Verbond der Belgische Beroepsverenigingen van
Geneesheren - Specialisten
Verplichte literatuur voor elkeen die een afspraak maakt met minister Marcel COLLA, is " De Bijsluiter " van " De Morgen " van 13.09.97.
Lezers van deze krant worden vandaag opgesplitst in " believers " en " non-believers " omwille van de reportages over de " Nevendossiers in de affaire Dutroux ".
Wat " De harde noten van Marcel COLLA betreft " van journalist Bart BRINCKMAN, hoor ik bij de " believers ". Niet alleen pistachenoten, flippos, ozon-biljetten, het drinken bij warm zomerweer en entre-côtes verdienen zijn aandacht, maar ook alles wat door het RIZIV in het kader van het akkoord artsen-ziekenfondsen wordt uitgewerkt. En nog veel meer er bovenop : erkenningen van diensten, de opleiding van de verpleegkundigen, de hervorming van de Orde, de algemene regeling voor de opleiding van geneesheer-specialisten, de Hoge Raad, de stervensbegeleiding, euthanasie, de alternatieve geneeswijzen, de patiëntenrechten, de artsenverkiezingen, het Vlaamse onderwijsbeleid, de met rundsvlees gecontamineerde buitenlandse betrekkingen, enz ...
Met de planken van het hok van zijn witte parapluus-minnende bulldog TINA, had Louis TOBBACK al een kastje laten bijzetten in zijn burgemeesterskabinet in Leuven. Daar kon hij de plakboekjes van Ghislain VERMASSEN (" supplementen ") en de SP-kamerleden Ronny CUYT en Myriam VANLERBERGHE (" fiscaal strookje ") in opbergen (cfr. pag. 45). TINA waakt nu over de duizenden plakboeken, video- en radiocassettes van Marcel opgeslagen in de bunker die baasje Louis, speciaal voor dit doel, pal voor het Leuvense stadhuis heeft laten uitgraven.
COLLA was immers niet weg te branden uit de studios of van voor de micros, tenzij misschien een zeldzame keer voor het zeilen, de zonnebank of de manicure. Als Louis niet uit zijn doppen kijkt zit Marcel binnen de kortste keren op al de zitjes die hij nu bezet.
Een bloemlezing uit de pers onderschrijft de vaststelling van BRINKMAN dat de ex-held van telefonerend België leep en intrigant is met een feilloze feeling voor lobbying en canapé-politiek en bovendien van geen kleintje vervaard :
* " Bloedig conflict tussen ministers COLLA en DE GALAN " (De Standaard van 19.12.97 over de niet afgesproken prijsverhogingen van het bloed)
* " Ik word betaald om de slechte te zijn " (COLLA in De Morgen van 08.09.97)
* " De syndicale artsenleiders beliegen hun achterban. Mijn geduld raakt op. Het wordt hoog tijd om nagels met koppen te slaan. Ik waarschuw hen ".
" Met hen als het kan, zonder hen als het moet " (" Een boze en geschrokken COLLA na de Staten-generaal ". Gazet van Antwerpen van 18.06.97)
* " De zonde van het vlees. Minister COLLA voelt zich gerold door zijn administratie " (Knack 30.07.97).
* " Als minister COLLA geen ontslag neemt, dreigt de Belgische vleessector in te storten ". (Knack 20.08.97)
* " Laccord médico-mut ne sera pas signé fin juillet. Il faudra finalement attendre lautomne. En cause ? Les gaffes de Marcel COLLA, les incertitudes budgétaires et les désaccords sur léchelonnement des soins " (La Libre Belgique van 29.07.97)
* " Ze (= de artsen) gebruiken mij als pispaal om een alibi te hebben (om geen akkoord af te sluiten) " (COLLA in de Gazet van Antwerpen van 31.07.97)
* " Marcel COLLA, un dinosaure en péril ? Marcel - Magda, cest pas la joie ! " (Le généraliste van 10.09.97)
* " COLLA fait naître la folie chez les sages-femmes " (Le Soir van 03.07.97)
* " Het Algemeen Boerensyndicaat blijft het ontslag van minister COLLA eisen (omdat sommige vleeshandelaren erin slagen gunstmaatregelen te bekomen en zo de vleesfraude in de hand te werken. Ook de Vlaamse Dierenartsenvereniging had zich daaraan gestoord) " (De Standaard 23.01.98)
* " Hij is een kuitenbijter, een zagevent die blijft jeremiëren tot hij zijn zin krijgt "; maar ook positief nieuws " Deze man doet alleen halve uitspraken over dossiers die hij helemaal kent " (De Morgen 13.09.97, cfr. supra)
* enzovoort, etcetera, and so on, und so weiter ...
