|
Vorige Inhoud  Volgende
Uittreksels uit het verslag Peers
Evaluatie van de ingezette middelen (input)
Erkenning van de instellingen (p. 103 en 104)
"Deze vorm van erkenning werkt ook inflatoir: elke instelling wenst voor zo veel
mogelijk diensten een erkenning te bezitten en investeert om aan de statische normen te
voldoen, ook als de te behandelen pathologie niet noodzakelijk het type zorgen vereist
waarvoor de erkenning wordt gevraagd. De regelende impact van de programmatie is zo goed
als onbestaande zeker als de erkenning automatisch recht geeft op financiering.
Zo toont de oefening die gezamenlijk door het RIZIV en VG wordt uitgevoerd om een
diepgaande vergelijking te maken van de diensten voor intensieve neonatologie, een grote
diversiteit in de intensiteit van de verleende zorgen, terwijl de financieringsbasis
dezelfde is.
Het nieuwe ziekenhuisconcept dat door de Nationale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen werd
voorgesteld, vertrekt van een erkenning op basis van het soort zorg dat werkelijk wordt
verstrekt voor homogene patiëntengroepen, en waarvan de zorgbehoefte omschreven is.
Vermits de aard van de zorgen gekend is kan voor de erkenning, naast resultaatopvolging,
ook rekening gehouden worden met organisatorische en procesgebonden kenmerken. Voor het
zorgproces zelf kan gesteund worden op "guide lines" en "evidence based
medicine". Vermits de doelgroep gekend is kan in het zorgproces de meest optimale
wijze van aanwending van middelen systematisch nagestreefd worden.
Er wordt vooral nagedacht over de kwaliteit in termen van doelstellingen en regulering.
Dank zij dit concept wordt het mogelijk om van een kwantitatief en statisch systeem naar
een veeleer kwalitatief en dynamisch systeem over te stappen. Het bepaalt de op patiënten
met eenzelfde type ziekte (hartziekte, onvoldoende nierfunctie, geriatrische ziekte, ... )
gerichte zorgprogramma's.
Het voorstellen van de programma's is een voorbeeld van een nieuw erkenningsbeleid
gebaseerd op de werking van een "patiëntgericht" ziekenhuis dat instaat voor
zorgprogramma's met als sleutelwoorden toegankelijkheid, continuïteit en totaalopvang van
de patiënt in een multi- en interdisciplinair kader van synergie en complementariteit. De
realiteit en de evaluatie onder vorm van peer review wordt zowel voor de interne
organisatie als op extern vlak ontwikkeld.
Voor de volgende patiëntengroepen zijn de programma's uitgewerkt:
- Verzorgingsprogramma voor de patiënt
- Verzorgingsprogramma type A voor de patiënt die dringende verzorging
nodig heeft
- Verzorgingsprogramma voor de hartpatiënt: algemeen
- Verzorgingsprogramma voor de oncologiepatiënt: algemeen
- Verzorgingsprogramma type A voor de geriatriepatiënt
- Verzorgingsprogramma voor moeder en pasgeboren kind
- Verzorgingsprogramma voor het kind: algemene aspecten
- Verzorgingsprogramma voor nierpatiënten: algemene aspecten
Zorgprogramma voor de geriatrische patiënt:
Bij wijze van voorbeeld geven we hierbij enkele elementen uit het programma voor de
geriatrische patiënt.
Naast een strikte diagnose in de meest ruime zin van het woord is de behandeling en vooral
de intensieve functionele revalidatie gericht op het herstellen van een zo groot mogelijke
zelfredzaamheid.
Tijdens wekelijkse multidisciplinaire vergaderingen worden alle patiënten systematisch
overlopen, wordt de in de afgelopen week gerealiseerde vooruitgang geëvalueerd en een
aangepast zorgprogramma voor de volgende week opgesteld, dat alles wordt zeer nauwkeurig
in het dossier vermeld.
