Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Verzekeringen | De Bulletijn | Hulp 

De Geneesheer-Specialist

Orgaan van het Verbond der Belgische Beroepsvereniging van Geneesheren Specialisten

Nr 4 - Mei 2000

Vorige nummer VorigeArchieven van de Geneesheer Specialist Inhoud Volgende nummer Volgende

DE VISIE OMTRENT GEZONDHEID-, GEZONDHEIDSZORG-, EN GEZONDHEIDSZORGVERZEKERINGSBELEID

n.a.v. het rapport 'Gezondheidszorg in België, uitdagingen en opportuniteiten' 
(vervolg)

3 Enkele klemtonen

In het rapport Peers wordt aangegeven dat de gezondheidszorgvoorzieningen weinig impact hebben op de gezondheidstoestand van individuen. Dit wil impliciet ook stellen dat het aanbod aan zwaar medische diensten aan banden gelegd moet worden, dat er een uitdrukkelijke programmatie aanwezig moet zijn, e.a. Ook hiervoor vinden we een groot pleidooi in het rapport Peers. Dergelijke maatregelen moeten echter gekoppeld worden aan kwaliteitsevaluatie, een technology assessmentbeleid, eisen op vlak van toegankelijkheid van de zorg, samenwerking tussen de verschillende actoren, maar ook overleg met de verantwoordelijken van en binnen andere beleidsdomeinen. Dit zijn de elementen die ik hier kort wil toelichten.

3.1 De patiënt centraal

Vertrekkend vanuit de patiënt betekent gezondheid en gezondheidszorg heel concreet een analyse en het in kaart brengen van de gezondheidsproblemen en behoeften van deze patiënt. Deze gezondheidsmonitoring dient in eerste instantie te worden gerealiseerd door het samenbrengen en interpreteren van bestaande gegevens, verder aangevuld met noodzakelijke, maar vandaag ontbrekende registraties, en verder vervolledigd door wetenschappelijk onderzoek ad hoc. Een scharnierrol hiertoe is weggelegd voor het WIV-Louis Pasteur en de Hoge Gezondheidsraad. Ook het rapport Peers maakt melding van de nood aan (kwaliteits)informatie. Deze gegevensverzameling moet rekening houden met de nood aan gegevens bij de individuele zorgverstrekker en moet tegelijk de nodige informatie geven - aan de beleidsverantwoordelijken. Als beleidsverantwoordelijke heb ik enkel gegevens nodig op het geaggregeerde niveau. Dit verhoogt enerzijds de efficiëntie in de gegevensverwerking en verhoogt anderzijds het vertrouwen van de individuele zorgverstrekker gezien de theoretische controlemogelijkheid vanwege de overheid wegvalt wegens het niet meer beschikken over individuele gegevens. De wisselwerking tussen beiden zou best georganiseerd worden op een soort meso-niveau waardoor de overheid geen 'big brother is watching you'-positie inneemt en de individuele zorgverstrekker toch de nodige feedback krijgt om de eigen praktijk te evalueren en bij te sturen waar nodig.

De maatschappelijke bewustwording dat de patiënt geen louter Iijdend voorwerp is in dit gebeuren, brengt ons ertoe om tijdens deze legislatuur op substantiële wijze, vordering te maken omtrent de basisregelgeving aangaande patiëntenrechten.

3.2 Stroomlijning van de gezondheidszorg

3.2.1 Versterking van de eerste lijn

Hier wil ik in eerste instantie verwijzen naar mijn conceptuele nota omtrent de organisatie van de eerstelijnszorg die op zeer ruime basis verspreid werd met de vraag kritische reflexies aan te geven. De verspreiding van deze conceptnota past in de visie dat doorzichtige processen om tot besluitvorming te komen noodzakelijk zijn.

Eerstelijnsgezondheidszorg wordt daarbij gedefinieerd als de "interface", waar, in de gezondheidszorg, elke persoon en zijn omgeving een eerste professionele opvang (vb huisartsen, verpleegkundigen, kinesitherapeuten, maatschappelijk werkers, enz.) krijgt voor gelijk welke klacht of problematiek die hij / zij wenst voor te leggen, wanneer zelfzorg en mantelzorg niet meer volstaan.

