|
Nr 9 - December 1999
Vorige Inhoud  Volgende
EEN NIEUWE SOCIALE PROGRAMMAWET IN DE MAAK
Minister F. VANDENBROUCKE heeft een ontwerp van millennium sociale programmawet klaar, die
op dit ogenblik besproken wordt in de Kamercommissie voor Sociale Zaken. We hebben
inmiddels samen met de BVAS onze bemerkingen en voorstellen met begeleidende commentaar
kenbaar gemaakt aan de commissieleden. De belangrijkste punten -waaronder enkele totaal
onaanvaardbare maatregelen- zijn: (in de volgorde van het wetsontwerp)
1. De invoering van vlottende honorariumtarieven: de RIZIV- of verbintenistarieven worden
automatisch en ambtshalve aangepast ingeval de correctiemechanismen voorzien in de
conventie ontoereikend zijn of niet vlug genoeg getroffen worden. Elke rechtszekerheid in
het kader van de akkoorden zou dus definitief verdwijnen. Dé millennium-boodschap bij
uitstek van de regering!
2. Klinische biologie: de doorgedreven forfaitarisering van de ambulante klinische
biologie wordt ook vlottend gemaakt, maar toch blijft de onzinnige ristorno-regeling
verder bestaan. Begrijpe wie kan !
3. Accreditering: de werkingsstructuren in RIZIV en LOK krijgen een financiering, maar die
kan geput worden uit het jaarforfait van 20.000 BEF van de geaccrediteerde artsen. Niet
direct een aansporing tot navorming.
4. Nomenclatuur-interpretaties: worden voortaan nog alleen via interpretatieregels
voorzien, die gepubliceerd moeten worden in het Belgisch Staatsblad. Een positief
initiatief vanwege de Dienst voor Geneeskundige Controle en een poging tot meer
rechtszekerheid.
5. Profielencommissies: voortaan worden ook profielen opgemaakt betreffende het
voorschrijfgedrag van medische onderzoeken. Profielen kunnen opgemaakt worden per plaats
waar de verstrekkingen worden verricht. Is dit vrij van bijbedoelingen?
6. Geneesmiddelenvoorschrift: de machtiging van de adviserend-geneesheer kan worden
voorzien, zonder enige mogelijkheid van beroep tegen diens beslissing; de adviserend
geneesheer gaat ook de mogelijkheid krijgen om na te gaan of de voorschrijver de
vergoedingsvoorwaarden naleeft.
7. SIS-kaart en betalingsverbintenis vanwege het ziekenfonds: kan beperkt worden tot
bepaalde categorieën van zorgverleners. Ook hier stelt zich de vraag welke de bedoeling
is.
8. Geneeskundige controle: invoering van een wettelijke regeling voor de "
vrijwillige " terugbetaling van gepresumeerd onrechtmatig geïnde bedragen bij
RIZIV-controle. Terugstorting in geval de RIZIV-controle het niet bij het rechte eind
heeft, is echter niet voorzien.
Hierna onze eerste commentaar die aan de parlementariërs werd overgemaakt.
Enkele belangrijke bemerkingen betreffende de sociale programmawet van Minister
Fr. VANDENBROUCKE
Art. 5
De ambtshalve vermindering van de honoraria bij overschrijding of bij risico van
beduidende overschrijding van het budget zal alle innovatie lamleggen. De enorme variaties
tussen de financiële informatie die het RIZIV via de magneetband binnenkrijgt maakt
bovendien het inschatten van de budgettaire situatie haast onmogelijk.
Het opgelegde systeem waarborgt geenszins dat de mogelijkheid van budgettaire transferten
van het ene naar het andere boekjaar uitgesloten worden (cfr memorie van toelichting,
welke het voorbeeld citeert van het jaar 1996 in de commentaar betreffende de klinische
biologie).
Voorstel: schrapping van de ontwerptekst.
Art. 6bis
In de context van het ontwerp van akkoord dat op 1.12.1999 ter goedkeuring
wordt voorgelegd i.v.m. de ambulante klinische biologie (forfaitarisering tot 75 %,
besparing met 1,2 miljard BEF en post-factum aanpassing van de forfaitaire honoraria aan
de werkelijke uitgaven), wordt het blinde en onrechtvaardige ristornosysteem overbodig.
