|
Nr 8 - November 2000
Vorige
 Inhoud  Volgende
DE JAARLIJKSE STATISTISCHE BEVRAGING VAN DE ZIEKENHUIZEN:
TE PAS EN TE ONPAS ?
(Omzendbrief aan de Medische Raden)
De ziekenhuizen ontvingen enkele weken geleden een bijzonder uitvoerige bevraging over de
medische activiteiten in de instellingen, op basis van de vragenlijst van het federale
ministerie van Volksgezondheid (bijlage M.B. van 24.07.2000 - B.S. van 7.09.2000). Deze
vragenlijst heeft al heel wat bedenkingen en reacties uitgelokt, o.m. ook vanwege sommige
ziekenhuisorganisaties, die het niet namen dat men hen een onredelijk korte bedenktijd
liet om erop te antwoorden. Maar vooral van medische zijde lijken sommige vragen
inhoudelijk zeer bedenkelijk.
Men kan zich immers niet ontdoen van de indruk dat de vragenlijst werd opgesteld om een
aantal effecten te veroorzaken die niet noodzakelijk gezonde en keurige beleidsopties in
de hand werken. Zo worden, gespreid over de verschillende medische geledingen van het
ziekenhuis, maar liefst een veertigtal nieuwe benamingen van disciplines, bijzondere
bekwaamheden en opdelingen van specialismen ingelast, alsof onze overheid plots de
Italiaanse toer op wil: anesthesisten met bijzondere bekwaamheid in de hartchirurgie,
radiologen met bijzondere bekwaamheid in de pediatrische radiologie, artsen met bijzondere
bekwaming in de andrologie, enz... Wie gaat die titulatuur toekennen? De universiteiten?
Het ligt er inderdaad vingerdik op dat deze vragenlijsten opgesteld werden vanuit een
universitaire denkcel, vermoedelijk op zoektocht naar een nieuwe opleidingsdynamiek, nu de
" numerus programmatus " het aantal opleidings-plaatsen doet inkrimpen. Maar als
men zo voortgaat, zitten we nog vóór 2010 met een alles overweldigende balkanisering van
de geneeskunde!
Vermits de vragenlijst nu ook moet beantwoord worden ten behoeve van de overheid die
bevoegd is voor de erkenning van diensten, nl. de Gemeenschappen, zal een
ziekenhuisbeheerder logischerwijze niet nalaten om zorgvuldig alle vakjes in te vullen.
Dergelijke werkwijze heeft dan ook een weliswaar subtiel, doch onvermijdelijk effect van
maximalisatie van het medisch aanbod. En gelijkaardige impulsen zullen ook op het vlak van
de technische infrastructuur een gelijksoortig effect veroorzaken. Is zoiets echt
wenselijk ? Precies op het ogenblik dat de federale overheid opties formuleert die tegen
die tendensen wensen in te gaan. Eerlijk gezegd, we begrijpen de ratio niet.
Op het ogenblik dat de overheid aanstalten maakt om in haar nieuw financierings-beleid van
de ziekenhuizen, de specifieke functies van de universiteiten, nl. opleiding en research,
via afzonderlijke bronnen te financieren -iets dat al jaren werkelijkheid had moeten zijn-
is het zeker ongepast om een globale doorlichting van het ziekenhuiswezen te organiseren
vanuit het torenhoog zorgenaanbod van de universitaire instellingen.
Verder stellen zich ook een reeks vragen over de wijze waarop de bevraging wordt
georganiseerd. Enerzijds de onrealistische tijdsdruk, die een ondoordachte beantwoording
in de hand werkt en redelijk overleg binnen de medisch staf zo goed als onmogelijk maakt.
Want het gaat hier essentieel over de interne organisatie van het medisch departement,
elementen die structureel en wettelijk de raadpleging van de medische raad vergen. De
vragenlijst gaat immers uit van een bepaalde visie over organisatiestructuren, waarbij
toekomstgericht medisch-organisatorische functies in leven worden geroepen, waarvoor zelfs
niet ééns erkenningsnormen bestaan, maar die men impliciet kan begrijpen als
anticiperend op toekomstig normatief ingrijpen. Wie is bvb. de medisch-verantwoordelijke
voor de oncologische zorg in het ziekenhuis? Werd de medische raad daarover geraadpleegd?
Werd de medische staf die werkzaam is in de oncologische zorg daarbij betrokken? Werden de
medische raad en de betrokken artsen zelfs ingelicht over het antwoord dat een de overheid
werd bezorgd? Werden in de fusieziekenhuizen de artsen van de verschillende
vestigingsplaatsen bij de beantwoording betrokken?
