|
Nr 7 - September 1999
Vorige Inhoud  Volgende
26 MEI 1999. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van
27 oktober 1989 houdende vaststelling van de normen waaraan een dienst waarin een
magnetische resonantie tomograaf met ingebouwd elektronisch telsysteem wordt opgesteld,
moet voldoen om te worden erkend als zware medisch-technische dienst, zoals bedoeld in
artikel 44 van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987
ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, inzonderheid op de
artikelen 15, gewijzigd bij de wet van 29 april 1996 en 44, gewijzigd bij de wet van 30
maart 1994;
Gelet op het koninklijk besluit van 27 oktober 1989 houdende vaststelling van de normen
waaraan een dienst waarin een magnetische resonantie tomograaf met ingebouwd electronisch
telsysteem wordt opgesteld, moet voldoen om te worden erkend als zware medisch-technische
dienst, zoals bedoeld in artikel 44 van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7
augustus 1987, gewijzigd bij de koninklijk besluiten van 26 februari 1991, 21 juni 1994 en
5 december 1994;
Gelet op het advies van de Nationale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen, Afdeling
Programmatie en Erkenning, gegeven op 23 april 1998;
Gelet op de dringende noodzakelijkheid, gemotiveerd door het feit dat het aantal erkende
diensten waarin een magnetische resonantie tomograaf met ingebouwd electronisch telsysteem
wordt opgesteld, op federaal niveau niet meer aan de reële behoeften beantwoordt, wat
aanleiding geeft tot aanzienlijke wachtlijsten van patiënten; dat, om hiervoor een
oplossing te bewerkstelligen, de betrokken ziekenhuizen en erkennende overheden op zeer
korte termijn zouden kunnen worden aangezet om de facto te remediëren tegen deze toestand
door het plaatsen en gedogen van bijkomende toestellen; dat de federale overheid derhalve
bij hoogdringendheid een initiatief dient te nemen, via een wijziging van de normering en
het instellen van een programmetie, teneinde, ter vrijwaring van de kwaliteit en
toegankelijkheid van de gezondheidszorg, een kader te creëren waardoor bijkomende
toestellen kunnen worden opgesteld in ziekenhuizen waar een daadwerkelijke noodzaak
bestaat;
Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 14 december 1998, met toepassing van
artikel 84, eerste lid, 2° van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12
januari 1973, vervangen bij de wet van 4 augustus 1996;
Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid en Pensioenen en Onze Minister van
Sociale Zaken,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. In het opschrift en in artikel 2 van het koninklijk besluit
van 27 oktober 1989 houdende vaststelling van de normen waaraan een dienst waarin een
magnetische resonantie tomograaf met ingebouwd electronisch telsysteem wordt opgesteld,
moet voldoen om te worden erkend als zware medisch-technische dienst zoals bedoeld in
artikel 44 van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, wordt het
woord "zware" opgeheven.
Art. 2. De opschriften van alle hoofdstukken van hetzelfde koninklijk
besluit worden geschrapt.
Art. 3. Artikel 1 van hetzelfde koninklijk besluit wordt vervangen door
de volgende bepalingen :
" Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° " de organieke wet van 8 juli 1976 " : de organieke wet van 8 juli 1976
betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
2° " Het koninklijk besluit van 28 november 1986 " : het koninklijk besluit van
28 november 1986 houdende vaststelling van de normen waaraan een dienst voor medische
beeldvorming waarin een transversale axiale tomograaf wordt opgesteld, moet voldoen om te
worden erkend als medisch-technische dienst zoals bedoeld in artikel 6bis, § 2, 6°bis,
van de wet op de ziekenhuizen;
3° " het koninklijk besluit van 26 mei 1999 " : het koninklijk besluit van 26
mei 1999 tot vaststelling van de criteria inzake het maximum aantal diensten waarin een
magnetische resonantie tomograaf met ingebouwd electronisch telsysteem wordt opgesteld;
4° " dienst medische beeldvorming " : een dienst erkend overeenkomstig het
koninklijk besluit van 28 november 1986;
5° " magnetische resonantie tomograaf " : de magnetische resonantie tomograaf
met ingebouwd electronisch telsysteem ".
Art. 4. Artikel 5 van hetzelfde koninklijk besluit, wordt vervangen door
de volgende bepaling :
" Art. 5. § 1. Een magnetische resonantie tomograaf mag slechts worden opgesteld in
een dienst voor medische beeldvorming die zich in een ziekenhuis bevindt en die bij
toepassing van dit besluit een erkenning heeft bekomen.
