|
Nr 7 - September 1999
Vorige Inhoud  Volgende
REGEERT COLLA POSTUUM?
Drie maanden na zijn ontslag als Minister van Volksgezondheid, blijft het nog steeds
Colla-besluiten regenen in het Staatsblad, waarvan het nut voor de bevolking of voor de
gezondheidszorg van dit land, van even twijfelachtige waarde is als alle vorige. Men
begint zich af te vragen of er hier geen " na-loopje " wordt genomen met het
begrip " lopende zaken " en of er in juni jl. nog gauw " afspraken "
werden getroffen over de onschendbaarheid van het politiek testament van de keizer-koster.
De laatste serie KB's (BS 8.09.1999) die wij hierna overnemen, werden
weliswaar getekend door interimaris VANDENBOSSCHE, doch met de pen van COLLA, en wel
tijdens de moeilijkste momenten van de dioxine-tyfoon, nl. op 16 juni. Alsof, op dat
ogenblik, de visie van COLLA over de " peer-review " en over zijn zgn."
einde-loopbaansproblematiek " van essentieel belang waren. Het is de enorme afstand
tussen de verhaaltjes van sommige politici op het tv-scherm en het politiek gesjacher in
hun achterhoofd, die hun populariteit zo kwetsbaar maakt . De burger voelt het , quasi
intuïtief, maar een politicus van het formaat van Colla...
Met het KB over de " evaluatie van de medische praktijkvoering " wordt de
accreditering gewoon omgezet in een dwangmatig systeem waaraan elke arts verplicht moet
medewerken, waarvoor algemene regels kunnen opgelegd worden, en waarbij de erkenning
(bijzondere beroepstitel) van de geneesheer kan opgeschort worden, als hij aan die
reglementering niet voldoet.
Het weze ons veroorloofd even te twijfelen aan het " lopend " karakter van deze
bepalingen: een vrijwillig, incentief systeem omzetten in absolute verplichtingen die
kunnen leiden tot de intrekking van de beroepstitel, is een meer dan ingrijpende
maatregel. Voor welk ander vrij of intellectueel beroep bestaat zoiets? Vergt dit geen
voorafgaande globale maatregel?
Gelet op de wijze en het tijdstip waarop ze uiteindelijk tot stand kwamen, zou de nieuwe
regering er goed aan doen deze reeks besluiten in te trekken. Ze moesten normaal getroffen
worden bij in Ministerraad overlegd besluit (art 35duodecies, KB nr 78 van 10.11.67) . In
werkelijkheid werd, net één jaar geleden(op 11.09.98), in de Ministerraad overlegd om
het advies van de Raad van State in te winnen. Vervolgens werden ze, op de vooravond van
de verkiezingen (2 juni 1999), toen hun auteur reeds zijn ontslag had moeten geven, nog
gauw op de Ministerraad gebracht (punt 41 van de dagorde), alsof er daarvoor een dwingende
noodzaak was. Kon de regering op dat moment, met de nodige sereniteit, geldig
beraadslagen?
Het kroonstuk van de reeks is het KB over de " associaties en samenwerkings-verbanden
" dat oorspronkelijk voorzien was als versoepelingvoorwaarde voor de zgn.
einde-loopbaansmaatregel -die Colla uiteindelijk toch (nog?) niet in het Staatsblad heeft
durven laten publiceren-. Nu dit besluit volledig uit de oorspronkelijke context wordt
gelicht, heeft het helemààl geen zin meer. Desondanks verleent het de overheid de
mogelijkheid om
- normen te bepalen waaraan (vrijwillige, sic!) associaties tussen een oudere
en een beginnend huisarts of specialist moeten voldoen,
- en maatregelen van opschorting van hun erkenning te treffen, als die normen
niet worden nageleefd.
Een gelijkaardig juridisch gevolg wordt vastgeknoopt aan (vrijwillige)
samenwerkingsverbanden (lees: onderlinge afspraken) betreffende continuïteit van
verzorging, permanentie, medisch overleg, ondere geneesheren ieder een individueel kabinet
hebben.
Een " ouder " arts (ouder dan zijn collega-associé?) die een associatie is
aangegaan, moet de oprichting, de samenstelling van de associatie, de praktijklocatie, en
de eventuele ontbinding mededelen aan het Ministerie van Volksgezondheid en aan het RIZIV.
Het ligt voor de hand dat deze bepalingen geen enkel nut hebben en weinig bevorderlijk,
zelfs belemmerend zullen zijn voor de " vrijwillige " onderlinge samenwerking
onder geneesheren (nb: tenzij voor artsen met dezelfde geboortedatum). Wat hoogst
waarschijnlijk ook de verborgen bedoeling was van dioxineverberger Marcel COLLA. De
regering neemt een zware verantwoordelijkheid door dergelijke maatregelen te dekken.
16 JUNI 1999. - Koninklijk besluit betreffende de
evaluatie van de medische praktijkvoering (B.S. d.d. 8.9.1999 - Edit. 2)
16 JUNI 1999. - Koninklijk besluit betreffende de afdeling
artsen van de Hoge Raad voor de Gezondheidsberoepen (B.S. d.d. 8.9.1999 - Edit. 2)
16 JUNI 1999. - Koninklijk besluit betreffende de associaties
en samenwerkingsverbanden (B.S. d.d. 8.9.1999 - Edit. 2)
Vorige Inhoud  Volgende
|