Edi CLIJSTERS " Minister van Volksverlakkerij en Pensioenen " in De Morgen van 18/07/97 hoeven we hier niet te herhalen
In de " 7de dag " op de VRT van 01.02.98 werd een debat gehouden over de hervorming versus de afschaffing van de Orde der Geneesheren. Namen deel : minister Marcel COLLA, huisarts en V.U.-voorzitter Patrick VAN KRUNKELSVEN en Dr. Eric ROMAN, voorzitter van de Provinciale Raad van Oost-Vlaanderen. De teneur was dat de Orde zich meer open wil opstellen. Minister COLLA was de mening toegedaan dat patiënten, juristen, ethici er hun plaats hebben " en er moeten ook artsen zijn, want het gaat ook om hen " (sic).
Marcel COLLA vertelt graag dat hij een democratisch verkozene des volks is. Zijn wil is dus de wil van het volk. Toch houdt dat volk er blijkbaar regelmatig andere ideeën op na.
Zo bleek uit een studie van de gerenommeerde London School of Economics and Political Science dat België goed scoort inzake gezondheidszorg (E. MOSSIALOS; Health Economics, vol. 6 : 109-116 (1997)).
Met een tevredenheidsgraad van 70% staat België op de vierde plaats terwijl de uitgaven van 8 % toch 0,6 % beneden het Europees gemiddelde van het BBP liggen (cijfers 1994) cfr. fig. 1). 75,7 % van de Belgen meent dat de zorgen goed zijn georganiseerd en dat enkele kleine veranderingen volstaan. Maar 40 % wenst meer geld voor de volksgezondheid, niet door belastingverhoging maar wel door overheveling uit andere sectoren zoals vb. defensie.
De Deense satisfactiegraad is het hoogst (90 %) en dat bij een bescheiden uitgave van 6,5 % van het BBP. Zoals altijd lopen vergelijkingen makkelijk mank. In die 6,5 % is de Deense ouderlingenzorg niet inbegrepen.
Kortom, een beperkte groep gezagdragers wil om louter doctrinaire redenen tabula rasa maken met het Belgisch gezondheidssysteem. Zoals de (medische) wetenschap zich continu vernieuwt, zo is het perfect logisch en aanvaardbaar dat ook de praktijkvoering zich aan een zich wijzigende sociale context aanpast. Het getouwtrek om invloed en macht dreigt zich vandaag te keren tegen de zeer grote toegankelijkheid en solidariteit. Enveloppefinanciering in ziekenhuizen, verplichte passage langs de huisarts-gatekeeper, beperking van de keuze van geneesmiddelen, kan er over een zeer korte periode voor zorgen dat ook in België wachtlijsten ontstaan en dat de medisch-technische ontwikkeling tot stilstand komt.
Als de overheid deze evolutie in de waagschaal stelt om een vrij beroep definitief te nekken en om een selecte club " andersdenkenden " te plezieren, rest ons alleen actief verzet tegen dergelijke immorele politiek.
Begin juli 1997 overleed schielijk Prof. Dr Piet DESCHOUWER, Voorzitter van de Hoge Raad van Geneesheren-Specialisten en Huisartsen en Ere-secretaris-generaal van het Ministerie van Volksgezondheid. Een van de meest sympathieke, dynamische, vindingrijke en vooraanstaande figuren van de gezondheidszorg ging heen. Met zijn door velen geprezen hoffelijkheid en eerbied afdwingende zin voor tact en bemiddeling, heeft hij een zeer persoonlijke stempel gedrukt op het Belgisch erkenningssysteem van geneesheren-specialisten.
Bij M.B. van 12.09.97 (B.S. 01.10.97) werd in de opvolging van Prof. Dr DESCHOUWER voorzien en werd collega Jean-Paul DERCQ, Adviseur-generaal van het Ministerie van Volksgezondheid, benoemd tot Voorzitter van de Hoge Raad.
Sedert geruime tijd - en geaccelereerd door het opstarten van de accreditering via de Nationale Commissie Artsen-Ziekenfondsen van het RIZIV - koestert Minister COLLA plannen om de Hoge Raad en de Erkenningscommissies te hervormen. Alle mandaten waren al eind 1996 verlopen. Ook de nieuwe taken voorzien in de Wet " COLLA " over de planningscommissie, de goede praktijkregels, enz... zijn niet vreemd aan dit project.
