|
Nr 5 - Mei 2000
Vorige Inhoud  Volgende
AELVOET VERDRINGT DE SPECIALIST UIT DE AMBULANTE ZORG
Volledig in het verlengde van haar beleidsnota van maart jl. over de
ondersteuning van de eerstelijnszorg, waarvan het VBS inmiddels (dixit " Artsenkrant
" 14.04.2000) brandhout maakte, heeft minister AELVOET (samen met F. VANDENBROUCKE)
een zeer concreet ontwerp KB klaar " tot vaststelling van de normen voor bijzondere
erkenning van geïntegreerde diensten voor thuisverzorging ".
Vanuit opvattingen die hun oorsprong vinden in onverteerde linkse jeugdromantiek
en een flinke dosis dogmatisme, worden hierin de krachtlijnen van de eerstelijnskolchozen
uitgetekend. Zorg is maar " geïntegreerd " als men er de specialistische
eerstelijnsgeneeskunde uit verwijdert, en een systeem opzet dat tot nog toe als collusie
tussen medische en niet-medische beroepen werd beschouwd.
Maar het ontwerp gaat nog veel verder dan dat: de eerste lijn verzuipt in een geheel dat
geen vrije geneeskunde meer is ...
(Op p. 5 van dit nummer vindt U de volledige tekst van het ontwerp)
Een bondige beschrijving
De volledige " geïntegreerde eerstelijnszorg " wordt (verplicht) in VZW's
gestructureerd per " zorgregio ". Deze worden vastgesteld op basis van
ingezamelde gegevens inzake patiëntenstromen binnen een " aaneengesloten geografisch
omschreven gebied van één of meerdere gemeenten "
Elke " geïntegreerde dienst voor thuisverzorging " bestaat uit:
-solopraktijken van huisartsen, verpleegkundigen, tandartsen, apothekers,
kinesitherapeuten, beoefenaars van paramedische beroepen en psychologen;
-unidisciplinaire groepspraktijken van voorgenoemde beroepsbeoefenaren;
-pluridisciplinaire groepspraktijken (NB: alsof dat verenigbaar is met de wet);
-en de zgn. thuisvervangende zorgvoorzieningen (R.O.B., R.V.T.,enz...).
De " geïntegreerde dienst voor thuisverzorging " wordt dus een " gezondheidsinstelling
die, binnen een zorgregio, het geheel van de toegetreden praktijken (specialisten
uitgezonderd) van eerstelijn omvat en integreert, waarop mensen (patiënten) beroep doen
teneinde hun gezondheidstoestand op somatisch, psychisch en sociaal vlak, stabiel te
houden of te verbeteren. Deze (en alleen deze?) zorg is onmiddellijk toegankelijk en erop
gericht de patiënt zo lang mogelijk thuis of in een thuisvervangend milieu, te laten
functioneren.
De evidentie dat specialistische geneeskunde evenzeer kan bijdragen tot het behoud van de
patiënt in het thuismilieu, wordt niet eens overwogen! Maar professionele collusie tussen
huisartsen en apothekers, kinesitherapeuten en paramedici wordt als de enige ideale opvang
voor somatische en psychische problemen beschouwd. Wat het sociale aspect betreft, heeft
de minister zowaar nog de OCMW's vergeten!
De geïntegreerde zorg wordt beheerd door de vrijwillig gekozen huisarts van de patiënt,
en " dekt minstens het geheel van curatieve, diagnostische, palliatieve en
revaliderende behoeften ". Hij doet daarbij beroep op de andere voormelde
beroepsbeoefenaren en thuisvervangende instellingen. Beroep op een specialist wordt
blijkbaar noch positief, noch relevant geacht.
Daarnaast wordt wel een overkoepelende structuur, de zgn. " Geïntegreerde Dienst
voor thuiszorg " (G.D.T.=gezondheidsinstelling) ingericht, die een " permanente
overlegstructuur " organiseert met de ziekenhuizen en extramurale specialisten binnen
de zorgregio, en die overeenkomsten terzake afsluit en evalueert. Hoe deze gedwongen
overeenkomsten tot stand komen en of ze gelijke rechten voor alle beroepsbeoefenaars
moeten voorzien, wordt niet gezegd. Blijkbaar hebben ze uitsluitend betrekking op
opnamebeleid, ontslag (uit het ziekenhuis), post-hospitalisatiezorg en het uitwerken van
" geïntegreerde zorgcircuits " voor chronische patiënten. Men vraagt zich af
of het KB niet geschreven werd om het woordje " naadloos " te vereeuwigen.
De G.D.T. wordt verplicht gestructureerd in VZW-vorm - ondanks het grondwettelijk recht
van vrijheid van vereniging- waarvan de lidmaatschapsvereisten dus bij KB worden bepaald
(specialisten uitgesloten). De beheerraad bestaat uit 1/3 huisartsen, 1/3 apothekers-
verpleegkundigen- paramedici - kinesitherapeuten en psychologen (nog niet in het KB nr 78
geregeld beroep), 1/6 thuisvervangende voorzieningen en 1/6 nog andere categorieën aan te
duiden door de minister (alternatieve zorgverleners?).
Voor " specifiek discipline-gerichte problemen " kan de minister nog
uni-disciplinaire kringen per zorgregio erkennen.
Elke provincie, de regio Brussel-Hoofdstad en de Duitstalige Gemeenschap krijgen nog elk
een " Provinciale Commissie " voor G.D.T., en landelijk wordt een Hoge Raad van
de G.D.T. opgericht.
En de patiënt?
De G.D.T. " verzamelt en beheert, tenbehoeve van haar leden en de overheid, niet
alleen socio-demografische gezondheidsgegevens, maar ook o.m. praktijkstructuurgegevens
betreffende de beroepsbeoefenaars binnen de zorgregio, en...de gecrypteerde
patiëntengegevens. De G.D.T. " promoot " immers de
elektronische dossierverwerking. Voor de feedback van de gegevens worden de beoefenaars
meteen " toeleveranciers ".
Tenslotte nog dit: aan de patiënt wordt uitdrukkelijk de " vrije keuze van
de zorgverstrekker " gegarandeerd. Pro forma, want in werkelijkheid zal hij zich
moeten laten loodsen naar het door de G.D.T. uitgetekende " voor hem meest adequate
zorgtraject ", dat immers via de zgn. tweedelijns-overeenkomsten zal geconcretiseerd
worden. Centraal staat de patiënt als individu nergens. Hij wordt machteloos
geïntegreerd in de patiëntenstromen naar de centraal staande structuren van de G.D.T..
Het was de bedoeling dat de minister van Volksgezondheid met dit ontwerp zou uitpakken in
september e.k. Alhoewel minister VANDENBROUCKE's naam onder het ontwerp prijkt, was hij er
niet van op de hoogte en, naar verluidt, evenmin mee akkoord.
Vorige Inhoud  Volgende
|