Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Verzekeringen | De Bulletijn | Hulp 

De Geneesheer-Specialist

Orgaan van het Verbond der Belgische Beroepsvereniging van Geneesheren Specialisten

Nr 8 - November 2000

Vorige nummer Vorige Archieven van de Geneesheer Specialist Inhoud Volgende nummer Volgende

DE DUITSE BEVOLKING SPREEKT ZICH UIT OVER DE VRIJE KEUZE VAN GENEESHEER

Uittreksel uit een rondvraag die op verzoek van de Kamer der Geneesheren van Noord-Rijnland werd uitgevoerd - D. Cosler en L. Klaes (in samenwerking met U. Raven en R. Relche) - (Chirurg BDC, 38. Jg., N 6/1999).

Het artsenkorps, de ziekenfondsen en de verantwoordelijken voor het gezondheidsbeleid zijn het er fundamenteel over eens dat de vrije keuze van geneesheer een bijzonder waardevol recht is, doch menen terzelfdertijd dat er maatregelen moeten kunnen getroffen worden om het ongepast of overmatig raadplegen van een geneesheer te beperken of minstens te bemoeilijken, teneinde de patienten kwaliteitszorgen te kunnen waarborgen die beantwoorden aan de behoefte en die financieel gedekt zijn. Als het evenwel aankomt op het bepalen van de meest geschikte maatregelen om hiertoe te komen, bestaat er geen consensus tussen de verschillende betrokken partijen, zelfs niet in de schoot van het artsenkorps, tussen bv. een groot aantal huisartsen enerzijds en de geneesheren-specialisten anderzijds. De standpunten variëren van een principiële weigering van enige beperking van de vrije keuze van geneesheer tot relatief strenge toegangsregels die kaderen in zogenaamde " huisarts- concepten ". 
Terwijl de voorstanders van het eerste standpunt verder gaan in hun ijver om te beantwoorden aan de nood aan hervorming, door structurele verbeteringen voor te stellen op het vlak van de patiënt-informatie, de arts-patiënt relatie en de onderlinge communicatie tussen geneesheren, leggen de voorstanders van de " huisartsenmodellen " de klemtoon op de coördinatie- en verwijsfunctie van de huisarts. 
Welke de meest geschikte weg is om de patient bij de uitoefening van zijn onbetwistbaar recht op vrije artsenkeuze te steunen of te leiden, zal tenslotte, over het uit eigenbelang geleide standpunt heen, ook om louter zakelijke redenen omstreden blijven zolang er geen objectieve gegevens voor een dergelijke beoordeling beschikbaar zijn. 

Het feit dat er geen gefundeerde informatie beschikbaar is over het standpunt van de bevolking tenoverstaan van de vrije artsenkeuze, haar perceptie van die vrije keuze, het belang dat ze aan dit recht hecht, de opvattingen en oriënteringen die terzake gelden en de manier waarop dit wordt vertaald, is een zware lacune in het huidige debat. 
Om hieraan te verhelpen heeft de Artsenkamer van Noord-Rijnland in de herfst 1998 het " Wissenschaftliches Institut der Ärzte Deutschlands " (Wetenschappelijk instituut der Duitse artsen) de opdracht gegeven een representatieve rondvraag te organiseren bij de volwassen bevolking in de geografische zone die de Kamer vertegenwoordigt.

Hierna stellen wij de resultaten voor van de telefonische rondvraag die in november en december 1998 werd gerealiseerd. Nu deze gegevens gekend zijn, moet bij verdere besprekingen niet langer gespeculeerd worden over de (vermoedelijke) desiderata van de patiënten.
Een empirische analyse maakt het mogelijk de structuren van de gezondheidszorg en de hervorming ervan aan te passen aan de werkelijke standpunten, belangen en voorkeuren van de patiënten. Zich uitsprekend over de vrije artsenkeuze, geeft de bevolking ook impliciet aan of zij al dan niet voorstander is van ambulante zorgen, gebaseerd op het vrije statuut van de geneesheer, dan wel van een meer geïnstitutionaliseerde geneeskunde. 

Opdat deze studie zou kunnen helpen de gemoederen te bedaren, die in dit debat over de vrije artsenkeuze vaak hoog oplaaien, worden geen begrippen gehanteerd die mettertijd slagzinnen geworden zijn voor de ene of andere groep. 
Zo hanteren de huisartsen erg uiteenlopende concepten, gaande van een meer uitgebreide raadpleging tot het toekennen van een relatief omvangrijke coördinatiefunctie aan de huisarts. Hierna zal over het algemeen het begrip " huisarts ", of " huisartsen-model " of " huisartsenprincipe " gehanteerd worden. Behalve wanneer er uit de gebruikskontekst expliciet iets anders kan worden afgeleid, wordt dit begrip niet gebruikt in een extreme betekenis doch in een eerder gematigde begripsinhoud. 