Ondanks de actieve deelname aan de werkzaamheden van de Hoge Raad op de BVAS-ABSyM-bank van een aantal eminente V.B.S.-leden en rechtstreeks via de Beroepsverenigingen, aan de Erkenningscommissies, diende in het voorbije jaar helaas ook ruime aandacht besteed te worden aan vervelende representativiteitsperikelen, n.a.v. opeenvolgende vervangingen van vertegenwoordigers van het beroep in de Erkenningscommissies.
Sedert geruime tijd blijkt Dr. J.P. DERCQ van de Dienst Geneeskundepraktijk van het Ministerie van Volksgezondheid, er de absolute voorkeur aan te geven alleen nog kandidaten voor de verschillende erkenningscommissies te laten voordragen door het BVAS-ABSyM. Het standpunt van het V.B.S. is in dit opzicht nochtans steeds duidelijk geweest. De tekst van het K.B. van 21.04.83 zegt uitdrukkelijk dat de voordracht geschiedt door de beroepsvereniging van het specialisme.
Uit loyauteit t.a.v. het BVAS-ABSyM heeft het V.B.S. steeds getracht onderling overleg te plegen en afspraken te maken tussen de beroepsverenigingen en de monospecialistische secties van het BVAS-ABSyM over kandidaten die bovendien zo mogelijk het dubbel lidmaatschap hadden. Bij Nederlandstalige vervangingen verloopt dit overleg vlotter dan langs Franstalige zijde. Het kan gebeuren dat het ABSyM autonoom beslist, zelfs zonder rekening te houden met de wensen van de eigen monospecialistische commissie of met de eventuele afspraken die vooraf werden gemaakt tussen de beroepsvereniging en de eigen ABSyM-sectie.
Wat de Hoge Raad betreft, heeft het BVAS-ABSyM de kandidatenlijsten steeds in onderling overleg met het VBS opgesteld. T.o.v. de overheid lijkt het ons, zeker in de huidige anti-artsensfeer belangrijk dat deze eenheid blijft. Op te merken valt trouwens dat op de vroegere lijsten met de benoemingen naast de namen, zelfs van de meest vooraanstaande ABSyM-BVAS personaliteiten, steeds de vermelding " VBS-GBS " prijkte.
Op 13 oktober 97 schreef VBS-Voorzitter J.MERCKEN een omstandig gemotiveerde brief aan Minister COLLA om niet alleen de historiek van de erkenningsorganen, maar ook de juridische fundering van de representativiteit van de VBS-Beroepsverenigingen toe te lichten. Met een bericht van ontvangst deelde de minister ons mede dat dit schijven zou voorgelegd worden aan de Administratie, m.a.w. aan Dr J.P. DERCQ. Op een of andere manier kreeg Dr. Jacques DE TOEUF inzage in of een kopij van de bewuste brief, want op 03/12/97 interpelleerde hij mij over onze stoutmoedige demarche.
Bij een gesprek in de marge van een colloquium van de Vlaamse Vereniging voor Obstetrie en Gynecologie dd. 29.11.97, waar zowel Dr. J.P. DERCQ als ikzelf een lezing gaven, verklaarde de Adviseur-generaal niet te weten hoe hij moest reageren, met als gevolg dat we nog steeds op een echt antwoord van minister COLLA wachten.
Inmiddels werden de artsensyndicaten aangeschreven om kandidaten voor te dragen voor de Hoge Raad. Het VBS ontving niets en dus werd zoals vanouds overlegd met het BVAS- ABSyM. Minister COLLA zou zich trouwens in de toekomst vooral baseren op de resultaten van de syndicale artsenverkiezingen om het aantal zetels toe te kennen. De geneesheren-specialisten in opleiding zouden ook een afvaardiging krijgen.
Ondanks de febris undulans diende het BVAS-ABSyM een lijst in voor de Hoge Raad met kandidaten die zowel VBS- als BVAS-lid zijn.
Ter herinnering vermelden we in welke erkenningscommissies welke vervangingen werden doorgevoerd in de loop van 1997 en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad (B.S.)
-B.S. 02.04.97: gynecologie, dermato-venerologie, pneumologie, intensieve zorgen, neuro-psychiatrie;
-B.S. 18.06.97: oftalmologie, radiotherapie,pediatrie, neus-keel-oorgeneeskunde, neuro-psychiatrie, neurochirurgie, urologie, cardiologie, neuro-psychiatrie, cardiologie;
-B.S. 13.08.97: neus-keel-oorgeneeskunde;
-B.S. 27.09.97: orthopedie, plastische chirurgie, radiodiagnose;
-B.S. 16.12.97: pneumologie, pneumologie, psychiatrie, orthopedie, oftalmologie.