In afwijking van het vorig lid en van artikel 3 a), en c), mag een magnetische resonantie
tomograaf worden opgesteld in een dienst gevestigd buiten een ziekenhuis op voorwaarde dat
genoemde dienst voor 1 januari 1999 erkend was op basis van het artikel 8 van dit besluit,
zoals deze bepaling van kracht was tot aan de wijziging ervan bij koninklijk besluit van
26 mei 1999 tot wijziging van dit besluit en voor zover deze dienst uitgebaat wordt door
hetzij een ziekenhuis dat tenminste 15 000 opnamen per jaar realiseert, hetzij door een
rechtspersoon met als leden de ziekenhuizen die samen minstens 15 000 opnamen realiseren.
Bedoelde rechtspersoon dient de vorm aan te nemen van een vereniging zonder winstoogmerk
of van een vereniging zoals bedoeld in artikel 118 van de wet van 8 juli 1976. Bedoelde
dienst dient niet erkend te zijn als dienst medische beeldvorming, met dien verstande dat
de dienst zich niet verder mag situeren dan 1 km van het betrokken ziekenhuis of één van
de betrokken ziekenhuizen dat moet beschikken over een dienst medische beeldvorming. In
afwijking tot artikel 3, eerste lid, c), volstaat het desgevallend dat alle betrokken
ziekenhuizen samen beschikken over het equivalent van vier voltijdse erkende radiologen.
§ 2. In een bij toepassing van dit besluit erkende dienst voor medische beeldvorming van
een ziekenhuis mag, behoudens bij toepassing van artikel 6, §§ 3, en 6, en artikel 7 van
dit besluit, slechts één magnetische resonantie tomograaf worden opgesteld. ".
Art. 5. Artikel 6 van hetzelfde koninklijk besluit, wordt vervangen door
de volgende bepaling :
" Art. 6. § 1. Zonder dat het in artikel 1, § 1, van het koninklijk besluit van 26
mei 1999 bedoelde aantal diensten mag overschreden worden, inzonderheid rekening houdend
met de toepassing van artikel 5, § 1, en van § 6, van dit artikel, mag een dienst
medische beeldvorming met een magnetische resonantie tomograaf met één toestel worden
uitgebaat in een ziekenhuis dat een jaarlijks aantal opnamen van tenminste 25 000 heeft
gerealiseerd, waarvan tenminste twee derden opnamen zijn met tenminste één overnachting.
Bij de opnamen zonder overnachting, worden de opnamen in daghospitalisatie, zoals bedoeld
in artikel 4, §§ 3, 6 en 7 van de overeenkomst tussen de verplegingsinrichtingen en de
verzekeringsinstellingen, afgesloten op 24 januari 1996 in toepassing van artikel 46bis
van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en
uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, en zoals gewijzigd bij de tweede
wijzigingsclausule afgesloten op 28 januari 1998, niet in aanmerking genomen voor de
toepassing van het eerste lid.
Worden evenmin in aanmerking genomen de opnames, al dan niet met overnachting, in
revalidatie-inrichtingen bedoeld bij artikel 23, § 3, van voornoemde op 14 juli 1994
gecoördineerde wet.
Het aantal opnamen, zoals bedoeld in het eerste lid, dient te zijn gerealiseerd, hetzij in
1998, hetzij bij wijze van gemiddelde, gedurende de jaren 1996, 1997 en 1998. De Ministers
die de Volksgezondheid en Sociale Zaken onder hun bevoegdheid hebben, kunnen nadere
regelen bepalen volgens welke de ziekenhuizen aan de voor de erkenning bevoegde overheid
hun aantal opnamen, zoals bedoeld in het eerste lid moeten aantonen.
Bij toepassing van deze paragraaf worden bij voorrang deze diensten erkend, in
ziekenhuizen die het hoogste jaarlijks aantal opnamen tellen.
§ 2. Voor zover het in het koninklijk besluit van 26 mei 1999, bedoelde aantal diensten
niet is bereikt door de toepassing van §§ 1, en 6, mag een dienst met één toestel
worden uitgebaat in een ziekenhuis dat een jaarlijks aantal opnamen van tenminste 20 000
heeft gerealiseerd, waarvan tenminste twee derden opnamen zijn met ten minste één
overnachting.
Het tweede, derde en vierde lid van § 1, zijn van overeenkomstige toepassing.
De voor erkenning bevoegde overheid kan, in afwijking van het bepaalde in § 1, vierde
lid, de diensten erkennen die hiervoor, met toepassing van deze paragraaf, in aanmerking
komen, rekening houdende met de zorg voor een betere geografische spreiding en/of met het
bestaan van een behoefte - inzonderheid met betrekking tot de aard en het volume van de
pathologieën die zij behandelen - aan deze aktiviteit zoals bedoeld in artikel 45bis van
de wet op de ziekenhuizen gecoördineerd op 7 augustus 1987.
