Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Verzekeringen | De Bulletijn | Hulp 

De Geneesheer-Specialist

Orgaan van het Verbond der Belgische Beroepsvereniging van Geneesheren Specialisten

Nr 8 - November 1999

Vorige artikel VorigeInhoud van deze nummer Inhoud Volgende artikel Volgende

STIMULERING VAN EERSTELIJNSPRAKTIJKEN
Persbericht van de Minister van Volksgezondheid - 26.10.1999

De Minister van Volksgezondheid, Consumentenzaken en Leefmilieu, Magda Aelvoet heeft het plan opgevat de eerstelijnsgezondheidszorg te ondersteunen.

Het regeerakkoord stipuleerde reeds dat het gezondheidsbeleid - waarin de patiënt steeds centraal moet staan - kan worden verbeterd door de zorgverstrekking aan de patiënt op het meest geschikte niveau te laten gebeuren.
Waar er voor het tweede en derde niveau (respectievelijk ziekenhuiszorg en gespecialiseerde ziekenhuiszorg) reeds jaren een wettelijk kader bestaat evenals de nodige organisatorische en financiële middelen beschikbaar zijn, is er voor de eerstelijnszorg nog steeds een lacune. Minister Aelvoet heeft een concept uitgewerkt omtrent eerstelijnsgezondheidszorg.

De eerstelijnsgezondheidszorg is de basis van de gezondheidszorg waar elke persoon in de maatschappij een eerste professionele opvang krijgt voor gelijk welke problematiek via huisarts, verpleegkundige, kinesitherapeut, maatschappelijk werker, enz. Door het verschijnen van meer complexe zorgsituaties is een monodisciplinair zorgbeleid niet meer aangewezen.
Het stimuleren van globale, geïntegreerde zorg kenmerkt zich door een complementair aanbod van eerstelijnspraktijken op solopraktijken.

Om een continue, geïntegreerde en globale zorgenverstrekking aan te bieden moet de eerstelijnsdienst aan volgende kenmerken voldoen :
· Toegankelijkheid : Deze dienst moet zeer dicht bij de patiënt staan. Toegankelijkheid moet dan ook maximaal gegarandeerd worden. Niet alleen geografisch maar ook financiële en culturele toegankelijkheid moet worden versterkt.
· Permanentie : De patiënt moet zijn probleem permanent terecht kunnen bij de eerstelijnszorg. Met andere woorden is een behoorlijke spreiding van de consultatiemogelijkheden en het bestaan van een effectieve wachtdienstorganisatie 24 op 24 uur noodzakelijk.
· Polyvalentie : De eerstelijnszorg wordt het best gegarandeerd door kleine gediversifieerde teams (interdisciplinair én intradisciplinair).

Hierdoor ontstaat een samenwerkingsverband tussen verschillende eerstelijnsgezondheids-werkers met als doel overleg, taakverdeling en gezamenlijke zorgprotocollen te realiseren.

De eerstelijnsgezondheidswerker kan hierdoor een zorg aanbieden met volgende fundamentele karakteristieken :

1. een globale zorg impliceert dat de zorgvraag van een persoon geplaatst wordt in de totaliteit van die ene unieke persoon in zijn unieke context;

2. een geïntegreerde zorg betekent dat men op elk ogenblik zoekt naar de meest geschikte benadering om de gezondheid te bevorderen (curatie, preventie, promotie). De beste garanties hiertoe worden geboden door een kleine polyvalente eerstelijnsequipe die de vraag van de patiënt kritisch beoordeelt en/of doorverwijst naar het tweede echelon.
Gezondheidsopvoeding en promotie worden bij voorkeur geïntegreerd met verzorging aangeboden.

3. een continue zorg omvat verzorging zowel over lange perioden van het leven, als de dagelijkse beschikbaarheid van verzorging, en vereist van de zorgverlener de nodige empatische bewogenheid. Een noodzakelijke voorwaarde voor continuïteit van verzorging is het beheer van het gezondheidsdossier van de patiënt. Het is een minimale vorm van registratie voor de opvolging en evaluatie van de patiënt.

4. een gemeenschapsgerichte dimensie betekent dat men in het zorgaanbod ook aandacht heeft voor preventie, levensstijlaanpassingen, integratie van gehandicapten, milieu, opleiding;

5. een patiëntgerichte benadering houdt in dat tweede- en derdelijnsvoorzieningen ondersteunend dienen te zijn voor de eerstelijnszorg en niet omgekeerd zoals momenteel nog teveel het geval is.

De Minister van Volksgezondheid wil voor de uitbouw van de eerstelijnsgezondheidszorg dit concept aanreiken aan de betrokken beroepsgroepen en nodigt alle betrokken partijen, inclusief de Gemeenschappen uit om via intensief overleg deze eerstelijnszorg concreet in te vullen en de nodige dynamiek te geven. De realisatie van dit project zal de steun, hulp, opvang en zorg voor de patiënt in sterke mate uitbreiden en toegankelijker maken.


MOET DE EXTRAMURALE SPECIALIST VERDWIJNEN ?

Alhoewel het in zeer vage bewoordingen is opgesteld, doet dit persbericht van de nieuwe Minister van Volksgezondheid zeer ernstige vragen rijzen. Zo zullen aan de regenboogregering dringend de volgende twee vragen gesteld moeten worden:
- wat zal er gebeuren met de keuze- en bewegingsvrijheid van de patiënt, binnen het verzorgingslandschap?
- wat zal er in dit beleid gebeuren met de 6000 extramurale geneesheren-specialisten?

Immers: enerzijds wordt in de eerstelijn de monodisciplinaire zorg afgevoerd en anderzijds wordt het tweede echelon gedefinieerd als zijnde de ziekenhuiszorg.
In het glossarium van dit beleidsconcept, is het woord " specialist " ten andere volledig verdwenen.

Samengevat ziet de " geïntegreerde zorg " er als volgt uit:
- eerste lijn: een kleine polyvalente equipe (wijkcentrum?) die patiënt behandelt en/of doorverwijst naar...
- tweede lijn: het ziekenhuis.

Als enige " patiëntgerichtheid " wordt verwacht dat de tweede en derde lijn ondersteunend dienen te zijn voor de eerstelijnszorg. Waarbij als postulaat staat dat de eerstelijn per definitie patiëntgericht is en dus het zelfbeschikkingsrecht van de patiënt ondergeschikt wordt gemaakt aan de eerstelijn.

Dat Minister AELVOET een nieuw concept heeft uitgewerkt kan moeilijk gezegd worden. We herkennen hierin de collectivistische opvattingen van haar adviseur Dr Paul HEYERICK, trouw adept van Jan DE MAESENEER enerzijds, en de ermee in parallel lopende beleidsopvattingen en -maatregelen van de nieuwe Minister van Sociale Zaken VANDENBROUCKE, die onlangs (B.S. 9 oktober 1999) uitpakte met een KB over de zgn." patiëntele " van de huisartsen, waarbij de ziekenfondsen volgens de " meerderheidsmethode " gaan vaststellen wie als huisarts van de patiënt wordt beschouwd.

Op het vlak van het gezondheidsbeleid blijkt het kleurenpalet van de regering zeer weinig en vooral zeer licht, nog nauwelijks emeraldblauw te bevatten, haast wegtanend onder een helrode zonsondergang.
 

Vorige artikel VorigeInhoud van deze nummer Inhoud Volgende artikel Volgende

Questions & Comments

Copyright © VBS, 1997-2004

  Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Verzekeringen | De Bulletijn | Hulp