Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Verzekeringen | De Bulletijn | Hulp 

De Geneesheer-Specialist

Orgaan van het Verbond der Belgische Beroepsvereniging van Geneesheren Specialisten

Nr 8 - November 2000

Vorige nummer Vorige Archieven van de Geneesheer Specialist Inhoud Volgende nummer Volgende

ONCOLOGISCHE ZORGPROGRAMMA'S

Brief aan Mevrouw M. Aelvoet, Minister van Volksgezondheid, 
en aan de Heer F. Vandenbroucke, Minister van Sociale Zaken (11.10.2000)

Geachte Mevrouw Minister,
Geachte Heer Minister,

Wij hebben met aandacht kennis genomen van het voorstel houdende de oncologische zorgprogramma's

In de eerste plaats hebben wij ons de vraag gesteld wie hierin het initiatief genomen heeft. Het antwoord lijkt ons duidelijk : de lobby der medische (hoofdzakelijk of exclusief universitaire) oncologen. 

Men kan zich in de tweede plaats afvragen welke motieven aan de basis liggen van dergelijke initiatieven. Ongetwijfeld zal dezelfde lobby beweren dat volgens hun ervaring de oncologische therapie in ons land slecht uitgevoerd wordt. Het zou echter logisch zijn in dit geval wetenschappelijk gefundeerde argumenten hiervoor aan te halen. Dit gebeurt vanzelfsprekend niet. 

Wellicht werden economische overwegingen gehanteerd ? Hiertegenover staat wel dat in België de meest vooruitstrevende gezondheidszorgen verstrekt worden aan een bijzonder matige prijs !

Wanneer men het voorgestelde systeem ten grond evalueert stelt men vast dat een logge coërcitieve reglementering opgelegd wordt, waarvan noch de efficiëntie, noch de reële kost (o.m. in tijd, werkuren, personeel enz.) in enige mate geëvalueerd werden, welke bovendien een reeks onrechtvaardigheden inhoudt, indruist tegen onze professionele verplichtingen t.o.v. de patiënt en de logica van een autonome praktijkvoering, zij het in teamverband. Moeten wij eraan toevoegen dat deze maatregelen zonder overleg (tenzij met een niet-representatieve minderheid) geconcipieerd werden. 

Men zoekt terecht naar de logica. Enerzijds wordt een uitstekende opleiding -naar internationale maatstaven- verschaft aan onze pneumologen , chirurgen, radiotherapeuten, enz... kortom specialisten, die praktijk voeren in onze bijzonder degelijke ziekenhuizen (heel wat beter in vergelijking met het buitenland). En anderzijds zou men nu uitgaan van de veronderstelling dat diezelfde specialisten niet over hetzelfde vermogen als hun universitaire collega's zouden beschikken noch de nodige schranderheid en inzet om zich in hun praktijk en via congressen, medische litteratuur, klinisch wetenschappelijk onderzoek, navorming (waarvoor bovendien een gans navormingssysteem opgericht werd) met de meest geavanceerde therapeutische methoden vertrouwd te maken.

In het voorgestelde systeem wordt een onaanvaardbare ondergeschiktheid, een niet acceptabele miskenning van de geneeskundige capaciteit en van het initiatief van de "perifere" t.a.v. de "centrale"(zullen we maar zeggen "universitaire" ) specialist ingebouwd.

Het is duidelijk dat men centralistische etatistische structuren zoals in Groot-Brittannië of Nederland wil invoeren daar waar de nadelen hiervan steeds schrijnender ervaren worden (in G.B. is de wachttijd voor de behandeling van een slokdarmcarcinoom 5 maanden !). Bovendien hebben wij nog niet eens de moeilijkheden aangeraakt welke de multipele erkenningen van de diverse "oncologen" met zich zouden meebrengen.

Wij kunnen dus, noch omwille van de vermeende kwaliteitsverbetering, noch omwille van hypothetische kostenbeperking, akkoord gaan met een systeem dat een onredelijke en onverantwoorde omwenteling van onze praktijkvoering wil opdringen, dat de overheid trouwens progressief naar steeds talrijker gebieden van de geneeskunde wil uitbreiden. Wij eisen een dringend en grondig overleg hierover met de representatieve vertegenwoordigers van het medisch korps.