§ 3. Voor zover het in het koninklijk besluit van 26 mei 1999 bedoelde aantal diensten
niet is bereikt door de toepassing van §§ 1, 2, en 6, mag in een erkende dienst een
tweede toestel worden opgesteld in een ziekenhuis dat niet bedoeld wordt in artikel 7 en
dat tenminste 35 000 opnamen per jaar heeft gerealiseerd, zoals bedoeld in § 1.
Het tweede, derde en vierde lid van § 1, zijn van overeenkomstige toepassing.
De voor erkenning bevoegde overheid kan, in afwijking van het bepaalde in § 1, vierde
lid, de diensten erkennen die hiervoor, met toepassing van deze paragraaf, in aanmerking
komen, rekening houdende met de zorg voor een betere geografische spreiding en/of met het
bestaan van een behoefte - inzonderheid met betrekking tot de aard en het volume van de
pathologieën die zij behandelen - aan deze aktiviteit zoals bedoeld in artikel 45bis van
de wet op de ziekenhuizen gecoördineerd op 7 augustus 1987.
§ 4. Voor zover het in het koninklijk besluit van 26 mei 1999, bedoelde aantal diensten
niet is bereikt door de toepassing van §§ 1, 2, 3, en 6 mag een dienst met één toestel
worden uitgebaat in een ziekenhuis dat een jaarlijks aantal opnamen van tenminste 15 000
heeft gerealiseerd, waarvan tenminste twee derden opnamen zijn met tenminste één
overnachting.
Het tweede, derde en vierde lid van § 1, zijn van overeenkomstige toepassing.
De voor erkenning bevoegde overheid kan, in afwijking van het bepaalde in § 1, vierde
lid, de diensten erkennen die hiervoor, met toepassing van deze paragraaf, in aanmerking
komen, rekening houdende met de zorg voor een betere geografische spreiding en/of met het
bestaan van een behoefte - inzonderheid met betrekking tot de aard en het volume van de
pathologieën die zij behandelen - aan deze aktiviteit zoals bedoeld in artikel 45bis van
de wet op de ziekenhuizen gecoördineerd op 7 augustus 1987.
§ 5. Voor zover het in het koninklijk besluit van 26 mei 1999 bedoelde aantal diensten,
verminderd met het aantal diensten waarvoor § 3, is toegepast, niet is bereikt ingevolge
de toepassing van §§ 1, 2, 4, en 6, mag een erkende dienst worden uitgebaat met één
toestel in het kader van een geformaliseerd samenwerkingsverband tussen ziekenhuizen die
samen voldoen aan de voorwaarden bedoeld in § 3.
Het tweede, derde en vierde lid van § 1, zijn van overeenkomstige toepassing.
De voor erkenning bevoegde overheid kan, in afwijking van het bepaalde in § 1, vierde
lid, de diensten erkennen die hiervoor, met toepassing van deze paragraaf, in aanmerking
komen, rekening houdende met de geografische spreiding alsmede met het bestaan van een
behoefte - inzonderheid met betrekking tot de aard en het volume van de pathologieën die
zij behandelen - aan deze aktiviteit zoals bedoeld in artikel 45bis van de wet op de
ziekenhuizen gecoördineerd op 7 augustus 1987.
§ 6. Onverminderd de toepassing van artikel 5, § 1, blijven de diensten die erkend zijn
op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit, erkend tot 31 december 2000 of tot de
einddatum van deze erkenning indien deze op dat ogenblik niet vervallen is, mits de
beperking tot één toestel voor de algemene ziekenhuizen en tot twee toestellen voor de
universitaire ziekenhuizen met maximum één tweede toestel per Faculteit geneeskunde met
volledig leerplan.
Deze erkenning wordt door de bevoegde overheid desgevallend verlengd, voor zover de
betrokken diensten uitgebaat worden door hetzij ziekenhuizen die minstens 15 000 opnamen
per jaar realiseren, hetzij in het kader van een geformaliseerd samenwerkingsverband
tussen ziekenhuizen die samen minstens 15 000 opnamen per jaar realiseren, hetzij in het
kader van een geformaliseerd samenwerkingsverband tussen ziekenhuizen die samen minstens
15 000 opnamen per jaar realiseren, en voor zover die diensten voldoen aan de overige
voorwaarden van artikel 3, met dien verstande dat, in geval de dienst uitgebaat wordt in
het kader van een geformaliseerd samenwerkingsverband, het volstaat dat alle ziekenhuizen
samen aan de voorwaarden van artikel 3, c) beantwoorden.
§ 7. Gedurende een periode van twee jaar vanaf de inwerkingtreding van dit besluit mag
slechts één bijkomend toestel per dienst worden opgesteld. ".
