|
Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Verzekeringen | De Bulletijn | Hulp |
![]() |
|
Orgaan van het Verbond der Belgische Beroepsvereniging van Geneesheren Specialisten |
|
|
|
|
Nr 3 - April 1999 VERSLAG AAN DE KONING Sire, De twee ontwerpen van besluit dat wij de eer hebben aan Uwe Majesteit voor te leggen, beogen een aantal fundamentele wijzigingen van enerzijds het koninklijk besluit van 27 april 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" moet voldoen om erkend te worden, en anderzijds het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie "mobiele urgentiegroep" (MUG) moet voldoen om te worden erkend. Deze wijzigingen betreffen in essentie de leiding van de beide functies en de medische permanentie. De "ratio legis" van deze wijzigingen bevindt zich in het feit dat de hierboven geciteerde erkenningsnormen voor de functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" op 1 december 1998 in werking zijn getreden en de erkenningsnormen voor de functie "mobiele urgentiegroep" (MUG) op 1 mei 1999 in werking treden; dat de functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" krachtens het koninklijk besluit van 2 april 1965 houdende vaststelling van de modaliteiten tot inrichting van de dringende geneeskundige hulpverlening en houdende aanwijzing van gemeenten als centra voor de dringende geneeskundige hulpverlening, met ingang van 1 november 1999 een noodzakelijke voorwaarde zal zijn voor de bestemming van de patiënten waarvoor een beroep moet worden gedaan op de dringende geneeskundige hulpverlening; voor het bereiken van de doelstellingen van de dringende geneeskundige hulpverlening is het derhalve absoluut noodzakelijk dat er van beide bedoelde functies een voldoende aantal kan worden erkend, teneinde in een voldoende dekking te kunnen voorzien van het volledige territorium van het Rijk. De oorspronkelijke versie van de erkenningsnormen voorziet voor de beide functies de bijzondere beroepstitel in de urgentiegeneeskunde als voorwaarde voor de leiding van de beide functies; voor de medische permanentie, onafgezien van een overgangsbepaling voor reeds erkende geneesheren-specialisten, is het noodzakelijk om hetzij houder te zijn van deze bijzondere beroepstitel of de opleiding te volgen om deze bijzondere beroepstitel te behalen, hetzij de opleiding te hebben gevolgd die bedoeld is in artikel 5, § 2, 2°, b), van het ministerieel besluit van 12 november 1993 tot vaststelling van de bijzondere criteria voor de erkenning van geneesheren-specialisten houders van de bijzondere beroepstitel in de urgentiegeneeskunde, alsook van de stagemeesters en stagediensten in de urgentiegeneeskunde. Het diensthoofd van hoger genoemde functies moeten, krachtens de huidige normen, een geneesheer-specialist, houder van de bijzondere beroepstitel in de urgentiegeneeskunde zijn. Bij onderhavige ontwerpen van koninklijk besluit wordt terzake een afwijking voorzien voor de overige geneesheren-specialisten, in de disciplines die in aanmerking komen voor het behalen van de bijzondere beroepstitel in de urgentiegeneeskunde, en die voor de functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" op de datum van inwerkingtreding van het koninklijk besluit tot vaststelling van de normen van de betrokken functie, tenminste vijf jaar ervaring hadden als diensthoofd van een spoedgevallendienst. De mogelijkheid tot cumulatie van de functie van diensthoofd van de beide functies, wordt uitdrukkelijk voorzien. Gedurende een overgangstermijn van twee jaar (tot 1 december 1999 voor functie "gespecialiseerde spoedgevallenszorg" en 1 mei 2001 voor de functie "mobiele urgentiegroep"), kan het diensthoofd een geneesheer-specialist zijn in hoger vermelde disciplines. Met betrekking tot de medische permanentie, zijn de mogelijkheden als volgt uitgebreid :
Bij de overgangsbepalingen inzake de medische permanentie, was aanvankelijk in het koninklijk besluit van 27 april 1998 voorzien dat de medische permanentie gedurende hoger vermelde overgangstermijn kan worden waargenomen door geneesheren-specialisten in hoger vermelde disciplines. Hieraan wordt door onderhavig ontwerp toegevoegd dat, gedurende dezelfde overgangstermijn, een kandidaat-geneesheer-specialist in opleiding in één van voornoemde disciplines, de permanentie mag waarnemen, voor zover deze tenminste twee jaar opleiding heeft genoten, dat de dienst waarin hij de permanentie waarneemt, is opgenomen in het stageprogramma en dat zijn stageprogramma aan diverse voorwaarden voldoet; in dit geval dient een geneesheer-specialist oproepbaar te zijn. Een aantal preciseringen worden ingevoegd met betrekking tot de cumulatie van de medische permanenties. De cumul tussen de medische permanenties van de functies "mobiele urgentiegroep", "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" en met de functie "intensieve zorg", is verboden. De cumul met de verplichte permanente aanwezigheid van de geneesheer in het ziekenhuis is wel toegelaten, evenals de cumul met de verplichte permanentie van een geneesheer-specialist in de anesthesie-reanimatie in de functie "chirurgische daghospitalisatie", zoals bedoeld in het koninklijk besluit van 25 november 1997 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie "chirurgische daghospitalisatie" moet voldoen om erkend te worden. Gedurende een overgangstermijn van twee jaar, kan echter, in het geval een mobiele urgentiegroep maandelijks niet meer dan 55 oproepen van het eenvormig oproepstelsel van de dringende geneeskundige hulpverlening ontvangt, tussen 22u en 6u30 de medische permanentie van de functie "mobiele urgentiegroep" en "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" worden gecumuleerd, voor zover zich op de campus van de vertrekplaats daarenboven nog een erkende functie voor intensieve zorg bevindt. Niettemin moet een geneesheer die in aanmerking komt om de permanentie te vervullen, gedurende deze tijdsspanne permanent oproepbaar zijn en zich binnen de 10 minuten vanaf de oproep tot een interventie van de mobiele urgentiegroep, ter plaatse bevinden. Via de Commissies voor dringende geneeskundige hulpverlening zal de toepassing van deze afwijking op permanente wijze worden geëvalueerd, inzonderheid met het oog op het beoordelen van de eventuele noodzaak van een verlenging van deze overgangsbepaling. Tenslotte, wordt nog verduidelijkt dat zowel gegradueerde als gebrevetteerde verpleegkundigen in aanmerking komen voor de minimale verpleegkundige permanentie voor zover zij - voor de functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" op 1 december 1998 en voor de functie "mobiele urgentiegroep" (MUG) op 2 september 1998 tenminste vijf jaar ervaring hebben in een spoedgevallendienst of een dienst intensieve zorg en derhalve terzake worden gelijkgesteld met de houders van de bijzondere beroepstitel van gegradueerde verpleger of gegradueerde verpleegster in intensieve zorg en spoedgevallenzorg. |
|
Copyright © VBS, 1997-2004 |
|
Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Verzekeringen | De Bulletijn | Hulp |