Het is ook de setting waar de dialoog tussen het individu (en omgeving) en de gezondheidswerker plaatsvindt om via deze dialoog een coherent antwoord te geven aan de verzorgingsvraag. Een essentiële opdracht voor deze eerstelijnszorg is dus het opnemen van de zogenaamde "aanmeldingsverantwoordelijkheid". Hierdoor wordt elke klacht op zijn ernst getoetst waardoor het opstellen van een behandelingsplan van een patiënt optimaler verloopt. Indien deze taak kwalitatief goed wordt uitgevoerd, zal dit nutteloze en dure interventies op andere echelons vermijden. Een voorwaarde hiertoe is echter de structurering en de ondersteuning van de eerstelijnszorg binnen het kader van de gehele gezondheidszorg. Een goede samenwerking en een vloeiende overgang tussen de verschillende echelons is immers noodzakelijk willen we de patiënt en niet de structuren centraal stellen.

Hiertoe wensen we op verschillende sporen te werken :

· Opmaak van een kadaster van (huisarts)praktijken. Het in kaart brengen van het aantal en de typologie van de eerstelijnspraktijken is een onmisbare schakel voor een betere ondersteuning van de beleidsontwikkeling. Hiertoe ligt reeds een ontwerp M.B. voor bij de Hoge Raad van Specialisten en huisartsen.
· Als aanvulling op de bestaande solopraktijken, de bestaande netwerken ... wordt gewerkt aan een geïntegreerde dienst voor thuisgezondheidszorg, die territoriaal zal worden ingebed en waaraan een aantal specifieke opdrachten zullen worden toegewezen. Een ontwerp KB is hiertoe in de maak en zal ter bespreking voorgelegd worden..
· Verder in een latere fase, na de kadasteropmaak, zal worden nagegaan op welke manier deze eerstelijnspraktijken in functie van bepaalde opdrachten - financieel kunnen worden ondersteund verbonden aan bepaalde kwaliteitseisen. In dit kader kan dan gedacht worden aan de ontwikkeling van complementaire financieringsmodellen zoals praktijkfinanciering, opdrachtfinanciering, targetfinanciering.
· Deze maatregelen dienen uit te monden in een wet op de eerste lijn.
· Ondertussen moet het "geïntegreerde zorgconcept", namelijk een gestructureerde en geprotocolleerde samenwerking tussen de eerste en de tweede Iijn verder ingang vinden en zijn plaats veroveren die het verdient. Vooral chronische zorg zal uitermate gebaat zijn met deze meer horizontale benadering vanuit de patiënt en een transversale organisatie van de zorg. Deze transversaliteit zorgt er voor dat patiënten niet het idee krijgen vanuit verschillende "hokjes" en disciplines benaderd te worden, maar juist een geïntegreerd zorgplan aangeboden krijgen waar alle betrokken zorgverstrekkers aan meewerken.
· Een belangrijke hoeksteen in deze stroomlijning is de verdere uitbouw van het medisch dossier, waarvan de huisarts de beheerder is. Aan de paritaire commissie artsen-verzekeringsinstellingen werd opdracht gegeven om de spraakverwarring tussen het algemeen medisch dossier (Sociale Zaken) en het globaal medisch dossier (Volksgezondheid) uit de wereld te helpen en te zoeken - met behoud van de verworvenheden - naar mogelijkheden om het gebruik uit te breiden en om het stapsgewijs te veralgemenen.

3.2.2 Gedoseerde uitbouw van de gezondheidsinstellingen

Hoewel de zo geprezen programmatie, waaraan erkenning en financiering gekoppeld zijn, de laatste jaren quasi 'losgelaten' werd - met alle gevolgen vandien - is het uiterst noodzakelijk deze opnieuw te installeren en rigoureus te hanteren. Dit is essentieel vanuit het oogpunt van kwaliteit van zorg en financiële haalbaarheid van zorg, maar is ook een voorwaarde voor het welslagen van de ondersteuning van de eerste lijn..