Om de kwaliteit en de continuïteit van de zorg te waarborgen worden vaste procedures
opgesteld en regelmatig bijgestuurd. Voorbeelden van procedures zijn:
· De organisatie van de geriatrische daghospitalisatie met inbegrip van de
selectiecriteria van de patiënten;
· De relatie tussen de professionele zorgverstrekkers en de personen uit de omgeving van
de patiënt die hem bijstaan;
· Het ontslag uit de geriatrische daghospitalisatie en een eventuele transfer naar een
geriatrisch dagcentrum met het oog op een sociale onderhoudstherapie en de ondersteuning
door personen uit zijn omgeving;
· De wijze waarop de patiënten zich naar de geriatrische daghospitalisatie begeven en
weer naar huis gaan, de relaties met de professionele en niet-professionele personen die
de patiënt thuis verzorgen en de procedure betreffende het afsluiten van de behandeling,
met eventuele transfer naar een geriatrisch dagcentrum met het oog op een sociale
onderhoudstherapie.
De terugkeer van de geriatrische patiënt naar huis is een doelstelling, die vanaf de
eerste dag voorbereid en gepland moet worden.
· Dank zij de observatie thuis door de ergotherapeut kan de patiënt in zijn familiale
context geëvalueerd worden. Een vergadering van het intramurale en extramurale team (in
tegenwoordigheid van de huisarts, van de patiënt en zijn entourage) is noodzakelijk voor
het uitwerken van een zorgplan waarin het geheel van de taken en hun verdeling
gedetailleerd worden.
De kwaliteit van het zorgprogramma berust op de evaluatie van het proces en de resultaten.
Om dit mogelijk te maken is nodig:
· Een activiteitenregister over een patiënt: d.w.z. aan de geriatrische zorg aangepaste
MKG en MVG;
· Het rapport van de wekelijkse evaluatie door het multidisciplinair team;
· Een interne audit, een jaarrapport;
· De deelname aan peer review.
Een goede evaluatie van de kwaliteit is enkel mogelijk wanneer die uitgevoerd wordt door
de beroepsgroep zelf. De commissie voor peer review moet onderzoeken hoe de kwaliteit op
basis van procesindicatoren en resultaten gemeten kan worden. Naast de gemiddelde
verblijfsduur en de gemiddelde leeftijd van de patiënt kunnen o.m. ook de volgende
elementen gemeten worden: het percentage van personen die naar huis terugkeren, het
percentage heropnamen, het verwachte en behaalde resultaat van de functionele revalidatie,
de professionele voorbereiding van de terugkeer naar huis, de formele contacten met de
organisaties voor thuiszorg en andere interveniërende partijen, de formele contacten met
de rusthuizen en de RVT's alsmede de aan de geriatrische patiënten verleende zorg in
niet-geriatrische diensten."
Accreditering van de verstrekkers (p. 107)
"De doelstellingen van de accreditering beogen kwaliteitsbevordering op 3 niveaus:
- De wetenschappelijk / technische doelstellingen zijn gericht op
de bevordering van de doelmatigheid volgens de stand van de wetenschap, en de technologie
op medisch en verzorgend niveau
- De interpersonele doelstellingen zijn gericht op
patiëntensatisfactie en de aanvaardbaarheid van de medische en verpleegkundige zorgen
volgen de maatschappelijke waarden.
- De sociaal-economische doelstellingen zijn gericht op de
bevordering van efficiëntie, met name het bereiken van de medische doelstellingen d.m.v.
de meest rationele inzet van de financiële middelen.
Het accrediteringssysteem is een belangrijke stap naar de verbetering van de
zorgkwaliteit. Dit systeem moet het mogelijk maken om de statistische gegevens niet met
het oog op sancties maar veeleer als een uitnodiging tot intercollegiale toetsing te
gebruiken.
Men moet echter vaststellen dat de oprichting en a fortiori de werking van de
accrediteringsinstanties slechts traag op gang komt en nog heel wat zwakheden vertoont.
De informatie waarover beschikt kan worden is te beperkt om over de gevolgde medische
strategie tegenover een bepaalde pathologie een zinnig debat te voeren.
Van de kant van het medisch korps zijn er klachten over het nut van het systeem. Te veel
artsen zien de accreditering als een bijkomende administratieve verplichting waaraan ze
zich met tegenzin onderwerpen om de nodige aanwezigheidspunten te verzamelen.
Blijkbaar kan men bezwaarlijk vier vergaderingen per jaar bestempelen als permanente
vorming en continue kwaliteitscontrole. Het programma waarborgt niet ten volle het
systematisch onderhouden van kennis en deskundigheid."
Vorige Inhoud  Volgende
|