|
Nr 9 - December 1999
Vorige Inhoud  Volgende
VERSLAGEN VERGADERINGEN VAN HET BELGISCH VERBOND TER BEVORDERING VAN DE VRIJ
GEVESTIGDE GENEESKUNDE
Verslag van de algemene vergadering van het BVVGG dd. 17.6.1999
1. Administratief deel
a) ontslag van het bestuur in functie
Naar gewoonte werd met de algemene vergadering overeengekomen om op het eerstvolgende
bureau het bestuur te vernieuwen.
b) oproep voor kandidaten van de beroepsverenigingen
Zie tabel in bijlage
c) toespraak van de voorzitter
Vooreerst drukte de voorzitter zijn dank uit voor de aanwezigheid van al de
aanwezige leden. Verder gaf hij een overzicht van de initiatieven van het BVVGG van
het voorbije jaar waarbij hij tevens melding maakte van zijn voornemen om op korte tijd afscheid
te nemen van zijn functie.
Hierop gaf hij het woord aan collega Erik Buntinx om een overzicht te geven van de antwoorden
van de verschillende politieke fracties op de aan hen gerichte enquête omtrent de
problematiek van de extramurale specialisten.
Hierbij kon opgemerkt worden dat de liberale partijen de grootste voorstanders zijn
van de bevordering van de extramurale specialistische geneeskunde.
De partij Agalev scoorde verrassend zeer hoog doch hierbij werd ernstig voorbehoud
gemaakt gezien er in hun programma zeer zwaar de nadruk gelegd wordt op enkele voor de
extramurale specialisten onaanvaardbare standpunten zoals strikte echelonnering,
substitutierecht, bevordering van alternatieve geneeskunde, liberalisering van euthanasie,
forfaitaire geneeskunde en opheffing van de orde der geneesheren.
Verder opvallend was de bijzonder lage score van de christen democratische partijen
in het bijzonder de CVP. Deze laatste partij trok duidelijk de kaart van de
ziekenhuissector waarbij de invloed van Caritas als belangengroep duidelijk naar voren
kwam.
Tenslotte werd nog opgemerkt dat de socialistische partijen geweigerd hebben op de
concrete vragen te antwoorden en aldus manifest bleven steken in hun bekende ideologische
retoriek.
Eerder anekdotisch was het feit dat het Vlaams Blok zonder nochtans door ons
aangeschreven te zijn ook hun antwoord had ingediend en hierbij alle vragen maximaal
positief heeft beantwoord. Dit werd mogelijks toch als demagogisch aanzien.
d) bemerkingen van de uittredende bestuursleden
De beide vice-voorzitters collega Van Durme en collega Loraux benadrukten persoonlijk de
verdiensten van de voorzitter. Zij vroegen hem dan ook expliciet om zijn mandaat
alsnog gedurende een zekere tijd verder op te nemen zodat de belangen van de extramuraal
werkende specialist maximaal zouden kunnen verdedigd worden.
2. Rondetafelgesprek
a) SIS-kaart en substitutie : toespraak van de heer apotheker D.
Broeckx, vertegenwoordiger van de APB
De heer Broeckx was zo vriendelijk om voor onze algemene vergadering een erg verhelderende
toespraak te houden omtrent de historiek en de actuele stand van zaken van de SIS-kaart.
Hierbij kwamen vooreerst typische Belgische wantoestanden aan de oppervlakte omtrent
beleid en uitvoeringsbeslissingen.
Tevens konden wij vernemen dat het project in feite met het APB is ontwikkeld en dit mede
in het belang van de apothekers gezien zij door middel van dit systeem geen
onzekerheid meer kennen ten aanzien van de terugbetaling van de door hen uitgevoerde
voorschriften daar zij rechtstreeks kunnen inloggen op een centrale computer die hen de
toestand van de mutualiteitsverzekering van de patiënt kan aangeven. Tevens hebben ze
hierbij verkregen dat zij bij dergelijke raadpleging steeds een gewaarborgde terugbetaling
krijgen ook al blijkt achteraf de aansluiting van de patiënt niet in orde te zijn.
Ook werd door een lid van de vergadering opgemerkt dat men door middel van de SIS-kaart geen
medicatie meer kan aanleggen in zijn praktijk voor welbepaalde patiënten bv. in het
kader van een injectiekuur. De patiënt dient zich immers steeds met zijn SIS-kaart aan te
bieden bij de apotheker. Dit is duidelijk een probleem voor die patiënt die de
extramurale specialist buiten zijn woonomgeving consulteert.
Verder werd benadrukt dat dit systeem geen verdere impact heeft ten aanzien van de
concrete werking van de extramurale specialist gezien de invoering van het systeem bij de
geneesheren zelf niet wordt overwogen.
Wat de problematiek van het substitutierecht betreft werd door de
heer Broeckx aangegeven dat het APB voorstander is van een vorm van selectierecht ten
aanzien van generische geneesmiddelen gezien de toekomstige veelheid aan generische
preparaten waardoor de aanleg van een stock van elk voorhanden zijnd product onmogelijk
zal zijn.
Hierbij zou radicaal afgestapt worden van het recht op substitutie van een specialiteit
maar wel de mogelijkheid gegeven worden aan de apotheker om het ene generische
geneesmiddel te vervangen door het andere indien daarvoor tenminste geen op het
voorschrift aanwezig zijnd bezwaar wordt gemaakt door de voorschrijvende arts.
Hierbij wordt in zekere zin de vrijheid van therapie geschaad.
Tevens viel het op hoezeer ook hier weer een bepaald economisch belang voor de
apothekers speelt. Anderzijds merkte de heer Broeckx op dat de farmaceutische
industrie de prijzen van zijn specialiteiten kunstmatig hoog houdt omdat men reeds
voorafgaandelijk rekening houdt met een belangrijke marktinname door kopieën en
generische alternatieven.
b) Globaal Medisch Dossier
Collega Moens, voorzitter van de BVAS, gaf een erg verhelderend historisch overzicht van
het ontstaan en de problematiek van de globaal medisch dossier.
Hierbij benadrukte hij het feit dat alle maar dan ook alle politieke partijen achter
deze maatregelen staan. Aldus is het politiek onhoudbaar om hiertegenover volledig
verwerpend te staan.
Op een overtuigende manier gaf collega Moens aan hoezeer men de schade ten aanzien van
de vrije geneeskunde heeft trachten te beperken en hoezeer men dit ook in de toekomst
zal trachten te doen met alle mogelijke middelen.
Vanuit de algemene vergadering kwamen dan ook geen kritische opmerkingen bij deze
toelichting. Wel werd nogmaals de frustratie geuit omtrent het gebrek aan realistische
kijk vanwege de politieke en mutualistische formaties op het dagdagelijks medisch
verzorgingsgebeuren. Ook het feit dat de dagdagelijkse inzet van de in het veld
werkende extramurale specialist op geen enkele manier wordt erkend kwam nogmaals tot
uiting. Hierop bevestigde collega Moens dat hij in het overleg dat hij 's anderdaags met
de informateur de heer Louis Michel had, het belang van de extramurale geneeskunde sterk
zou onderlijnen. Gezien de ons hierna bereikte tekst van het memorandum van de heer Moens
aan de informateur werd ons sterk vertrouwen dienaangaande zonder meer bevestigd.
Dr Erik Buntinx, Secretaris
Vorige Inhoud  Volgende
|