|
Nr 7 - September 1999
Vorige Inhoud  Volgende
3 MEI 1999. - Koninklijk besluit betreffende het Algemeen Medisch Dossier (B.S.
d.d. 17.7.1999)
[...]
Artikel 1. § 1. Onder " Algemeen Medisch Dossier " (AMD) wordt
in de zin van dit besluit verstaan : een functionele en selectieve verzameling van
relevante medische, sociale en administratieve gegevens m.b.t. een patiënt, die het
voorwerp uitmaken van een manuele of geïnformatiseerde verwerking.
Het algemeen medisch dossier heeft als doel de kwaliteit van de zorgverstrekking te
optimaliseren en onnodig dubbel gebruik van handelingen te vermijden.
§ 2. Het " Algemeen Medisch Dossier " omvat de volgende gegevens : de
socio-administratieve gegevens m.b.t. de patiënt, ziektegeschiedenis en antecedenten
(doorgestane ziekten, operaties, vaccinatiestatus), een lijst van de problemen
(allergieën, medicatie), de verslagen van geneesheren-specialisten en van andere
zorgverstrekkers, alsmede de laboratoriumonderzoeken, een deel dat meer specifiek bestemd
is voor de huisarts, en in voorkomend geval, dossiers voor specifieke rubrieken.
§ 3. De Minister tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid behoort kan, op voorstel van de
" Hoge Raad voor de Gezondheidsberoepen - Afdeling Artsen " bedoeld in artikel
35terdecies van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 beteffende de
uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de
geneeskundige commissies, aanbevelingen formuleren ter precisering van de strutuur en de
werking van het " Algemeen Medisch Dossier ".
§ 4. Onder " Globaal Medisch Dossier ", zoals bedoeld in het koninklijk besluit
van 29 april 1999 tot wijziging van het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot
vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte
verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen wordt verstaan, het "
Algemeen Medisch Dossier ", zoals gedefinieerd bij onderhavig besluit, genomen in
uitvoering van artikel 35duodecies van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967,
ingevoegd bij de wet van 29 april 1996, vervangen bij de wet van 10 december 1997 en
gewijzigd bij de wet van 16 april 1998.
Art. 2. Er is één " Algemeen Medisch Dossier " per patiënt.
Het wordt beheerd door een huisarts.
Art. 3. § 1. Een patiënt kan vrij de huisarts kiezen die zijn "
Algemeen Medisch Dossier " beheert; hij kan zijn keuze wijzigen.
In dit geval, zijn de bepalingen van artikel 13, § 1, van het voormeld koninklijk besluit
nr. 78 van 10 november 1967, van toepassing op alle gegevens van het Algemeen Medisch
Dossier zoals bepaald in artikel 1, § 2, met uitzondering van het deel dat meer specifiek
bestemd is voor de huisarts.
§ 2. De betrokken patiënt maakt zijn keuze kenbaar aan de verzekeringsinstelling waarbij
hij is aangesloten. Deze verzekeringsinstelling deelt aan de directie Geneeskundepraktijk
van het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu, via het RIZIV, het
aantal patiënten mee waarvoor iedere huisarts een Algemeen Medisch Dossier beheert per
geneesheer.
§ 3. De uitvoeringsmodaliteiten van de regels bepaald in §§ 1 en 2 van dit artikel
worden na overleg in het " Overlegcomité " bedoeld in het koninklijk besluit
van 5 juni 1998 houdende oprichting van een Overlegcomité tussen de Minister van
Volksgezondheid, de Minister van Sociale Zaken, de beroepsverenigingen van de artsen en de
verzekeringsinstellingen, door de Ministers tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid en
Sociale Zaken behoren, nader bepaald.
Art. 4. § 1. De huisarts-beheerder van een " AMD " deelt, met
toestemming van de patiënt, aan collega's huisartsen of geneesheren-specialisten die de
betrokken patiënt behandelen alle nodige en nuttige gegevens mee.
§ 2. Bij behandeling van een patiënt, vragen de huisartsen of de
geneesheren-specialisten naar de eventuele huisarts-beheerder van een AMD en delen aan
deze laatste de nodige en nuttige gegevens mee. De patiënt kan zich hiertegen verzetten.
§ 3. De uitvoeringsmodaliteiten van de regels bepaald in de §§ 1 en 2 van dit artikel,
worden na overleg in het " Overlegcomité " bedoeld in het koninklijk besluit
van 5 juni 1998 houdende oprichting van een Overlegcomité tussen de Minister van
Volksgezondheid, de Minister van Sociale Zaken, de beroepsverenigingen van de artsen en de
verzekeringsinstellingen, door de Ministers tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid en
Sodiale Zaken behoren, nader bepaald.
Art. 5. Dit besluit treedt in de dag van zijn publikatie in het Belgisch
Staatsblad. .
Art. 6. Onze Minister van Volksgezondheid en Onze Minister van Sociale
Zaken zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 3 mei 1999.
Vorige Inhoud  Volgende
|