In totaal ging het om 24 vervangingen. Het bestuurscomité van 30/10/97 besliste de beroepsverenigingen om principiële redenen aan te bevelen hun kandidaten rechtstreeks onder eigen briefhoofd voor te dragen bij de Administratie van Volksgezondheid. Het VBS wenst zijn goede relaties met de BVAS te bewaren en zelfs te verbeteren, maar het zal hoe dan ook zijn eigen kandidaten blijven steunen.
De besprekingen in de schoot van de Hoge Raad over de algemene criteria voor de opleiding en erkenning van geneesheren-specialisten, aangevat in 1996, werden voortgezet. Ondanks de nochtans gefundeerde amenderingsvoorstellen, dook telkenmale opnieuw de oorspronkelijke versie op. Om te vermijden dat de verplichte exclusieve uitoefening van de specialiteit zou toepasselijk gesteld worden op de aanvullende beroepstitels (bijzondere bekwaamheden) van art 2 van het K.B. van 25.11.1991 -wat onlogisch is, vermits ze samen en in het kader van de basisspecialiteit worden uitgeoefend -, meende de administratie dat de algemene criteria dan maar liever niet zouden gelden voor deze aanvullende beroepstitels. Dit probleem zou opgevangen worden door bepaalde (algemene)criteria selectief te vermelden in de bijzondere criteria van desbetreffende opleidingen, wat al evenmin logisch is. Ondanks de belofte van de administratie om " vergissingen " in sommige reeds gepubliceerde ministeriële besluiten m.b.t. aanvullende beroepstitels te verbeteren, en ondanks de schriftelijke voorstellen die over de zgn. " art.2 "-problematiek werden ingediend door collega J.P. LEONARD, bleef de tekst ongewijzigd.
In april 1997 werd het ontwerp tevens voor advies voorgelegd aan de Nationale Paritaire Commissie Geneesheren-Ziekenhuizen. Het debat draaide vooral om een aantal knelpunten, o.m. de wachtbeurten, werkuren en beschikbare tijd voor wetenschappelijk werk en studie van de kandidaat-specialisten. De inspanningen van het VBS en vooral van Dr. MERCKEN en Prof. J. GRUWEZ en van het BVAS, in het bijzonder door Dr. Louis BECKERS (het ASGB liet zich nauwelijks horen) om tot een aanvaardbaar compromis te komen, werd door de geneesheren-specialisten in opleiding - om een eufemisme te gebruiken - niet naar waarde geschat. Zo had het VBS vb. bijzondere aandacht gevraagd voor de bescherming van de zwangere en langdurig zieke assistenten, en werd de wachtfrequentie toch ietwat verlicht.
De tekst is in zijn definitieve versie nog niet gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad en zou op dit ogenblik bij de Raad van State vertoeven.
Bij K.B. van 15.04.97 (B.S. 02.07.97) werden de bijzondere criteria van inwendige geneeskunde, pneumologie, gastro-enterologie, cardiologie en reumatologie gewijzigd, met het oog op de invoering van de aanvullende bijzondere beroepstitel in de endocrino-diabetologie. Geneesheeren-specialisten in inwendige geneeskunde die op de datum van
invoegetreding algemeen bekend zijn als bijzonder bekwaam in deze discipline en die het bewijs leveren " dat ze alle aspecten ervan als hoofdactiviteit en sinds minstens vier jaar beoefenen " kunnen een erkenningsaanvraag indienen binnen de twee jaar.
Half april namen wij kennis van een document " Oncologie : Erkennings-en Programmatiebeleid ", opgesteld door een beperkte werkgroep van het kabinet van Minister COLLA, waarin een organogram van centra, structuren en netwerken m.b.t. de oncologische zorg wordt ontwikkeld. Onder impuls van de gynecologen, en meer bepaald van collega J. VAN WIEMEERSCH en Prof. Dr I. VERGOTE, werd vanuit het VB.S. een brievencampagne opgezet naar de Minister van Volksgezondheid. Verscheidene beroepsverenigingen (chirurgen, radiotherapeuten, internisten, kinderartsen, gynecologen, biologen, radiologen, anatoom-pathologen, enz...) verleenden hieraan hun medewerking.