Het is anderzijds duidelijk dat het princiep van de multidisciplinaire approach van het oncologisch geval al lang is doorgedrongen in onze praktijkvoering. In de meeste ziekenhuizen werd spontaan overgegaan tot het organiseren van b.v. wekelijkse besprekingen tussen de verscheidene specialisten.
Het is van belang deze activiteiten aan te moedigen, op vrijwillige basis, gesteund door de beroeps-en wetenschappelijke verenigingen, en gecontroleerd door de LOKs. Dit zal ongetwijfeld gebeuren door passende nomenclatuurregelingen voor multidisciplinair overleg, en door het vooropstellen van een passend organisatieschema dat op middellange termijn (bvb. 5 jaar) wordt gerealiseerd, en dat met een aangepaste vormgeving en omkadering moet worden bedacht vanuit een systeem van " peer review ". Wij denken dat vanuit dit intercollegiaal pluridisciplinair overleg guidelines moeten opgesteld worden, waarbij vertegenwoordigers van zowel de grotere centra als de kleinere centra, en vertegenwoordigers van de diverse medische, chirurgische en de radiotherapeutische specialismen, moeten betrokken worden.

Wij menen echter dat dit zeker moet gebeuren zonder de geneesheren in een keurslijf te willen dwingen en te vervallen in rigide bureaucratische systemen welke haaks staan op onze vertrouwde praktijkvoering, en welke conflicten, supplementaire onkosten, tijdverlies en gebrek aan efficiëntie zullen veroorzaken. Er moet geen ogenblik aan getwijfeld worden dat hierdoor een domper zal geplaatst worden op de gezonde wedijver en het initiatief van specialisten die voortaan volkomen willekeurig en artificieel in een ondergeschikte positie zullen gedreven worden. Dit op een ogenblik dat een aantal gefusioneerde en grotere ziekenhuizen zich opwerken om zeker een gelijkwaardige plaats in te nemen naast (soms zelfs boven ?) de universitaire ziekenhuizen. De vereiste om een beroepstitel oncologie op te dringen aan een aantal specialismen om gesitueerd te kunnen worden in de voorgestelde structuren is in abstracto absurd, maar wordt uitsluitend geïnduceerd door het (ongewenste) strakke keurslijf van de vooropgestelde zorgprogramma's. De capaciteit om oncologische gevallen te behandelen is ingebouwd in de essentie van de verscheidene specialismen (pneumologie, chirurgie, enz.), en behoort integraal tot hun normale dagelijkse activiteitsveld.

Hoogstens zou men kunnen instemmen met een bijzondere bekwaamheid in de medische oncologie op voorwaarde dat dit geen enkele hiërarchische suprematie tot gevolg heeft t.a.v. de andere specialismen. Het kan immers niet dat de "medische oncoloog" een soort van "allesweter" is in het oncologische domein. Het kan ook niet dat men bekwaamheden in de oncologie creëert in de andere specialismen gewoon om deze specialisten te kunnen inschakelen in een artificieel, nutteloos en bombastisch coërcitief systeem. Geenszins democratisch!

Wij zijn fundamenteel gekant tegen het opdelen van de geneeskunde in zorgenprogramma's waarbij de geneesheer-specialist gereduceerd wordt tot een soort zombie die alleen maar opgelegde schema's en voorgeschreven taken uitvoert. Is dat de intellectuele ruimte die het gezondheidsbeleid laat aan iemand die een opleiding van 13-14-15 jaar heeft gekregen?
Wij kunnen ons trouwens geenszins akkoord verklaren met deze zeer zonderlinge echelonneringsopvattingen waarbij plots een denkbeeldige " derde lijn " wetmatig zou komen bepalen wat, hoe en volgens welke regels een (gedeclasseerde?) " tweede lijn " nog zou kunnen of mogen behandelen op oncologisch gebied. Zou u dezelfde redenering durven doortrekken van de " tweede lijn " naar de door u bijna heilig verklaarde " eerste lijn "?

Tenslotte -en dit is van fundamenteel belang voor de patiënt - kunnen wij ons niet eens verklaren met de totale omwenteling van onze praktijkvoering waarbij alle oncologische gevallen op de zogenaamde oncologische (verpleeg)afdeling zouden geconcentreerd worden. Deze opvatting geniet verre van een goede, rationele onderbouw. De ziekenhuisstructuren zijn thans georganiseerd op orgaansystemen waarbij de patiënten met aandoeningen in eenzelfde orgaanstreek geconcentreerd worden. Het personeel werkzaam op deze afdeling kan zich dan beroepen op een grote ervaring omtrent de aldaar behandelde symptomatologie en pathologie. Het samenbrengen op één afdeling van patiënten met bvb longtumoren, darmtumoren, huidtumoren en hersentumoren is zinloos ; de symptomatologie en verzorgingseisen van deze respectievelijke tumoren zijn doorgaans meer verwant aan die van andere patiënten met aandoeningen van hetzelfde orgaan dan dat ze onderling verwant zijn. Zulks geldt zowel voor medische problemen als (en mogelijks nog méér) voor patiënten die in een orgaangebied een tumorresectie ondergaan. Deze concentratie houdt bovendien geen passende oplossing in voor patiënten die ook gelet op de leeftijd vaak niet alleen een oncologische, doch multipele gemengde pathologieën hebben.

