|
Nr 4 - Mei 2000
Vorige Inhoud 
Volgende
Aan de Voorzitters en Leden van de Medische Raden (12.4.2000)
Geachte Collegae,
1. Standpunt van het VBS betreffende de beleidsnota van Minister Aelvoet over de
"Ondersteuning van de eerstelijnsgeneeskunde "
In bijlage 1 (zie p. 1 van dit nummer) bezorgen wij U de brief die namens het VBS werd
verzonden naar Mevr. AELVOET in antwoord op haar beleidsnota (cfr. De
Geneesheer-Specialist nr 3, maart 2000).
Het ASGB bezorgde U op 28.03.2000 een rondschrijven, met als bijlage 4 een tekst van Dr J.
DEBOIS in zijn hoedanigheid van voorzitter van het BVVGG. Dit document werd niet
weerhouden als standpunt van het VBS door het Bestuurscomité 23 maart 2000, d.w.z. de
eerste bestuursvergadering met Dr DEBOIS, tijdens dewelke hij ontslag nam als
VBS-voorzitter.
Het voorzitterschap van het VBS wordt waargenomen door Prof. Dr J. GRUWEZ, Ondervoorzitter
met de grootste ancienniteit.
De onaanvaardbaarheid van het beleidsconcept van Mevr. Aelvoet zal ook voor U duidelijk
zijn. Aangezien de minister echter alle betrokkenen vraagt om hun standpunten mede te
delen, hopen wij dat vanuit alle geledingen van de specialistische geneeskunde gereageerd
wordt.
2. Ontwerp van uitvoeringsbesluit van art 128bis van de ziekenhuiswet.
De Ministers van Sociale zaken en van Volksgezondheid hebben de Nationale Paritaire
Commissie Geneesheren-Ziekenhuizen verzocht om binnen een beperkte tijdspanne (vóór
Pasen) een advies te verlenen over een ontwerp KB tot uitvoering van art 128bis van de
ziekenhuiswet ( de mededeling van statistische en boekhoudkundige gegevens aan de Medische
Raad). Zeer beknopt samengevat was het de bedoeling van de ministers de Medische Raad
gelijkaardige inzagerechten verschaffen als deze die bestaan voor de Ondernemingsraad.
De besprekingen terzake botsten onmiddellijk op een zware weerstand van de Vlaamse
ziekenhuislobby, vooral vanwege de VVI-vertegenwoordigers die daarin het VOV op sleeptouw
namen. Zij hebben het overleg doen kapseizen omwille van twee elementen:
-ze weigeren elke vorm van transparantie vanwege de
ziekenhuisbeheerder, als er geen volledige transparantie zou worden gegeven vanwege de
artsen, d.w.z. veralgemeende centrale inning van alle honoraria, de consultaties
inbegrepen.
-ze weigeren dat de medische raad zich laat bijstaan door een
deskundige om inzicht te verschaffen in de medegedeelde gegevens.
NB: de wettelijke regeling betreffende de ondernemingsraad voorziet dat de afgevaardigden
in dit orgaan dat recht wel hebben.
Opvallend is dat de Franstalige ziekenhuisvertegenwoordigers zich formeel distancieerden
van deze standpunten en het in feite volledig eens waren met de vertegenwoordigers van de
artsen. Zij menen dat de uitbreiding van de centrale inning een ander debat is dat in deze
bespreking niet thuishoorde.
3. Arrest van het Hof van Beroep van Antwerpen (29 november 1999)
Het Hof van Beroep van Antwerpen sprak zich recentelijk uit over de mogelijkheid voor de
ziekenhuisbeheerder om over te gaan tot beëindiging zonder verzwaard advies. Het betrof
een schriftelijke overeenkomst met een ziekenhuisarts, die uitdrukkelijk de mogelijkheid
tot beëindiging door opzegging voorzag. De uitspraak van het Hof van Beroep maakte
daarbij een onderscheid tussen afzetting en beëindiging.
Let wel:
-Bovendvermelde uitspraak is zeker voor herziening vatbaar. Er is ten andere ook
andersluidende rechtspraak ( NB: een overzicht kan desgewenst bekomen worden bij onze
juridische dienst. Mocht er i.v.m. de medische staf van uw ziekenhuis reeds rechtspraak
gevormd zijn, gelieve ze dan, eventueel geanonimiseerd, mede te delen. Dank bij voorbaat)
-De nota van de Nationale Paritaire Commissie Geneesheren-Ziekenhuizen dd. 8.11.91 blijft
het uitgangspunt op basis van dewelke de rechtsverhoudingen tussen artsen en ziekenhuis
verder dienen uitgewerkt worden (cfr. bijlage).
-Aangezien het niet uitgesloten is dat voortaan ziekenhuisbeheerders zich op de
interpretatie van bovenvermeld Hof zullen beroepen, richten wij een formele oproep tot
alle medische raden om deze interpretatie als onbespreekbaar af te wijzen.
4. Dagziekenhuis en de wet " Vermassen-Lenssens "
Het VVI heeft onlangs (24.03.00) een " Verbondsnota " gericht aan zijn
aangesloten ziekenhuizen, waarin het de weerslag tracht te minimaliseren van het arrest
van het Hof van Cassatie dd.14.06.99, waarop wij reeds eerder de aandacht vestigden in
" de Geneesheer-Specialist " (nr 3 / 2000). De Verbondsnota verwijst alleen naar
een deel van de conclusie van commentator J.R. RAUWS (Rechtskundig weekblad nr 22 - 29
januari 2000) die meende dat de motivering van het Hof van Cassatie " voor herziening
vatbaar is ". In feite schreef de commentator: " Een terechte cassatie, maar een
motivering die voor herziening vatbaar is ", wat iets heel anders is.
Aansluitend bij de omstandige nota over " Ereloonsupplementen in Dagziekenhuis "
die het VBS publiceerde in " De Geneesheer-Specialist " nr 8, november 1999,
toont voormelde uitspraak in Cassatie, naast de andere elementen die we citeerden,
duidelijk aan dat de patient in het dagziekenhuis ambulant is en niet onder de toepassing
valt van art 50bis §§1 en 2 van de ZIV-wet.
Volledig tot uw dienst voor nadere inlichtingen, groeten wij U, Geachte Collegae,
met de meeste hoogachting,
Dr M. MOENS
Secretaris-generaal |
Prof. Dr J. GRUWEZ
Wd. Voorzitter |
Vorige Inhoud 
Volgende
|