Vooraf werd opgemerkt dat de adviescommissie vooral uit internist-medisch oncologen bestond, terwijl de " orgaanspecialisten " (gastro-enterologen, pneumologen, gynecologen, internist-hematologen, abdominale chirurgen, thoraxchirugen, enz...), de pediaters en de radiotherapeuten in feite het grootste deel van de medicamenteuze en chirurgische behandelingen zelf verrichten. We stelden dan ook uitdrukkelijk dat deze specialismen vertegenwoordigd dienen te zijn in de structuren, welke ze ook zijn.
Het VBS is van mening dat de erkenning van de bijzondere bevoegdheden in de oncologie vanuit alle verschillende betrokken basisspecialismen voorafgaandelijk dient te worden geregeld. Aansluitend bij de UEMS-aanbevelingen dienen naast de medisch-oncologen ook de deelspecialistische (pneumologie, gastro-enterologie, pediatrie, enz...) en de niet-internistische oncologische disciplines (radiotherapie, gynecologie, chirurgie, enz...) de erkenning te kunnen verwerven, en de verantwoordelijkheid en het recht op uitoefening voor de medische diagnose en behandeling (chemotherapie, hormonotherapie,...) van maligne tumoren te behouden.
Gezien de betrokkenheid van een groot aantal disciplines ...(we sommen ze niet alle op)... en de betrokkenheid van vele van deze specialismen met hun " moederspecialiteit ", argumenteerden we dat een oncologisch centrum onmogelijk als een volledig afzonderlijke entiteit kan functionneren.
Evenmin kan de werking van de centra volgens een vast en (veel te) rigoureus uniform schema georganiseerd worden. De wijze van organisatie zal in ruime mate afhangen van de persoonlijke notoriëteit en expertise van de artsen en de informele samenstellende elementen van de multidisciplinaire teams. De bestaande organisatievormen, op spontane basis gegroeid, beantwoorden veelal op optimale wijze aan de behoeften. Vele van deze spontane structuren hebben zich ontwikkeld in een soort intermediair veld en kunnen zich in de vooropgestelde centralistische opstelling niet terugvinden. Moeten de natuurlijke kwaliteitscomponenten van onze gezondheidszorg dan zomaar verdwijnen?
Daar de multidisciplinair samengestelde pathologiewerkgroepen van de oncologische centra en functies de meeste expertise hebben in de behandeling en diagnose van de hun toegewezen tumoren, zijn wij de overtuiging toegedaan dat aan deze pathologiewerkgroepen de eindverantwoordelijkheid moet worden toevertrouwd in de keuze van de protocols. Ze kunnen niet enkel functioneren als adviesorgaan van de zgn. oncologiecommissie die ons inziens hoogstens een coördinerende rol dient te spelen.
De stelling dat deze maatregelen bedoeld zijn om besparingen te realiseren doet ons de wenkbrauwen fronsen : in de sector kankerbehandeling wordt noch lichtzinnig, noch buitensporig met de uitgaven omgesprongen. Het zou treurig zijn dat de overheid bezuinigingen zou beogen in een groep van pathologieën die gestaag toeneemt en die zeer kostenintensief is.
Ten gevolge van deze tussenkomsten nodigde Dr. NAGLER, kabinetsmedewerker van minister COLLA een VBS-delegatie uit met MERCKEN, MOENS, GRUWEZ en VERGOTE voor een eerste contactvergadering op 09.07.97.Dit gaf de gelegenheid om de standpunten nader toe te lichten en een versoepeling van de structuren te bepleiten. Tevens werd een werkgroep aangekondigd op 13.08.97, die zou opgedeeld worden in vier themagroepen,nl.
- de bijzondere beroepstitels
- de op te richten nationale oncologische adviesraad
- de organsatie van de oncologische zorg in netwerken (basisniveau : oncologische functie; 2e lijn : oncologisch centrum; organisatieverbanden).
- definiëren van verfijningsformules (o.a. hematologie).
Het VBS werd verzocht 1 lid per werkgroep aan te duiden.
Hieruit werd een sterk herwerkte synthesenota gedistilleerd, die verwerkt werd tot een nieuw ontwerpbesluit voor een bijzondere beroepstitel in de oncologie en in de hematologie. Een bijzondere beroepstitel in de heelkundige oncologie wordt " nuttig " geacht. De oncologische zorg zelf wordt opgedeeld in oncologische programmas type A (oncologische functie : patiënten met frequent voorkomende tumoren die minder complexe zorgschemas behoeven) en type B (geïntegreerd oncologisch centrum: verzorging van complexere gevallen en ondersteuning aan de algemene ziekenhuizen met oncologische programmas type A). De coordinatie van dit laatste type staat onder de verantwoordelijkheid van een radiotherapeut of van een geneesheer-specialist, houder van één van der bijzondere beroepstitels in de oncologie.