Ook hier is een globale aanpak nodig. Criteria voor de rationalisatie van het aanbod dienen rekening te houden met frequentie en ernst van de aandoening, de geografische spreiding en de functionele samenhang van de onderdelen. De inschatting van de - continu evoluerende - behoeften zorgt daarbij voor een dynamisch beleid. Ook hier dient een evenwicht gevonden te worden tussen de beschikbare en ontplooibare know-how en de behoefte. Een diversifiëring van het ziekenhuisaanbod georganiseerd binnen een regionaal netwerk zal hiervan het gevolg zijn.

Om dit te bereiken moeten prioriteiten binnen het gezondheidszorgaanbod meer steunen op objectieve criteria en maatschappelijke belangen, eerder dan op de individuele behoeften van verschillende specialismen / belangengroepen en dit binnen de beschikbare middelen.

3.2.3 Geestelijke gezondheidszorg

Ook in de geestelijke gezondheidszorg staat de patiënt met zijn zorgvraag centraal. Daartoe zal het zorgaanbod gereorganiseerd worden in voorzieningsoverschrijdende zorgcircuits die zich richten op specifieke (sub)doelgroepen. Eind 2000 wordt de uitvoering van de tweede vrijwillige reconversie afgerond en geëvalueerd. We verwachten een versterking van de extramuralisering en een betere regionale spreiding van het aanbod. Hierdoor worden reeds een aantal leemten in het aanbod opgevuld. Het zorgvernieuwingsfonds dat gecreëerd wordt in het verlengde van de reconversie zal gebruikt worden als motor voor nieuwe transmurale initiatieven. Op basis van functionele samenwerking worden de overblijvende tekorten in het aanbod ingevuld en worden nieuwe initiatieven ondersteund met middelen van dit fonds als stimulans.

In een eerste fase worden geen nieuwe bedden voor psychiatrische zorg voorzien. Wel zal de mogelijkheid gecreëerd worden om bestaande bedden of plaatsen beter te omkaderen en kwalitatief te versterken voor bepaalde functies (bijvoorbeeld crisispsychiatrie) of voor specifieke doelgroepen (bijvoorbeeld voor sterk gedragsgestoorde en agressieve of forensische patiënten) waarvoor ze bedoeld zijn. We beogen dus niet zozeer een kwantitatieve uitbreiding, maar wel een kwalitatieve verfijning en diversifiëring van het aanbod. Zodoende wordt het mogelijk soepel in te spelen op de diversiteit en de complexiteit van de vraag van de patiënt en zijn omgeving.

Op vraag van de sector zal de programmatienorm voor Beschut Wonen opgetrokken worden en creëren we de mogelijkheid van individueel beschut wonen voor 20 % van het totaal aantal plaatsen. Hiermee versterken we de differentiatie in het aanbod en zetten we meteen een eerste stap in de richting van psychiatrische thuiszorg.

Tenslotte beklemtonen we de rol van de overlegplatforms voor geestelijke gezondheidszorg als dynamische draaischijven van waaruit het zorgaanbod afgestemd kan worden op de regionale en lokale behoeften. Zij moeten zoveel mogelijk actoren van het werkterrein en van de aangrenzende sectoren stimuleren tot samenwerking en overleg. Het hulpverleningsaanbod voor verslavingszorg krijgen structureel een plaats binnen deze overlegplatforms. Ook de patiënten- en familieverenigingen moeten op dit niveau participeren in de sturing van het zorgaanbod. Tevens vormen de overlegpIatforms een goede plaats voor het installeren van ombudsfuncties. We zien dit als een aanloop tot de verdere vormgeving van de patiëntenrechten.

Vorige nummer VorigeArchieven van de Geneesheer Specialist Inhoud Volgende nummer Volgende

Questions & Comments

Copyright © VBS, 1997-2004

  Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Verzekeringen | De Bulletijn | Hulp