Wij komen aldus tot de vaststelling dat de begrippen " zorgprogramma's ", de bijhorende zeer theoretisch bepaalde " doelgroepen ", en de wijze van organisatie van de programma's, te pas en te onpas volgens één en hetzelfde schema worden geconcipieerd, zonder dat men zich echt om het belang van de individuele patiënt bekommert.

Wij verzoeken u , Mevrouw de Minister, Mijnheer de Minister, met deze argumenten rekening te willen houden en groeten u inmiddels beleefd,

met de meeste hoogachting, 

Prof. Dr. J. Gruwez
Voorzitter


Het oncologie-beleid: en nu?

Begin oktober jl. heeft de Nationale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen een advies uitgebracht dat weliswaar nog moet goedgekeurd worden. De NRZV stelt daarin letterlijk dat de conceptnota oncologie d.d. 11.7.2000 van de ministers geen goede basis is om de oncologie in het Koninkrijk België te organiseren. De NRZV bevestigt de " principes voor een goede zorg voor kankerpatiënten " zoals die in feite reeds vervat zaten in een oorspronkelijk advies daterend van oktober 1997:

- gelijkwaardige toegankelijkheid voor alle patiënten ( wat wordt toegelicht als te begrijpen in de zin een voldoende spreiding : alle ziekenhuizen eerder dan enkele).
-multidisciplinaire werking
-overleg, consensus, samenwerking, netwerking in en tussen instellingen.
-registratie en kwaliteitstoetsing.
-psychosociale, transmurale en palliatieve begeleiding.

Bij deze stelde de N.R.Z.V. vast dat vele ziekenhuizen " nu reeds de principes van dit advies toepassen: geneesheren-oncologen werden aangeworven en/of beter geincorporeerd in de medische werking (n.v.d.r.: ondanks alle discussies omtrent de bijzondere beroepstitels, die nog steeds aan de gang zijn, mede tengevolge van telkens nieuwe interfererende normatieve ontwerpen over de zorgprogramma's, afkomstig van de ministeriële kabinetten), multidisciplinaire aanpak werd ingevoerd en/of verbeterd, samenwerkingsverbanden en netwerking tussen ziekenhuizen werden nauwer aangehaald en/of op meer formele wijze gestructureerd. "

Bovendien blijkt de N.R.V.Z. te opteren voor meer gelijkwaardigheid, daar waar de normontwerpen over de zorgprogramma's tot nog toe een hiërarchische relatie ontwikkelden tussen controlerende B-centra en ondergeschikte A-centra. De raad blijkt trouwens duidelijk gekant tegen het opleggen van activiteitenconcentratie en monopolies.

Tussen de regels mag men uit dat standpunt afleiden dat de NRVZ vermoedelijk heil verwacht van een terreinevaluatie, bvb. op basis van de aan gang zijnde gegevensinzameling van de federale en gemeenschapsoverheid. De vraag is dan wel waarom het allemaal zo dringend en normatief moet geregeld worden. Naar verluid zou eind oktober al een nieuw ministerieel ontwerp verwacht worden omtrent de oncologische zorgprogramma's. Zou het niet gezonder zijn de feitelijke structurering te velde nog enige tijd in positieve richting te laten evolueren, eventueel omringd door enkele ondersteunende maatregelen. Uiteindelijk is het vooral de bevordering van de kwaliteit voor de patiënt die telt.

Wat de verdere ontwikkelingen op het vlak van de beroepstitels betreft, zal uiteraard veel afhangen van het verwachte nieuwe normenontwerp. De huidige trend in dat verband bleef weliswaar, voor verscheidene disciplines, evolueren in de richting van: 
- de oncologische bevoegdheid als een impliciet onderdeel van het basisspecialisme behouden zonder dat er echt behoefte is aan een aanvullende bijzondere beroepstitel,
- op voorwaarde dat specialismen waarvoor wel een aanvullende opleiding en bijzondere beroepstitel wenselijk wordt geacht, zich geen oncologisch monopolie toeëigenen.
Ook op dat vlak zegt het gezond verstand dat een degelijke en positieve ontwikkeling te velde na verloop van tijd voor een duidelijkere situatie zal zorgen, zodat het ook wat dat betreft verkieslijk is, niet meteen knopen door te hakken.
  

Vorige nummer Vorige Archieven van de Geneesheer Specialist Inhoud Volgende nummer Volgende

Questions & Comments

Copyright © VBS, 1997-2004

  Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Verzekeringen | De Bulletijn | Hulp