De 10 belangrijkste besluiten uit deze enquete, kunnen als volgt worden samengevat :

1. Wat de vrije artsenkeuze betreft, behaalt de vrije huisartsenkeuze een recordscore van 99 % die nauwelijks nog verbeterd kan worden. Vervolgens komt de keuzevrijheid van de specialist die bij verwijzing wordt geraadpleegd (96 %) en het recht om op gelijk welk ogenblik een tweede advies van een andere geneesheer in te winnen (95 %).

2. 91 % van de bevolking heeft een huisarts die tevens de geneesheer is die het vaakst wordt geraadpleegd. Een dergelijke houding tenoverstaan van de artsenkeuze sluit perfect aan bij de wettelijke bepalingen van § 73 (3) van het Sozialgesetzbuch (sociale wetgeving) V (vrije keuze van de arts) die stellen dat de sociale verzekerde zich een huisarts moet kiezen. 

3. Het frequent veranderen van geneesheer is slechts een marginaal fenomeen. 93 % van de ondervraagden meldden dat ze tijdens de voorbije 12 maanden voor hun behandeling noch van huisarts noch van specialist waren veranderd.

4. De persoonlijke verhouding tussen patiënt en geneesheer scoort hoog. 92 % van de ondervraagden vindt persoonlijk contact met de geneesheer belangrijk om een vertrouwensrelatie op te bouwen. Slechts een minderheid (18 %) overweegt om in de toekomst een persoonlijke relatie met de geneesheer op te bouwen via een beeldscherm bij hen thuis. Deze mogelijkheid geniet over het algemeen de voorkeur van jongeren, mannen en de hogere bevolkingsklasse.

5. De twee derden van de ondervraagden richten zich, met hun gezondheids-problemen, eerst tot de huisarts als " festen Ansprechpartner ". Niettegenstaande de huisarts algemeen aanvaard wordt als eerste contactpersoon, reikt het vertrouwen niet zover dat men hem een exclusieve coördinatiefunctie wenst toe te vertrouwen. Tijdens het voorbije jaar, heeft immers 73 % van de ondervraagden met een vaste huisarts, rechtstreeks, m.a.w. zonder verwijzing, een geneesheer-specialist geraadpleegd. Slechts 13 % raadpleegt meestal na verwijzing een geneesheer-specialist.

6. De meesten vinden het onaanvaardbaar dat ze om financiële redenen van de vrije artsenkeuze moeten afzien. Daarenboven weigert nagenoeg 60 % maatregelen tot vermindering van de gezondheidsuitgaven of tot toekenning van persoonlijke financiële voordelen. Slechts een kwart van de bevolking stemt hiermee in . De meerderheid van de ondervraagden is het in principe eens met beperkingen op voorwaarde dat deze gepaard gaan met een kwaliteitstoename. 

7. Indien een systeem wordt ingesteld met de huisarts als coördinator, zal de meerderheid van de bevolking (61 %) niet aanvaarden dat dit leidt toe een beperking van de toegang tot gespecialiseerde zorgverlening. 

8. De ondervraagden van minder dan 30 jaar hechten belang aan de vrije artsenkeuze, doch in mindere mate dan de ouderen. De jongeren zijn ook eerder bereid om beperkingen inzake vrije artsenkeuze te aanvaarden en hechten relatief meer belang aan persoonlijke financiële voordelen. De jongeren zijn eerder voorstander van een sterkere rol van de huisarts. Ze zijn ook voorstander van een relatief hoog huisartsenquotum. 

9. Er wordt belangrijk voorbehoud gemaakt tegen een systeem waarin de behandelende geneesheren-specialisten onderling verwisselbaar zijn, waardoor deze laatste niet langer gezien kan worden als een individu waarmee de persoonlijke vertrouwensrelatie patiënt-geneesheer kan tot stand komen. 78 % van de bevolking verwerpt een dergelijk systeem. Deze score kan aanzien worden als een veto tegen geïnstitutionaliseerde geneeskunde.

10. De patiënt wil een beroep kunnen doen op een begrijpende geneesheer die zijn behoeften au serieux neemt en zich niet beperkt tot het geven van uitleg over zijn bevindingen en zijn voorschriften maar die de patiënt actief betrekt in het beslissingsproces. De patiënt wenst in ruil voor het vertrouwen dat hij in de geneesheer stelt, begrip voor zijn eigen bevoegdheden, ervaring, angsten en onzekerheidsgevoel.

Dr L. Klaes, D. Cosler
Wissenschafliches Institut des Ärzte Deutschlands (WIAD) e.V. Godesberger Allee 54 - D-53175 Bonn
  

Vorige nummer Vorige Archieven van de Geneesheer Specialist Inhoud Volgende nummer Volgende

Questions & Comments

Copyright © VBS, 1997-2004

  Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Verzekeringen | De Bulletijn | Hulp