|
Nr 4 - Mei 2000
Vorige Inhoud  Volgende
Nieuwe beleidsvisies van Minister Aelvoet
Naar aanleiding van het rapport Peers heeft de minister van Consumentenzaken,
Volksgezondheid en Leefmilieu, haar eigen " visie omtrent gezondheid-,
gezondheidszorg-, en gezondheidszorgverzekeringsbeleid " bekendgemaakt in een nota
daterend van 20 maart jl., doch die een maand later nog steeds verontruste media-reacties
uitlokt (VRT-radionieuws van 18.04 en 19.04, waarin mevrouw Aelvoet's visie over het
ziekenhuisbeleid wordt aangepakt).
Hierna nemen we integraal de meer globale nota van 20.03.2000 over, wetende dat het de
bedoeling van de beide ministers van Volksgezondheid en Sociale Zaken is, om in juni een
uitgebreide nota over de " uiteindelijke beleidsvisie " voor te leggen aan alle
betrokkenen.
Het ligt voor de hand dat wij hierop op gepaste wijze moeten reageren.. Uw bedenkingen
zijn dus welkom.
Toch twee preliminaire bemerkingen:
De basisgedachte van minister AELVOET berust (ten onrechte) op het aloude " subsidiariteitsprincipe
" (wat door een lagere bekwaming kan, hoeft niet door een meer gekwalificeerde te
gebeuren), dat hier tot het niveau van medische hulpkrachten wordt doorgetrokken en
waarbij meteen de rol van de huisarts wordt neergehaald. Met deze stelling wil de nieuwe
overheid afstappen van het " volksgezondheidsprincipe "
(bescherming van de volksgezondheid tegen onbekwaam handelen). De bevolking moet dan ook
van deze fundamentele koerswijziging in de gezondheidsbeleid op de hoogte gebracht worden.
Het herkennen van een pathologische situatie wordt in de nieuwe visie immers overgelaten
aan de minst deskundigen!
De nieuwe beleidsvisie berust helaas op een sofisme. Het " subsidiariteitsprincipe
" struikelt over de voorgestelde " holistische " opvatting die uiteraard
alleen onder de scrupuleuze toepassing van het " volksgezondheidsprincipe "
wordt en kan worden gerealiseerd " Qui peut le plus peut le moins ": een
specialist in een deelgebied van de geneeskunde is de eerste plaats een arts . Wat is de
holistische benadering van een optometrist? Een tandprothesist? Een audiometrist? enz...
De belangen van de patiënt staan hoegenaamd niet centraal in een gezondheidsbeleid waarin
de eerste toegang tot de gezondheidszorg berust op de subsidiariteitsvisie.
Een tweede bemerking betreft de visie over " doelmatigheid en kwaliteit " die
door een federaal overheidsorgaan moet georganiseerd worden. Men moet echter vaststellen
dat, als dit " in volledige concertatie " met de zorgverstrekkers zou gebeuren,
zulks uitsluitend zo wordt opgevat " teneinde de aanwezige achterdocht weg te werken
". Is dit niet duidelijk bekennen dat het de bedoeling is de professionals van de
gezondheidszorg te misleiden?
En tot slot nog een uittreksel (vertaling) uit een interview met Mevr. AELVOET betreffende
het ziekenhuisbeleid (" Vers l'Avenir - 17.04.2000):
"* Wat stelt U voor i.v.m. de ziekenhuizen?
De huidige tendens bestaat erin dat men voor elk ziekenhuis wenst dat het volledig is en
dat er alles kan gebeuren. Financieel is die onhoudbaar. Het is noodzakelijk het bestaande
aanbod te oriënteren, bovenop de associaties en fusies die reeds doorgevoerd worden. De
meest gespecialiseerde activiteiten zouden geconcentreerd moeten worden in de
universitaire ziekenhuizen waarvan men de rol op het vlak van de opleiding en de
wetenschappelijke inbreng niet mag verwaarlozen. Van daaruit zouden taken gedelegeerd
worden (n.v.d.r. dus exact het tegenovergestelde van het zgn. subsidiariteitsprincipe!)
naar de regionale ziekenhuizen, waarvan het concept duidelijk moet bepaald worden. Dit
verhindert evenwel niet het behoud van kleine structuren voor convalescentie of
raadplegingen.
*Dit gaat weliswaar in tegen het pluralisme van onze ziekenhuissector...
Alle klinieken behouden beantwoordt mijns inziens niet aan de evolutie van de mentaliteit.
Maar de structuren bieden weerstand. Wij gaan ze niet ruw aanpakken (orig. tekst "
brusquer "), maar wij kunnen ze stimuleren, de samenwerking en de synergieën die
hier en daar tot standkomen, bevorderen.
Neem bvb. de behandeling van kinderen met gezwelziekten. Voor 10 miljoen inwoners is er
behoefte aan 2 of 3 gespecialiseerde centra. Wij hebben er 8. Dat komt noch de openbare
financiën, noch en vooral de kinderen en hun familie ten goede. We zouden veel
doelmatiger werken met vier behandelingscentra die zeer goed uitgerust zijn. "
Vorige Inhoud  Volgende
|