Dat de overheid nog steeds op een dwaalspoor wordt gebracht wat betreft de oncologische beroepstitels blijkt uit de recentste perikelen rond het voorschrift van het geneesmiddel " TAXOL ". Vorig jaar kon ik U meedelen dat Minister De GALAN de terugbetalings-voorwaarden (toen nog voorbehouden aan de " geneesheer-specialist in inwendige geneeskunde ") had aangepast, gevolg gevend aan een tussenkomst van het VBS, en van de Beroepsverenigingen van de radiotherapeuten en gynecologen. Zonderling is echter dat in het Staatsblad van 16.09.97 de beruchte § 119 van de ZIV-reglementering inzake geneesmiddelen opnieuw werd gewijzigd. Het voorschrift wordt nu voorbehouden aan een geneesheer-specialist in de inwendige geneeskunde en in de gynecologie. Gezamelijk protest van het VBS en de radiotherapeuten werd betekend aan de Minister op 1 december jl.
Zoals we vorig jaar al schreven is er in al die normering slechts één duidelijke lijn te
vinden : die van de " haves " tegen die van de " have nots ".
Het verweer en het lobbyen blijken hardnekkig, want een aantal dossiers lopen al geruime tijd : spoedgevallen, functie van intensieve verzorging, mobiele urgentiegroep (MUG), neurochirurgie, pediatriediensten, oncologie (cfr. V.3.2.3.), cardiologie en reproductieve geneeskunde.
De drie laatste genieten de bijzondere aandacht van minister COLLA. Wat de " I.V.F. "- erkenningen betreft, is een belangrijk nieuw gegeven dat de reproductieve geneeskunde alleen binnen de muren van een ziekenhuis zal kunnen worden erkend, als onderdeel van het nieuwe ziekenhuisconcept.
Het recentste ontwerp van erkenningscriteria, afkomstig van de Administratie van Volksgezondheid, heeft betrekking op de " geneesheer-specialist in het beheer van medische gegevens en klinisch onderzoek ". Onder " medische gegevens " wordt verstaan: de anamnestische, klinische, medisch-technische, sociaal-economische of farmacologische gegevens enerzijds en de epidemiologische gegevens m.b.t. de fysieke of zieke populaties anderzijds ongeacht of ze al dan niet verband houden met de ziekte of ziekteverwekkers, het milieu of de sociaal-economische context en tenslotte de gegevens m.b.t.de kosten en de doeltreffendheid van de gezondheidsinterventies en van de algemene programmas voor gezondheidsinterventies.
Dit ontwerp werd voorgelegd aan de werkgroep van de Hoge Raad op 22.1.98 en afgewezen. Men kan zich nochtans afvragen of de organisatie van dergelijke opleiding binnen de medische beroepssfeer geen nuttig element vormt in de talloze functies die artsen meer en meer op zich moeten nemen, o.m. in ziekenhuisverband.
In de schoot van de Vlaamse interuniversitaire raad (VLIR) suggereerde professor huisartsgeneeskunde aan de K.U.Leuven, Dr. Jan HEYRMAN, aan zijn werkgroep voortgezette vorming in de huisartsengeneeskunde, drie aanvullende opleidingen te creëren na de artsenstudies : RVT-coördinator, verpleeghuisarts en ziekenhuisarts. Maar enerzijds wou de academische overheid de specialisten betrekken bij een dergelijke herstructurering en anderzijds liep de Wetenschappelijke Vereniging van Vlaamse Huisartsen (WVVH) helemaal niet warm voor dit ontwerp.
Bovendien stelt zich de vraag of de federale overheid aan dergelijke Vlaamse titels enige waarde zou willen toekennen in het kader van het RIZIV.
Ondertussen zou er tussen minister Wivina DEMEESTER en Vlaams minister van Onderwijs Luc VAN DEN BOSSCHE overleg zijn gepleegd over een nieuwe richting die de geneesheren een aanvullende titel van " master in public health" kan opleveren, en ook nog een opleiding in " Maatschappelijke gezondheidszorg ".
Een wet van 17/03/97 (B.S. 18/12/97) legaliseert na ruim 30 jaar dat apothekers-biologen en licentiaten wetenschappen, die gemachtigd zijn om analyses van klinische biologie te verrichten, paramedici kunnen belasten met het verrichten van verstrekkingen die betrekking hebben tot de klinische biologie. Sinds 01.01.98 zijn ook alle wettelijke beschikkingen voorhanden voor hun accreditering.
