkgroep van de NCGZ werkt in samenspraak met de Technische raad voor farmaceutische
specialiteiten een voorstel van experiment uit waarbij positieve collectieve incentives
worden voorzien voor het meer doelmatig voorschrijven van geneesmiddelen, onder andere van
generische geneesmiddelen en copieën. Het voorstel wordt ten laatste op 1 juli 2001
voorgelegd aan de NCGZ.
Vorige Inhoud  Volgende
|