Volgens de toelichtende nota wordt ervan uitgegaan dat de gevraagde inlichtingen
betrekking hebben op de bestaande toestand van het voorgaande jaar, nl. op 31.12.99. Een
nogal zonderlinge werkwijze om retroactief gerichte vragen te stellen omtrent
norm-anticiperende materies. Mag men verwachten dat de normen zullen bepaald worden in
functie deze subtiele gegevensinzameling over een recent verleden? Een elegante manier om
problemen van " voorkennis " uit te schakelen: ze inbouwen in het te normeren
profiel...
De Franse versie van de toelichting zegt dat, na deze eerste bevraging " alleen de
bijwerking van de gegevens zal nodig zijn ", in de zin van: " als jullie nadien
nog iets willen veranderen, deel het dan maar mee! ". In de Nederlandse versie geen
woord daarover. Wij menen dan ook dat de medische Raden van de ziekenhuizen in kennis
moeten gesteld worden van de antwoorden die door de ziekenhuisbeheerder werden gegeven
zodat, waar nodig, een passend overleg met de betrokken medische staf wordt georganiseerd
om eventuele wijzigingen of aanpassingen aan te brengen.
In bijlage bezorgen wij een overzicht van de vragen die gesteld worden m.b.t. de specifiek
medische organisatie en activiteit. Alle bemerkingen en suggesties zijn uiteraard welkom
en zullen ten gepasten tijde opgenomen worden in een globaal lastenkohier gericht aan de
overheid.
Tenslotte stellen zich een ganse reeks vragen betreffende de confidentialiteit van de
persoonsgegevens die via de beantwoording van de vragenlijst verwerkt worden. Luidens art
156 van de wet van 29 april 1996 houdende sociale bepalingen, mag de Technische Cel van de
Overlegstructuur binnen het departement Sociale zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu geen
gegevens ter beschikking stellen waarbij een natuurlijke persoon is geïdentificeerd. De
opgevraagde namen en identificatie-nummers van de betrokken geneesheren beantwoorden dus
niet aan dat veiligheidscriterium. Men ziet niet in waarom die vereisten inzake
bescherming van de privacy anders zouden liggen voor het Ministerie van Volksgezondheid,
hetzij op federaal, hetzij op gemeenschapsniveau. Die artsen worden trouwens niet vergoed
door de verpleegdagprijs en zijn in geen enkel opzicht verantwoordelijk voor hetgeen de
ziekenhuisbeheerder hen betreffend mededeelt aan het Ministerie.
N.B. De volledige vragenlijst kan geraadpleegd worden de website van het VBS (http:// www.vbs-gbs.org)
Wij bezorgen uiteraard een volledige gedrukt exemplaar op eenvoudige vraag bij ons
secretariaat.
Beknopte vragenlijst aan de Medische Raden
Naam ziekenhuis: ................................................
Vestigingsplaats: .................................................
Medische Raad:
Voorzitter: Dr..................................................
Secretaris: Dr..................................................
Tel: ................................................................
Fax: ................................................................
e-mail: .............................................................
1. Werd de Medische Raad geraadpleegd over de invulling van de vragenlijst van het
Ministerie van Volksgezondheid : JA/NEEN
-volledig? JA/NEEN
-gedeeltelijk? JA/NEEN
-over deel I (algemene gegevens) JA/NEEN
-over deel II( zorgprogramma's, medische en medisch-technische diensten, functies en
afdelingen) JA/NEEN
-over deel III (ambulante functie) JA/NEEN
-over deel IV (kwaliteitsbeleid) JA/NEEN
2. Werd uitsluitend rechtstreeks overleg gepleegd met de verantwoordelijken van de
diensten, functies, afdelingen, enz...) JA/NEEN
Zo ja, welke diensten, functies afdelingen:
......................................................................
......................................................................
......................................................................
......................................................................
3. Werd de Medische Raad ingelicht over de antwoorden bezorgd aan het Ministerie van
Volksgezondheid? JA/NEEN
-volledig? JA/NEEN
-gedeeltelijk? JA/NEEN
Zo ja, welke delen :
.......................................................................
.......................................................................
.......................................................................
.......................................................................
4. Heeft uw Medische Raad het voornemen voormelde inlichtingen op te vragen en te
bespreken? JA/NEEN
5. Bemerkingen en/of voorstellen m.b.t. de vragenlijst van het Ministerie van
Volksgezondheid:
.......................................................................
.......................................................................
.......................................................................
.......................................................................
Datum:
Handtekening:
Vorige
 Inhoud  Volgende
|