Art. 6. Artikel 7 van hetzelfde koninklijk besluit wordt vervangen door
de volgende bepaling :
" Art. 7. Voor zover een universitair ziekenhuis beschikt over een erkende dienst die
beantwoordt aan de voorwaarden bedoeld in artikel 6, §§ 1, of 2, mag hierin één
bijkomend toestel worden opgesteld per faculteit geneeskunde met volledig leerplan, en dit
op grond van de specifieke opdracht inzake vorming, opleiding en de ontwikkeling van
nieuwe toepassingen en procedures.
Indien een in het eerste lid bedoeld universitair ziekhuis ten minste 55 000 opnamen
realiseert, zoals bedoeld in artikel 6, § 1, kan in de erkende dienst een derde toestel
worden opgesteld. ".
Art. 7. Artikel 8 van hetzelfde koninklijk besluit, wordt vervangen door
de volgende bepaling :
" Art. 8. De "dedicated toestellen", die uitsluitend kunnen functioneren
voor een beperkt indicatie-gebied, mogen uitsluitend worden opgesteld in een erkende
dienst als bijkomend toestel, bij toepassing van artikel 6, §§ 3, of 6, en artikel 7
voor zover het eerste toestel tenminste een magneetsterkte heeft van 1 Tesla. ".
Art. 8. Artikel 9 van hetzelfde koninklijk besluit, wordt vervangen door
de volgende bepalingen :
" Art. 9. § 1. Om erkend te blijven, moet een dienst voor medische beeldvorming met
een magnetische resonantie tomograaf de kwaliteit van de medische activiteit zowel intern
toetsen als extern laten toetsen, overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit
van 15 februari 1999 betreffende de kwalitatieve toetsing van de medische activiteit in de
ziekenhuizen.
§ 2. De interne registratie van gegevens, bedoeld in artikel 3 van het voornoemde
besluit, dient tenminste aan de volgende voorwaarden te beantwoorden :
1° deze moet voldoende parameters omvatten om de evaluatie van de kwaliteit van de
medische praktijk mogelijk te maken;
2° deze moet elke patiënt omvatten, ongeacht het verdere verloop;
3° deze omvat elk contact tussen de patiënt en de dienst.
De te registreren parameters, bedoeld in het eerste lid, zijn minimaal de volgende :
1° het installatieverslag;
2° het periodiek verslag van de dienst fysieke controle en van de erkende organisatie
voor het onderhoud;
3° de bewijzen van permanente vorming van de radiologen;
4° de klinische verantwoording van het onderzoek;
5° de onderzoeksduur;
6° de gebruikte contrastmiddelen;
7° de verzwarende factoren zoals inzonderheid sedatie, anesthesie, bedlegerigheid,
monitoring;
8° de gebruikte postprocessing;
9° het resultaat van het onderzoek;
10° de specialiteit van de voorschrijvende arts (laatste 3 cijfers van het
R.I.Z.I.V.-nummer);
11° ambulante of in het ziekenhuis opgenomen patiënt.
Zolang door het College van geneesheren geen registratiemodel is vastgesteld als bedoeld
in artikel 8, 2°, van het voornoemde koninklijk besluit, moet ieder ziekenhuis een
registratiesysteem volgen, dat aan de in het eerste lid bedoelde voorwaarden beantwoordt
".
Art. 9. § 1. Artikel 10, § 2, van hetzelfde koninklijk besluit, wordt vervangen
door de volgende bepalingen :
" § 2. De erkenning vermeldt het aantal toestellen waarvoor de erkenning wordt
verleend, de duur van de erkenning en de eventuele toepassing van artikel 8. ".
§ 2. Artikel 10, § 3 van hetzelfde koninklijk besluit, wordt vervangen door de volgende
bepalingen :
" § 3. Zonder de erkenning, bij toepassing van dit besluit, van de dienst medische
beeldvorming mag geen enkel in dit besluit bedoelde magnetische resonantie tomograaf
worden opgesteld. ".
Art. 10. Artikel 8bis van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het
koninklijk besluit van 21 juni 1994, wordt opgeheven.
Art. 11. In hetzelfde koninklijk besluit wordt een artikel 13bis
ingevoegd, luidend als volgt :
" Art. 13bis. In 1999 kunnen slechts diensten worden erkend waarvoor bij de bevoegde
overheid een aanvraag wordt ingediend binnen de vier weken na de inwerkingtreding van het
besluit van 26 mei 1999 tot invoeging van dit artikel.
In 2000 kunnen slechts diensten worden erkend waarvoor bij de bevoegde overheid een
aanvraag wordt ingediend voor 31 december 1999. ".
Art. 12. Dit besluit treedt in werking de datum van zijn bekendmaking in
het Belgisch Staatsblad.
Art. 13. Onze Minister van Volksgezondheid en Pensioenen en Onze Minister
van Sociale Zaken zijn, ieder wat hem betreft belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 26 mei 1999.
Vorige Inhoud  Volgende
|