|
Nr 7 - September 1999
Vorige Inhoud  Volgende
HET CENTRAAL MEDISCH DOSSIER EN HET ALGEMEEN MEDISCH DOSSIER
Op 17 juli en 30 juli jl. verschenen in het Staatsblad nog additionele C0LLA-besluiten
respectievelijk over het zeer omstreden " Algemeen Medisch Dossier " en
over het " Medisch Dossier, bedoeld in artikel 15 van de wet op de ziekenhuizen
". Beide besluiten dateren van 3 mei 1999; het eerste
treedt in werking op datum van publicatie, het tweede na een
termijn van zes maanden, d.w.z. einde januari 2000.
Het algemeen medisch dossier (AMD) kan alleen beheerd worden door een huisarts.
Elke andere arts is hiervan uitgesloten. Dit wil zeggen dat de patiënt niet langer de
vrije keuze heeft van de arts aan dewelke hij het beheer van het algemeen dossier kan
toevertrouwen. Een kinderarts tot wiens bevoegdheid de medische verzorging van de geboorte
tot het einde van de adolescentie behoort, kan bijvoorbeeld voor zijn patiëntjes niet
aangeduid worden als de beheerder van het algemeen medisch dossier.
Het is ten andere evident dat elke geneesheer niet alleen medisch bevoegd, maar ook
deontologisch verplicht is om de in het besluit opgesomde inhoudelijke gegevens
(socio-administratieve gegevens, ziektegeschiedenis en antecedenten, verslagen van
collegae, enz...,) te verwerken en beheren en, desgevallend, aan de huisarts de gegevens
die specifiek voor hem bestemd zijn, te bezorgen. Het onderscheid is bijgevolg zuiver
arbitrair.
Een belangrijk gevolg hiervan is dat het begrip " behandelende arts " formeel
wordt losgekoppeld van de zgn. " dossier-beheerder "
Het KB berust op art. 35 duodecies van het KB nr 78 van 10.11.67 over de geneeskunst,
volgens hetwelk de Koning normen kan opleggen betreffende de inhoudelijke, functionele en
structurele aspecten van de praktijkvoering door de medische beroepen. Het beheer van het
patiëntendossier is echter een essentieel element van de patiënt/arts-verhouding en van
het verzorgingscontract. Het beruchte art 35 duodecies biedt geen rechtsgrond om de vrije
keuze van de patiënt te beperken, noch om dit essentieel element te ontnemen aan de
persoonlijke relatie tussen de patiënt en bepaalde geneesheren.
Dit besluit is dan ook duidelijk in strijd met het zelfbeschikkingsrecht van de patiënt .
Dit komt ten andere tot uiting in de wijze waarop het doorgeven van gegevens wordt
geregeld. Het is niet de behandelende arts die, op beslissing van de patiënt , de
noodzakelijke of nuttige gegevens opvraagt, maar de huisarts die zelf beslist, met de
toestemming van de patiënt, deze gegevens mede te delen. Ook is het niet de patiënt die
beslist dat de behandelende arts gegevens moet overmaken aan de AMD-beheerder: dit gebeurt
impliciet, tenzij de patiënt zich verzet. De communicatiewegen " in " en "
out " van het AMD zijn bijgevolg verre van identiek. Bovendien is het " meer
specifiek voor de huisarts " bestemde deel formeel uitgesloten van elke mededeling
aan welk ander arts ook; zelfs de patiënt kan hier geen rechten doen gelden.,
Het doel van het AMD is de kwaliteit te optimaliseren en onnodig dubbel gebruik van
handelingen te vermijden. Men kan hieruit afleiden dat het de bedoeling is het AMD als
controle-instrument te laten fungeren. Het zal niemand ontgaan dat het begrip "
dubbel gebruik " zeer rekbaar en voor interpretatie vatbaar is. Een bijkomende vraag
is wie verantwoordelijk zal geacht worden voor het gebruik dat als " dubbel "
wordt aanzien.
Tenslotte dient te worden opgemerkt dat de terminologie van de Wet op de bescherming van
de Persoonlijke Levenssfeer een onderscheid maakt tussen " houder " (de persoon
die beslist over het opnemen van de gegevens en de verwerking ervan ) en de beheerder die
de materiële verwerking verzekert. Who is who?
* * * * *
Enkele weken na het AMD kwam ook het medisch ziekenhuisdossier in het
Staatsblad. Voor elke patiënt die over de vloer van het ziekenhuis komt, ambulant of
opgenomen, moet een medisch dossier aangelegd worden.
De minimale inhoudsbepaling blijkt weinig budgetvriendelijk voor de
ziekteverzekering, vermits er voor elke patiënt de uitslagen van klinische,
radiologische, biologische, functionele en histo-pathologische onderzoeken moeten aanwezig
zijn. Ook een voorlopige en definitieve diagnose (n.v.d.r.:waarover in het AMD van de
huisarts-beheerder zonderling genoeg niet wordt gesproken), de ingestelde behandeling, de
evolutie van de aandoening, een eventueel autopsierapport en het ontslagverslag. Het
voorlopig ontslagverslag wordt hetzij meegegeven met de patiënt of rechtstreeks bezorgd
aan de behandelende arts (m.a.w. niet noodzakelijk de ADM-beheerder)... " en ieder
betrokken arts ", waarbij men zich terecht afvraagt wie men hier precies bedoelt.
Wordt de beoordeling van die betrokkenheid overgelaten aan ieder die zich betrokken meent?
. Even zonderling is de opvallende afwijking t.o.v. de regeling voorzien in de wet op de
privacy, wat het beschikkingsrecht van de patiënt betreft t.o.v. de zgn. "
behandelende arts " die het voorlopig ontslagverslag ontvangt (voor de continuïteit
van de zorgen), en die blijkbaar niet dezelfde is als de vervolgens " door de
patiënt aangewezen arts " die het volledig verslag over het ziekenhuisverblijf
verkrijgt.
De dossiers moeten steeds geraadpleegd kunnen worden door de geneesheren die betrokken
zijn bij de behandeling van de patiënt. Ook hier men zich kunnen afvragen wat met de term
" betrokken "precies beoogd wordt.
Vermits dit COLLA-product binnen minder dan vijf maanden in voege treedt vragen wij onze
lezers met aandrang ons tenspoedigste hun bedenkingen en bemerkingen te willen mededelen,
na confrontatie met hun eigen intern werksysteem van het medisch archief. Hartelijk dank
voor uw medewerking.
3 MEI 1999. - Koninklijk besluit betreffende het Algemeen
Medisch Dossier (B.S. d.d. 17.7.1999)
3 MEI 1999. - Koninklijk besluit houdende bepaling van de
algemene minimumvoorwaarden waarvan het medisch dossier, bedoeld in artikel 15 van de wet
op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, moet voldoen (B.S. d.d. 30.7.1999)
Vorige Inhoud  Volgende
|