Het is duidelijk dat de Dienst voor geneeskundige controle van het RIZIV, zich nooit aan de vroegere onwettelijkheid heeft gestoord, laat staan ze heeft aangepakt. De bestrijding van de overconsumptie in de klinische biologie is jarenlang blijven steken in vruchteloze pogingen om de vermeende commercialisering aan te pakken.
De vraag blijft evenwel open of apothekers-biologen de laboratoriumtechnologen kunnen toevertrouwen bloed-en andere staalafnames te verrichten die zij logischerwijze zelf niet mogen uitvoeren. Dit werd trouwens bevestigd door een uitspraak van het Antwerps Arbeidshof.
Hoe dan ook, misschien heeft deze wetswijziging aan het K.B. 78 van 10 november 1967 Dr. Jean-Pierre BAEYENS van het A.S.G.B. geïnspireerd om in het Verzekeringscomité van 19.01.98 alvast voor te stellen de apothekers-biologen mee te tellen om het minimum van 1.500 leden te behalen dat nodig is om zich als representatieve artsenorganisatie te kunnen aanbieden bij de medisch-syndicale verkiezingen.
Op de algemene statutaire vergadering van 8 februari 1997 heb ik U melding gemaakt van het feit dat ons verzoekschrift tot nietigverklaring tegen de wet Diegenant-Mahoux door het Arbitragehof werd afgewezen (B.S. 15.01.97). De door velen -zelfs politici- geopperde voorspelling dat deze wet een aanloop zou zijn tot verdere aftakeling van de bescherming van de Volksgezondheid werd, gezien het wetsvoorstel COLLA over de alternatieve geneeswijzen, inmiddels inderdaad bewaarheid.
Bij K.B. van 28.05.96 (B.S. van 04.02.97) werd de werkingsregeling van de Nationale Raad voor Kinesitherapie voorzien. Het besluit bepaalt de samenstelling van het Bureau (Voorzitter, Ondervoorzitter en vier leden, waaronder 4 kinesitherapeuten, 1 huisarts en 1 specialist. De benoemingen van de leden werden gepubliceerd bij K.B. van 29.9.97 (B.S. 04.11.97). De raad kan tevens werkgroepen oprichten om bepaalde problemen te onderzoeken.
Bij K.B. van 02.10.97 werd ook besloten de bevoegdheden van de zgn. Planningscommissie uit te breiden tot het aanbod van verstrekkers in de kinesitherapie (B.S. 17.10.97)
Bij wet van 13 november 1997 (B.S. 25.12.1997) werd een artikel 54quater toegevoegd aan het K.B. nr 78 van 10.11.67, waardoor de erkenning van kinesitherapeut , welke luidens art 21bis §2 enkel mag toegekend worden aan de houder van een universitair diploma (of 4 jaar hoger onderwijs), eveneens mag toegekend worden aan de reeds bij het RIZIV ingeschreven kinesisten evenals aan personen die op 01.11.97 waren ingeschreven voor een voltijds onderwijsprogramma van 3 jaar, voor zover ze het diploma behalen vóór 01.11.2002.
Art 39 van de wet op de kinesitherapie (wet van 06.04.1995) wordt dus opgeheven.
Voor vijf beroepstitels werden de kwalificatie-voorwaarden en de lijst van technische of toevertrouwde handelingen gepubliceerd:
- bandagist, orthesist, prothesist, bij K.B. van 06.03.97 (B.S. 16.05.97)
- diëtist, bij K.B. van 19.02.97 (B.S. 04.06.97)
- technoloog van medische beeldvorming, bij K.B. van 28.02.97 (B.S. 07.06.97)
- farmaceutisch-technisch assistent (B.S. 02.07.97)
- orthoptist, bij K.B. van 24.11.97 (B.S. 25.12.97).
Voor al deze beroepen trad bijgevolg artikel 54 ter in werking voor wat de zgn. verworven rechten betreft. In tegenstelling tot de ongewoon gunstige regeling die de Kamer heeft getroffen voor de niet-universitaire kinesitherapeuten, zullen voornoemde medische hulpkrachten hun taken niet meer kunnen voortzetten als ze minder dan drie jaar in functie zijn, tenzij bijkomende opleiding. Dit blijkt nogal wat problemen te scheppen voor jonge mensen die een paramedische taak vervullen in het kader van de medische beeldvorming. Het probleem is namelijk dat bij de aanvang van het schooljaar 97-98 geen adequaat opleidingsprogramma voorhanden was. Terloops merken we nog op dat de taken van de paramedicus medische beeldvorming bijzonder polyvalent werden opgevat.