Artikel 61 van de ZIV-wet dient op te houden van kracht te zijn op 31.12.1995 en artikel
62 kan geschrapt worden.
De memorie van toelichting zegt trouwens duidelijk dat de recuperatie voortaan verrekend
is in de wijziging die vanaf 2000 zal worden doorgevoerd aan de honoreringsvormen.
Voorstel: Artikel 61 houdt op uitvoering te hebben op 31.12.1995. Artikel 62 wordt
geschrapt.
Artikel 17
Reeds lang dringt de Nationale Commissie Artsen-Ziekenfondsen aan op een
financiering van de structuren die de Accreditering organiseren en van de Lokale
Kwaliteitsevaluatiegroepen (LOK's). De eerste zin van het aanvullende lid bij art. 36 § 1
creëert effectief deze mogelijkheid. De tweede zin creëert jammer genoeg de mogelijkheid
dat deze middelen worden geput uit de bestaande jaarlijkse forfaitaire vergoeding van
20.000 BEF voor de geaccrediteerde artsen. Dit is niet toelaatbaar en tegen afspraken die
hierover in de Nationale Commissie Artsen-Ziekenfondsen werden gemaakt. Daar werd
voorgesteld een financiering te vinden buiten het budget van de artsen-honoraria.
Het zou absurd zijn indien de artsen die de navormingsinspanningen hebben geleverd om
hun accreditering te bekomen, zelf met het bekomen voordeel zouden moeten instaan voor de
financiering van de administratieve werking ter hoogte van het RIZIV.
Voorstel: de tweede zin schrappen.
Art 20, 2° (interpretatieregels)
De bekendmaking in het Belgisch Staatsblad is een positief element op het vlak van de
rechtszekerheid. Het effect van een interpretatieregel is echter niet hetzelfde als dat
van een nomenclatuurwijziging. Een interpretatie geldt theoretisch nu, gisteren en morgen.
Dit zou tot gevolg hebben dat de gepubliceerde interpretatieregel kan aanleiding geven tot
retro-actieve optredens van de geneeskundige controle.
Daarom zou moeten toegevoegd worden : " en hebben uitwerking op de
toepassing van de nomenclatuur vanaf de datum van publicatie . "
Art 24, 1° (profielencommissies)
De toevoeging " per plaats waar de verstrekkingen worden verricht " is vaag en
voor ruime interpretatie vatbaar. Dit mag vooral niet tot gevolg hebben dat dezelfde
prestaties voor dezelfde categorieën van patiënten met dezelfde pathologie, toch onder
elkaar niet vergeleken worden wegens verschillende " plaats " van verrichting.
Men denke bvb. aan ambulante verstrekkingen binnen en buiten het ziekenhuis .
Daarom zou volgende invoeging noodzakelijk zijn : " per zorgverlener, per
voorschrijver van verzorging, per plaats waar de verstrekkingen worden verricht en,
wat de gehospitaliseerde patiënten betreft, per verplegingsinstelling en per
anoniem ziekenhuisverblijf "
Art 27, 3° (machtiging van de adviserend geneesheer)
Er wordt niet vermeld dat de onderwerping aan de machtiging van de adviserend geneesheer
door een KB of MB wordt geregeld.
Ten einde de rechten van de verzekerden te vrijwaren zou een mogelijkheid tot
beroep moeten voorzien worden indien de adviserend geneesheer de tussenkomst
weigert voor een behartigingswaardig geval. Soms kan een weigering door de adviserend
geneesheer rampzalige gevolgen hebben voor de behandeling van de patiënt. Het belang van
de sociaal verzekerde moet kunnen afgewogen worden t.o.v. van het economisch-financieel
belang van de verzekeringsinstelling.
Wat is de aansprakelijkheid van de adviserend geneesheer in dergelijk geval ?
Art 27, 6° en 7° (voorstellen nomenclatuur farmaceutische specialiteiten).
Het ware wenselijk een toevoeging te voorzien : " de bij §3, 1° en 2°
bedoelde voorstellen worden, wat betreft de modaliteiten en regels inzake het medisch
voorschrift, vooraf voor advies voorgelegd aan de Technisch Geneeskundige Raad. "
Vorige Inhoud  Volgende
|