Wat de orthopsie betreft zal de ZIV-reglementering moeten aangepast worden aangezien de RIZIV-status van de opticiens-brillenmakers, o.m. op het vlak van de aanpassing van contactlenzen, nu formeel illegaal is geworden: aanpassingen van "low vision" middelen vergen nu immers een omstandig medisch voorschrift. Men mag niet uit het oog verliezen dat opticiens-brillenmakers geen paramedici zijn, doch leveranciers.
Met een M.B. van 17.06.97 (B.S. 01.07.97) wordt tenslotte het beroep van " logistiek assistent " gecreëerd ter bevordering van de tewerkstelling in de non-profit sector.
Minister COLLA wenst een verregaande hervorming van de opleiding tot verpleegkundige. Op 22 en 23.10.97 organiseerde hij een megalomane Ronde-Tafelconferentie waar 1.200 verpleegkundigen werden verwacht.
Deze happening werd al maanden vooraf voorbereid, wat resulteerde in het opstellen van een aantal fiches, gedateerd juni 97. Onder " Verpleegkundige opdracht " vinden we vb. dat de " verpleegkundige als clinicus mede de gezondheidsstatus van de patiënt beoordeelt ", waarbij hij ook een " economische beleidsverantwoordelijkheid " draagt. In de fiche " Werkorganisatie " lezen we vb. " De verpleegkundige is verantwoordelijk voor de totale zorg van de patiënt ". En in de fiche " Inspraak en overleg met de verpleegkundigen " lezen we dat zij als numeriek grootste beroepsgroep, evenredig aanwezig moeten zijn in de Nationale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen, de Hoge Gezondheidsraad, de Multipartite, ...
Het VBS secretariaat ontving op 14.10 een op 13.10.97 gedateerde brief om op 16.10.97 om 16 uur deel te nemen aan een voorbereidende vergadering over de verpleegkunde. Een programma kregen we per fax op 14.10, de brochure met de fiches pas op 15.10, per post ! " In het kader van de goede samenwerking met verpleegkundigen is het elementair ook uw standpunt te kennen aangaande de verschillende themas " waarna een afvaardiging van " een achttal personen van de belangrijkste specialismen " werd uitgenodigd, niet stante pede, maar toch binnen de 48 uur. Met weliswaar excuses voor de laattijdige verwittiging.
Prof. Dr. R. SUY (chirurgie) en de Drs. VERHEECKE (anesthesie), SCHILLEBEECKX (radiologie) en NEIMAN (cardiologie) maakten zich samen met de administratief directeur van het VBS, Jos VAN DEN NIEUWENHOF, vrij om deze informele bijeenkomst bij te wonen. In de bespreking kon Prof. SUY het zich niet nalaten laconisch de vraag te stellen of er nog wel een taak is weggelegd voor de geneesheer.
De verpleegkundigen zelf zijn niet allemaal even gelukkig met dit takenpakket, waarvoor alle verpleegkundigen minimum drie jaar hogere opleiding moeten volgen. Velen vinden dit zowel budgettair als functioneel een vergissing. Er zijn immers heel wat domeinen waarin geen hoogtechnologische kennis vereist is om patiënten te verzorgen. En niet alle verpleegkundigen voelen zich geroepen om " de eindverantwoordelijkheid over de patiënt " op zich te nemen.
De 3.500 Belgische vroedvrouwen tenslotte voelen zich bedreigd. Het ontwerp heeft enerzijds tot gevolg dat vanaf eind december 1998 vroedvrouwen niet meer als " gewone " verpleegkundige kunnen worden tewerkgesteld, en anderzijds kunnen de verpleegkundigen à la COLLA, zonder problemen de plaatsen van de vroedvrouwen inpikken.
De artsen hebben dus niet het privilege van slachtoffer te zijn van de onbedwingbare Sturm-und-Drang trekjes van wereldverbeteraar Marcel COLLA.
Met de verpleeg-assistente verdwijnt daarenboven het laatste beroep dat men al doende kon leren. Op het ministerambt na natuurlijk.
Home | VBS | Verenigingen | De Gids | Accreditering | Tarieven | Wetgeving | Verzekeringen | De Bulletijn | Hulp
Copyright © VBS, 1997-2004